Decreet houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank
Staatsblad 17 juni 2019 NUMAC 2019041147
7 artikels gewijzigd
| 11 | 10° Haags Verdrag : het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend in Den Haag op 29 mei 1993; | 11 | 10° Haags Verdrag : het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend in Den Haag op 29 mei 1993; |
| 12 | 11° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie; | 12 | 11° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie; |
| 13 | 12° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die de taken, vermeld in artikel 7, § 2, uitvoert. | 13 | 12° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die de taken, vermeld in artikel 7, § 2, uitvoert; |
| 14 | 13° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie; | 14 | 13° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie; |
| 15 | 14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank. | ||
| 1 | § 1. Een adoptiedienst treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te informeren, te bemiddelen en de nazorg te verstrekken. | 1 | § 1. Een adoptiedienst treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te informeren, te bemiddelen en de nazorg te verstrekken. |
| 2 | De adoptiedienst stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens: | ||
| 3 | 1° het dossier van het kind, dat de gegevens, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, bevat; | ||
| 4 | 2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt; | ||
| 5 | 3° de documenten in verband met de nazorg; | ||
| 6 | 4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant. | ||
| 2 | § 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn : | 7 | § 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn : |
| 3 | 1° mede op grond van de kindstudie, de juridische en sociaal-psychologische adopteerbaarheid van het kind nagaan; | 8 | 1° mede op grond van de kindstudie, de juridische en sociaal-psychologische adopteerbaarheid van het kind nagaan; |
| 10 | 8° voorstellen voor mogelijke adoptiesamenwerking aanbrengen bij het Vlaams Centrum voor Adoptie; | 15 | 8° voorstellen voor mogelijke adoptiesamenwerking aanbrengen bij het Vlaams Centrum voor Adoptie; |
| 11 | 9° de adoptiewerking periodiek evalueren en hierover rapporteren aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. | 16 | 9° de adoptiewerking periodiek evalueren en hierover rapporteren aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. |
| 17 | 10° het rapport, vermeld in artikel 361-2/1 van het Oud Burgerlijk Wetboek, opmaken op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 12 | § 3. De taak inzake informeren is de kandidaat-adoptanten, gedurende de voorbereidingssessie en in samenspraak met het Steunpunt Adoptie, informeren over de herkomstlanden waarmee een lopende adoptiesamenwerking bestaat. | 18 | § 3. De taak inzake informeren is de kandidaat-adoptanten, gedurende de voorbereidingssessie en in samenspraak met het Steunpