§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Vlaamse Regering #1771 Staatsblad 5 december 2023 NUMAC 2023047576
28 artikels gewijzigd
+9 −3 decreet-2017-12-22-1029017/art. 6
1§ 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste veertien dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van januari. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de eerste werkdag van januari in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte.1§ 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van december. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de vijfde werkdag van december in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte.
2In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen.2In het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen.
3Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is , maar ten vroegste op een van de eerste vijf werkdagen van januari. 3Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.
4Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, worden de nieuw verkozen raadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad bijeengeroepen op de installatievergadering binnen tien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is . 4Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.
5Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen.5Als de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen.
6Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is.6Als de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is.
7§1/1. Tot uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering kan er een verbeterende akte van voordracht of opvolging worden ingediend als door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State de verkiezingsuitslag definitief is gewijzigd. In dat geval is de sanctie, vermeld in artikel 7, §2, niet van toepassing.
8Onder een wijziging van de verkiezingsuitslag door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State vallen volgende situaties:
91° een wijziging in de zetelverdeling tussen de lijsten;
102° een wijziging in de rangorde van de gekozen raadsleden of de opvolgers.
11Als de verbeterende akte van voordracht of opvolging ontvankelijk is, is de eerdere akte van voordracht of opvolging voor hetzelfde mandaat zonder voorwerp.
7§ 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang.12§ 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang.
8§ 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.".13§ 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.".
9De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester.14De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van de burgemeester. Als de uittredende burgemeester de installatievergadering voorzit en herkozen is als gemeenteraadslid, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. Als iemand anders de eed heeft afgelegd als burgemeester, legt de uittredende burgemeester de eed af in handen van de nieuw benoemde burgemeester.
15Een raadslid dat zich in een situatie van verhindering bevindt als vermeld in artikel 12, 5°, kan worden verkozen als schepen of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of aangeduid worden als aangewezen-burgemeester. In voorkomend geval en in afwijking van artikel 12, 5°, kan dat raadslid vervolgens de eed afleggen van het betreffende mandaat.
10§ 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.16§ 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.
11§ 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.17§ 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.
+28 −15 decreet-2017-12-22-1029017/art. 7
1§1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad op basis van een akte van voordracht van kandidaat-voorzitter die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur.
2Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft; 2° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
43° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
1§ 1. Op de installatievergadering verkiest de gemeenteraad onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit een voorzitter. De voorzitter wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen.54° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
65° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
2De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5. 7De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd.
3De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
4§ 2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Alle handtekeningen die in strijd met dat voorschrift zijn geplaatst, zijn ongeldig in alle akten van voordracht.
8§2. Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op het model, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, ondertekenen.
9Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het eerste lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3° en 4°, te bereiken.
5Een verkozene die meer dan één akte van voordracht ondertekent, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Hij kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Hij kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege.10Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan voor de duur van de zittingsperiode van de gemeenteraad niet worden benoemd of verkozen als burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van een gemeenteraadscommissie, voorzitter of lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst, noch een dergelijk mandaat waarnemen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan de gemeente ook niet vertegenwoordigen of kan namens de gemeente geen mandaat bekleden of waarnemen in gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen of andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Een verkozene die het verbod, vermeld in het eerste lid, overtreedt, kan evenmin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vertegenwoordigen of namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een mandaat bekleden of waarnemen in een vereniging of vennootschap als vermeld in deel 3, titel 4, of in andere verenigingen, stichtingen of vennootschappen. Als de betrokkene al een dergelijk mandaat bekleedt of waarneemt, vervalt dat van rechtswege
6§3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering.11§3. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering.
7De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard.12De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter verkozen verklaard.
8§4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter .13§4. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, verkiest de gemeenteraad binnen veertien dagen een voorzitter onder de gemeenteraadsleden van Belgische nationaliteit.
14De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het derde lid, bezorgen aan de algemeen directeur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter wordt ingediend bij de algemeen directeur.
15Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter voldoet aan al de volgende voorwaarden:
161° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
172° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het
18tweede lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
193° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
9De gemeenteraadsleden kunnen voor de verkiezing van een voorzitter, vermeld in het eerste lid, uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur .204° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd.
10Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht, vermeld in het tweede lid, ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Elk gemeenteraadslid kan niet meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig paragraaf 2. De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. 21De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 5. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
11Als het mandaat van de voorzitter eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als opvolger van de voorzitter zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig paragraaf 5.
22Niemand kan meer dan één akte van voordracht, gedaan op de modelakte, vermeld in het derde lid, 2°, ondertekenen.
23Alle handtekeningen die in strijd met het verbod, vermeld in het vijfde lid, zijn geplaatst, zijn ongeldig. Deze handtekeningen worden niet in aanmerking genomen om de vereisten, vermeld in het derde lid, 3°, te bereiken. Overtredingen van het voormelde verbod worden bestraft conform paragraaf 2, derde lid.
24De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht van kandidaat-voorzitter ontvankelijk is conform het derde tot en met het zesde lid.
12De verkiezing, vermeld in het eerste lid, gebeurt bij geheime stemming.25De verkiezing, vermeld in het eerste lid, vindt plaats bij geheime stemming.
13De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald.26De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van de gemeenteraad. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat verkozen van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald.
14§5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering":27§5. In al de volgende gevallen wordt een nieuwe voorzitter verkozen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4, met dien verstande dat "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering, vermeld in paragraaf 5", "de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 5", “drie dagen”, vermeld in paragraaf 1, wordt gelezen als “acht dagen”,"verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "gemeenteraadsleden", "verkozene die" wordt gelezen als "gemeenteraadslid dat" en "Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd" wordt gelezen als "Na opening van de vergadering":
151° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt;281° als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt;
162° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard;292° als de voorzitter van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen wordt verklaard;
173° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, ontslag genomen heeft of overleden is.303° als de voorzitter als verhinderd wordt beschouwd, als hij afgezet of geschorst is, of als hij ontslag genomen heeft of overleden is.
18Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid.31Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap waargenomen overeenkomstig het derde lid.
19Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen:32Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is, of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wordt hij met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als volgt vervangen:
201° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar;331° als de voorzitter zijn bevoegdheid schriftelijk heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid, neemt dat gemeenteraadslid het voorzitterschap waar;
212° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang.342° als de voorzitter zijn bevoegdheid niet heeft opgedragen aan een gemeenteraadslid overeenkomstig punt 1°, neemt het gemeenteraadslid met de hoogste rang het voorzitterschap waar. Als dat raadslid de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander gemeenteraadslid in volgorde van rang.
22De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwdof tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderdof tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering , en van de beëindiging van de periode van verhindering . Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad.35De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De gemeenteraad neemt akte van de verhindering of schorsing, en van de beëindiging van de periode van verhindering of schorsing. Als het niet gaat om een door het decreet opgelegde verhindering, richt de voorzitter zijn verzoek tot vervanging wegens verhindering aan de gemeenteraad.
23§ 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in.36§ 6. De verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn houden van rechtswege de verhindering, het ontslag, het verval en de afstand van het mandaat van voorzitter van de gemeenteraad in.
+3 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 10
65° de leden van een districtsraad;65° de leden van een districtsraad;
76° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester;76° de personen die in een lokale decentrale overheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, voorzitter van de gemeenteraad, schepen of burgemeester;
87° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente.87° de bloedverwanten tot en met de tweede graad, de aanverwanten in de eerste graad of de echtgenoten in de gemeenteraad van dezelfde gemeente;
98° de directeur van een woonmaatschappij tot wiens werkgebied de gemeente behoort;
109° de leidend ambtenaar van een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt.
9Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend.11Als bloed- of aanverwanten in een graad als vermeld in het eerste lid, 7°, of twee echtgenoten worden verkozen bij dezelfde verkiezing, wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de zetels die kandidaten hebben verkregen aan hun lijst zijn toegekend.
10Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures.12Als twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten worden verkozen, de ene tot raadslid, de andere tot opvolger, geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, is opengevallen voor de verkiezing van zijn bloed- of aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen plaatsen in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald volgens de tijdsorde van de vacatures.
+23 −12 decreet-2017-12-22-1029017/art. 43
1§1. Behalve de schepenen die benoemd zijn overeenkomstig artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn moet die gezamenlijke akte van voordracht voor elk van de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaten. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt, maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dit verbod wordt gesanctioneerd overeenkomstig artikel 7, § 2.1§1. Behalve de schepenen die benoemd zijn conform artikel 42, §1, derde lid, en §3, tweede en derde lid, verkiest de gemeenteraad de schepenen onder de gemeenteraadsleden op basis van een gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ingediend bij de algemeen directeur.
2Een ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van de kandi- daatschepenen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
42° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
53° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaten zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
64° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
2De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. 7De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de gezamenlijke akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de gezamenlijke akte van voordracht, of als de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaande beschouwd.
8De gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ondertekend met naleving van het initiatiefrecht, vermeld in artikel 5, §3. De overtreding van het voormelde gebod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
9Niemand kan meer dan één gezamenlijke akte van voordracht ondertekenen. De overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
3Die akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester.10De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de gezamenlijke akte van voordracht aan de burgemeester.
4§2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad.11§2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de gemeenteraad.
5De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad.12De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de gezamenlijke akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de voordracht ontvankelijk is, worden de voorgedragen kandidaat-schepenen verkozen verklaard en is het aantal schepenen vastgelegd tot de eerstvolgende volledige vernieuwing van de gemeenteraad.
6§3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen daarvoor kandidaat-schepenen voordragen . 13§3. Als er geen ontvankelijke gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, beslist de gemeenteraad op de installatievergadering over het aantal te verkiezen schepenen en wordt binnen veertien dagen overgegaan tot afzonderlijke verkiezing van de schepenen onder de gemeenteraadsleden. De gemeenteraadsleden kunnen voor de voormelde verkiezing kandidaat-schepenen voordragen via een individuele akte van voordracht die voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de individuele akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de individuele akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur.
14Een ontvankelijke individuele akte van voordracht voldoet aan al de volgende voorwaarden:
151° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
162° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
173° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd.
7De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 49. 18De individuele akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de individuele akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de individuele akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de individuele akte van voordracht, of als de persoon die in de individuele akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 49. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
8Per schepenmandaat wordt uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad een gedagtekende akte van voordracht aan de algemeen directeur bezorgd.
9Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaturen niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, moet tijdens de zitting en vóór de stemming blijken dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van deze kandidaat steunt. Zo niet wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen.19Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2. Als de schriftelijk voorgedragen kandidaten niet volstaan om het college volledig samen te stellen, kunnen onder de gemeenteraadsleden kandidaten mondeling op de zitting worden voorgedragen. Voor een kandidaat die op de zitting wordt voorgedragen, blijkt tijdens de zitting en vóór de stemming dat een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat, de voordracht van die kandidaat steunt. Als de voormelde steun niet wordt aangetoond, wordt de voordracht van deze kandidaat niet in aanmerking genomen.
20De voorzitter van de vergadering gaat na of de individuele akte van voordracht of, in voorkomend geval, de kandidaat die met toepassing van het vierde lid mondeling wordt voorgedragen, aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
10De verkiezing gebeurt bij geheime stemming, door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn.21De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming door evenveel afzonderlijke stemmingen als er schepenen te kiezen zijn.
11De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. Daarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen.22De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante schepenmandaat, vindt een tweede stemronde plaats. In de voormelde tweede stemronde wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stem- ronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot schepen. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot schepen.
12Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaaldverkozen.23Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van de lijst die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen.
13§4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, tweede lid, paragraaf 3, tweede lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen.24§4. De rang van de schepenen wordt bepaald door de rangorde op de gezamenlijke akte van voordracht. In geval van afzonderlijke verkiezing van de schepenen wordt de rang van de schepenen bepaald door de volgorde van de stemmingen. De schepenen die op grond van paragraaf 1, derde lid, paragraaf 3, derde lid, of op grond van artikel 42, § 3, tweede en derde lid, een schepen opvolgen, nemen de rang in de volgorde van hun verkiezing of benoeming in. De gemeenteraad kan in elk geval de rangorde van de schepenen wijzigen. De schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, is altijd de laatste schepen in rang, tenzij de gemeenteraad de rangorde van die schepen wijzigt. De burgemeester wordt geacht een hogere rang in te nemen dan de schepenen.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 45
1De schepenen worden, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 43, §1, tweede lid, en §3, tweede lid, artikel 46, 48 en 49, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende schepenen blijven na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot het nieuwe college van burgemeester en schepenen geïnstalleerd is.1De schepenen worden, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 43, §1, derde lid, en §3, derde lid, artikel 46, 48 en 49, verkozen voor een periode van zes jaar. De uittredende schepenen blijven na een volledige vernieuwing van de gemeenteraad in functie tot het nieuwe college van burgemeester en schepenen geïnstalleerd is.
2Artikel 9, 10 en 11, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van artikel 10, tweede en derde lid.2Artikel 9, 10 en 11, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van artikel 10, tweede en derde lid.
+20 −6 decreet-2017-12-22-1029017/art. 49
1§1. In al de volgende gevallen kan de gemeenteraad met behoud van de toepassing van artikel 42, §3, eerste lid, beslissen om een opengevallen schepenmandaat niet in te vullen:
21° een schepen aanvaardt zijn schepenmandaat niet;
32° een schepen wordt van zijn mandaat vervallen verklaard;
43° een schepen wordt als verhinderd beschouwd;
54° een schepen wordt afgezet of is geschorst;
65° een schepen heeft ontslag genomen of is overleden.
7De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, bestaat niet als er in de akte van voordracht een opvolger is vermeld conform artikel 43 en de opvolger geïnstalleerd wordt.
1§ 1. Als een schepen zijn schepenmandaat niet aanvaardt, van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst is, ontslag heeft genomen of overleden is, kan de gemeenteraad met behoud van de toepassing van artikel 42, §3, eerste lid, beslissen om het opengevallen schepenmandaat niet in te vullen. Deze mogelijkheid bestaat niet als er in de akte van voordracht een opvolger is vermeld overeenkomstig artikel 43 en de opvolger geïnstalleerd wordt. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden. Als de gemeenteraad beslist heeft om het mandaat in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat . De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen, ondertekend door meer dan de helft van de verkozen gemeenteraadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet die akte van voordracht voor de kandidaat-schepenen ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop een kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van artikel 43 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. De voorzitter van de gemeenteraad gaat de ontvankelijkheid na van de akte van voordracht op de vergadering van de gemeenteraad waarop de akte geagendeerd is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard.8Als de gemeenteraad beslist om het mandaat niet in te vullen, kan het mandaat voor de rest van de zittingsperiode niet meer ingevuld worden. Als de gemeenteraad het mandaat wenst in te vullen, wordt tot een nieuwe verkiezing van een schepen overgegaan binnen twee maanden nadat het schepenmandaat is opengevallen. De schepen wordt verkozen op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-schepen die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het vierde lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-schepen vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-schepen wordt ingediend bij de algemeen directeur.
9Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-schepen voldoet aan al de volgende voorwaarden:
101° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het derde lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
112° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden;
123° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
134° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging geagendeerd is, aan de algemeen directeur bezorgd.
2De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen vermeld worden die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Indien het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of indien de persoon die in de akte van voordracht werd vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig dit artikel. 14De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen vermeld worden die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform dit artikel. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
15Met behoud van de toepassing van artikel 43 kan elk gemeenteraadslid maar één akte van voordracht ondertekenen per schepenmandaat. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
16De voorzitter van de gemeenteraad gaat op de vergadering van de gemeenteraad waarop de akte van voordracht van de kandidaat-schepen geagendeerd is, na of de akte van voordracht ontvankelijk is. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-schepen verkozen verklaard.
3Als binnen twee maanden na het openvallen van een schepenmandaat en voor de bezorging van de akte van voordracht, genomen met toepassing van het eerste lid, een bijkomend schepenmandaat openvalt, waarvan de gemeenteraad beslist heeft het ook in te vullen, kan voor de vervanging van al die mandaten overgegaan worden tot een verkiezing overeenkomstig artikel 43, §1 en §2. De oorspronkelijke termijn van twee maanden voor het mandaat dat het eerst opengevallen is, blijft in dat geval van toepassing. Als evenwel toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, blijft voor het tweede opengevallen mandaat de termijn, vermeld in het eerste lid, van toepassing.17Als binnen twee maanden na het openvallen van een schepenmandaat en voor de bezorging van de akte van voordracht, die is genomen met toepassing van het eerste tot en met het vierde lid, een bijkomend schepenmandaat openvalt, waarvan de gemeenteraad het mandaat ook wenst in te vullen, kan voor de vervanging van al die mandaten overgegaan worden tot een verkiezing conform artikel 43, §1 en §2, met dien verstande dat “drie dagen” wordt gelezen als “acht dagen”. De oorspronkelijke termijn van twee maanden voor het mandaat dat het eerst opengevallen is, blijft in dat geval van toepassing. Als evenwel toepassing wordt gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, blijft voor het tweede opengevallen mandaat de termijn, vermeld in het derde lid, van toepassing.
4In de gevallen, vermeld in het eerste en het derde lid, kan op de akte van voordracht worden bepaald, in afwijking van artikel 43, §4, dat een of meer nieuw verkozen schepenen de rang innemen van degenen die ze vervangen.18In de gevallen, vermeld in het eerste en het achtste lid, kan in afwijking van artikel 43, §4, op de akte van voordracht van de kandidaat-schepen worden bepaald dat een of meer nieuw verkozen schepenen de rang innemen van degenen die ze vervangen.
5Als twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat nog geen nieuwe schepen is benoemd overeenkomstig het eerste en het derde lid, kan de schepen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad verkozen worden overeenkomstig artikel 43, §3.19Als twee maanden na het openvallen van het schepenmandaat nog geen nieuwe schepen is benoemd conform het eerste en het achtste lid, kan de schepen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad verkozen worden conform artikel 43, §3.
6Tot aan de nieuwe verkiezing kan het mandaat worden waargenomen overeenkomstig paragraaf 2.20Tot aan de nieuwe verkiezing kan het mandaat worden waargenomen conform paragraaf 2.
7§ 2. Als de schepen om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1, afwezig is, kan hij worden vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid met de hoogste rang. Als er geen gemeenteraadslid is dat op dezelfde lijst verkozen is, kan de schepen vervangen worden door het gemeenteraadslid van een andere lijst met de hoogste rang. Als dat raadslid de schepen niet kan vervangen, kan het schepenmandaat waargenomen worden door een van de andere gemeenteraadsleden in volgorde van hun rang.21§ 2. Als de schepen om een andere reden dan de redenen, vermeld in paragraaf 1, afwezig is, kan hij worden vervangen door het op dezelfde lijst verkozen gemeenteraadslid met de hoogste rang. Als er geen gemeenteraadslid is dat op dezelfde lijst verkozen is, kan de schepen vervangen worden door het gemeenteraadslid van een andere lijst met de hoogste rang. Als dat raadslid de schepen niet kan vervangen, kan het schepenmandaat waargenomen worden door een van de andere gemeenteraadsleden in volgorde van hun rang.
8Het gemeenteraadslid dat overeenkomstig het eerste lid de schepen vervangt, vervangt die schepen van rechtswege ook in zijn mandaat van lid van het vast bureau.22Het gemeenteraadslid dat overeenkomstig het eerste lid de schepen vervangt, vervangt die schepen van rechtswege ook in zijn mandaat van lid van het vast bureau.
+42 −7 decreet-2017-12-22-1029017/art. 58
1§ 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. Die verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen waarvoor een gedagtekende akte van voordracht wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Een akte van voordracht die wordt voorgelegd na de installatievergadering van de gemeenteraad is alleen ontvankelijk als ze ondertekend is door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden, alsook door een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester verkozen zijn.
1§ 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst conform artikel 36, § 2, van dit decreet, en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de gemeenteraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de aangewezen burgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende benoeming van de burgemeester.
2In het geval van verkiezing zonder stemming, is de hoogst gerangschikte kandidaat op de lijst met het hoogste aantal zetels de aangewezen burgemeester.
3Vanaf de installatie van de schepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, aangewezen-burgemeester, draagt het de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent het alle functies uit die aan de burgemeester worden toever- trouwd. De aangewezen-burgemeester wordt niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen.
4Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de aangewezenburgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De aangewezen-burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht zowel het ambt van aangewezen-burgemeester als het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
5De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen-burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad. In geval van benoeming tot burgemeester, kan hij als schepen worden vervangen conform artikel 49, § 1.
6Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: “Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.” De benoemde burgemeester die de eed na twee oproepingen niet heeft afgelegd, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
7In geval van een algehele vernieuwing van de gemeenteraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de gemeenteraad.
8In geval van weigering van eedaflegging van de aangewezen-burgemeester of van de burgemeester of van weigering tot benoeming in afwijking van het eerste lid wordt de procedure, vermeld in het derde tot en met het vijfde lid, hernomen met toepassing van de regeling, vermeld in paragraaf 2.
9De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester en de weigering tot eedaflegging als aangewezen-burgemeester of als burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer kan worden benoemd als burgemeester.
10§ 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van aangewezen-burgemeester of het burgemeestersmandaat niet aanvaardt, als hij definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, of in het geval dat de Vlaamse Regering beslist de benoeming tot burgemeester te weigeren, wordt het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van aangewezen-burgemeester of het mandaat van burgemeester op te nemen, wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester.
11De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte.
12§3. In afwijking van paragraaf 2 en artikel 59 kan de Vlaamse Regering een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging wordt ingediend bij de algemeen directeur.
13Een ontvankelijke akte van opvolging voldoet aan al de volgende voorwaarden:
141° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
152° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
163° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode;
174° ze vermeldt de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt opgevolgd;
185° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
196° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
207° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
21Bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend.
22Als het mandaat van burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2.
23Als het mandaat van burgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de opvolgakte, het mandaat vervroegd op.
24Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp.
25Een nieuwe akte van opvolging kan alleen worden ingediend in de volgende gevallen:
261° de akte van opvolging is onontvankelijk;
272° het mandaat van de burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2;
283° voor de einddatum van het mandaat van de burgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen gemeenteraadslid meer.
29Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
30Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van burgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de burgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de voormelde akte van voordracht vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de voormelde akte van voordracht wordt ingediend bij de algemeen directeur.
31Een akte van voordracht als vermeld in het negende lid, is ontvankelijk als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden:
321° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
332° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
343° ze vermeldt de naam van de kandidaat-burgemeester. De kandidaat-burgemeester behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt vervangen;
354° ze is ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden;
365° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
376° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de algemeen directeur bezorgd.
2Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2.38Niemand kan meer dan één akte van opvolging of één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
3De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte, of, als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 62.
4De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan evenwel altijd om een nieuwe voordracht verzoeken.
5§ 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens.
6§ 3. Met behoud van de toepassing van artikel 13, derde lid, van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn.
7De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad.
39De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de burgemeester.
40Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad. In voorkomend geval bezorgt de algemeen directeur de akte van voordracht, vermeld in het negende lid, aan de voorzitter van de gemeenteraad.
41De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging of de akte van voordracht, vermeld in het eerste en het negende lid, ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte aan de Vlaamse Regering.
42De Vlaamse Regering beslist of de opvolger of kandidaat-burgemeester al dan niet benoemd wordt.
+4 −3 decreet-2017-12-22-1029017/art. 62
1In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester benoemd overeenkomstig artikel 58 en 59, waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester":
1In de volgende gevallen wordt een nieuwe burgemeester aangeduid overeenkomstig artikel 58:
21° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt;21° als de kandidaat-burgemeester het burgemeestersmandaat niet aanvaardt;
32° als de burgemeester:32° als de burgemeester:
5b) als verhinderd wordt beschouwd;5b) als verhinderd wordt beschouwd;
6c) afgezet of geschorst wordt;6c) afgezet of geschorst wordt;
7d) ontslag genomen heeft of overleden is.7d) ontslag genomen heeft of overleden is;
8e) het voorwerp uitmaakt van een constructieve motie van wantrouwen die de gemeenteraad heeft aangenomen conform artikel 46, en hij als gevolg daarvan ontslagen wordt.
8In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de nieuwe benoeming het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid.9In de gevallen waarin de burgemeester van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, ontslagen is als gevolg van een onverenigbaarheid of overleden is, wordt tot aan de eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad het burgemeesterschap waargenomen overeenkomstig het derde en vierde lid.
9Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen.10Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester die om andere redenen dan de redenen, vermeld in het tweede lid, tijdelijk afwezig is, vervangen door een van de schepenen in volgorde van hun rang, tenzij de burgemeester zijn bevoegdheid aan een andere schepen heeft opgedragen.
10De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen.11De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen. Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen.
+21 −13 decreet-2017-12-22-1029017/art. 90
1§1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijnhetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht, ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen. Om ontvankelijk te zijn, moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen.1§1. Op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad verkiest de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij onder de voorzitter of de leden van het vast bureau, hetzij onder de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. De voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt verkozen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur.
2Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
42° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
53° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
64° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
2Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2.7Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
3De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. 8De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat, vermeld worden. In voorkomend geval is de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is aangewezen als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
4Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106.9Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106.
5De akte wordt uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
6§2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn.10§2. De algemeen directeur bezorgt de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn.
7De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard.11De voorzitter van de installatievergadering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Alleen de handtekeningen van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die lid zijn van de raad voor maatschappelijk welzijn. In voorkomend geval wordt de voorgedragen kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst verkozen verklaard.
12§3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voor- dracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur.
8§ 3. Als er geen ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de voorzitter van de installatievergadering wordt bezorgd, gaat de raad voor maatschappelijk welzijn binnen veertien dagen over tot de verkiezing van een voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.13Een ontvankelijke akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden:
141° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
152° ze is ondertekend door de meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-schepen voor- komt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
9De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen daarvoor uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een gedagtekende akte van voordracht bezorgen aan de algemeen directeur .163° ze is uiterlijk drie dagen voor de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn na de installatievergadering aan de algemeen directeur bezorgd.
10Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ten minste ondertekend zijn door een meerderheid van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die op dezelfde lijst zijn verkozen als de voorgedragen kandidaat. Als de lijst waarop de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2.
17Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 kan elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn maar één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
11De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld.18De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-voorzitter vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de voorzitter bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld.
12Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig artikel 106. 19Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de voorzitter zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen, of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 106. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
20De voorzitter van de vergadering gaat na of de akte van voordracht aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoet.
13De verkiezing gebeurt bij geheime stemming.21De verkiezing vindt plaats bij geheime stemming.
14De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen behaalden. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzitter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen.22De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Als geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen heeft behaald en als verschillende kandidaten zijn voorgedragen voor het vacante mandaat, vindt een tweede stemronde plaats, waarin wordt gestemd op de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben behaald. Bij staking van stemmen in de eerste stemronde komt de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, in aanmerking voor de tweede stemronde. De kandidaat die in de tweede stemronde de meerderheid van de stemmen heeft behaald, is verkozen tot voorzitter. Bij staking van stemmen in de tweede stemronde is de kandidaat die bij de verkiezingen de meeste naamstemmen heeft behaald, verkozen tot voorzit- ter. Als de naamstemmen bepalend zijn en de kandidaten een gelijk aantal naamstemmen hebben behaald, is de voorgedragen kandidaat van wie de lijst bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald, verkozen.
15§4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger.23§4. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij zijn verkiezing geen voorzitter of lid van het vast bureau is, legt hij, voor hij zijn mandaat aanvaardt, de eed af in handen van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Die eedaflegging geldt ook als eedaflegging voor zijn mandaat als schepen als vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. Als de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst de eed na twee achtereenvolgende uitnodigingen niet aflegt, wordt hij geacht zijn mandaat als voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst niet te aanvaarden. Als de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn de eed niet kan afnemen of nalaat de eed af te nemen, wordt de eed afgenomen door zijn vervanger.
+16 −13 decreet-2017-12-22-1029017/art. 92
1De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad op basis van akten van voordracht die voldoen aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst wordt ingediend bij de algemeen directeur.
1De leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst worden schriftelijk voorgedragen door de verkozenen voor de gemeenteraad.2Een ontvankelijke akte van voordracht van leden en kandidaat-opvolgers van het bijzonder comité voor de sociale dienst voldoet aan al de volgende voorwaarden:
2Uiterlijk acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad bezorgen de verkozenen de voordrachtsakten voor de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in het eerste lid, aan de algemeen directeur. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
3De voordrachtsakte voldoet aan de volgende voorwaarden:
31° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel
4van die dag ter beschikking is gesteld;
41° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden;52° ze vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van de kandidaat-leden;
52° de voordrachtsakte vermeldt de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de verkozenen op de lijsten die de voordracht doen;
63° de voordrachtsakte is voor akkoord ondertekend door de kandidaat-leden;
74° de voordrachtsakte is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;63° ze is ondertekend door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen, of, als de voorgedragen kandidaat deelgenomen heeft aan de lokale verkiezingen, door de meerderheid van de verkozenen van dezelfde lijst of groep van lijsten die aan de lokale verkiezingen hebben deelgenomen. Het aantal handtekeningen wordt berekend na de schrapping van de ongeldige handtekeningen, vermeld in het zevende lid. Als een lijst of groep van lijsten maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
85° tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar een zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen, vermeldt de voordrachtsakte kandidaat-leden van verschillend geslacht;74° ze vermeldt kandidaat-leden van verschillend geslacht, tenzij het gaat om een lijst of groep van lijsten waaraan maar één zetel in het bijzonder comité voor de sociale dienst is toegewezen;
96° de voordrachtsakte vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen overeenkomstig artikel 91.85° ze vermeldt niet meer kandidaat-leden dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91, of dan het aantal vacante mandaten met toepassing van artikel 95;
96° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
10Als een lijst of groep van lijsten die maar twee verkozenen telt, twee akten van voordracht indient terwijl er maar één kandidaat-lid aan de lijst of de groep van lijsten is toegewezen, zijn beide akten onontvankelijk.
10De voordrachtsakte kan de naam, de voornamen, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. In voorkomend geval ondertekenen de kandidaat-opvolgers voor akkoord hun voordracht. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn.11De akte van voordracht kan de voornaam of voornamen, de achternaam, de geboortedatum, het beroep, het rijksregisternummer en de hoofdverblijfplaats van een of meer opvolgers van een kandidaat-lid vermelden. Dezelfde persoon kan opvolger zijn van twee of meer kandidaat-leden die op dezelfde akte van voordracht zijn voorgedragen. Dezelfde persoon kan ook kandidaat-lid en kandidaat-opvolger zijn.
11De voordrachtsakte vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen.12De akte van voordracht vermeldt in voorkomend geval voor elk kandidaat-lid de kandidaat-opvolgers in de volgorde waarin die zijn voorbestemd om het lid te vervangen.
12De voordrachtsakte kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger moet ook voldoen aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het derde lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de voordrachtsakte als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte , neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. 13De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-lid of van een kandidaat-opvolger vermelden. De opvolger voldoet ook aan de voorwaarden voor de ondertekening, vermeld in het tweede lid. In voorkomend geval is het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, neemt de opvolger vervroegd het mandaat op. Als de voordracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
13Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2.14Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
15De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akten van voordracht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn.
16De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de akten van voordracht voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
+4 −3 decreet-2017-12-22-1029017/art. 95
1Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen.1Als een lid, voordat zijn mandaat verstreken is, ophoudt deel uit te maken van het bijzonder comité voor de sociale dienst of verhinderd is en als hij, met behoud van de toepassing van artikel 94, geen opvolger of opvolgers meer heeft, kunnen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst of groep van lijsten die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid en een of meer kandidaat-opvolgers voordragen.
2Artikel 92, derde tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" .2Artikel 92, tweede tot en met zevende lid, is van toepassing op die voordrachtsakte, met dien verstande dat "verkozenen" wordt gelezen als "leden van de raad voor maatschappelijk welzijn" en “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering vermeld in artikel 95, derde lid”.
3Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, derde tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte.3Die voordrachtsakte wordt uiterlijk acht dagen vóór de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn waarop de geloofsbrieven van het nieuwe lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de opvolger of opvolgers zullen worden onderzocht, aan de algemeen directeur bezorgd, die een afschrift van de akte aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgt. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn gaat na of de voordrachtsakte ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 92, tweede tot en met zevende lid. In voorkomend geval wordt de kandidaat verkozen verklaard en worden de kandidaat-opvolgers aangesteld in de volgorde van hun voordracht. Een opvolger die op grond van zijn geslacht het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst dat ontslag genomen heeft, niet kon opvolgen, wordt geacht opvolger te zijn van het nieuw verkozen lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en neemt een rang in vóór de opvolgers, vermeld op de voordrachtsakte.
4Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen, kan die lijst een nieuwe akte van voordracht voor een kandidaat-lid of kandidaat-leden indienen, conform het eerste tot en met derde lid, voor de mandaten die nog niet zijn vervuld.
4Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, wordt met behoud van de toepassing van artikel 92, derde tot en met zevende lid, in de vervanging voorzien bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen.5Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, gebeurt, met behoud van de toepassing van artikel 94, eerste lid, de vervanging bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard. Elke lijst of groep van lijsten kan daarvoor een akte van voordracht indienen conform artikel 92, tweede tot en met zevende lid, met dien verstande dat “drie dagen voor de installatievergadering” wordt gelezen als “acht dagen voor de vergadering als vermeld in artikel 95, vijfde lid” . Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 106
1§ 1. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, als zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als hij als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter verkozen, overeenkomstig artikel 90, met dien verstande dat "de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn", "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn", "personen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn". Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap, behalve in geval van ontslag dat niet het gevolg is van een onverenigbaarheid, waargenomen overeenkomstig het tweede lid.1§ 1. Als de voorzitter het mandaat niet aanvaardt, als zijn mandaat vervallen wordt verklaard, als hij als verhinderd wordt beschouwd, afgezet of geschorst wordt, overleden is of ontslag genomen heeft, wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn een nieuwe voorzitter verkozen, overeenkomstig artikel 90, met dien verstande dat "de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn aansluitend op de installatievergadering van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn", “drie dagen” vermeld in paragraaf 1 wordt gelezen als “acht dagen”, "verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn", "personen" wordt gelezen als "raadsleden van de raad voor maatschappelijk welzijn". Tot aan de nieuwe verkiezing wordt het voorzitterschap, behalve in geval van ontslag dat niet het gevolg is van een onverenigbaarheid, waargenomen overeenkomstig het tweede lid.
2Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wijst hij de voorzitter of een lid van het vast bureau aan als zijn vervanger. Als hij geen vervanger heeft aangewezen of als de vervanger zelf tijdelijk afwezig is, dan wordt hij vervangen door de voorzitter of het lid van het vast bureau met de hoogste rang. Als de voorzitter of dat lid van het vast bureau de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het vast bureau, in volgorde van rang.2Als de voorzitter om een andere reden dan de redenen, vermeld in het eerste lid, tijdelijk afwezig is of als hij bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27, wijst hij de voorzitter of een lid van het vast bureau aan als zijn vervanger. Als hij geen vervanger heeft aangewezen of als de vervanger zelf tijdelijk afwezig is, dan wordt hij vervangen door de voorzitter of het lid van het vast bureau met de hoogste rang. Als de voorzitter of dat lid van het vast bureau de voorzitter niet kan vervangen, wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het vast bureau, in volgorde van rang.
3De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de verhindering of schorsing en van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing.3De voorzitter die als verhinderd wordt beschouwd, die geschorst is of tijdelijk afwezig is, wordt vervangen zolang hij verhinderd, geschorst of tijdelijk afwezig is. De raad voor maatschappelijk welzijn neemt akte van de verhindering of schorsing en van de beëindiging van de periode van de verhindering of schorsing.
+2 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 119
1Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris".1Artikel 5, 6, 8 tot en met 14, artikel 16 en 17, met uitzondering van artikel 6, § 3, tweede lid, artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, en artikel 10, eerste lid, 5°, 8° en 9°, zijn van toepassing op de districtsraden en hun leden, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "de gemeenteraadskiezer" wordt gelezen als "de districtsraadskiezer", "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het districtscollege", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "het gemeentehuis" wordt gelezen als "het districtshuis" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris".
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district als vermeld in artikel 115 de installatievergadering samengeroepen door de voorzitter van de gemeenteraad uiterlijk dertig dagen na de installatie van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad zit in dat geval de installatievergadering voor.2Met behoud van de toepassing van het eerste lid vindt de installatievergadering van de districtsraad plaats op dezelfde dag als de installatievergadering van de gemeenteraad of uiterlijk 30 dagen na de installatie van de gemeenteraad.
3De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid.3De voorzitter van de installatievergadering legt, als hij herkozen is als districtsraadslid, de eed af in handen van het oudste districtsraadslid.
4Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad.4Er bestaat een onverenigbaarheid tussen het mandaat van gemeenteraadslid en lid van de districtsraad.
+6 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 119/1 nieuw
1In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6, §1, gelden de volgende bepalingen bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115:
21° als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen districtsraadsleden door de voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de districtsraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. Bij ontstentenis van oproeping door de voorzitter van de gemeenteraad, vindt de installatievergadering van rechtswege plaats dertig dagen na de installatie van de gemeenteraad, in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen districtsraadsleden daarvan op de hoogte;
32° als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, roept de voorzitter van de gemeenteraad de nieuw verkozen raadsleden samen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is, maar op zijn vroegst na de installatievergadering van de gemeenteraad;
43° als er bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, roept de voorzitter van de gemeenteraad de verkozen raadsleden samen op de installatievergadering binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is.
5In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6, §2, zit bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de districtsraad tot er een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, zit een lid van het college van burgemeester en schepenen in afnemende volgorde van rang ze voor.
6In afwijking van artikel 119, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8, brengt een verkozen districtsraadslid dat voor zijn installatie afstand wil doen van zijn mandaat, de voorzitter van de gemeenteraad daarvan schriftelijk op de hoogte. De voormelde afstand wordt definitief zodra de districtsraad daarvan heeft kennisgenomen.
+2 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 120
1Artikel 7 is van toepassing op de verkiezing van de voorzitter van de districtsraad, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadscommissie" wordt gelezen als "districtsraadscommissie", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" , en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris".1Artikel 7 en 7/1 zijn van toepassing op de verkiezing van de voorzitter van de districtsraad, met dien verstande dat "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de districtsraad", "het gemeenteraadslid" wordt gelezen als "het districtsraadslid", "de voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "de voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadscommissie" wordt gelezen als "districtsraadscommissie", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" ““, gemeenteraadszitting” wordt gelezen als “zitting van de districtsraad”, en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris".
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de akte van voordracht voor de verkiezing van een voorzitter van de districtsraad bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente.
+3 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 122
1Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris" en met dien verstande dat de districtsschepenen de eed afleggen in handen van de voorzitter van de districtsraad.1Artikel 43 en 44 zijn van toepassing op de verkiezing van de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "districtsraadslid", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "algemeen directeur" wordt gelezen als "districtssecretaris".
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt bij de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van voordracht voor de verkiezing van de districtsschepenen aan de burgemeester.
2Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen zetelen in het districtscollege en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt.3Artikel 45, 47, 48, 49, § § 1, 2 en 4, en artikel 148 tot en met 156 en 160 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "gemeente" wordt gelezen als "district", "gemeenteraad" wordt gelezen als "districtsraad", "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de districtsraad", "gemeenteraadslid" wordt geleden als "districtsraadslid", "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen", "college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "districtscollege", "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester" en "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris", met dien verstande dat artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, 5°, 8° en 9°, niet van toepassing is op de districtsburgemeester en de districtsschepenen, en met dien verstande dat de wedde van de districtsschepenen wordt bepaald door de Vlaamse Regering, die daarbij rekening kan houden met de omvang van de bevoegdheden die aan de districten toegewezen worden, alsook met het inwonersaantal van het district, en dat de districtsraad de eretitel van de districtsburgemeester kan toekennen onder voorwaarden die hij bepaalt.
3Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester".4Artikel 157 tot en met 159 zijn, als ze de burgemeester en de schepenen betreffen, ook van toepassing op de districtsburgemeester en op de districtsschepenen, met dien verstande dat "schepen" wordt gelezen als "districtsschepen" en "burgemeester" wordt gelezen als "districtsburgemeester".
+37 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 123
1De districtsschepenen kiezen uit hun midden een voorzitter van Belgische nationaliteit.
1§1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de districtsraad behoort, districtsburgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, districtsburgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de districtsraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen districtsburgemeester. Als twee verkozenen van de grootste coalitiefractie een gelijk hoogste aantal naamstemmen hebben behaald, is de kandidaat die het hoogst gerangschikt stond op de lijst, de districtsburgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de districtsraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende aanduiding van de districtsburgemeester.
2Vanaf de installatie van de districtsschepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, districtsburgemeester.
3Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de districtsraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de districtsburgemeester zelf de voorzitter van de districtsraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. De districtsburgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het districtsburgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
4In geval van een algehele vernieuwing van de districtsraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de districtsraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de districtsraad.
5§2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van districtsburgemeester niet aanvaardt of definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, dan wordt, met herneming van de procedure in paragraaf 1, het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, districtsburgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van districtsburgemeester op te nemen, dan wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, districtsburgemeester.
6De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte.
7§3. In afwijking van paragraaf 2 kan een akte van opvolging van districtsburgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, worden ingediend. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van districtsburgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris.
8Een ontvankelijke akte van opvolging van districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden:
91° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
102° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
113° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester. De opvolging kan op zijn vroegst in werking treden op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode;
124° ze vermeldt de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. De voormelde persoon behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt opgevolgd;
135° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
146° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
157° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd.
16De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester en de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. Bij het bereiken van de voormelde einddatum is de districtsburgemeester van rechtswege ontslagnemend.
17Als het mandaat van districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, is de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2.
18Als het mandaat van districtsburgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de akte van opvolging, het mandaat vervroegd op.
19Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp.
20Een nieuwe akte van opvolging kan alleen ingediend worden in de volgende gevallen:
211° de akte van opvolging is onontvankelijk;
222° het mandaat van de districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan conform paragraaf 2;
233° voor de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, geen districtsraadslid meer.
24Het tweede lid, met uitzondering van punt 7°, is van toepassing op de nieuwe akte van opvolging, vermeld in het zevende lid. De voormelde nieuwe akte van opvolging wordt uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad aan de districtssecretaris bezorgd.
25Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van districtsburgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de districtsburgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tiende lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester wordt ingediend bij de districtssecretaris.
26Een ontvankelijke akte van voordracht van kandidaat-districtsburgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden:
271° ze draagt een districtsraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
282° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het negende lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
293° ze vermeldt de naam van de kandidaat-districtsburgemeester. De kandidaat-districtsburgemeester behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt vervangen;
304° ze is ondertekend door meer dan de helft van de districtsraadsleden;
315° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, vol- staat de handtekening van een van hen;
326° ze is uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de districtsraad waarop de vervanging van de burgemeester is geagendeerd, aan de districtssecretaris bezorgd.
33Niemand kan meer dan één akte van opvolging of een akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, §2.
34De districtssecretaris bezorgt een afschrift van de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de districtsburgemeester.
35Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de districtssecretaris in voorkomend geval de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad. In voorkomend geval bezorgt de districtssecretaris de akte van voordracht aan de voorzitter van de districtsraad.
36De voorzitter van de districtsraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Alleen de handtekeningen van de districtsraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarbij in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als districtsraadslid de eed hebben afgelegd.
37In geval van de oprichting van een nieuw district, vermeld in artikel 115, wordt de akte van opvolging bezorgd aan de algemeen directeur van de gemeente. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester. Nadat de districtsraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van opvolging aan de voorzitter van de districtsraad
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 151
1In geval van verhindering of schorsing als vermeld in artikel 47, 60, 80, 122, tweede lid, of artikel 156, wordt de wedde die verbonden is aan het mandaat toegekend aan degene die de verhinderde of geschorste mandataris vervangt. De verhinderde of geschorste mandataris ontvangt geen wedde voor de periode van de verhindering of schorsing.1In geval van verhindering of schorsing als vermeld in artikel 47, 60, 80, 122, derde lid, of artikel 156, wordt de wedde die verbonden is aan het mandaat toegekend aan degene die de verhinderde of geschorste mandataris vervangt. De verhinderde of geschorste mandataris ontvangt geen wedde voor de periode van de verhindering of schorsing.
2Als een schepen of een gemeenteraadslid de burgemeester vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen of als een gemeenteraadslid een schepen vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt aan hem, met behoud van de toepassing van het eerste lid, een wedde uitbetaald. Als een schepen of een gemeenteraadslid een burgemeesterswedde ontvangt, vervalt die van de burgemeester. Als een gemeenteraadslid een schepenwedde ontvangt, vervalt die van de schepen.2Als een schepen of een gemeenteraadslid de burgemeester vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen of als een gemeenteraadslid een schepen vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt aan hem, met behoud van de toepassing van het eerste lid, een wedde uitbetaald. Als een schepen of een gemeenteraadslid een burgemeesterswedde ontvangt, vervalt die van de burgemeester. Als een gemeenteraadslid een schepenwedde ontvangt, vervalt die van de schepen.
3Als een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt hem een wedde uitbetaald. Als het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn een wedde ontvangt, vervalt die van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid.3Als een lid van de raad voor maatschappelijk welzijn de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, vervangt gedurende minstens dertig opeenvolgende dagen, wordt hem een wedde uitbetaald. Als het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn een wedde ontvangt, vervalt die van de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 154
63° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan;63° mandataris van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als lid van een bestuursorgaan van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap of een filiaal ervan;
74° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet;74° lid van een bestuursorgaan van een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, of van een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van dit decreet;
85° lid van een bestuursorgaan van een sociale huisvestingsmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021;85° lid van een bestuursorgaan van een woonmaatschappij als vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
96° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet;96° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 386 van dit decreet;
107° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 188 van het Provinciedecreet van 9 december 2005;107° lid van een bestuursorgaan van een rechtspersoon als vermeld in artikel 188 van het Provinciedecreet van 9 december 2005;
+1 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 352
64° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten.";64° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten.";
75° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten.";75° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten.";
85°/1 worden in artikel 92, zevende lid, van hetzelfde decreet de woorden “de algemeen directeur” gelezen als de woorden “de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017”;
86° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten";96° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten";
97° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen";107° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen";
+8 −2 decreet-2017-12-22-1029017/art. 352
42° wordt in artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet de zin "In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld." gelezen als de zin "Voor de samengevoegde gemeenten wordt een gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau samengesteld.";42° wordt in artikel 37, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet de zin "In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld." gelezen als de zin "Voor de samengevoegde gemeenten wordt een gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau samengesteld.";
53° worden in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "moet men kiezer zijn" gelezen als de woorden "moet men kiezer zijn in een van de samengevoegde gemeenten";53° worden in artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "moet men kiezer zijn" gelezen als de woorden "moet men kiezer zijn in een van de samengevoegde gemeenten";
64° wordt in artikel 68, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten.";64° wordt in artikel 68, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet de zinsnede "het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente" gelezen als de zinsnede "de gemeentehuizen, in de gemeentelijke informatiebladen of op de websites van de samengevoegde gemeenten.";
75° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten.";75° wordt in artikel 69 van hetzelfde decreet het eerste lid gelezen als volgt: "De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraad van de nieuwe gemeente moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid van een van de samengevoegde gemeenten, hetzij door ten minste 100 gemeenteraadskiezers van de samengevoegde gemeenten.";
86° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten";86° worden in artikel 98 van hetzelfde decreet de woorden "het gemeentesecretariaat" gelezen als de woorden "de gemeentesecretariaten van de samengevoegde gemeenten";
97° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen";97° worden in artikel 173, eerste lid, van hetzelfde decreet de woorden "De gemeentesecretaris legt" gelezen als de woorden "De algemeen directeurs van de samengevoegde gemeenten leggen";
108° worden in artikel 173, tweede lid, van hetzelfde decreet de woorden "Het gemeentebestuur bezorgt" gelezen als de woorden "De gemeentebesturen van de samengevoegde gemeenten bezorgen";108° worden in artikel 173, tweede lid, van hetzelfde decreet de woorden "Het gemeentebestuur bezorgt" gelezen als de woorden "De gemeentebesturen van de samengevoegde gemeenten bezorgen";
119° wordt in artikel 191, §4, van hetzelfde decreet de zinsnede "vastgesteld overeenkomstig artikel 16" gelezen als de zinsnede "vastgesteld door optelling van de aantallen kiezers in de samengevoegde gemeenten, vastgesteld overeenkomstig artikel 16";119° wordt in artikel 191, §4, van hetzelfde decreet de zinsnede “vastgesteld op basis van een extractie uit het Rijksregister” gelezen als de zinsnede “vastgesteld door optelling van de aantallen kiezers in de samengevoegde gemeenten, vastgesteld op basis van een extractie uit het Rijksregister”;
1210° wordt in artikel 8 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 de zin "Het gemeentebestuur en het stadsdistrictsbestuur voorzien respectievelijk de gemeentelijke hoofdbureaus en de stadsdistrictshoofdbureaus van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer." gelezen als de zin "Het gemeentebestuur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, voorziet het gemeentelijk hoofdbureau van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer.".1210° wordt in artikel 8 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 de zin "Het gemeentebestuur en het stadsdistrictsbestuur voorzien respectievelijk de gemeentelijke hoofdbureaus en de stadsdistrictshoofdbureaus van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer." gelezen als de zin "Het gemeentebestuur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, voorziet het gemeentelijk hoofdbureau van de apparatuur voor het kandidatenbeheer en het resultatenbeheer.".
13Als een gemeente waar gestemd wordt met een digitaal stemsysteem, en een gemeente waar gestemd wordt zonder een digitaal stemsysteem, samengevoegd worden:
141° zijn artikel 121 en 122 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 9, §2 en §3, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 5°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012;
152° zijn artikel 157, 158 en 159, eerste lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 23 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 6°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012;
163° zijn artikel 160 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 24 van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 28, 6°, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012;
174° zijn artikel 172 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, voor de verkiezing in de gemeente met stemming op papier, en artikel 26,
18§1, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012, voor de verkiezing in de gemeente met digitale stemming, van toepassing op het gezamenlijk gemeentelijk hoofdbureau, in afwijking van artikel 3 en 26, §1, van het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 353
15In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente.15In afwijking van artikel 91, § 2, derde lid, gaat de algemeen directeur- coördinator, vermeld in artikel 346, uiterlijk de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen, na hoeveel zetels in het bijzonder comité voor de sociale dienst aan de verschillende lijsten toekomen, met toepassing van artikel 91, § 2, eerste en tweede lid. Hij maakt op dezelfde dag die zetelverdeling bekend op de webtoepassing van de samengevoegde gemeenten en de eventuele webtoepassing van de nieuwe gemeente.
16§ 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen.16§ 4. Behalve als er tussen de samengevoegde gemeenten een andere afspraak is gemaakt, doet het gemeentehuis van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator conform artikel 346, dienst als gemeentehuis van de nieuwe gemeente zolang de gemeenteraad geen ander gebouw als gemeentehuis heeft gekozen.
17§ 5. In afwijking van artikel 36, § 2, eerste lid, 8°, kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen, twee fracties vormen, als aan de algemeen directeur van de gemeente waarvan de algemeen directeur aangewezen is als coördinator overeenkomstig artikel 346, tegen ontvangstbewijs een afschrift van de akte inzake fractievorming bezorgd wordt uiterlijk de eerste werkdag na de dag waarop de voordrachtsakte of de verbeteringsakte bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau is ingediend.
17§ 5. ...
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 354
1In voorkomend geval is voor de installatievergadering van de districtsraad van een nieuw district artikel 119, tweede lid, van toepassing.1In voorkomend geval is voor de installatievergadering van de districtsraad van een nieuw district artikel 119/1, van toepassing.
+16 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 354/1
1§1. In afwijking van artikel 58, §2 en §3, en artikel 59, eerste lid, kan de Vlaamse Regering in een nieuwe gemeente in de eerste bestuursperiode een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een akte van opvolging van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van opvolging van burgemeester vast en de wijze waarop die ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van opvolging van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur-coördinator.
2Een ontvankelijke akte van opvolging van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
42° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
53° ze vermeldt de einddatum van het mandaat van burgemeester;
64° ze vermeldt de voor- en achternaam van de persoon die de burgemeester opvolgt;
75° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
86° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
97° ze is uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur-coördinator bezorgd.
10De akte van opvolging kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-opvolger vermelden. In dat geval kan op de akte van opvolging de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend.
11Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van opvolging, of, als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld als de persoon die de burgemeester zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende kandidaat-opvolger, vermeld in de akte van opvolging, vervroegd. Als de persoon die als laatste kandidaat-opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger van de kandidaat-opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 58, §1.
12Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
13De algemeen directeur-coördinator bezorgt een afschrift van de akte van opvolging aan de burgemeester van de gemeente waarvan hij algemeen directeur is.
14§2. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur-coördinator de akte van opvolging aan de voorzitter van de gemeenteraad.
15De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de eerste paragraaf. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte van opvolging aan de Vlaamse Regering.
16De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolgers bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van de titularis.
+1 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 384/2 nieuw
1In afwijking van artikel 122 en 149, vierde lid, 1°, worden aaneensluitende prestaties, geleverd van 1 januari tot en met 30 november in het laatste jaar van de eerste bestuursperiode van een district van een nieuwe gemeente, voor de berekening van de uittredingsvergoeding beschouwd als een gepresteerd jaar.
+2 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 524
1Met behoud van de toepassing van artikel 14 van de Nieuwe Gemeentewet, zijn artikel 58, 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), van toepassing op de gemeente Voeren.
1Artikel 58, § 1, § 2 en § 3, eerste lid en tweede lid, eerste zin, artikel 59, 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, van dit decreet zijn van toepassing op de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.2Artikel 60, 61 en 62, eerste tot en met vijfde lid, met uitzondering van het eerste lid, 2°, e), zijn van toepassing op de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, met dien verstande dat het woord “aangeduid” wordt gelezen als “benoemd”, de zinsnede “artikel 58” wordt gelezen als “artikel 524/1” en de woorden “eedaflegging van de aangewezen-burgemeester tijdens de gemeenteraad” worden gelezen als “nieuwe benoeming”.
+14 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 524/1
1§1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, door de Vlaamse Regering benoemd uit de verkozenen voor de gemeenteraad. De voormelde verkozenen kunnen daarvoor kandidaten voordragen voor wie een gedagtekende akte van voordracht van burgemeester die voldoet aan al de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in het tweede lid, wordt voorgelegd aan de provinciegouverneur. De Vlaamse Regering stelt het model van de akte van voordracht van burgemeester vast en de wijze waarop dat model ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de akte van voordracht van burgemeester wordt ingediend bij de algemeen directeur.
2Een ontvankelijke akte van voordracht van burgemeester voldoet aan al de volgende voorwaarden:
31° ze draagt een gemeenteraadslid voor dat de Belgische nationaliteit heeft;
42° ze is gedaan op de modelakte die de Vlaamse Regering krachtens het eerste lid vaststelt en die op de dag van de verkiezingen door een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit van de Vlaamse overheid met de datumstempel van die dag ter beschikking is gesteld;
53° ze is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen deelnamen;
64° ze is ondertekend door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen;
75° ze is bezorgd aan de provinciegouverneur.
8Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van het voormelde verbod wordt bestraft conform artikel 7, §2.
9De akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van de kandidaat-burgemeester vermelden. In dat geval kan op de akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die worden voorgedragen om hem op te volgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend als de einddatum van het mandaat is bereikt. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de akte van voordracht, of als de persoon die in de akte van voordracht is vermeld als de persoon die de burgemeester opvolgt, zijn mandaat niet opneemt, wordt de voordracht van de eerstvolgende opvolger, vermeld in de akte van voordracht, vervroegd. Als de persoon die als laatste opvolger is vermeld, het mandaat niet kan opnemen of als er geen opvolger is vermeld, wordt tot vervanging overgegaan conform artikel 62. Als de voor- dracht geen einddatum vermeldt, wordt, in voorkomend geval, de vermelding van een of meer opvolgers als onbestaand beschouwd.
10De Vlaamse Regering gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is conform het tweede lid.
11De Vlaamse Regering kan altijd om een nieuwe voordracht verzoeken.
12§ 2. Een voorgedragen kandidaat-burgemeester als vermeld in paragraaf 1, die niet is benoemd, kan tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer opnieuw worden voorgedragen, tenzij op basis van nieuwe feiten of nieuwe gegevens.
13§ 3. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, buiten de verkozenen voor de gemeenteraad worden benoemd uit de gemeenteraadskiezers die minstens vijfentwintig jaar oud zijn.
14De burgemeester die buiten de raad is benoemd, is in alle gevallen stemgerechtigd in het college van burgemeester en schepenen en beschikt over een raadgevende stem in de gemeenteraad.
+3 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 524/2
1De burgemeester in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wordt benoemd voor een periode van zes jaar, behalve in de gevallen, vermeld in artikel 61, 62 en 524/1, § 1, vierde lid.
2Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de burgemeester de volgende eed af in handen van de provinciegouverneur: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Behalve als de burgemeester wordt benoemd buiten de raad, geldt die eedaflegging ook als eedaflegging als gemeenteraadslid als vermeld in artikel 6. De burgemeester die de eed na twee oproepingen niet aflegt, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen.
3Na de gemeenteraadsverkiezingen blijft de aftredende burgemeester in functie tot de nieuwe burgemeester is geïnstalleerd.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd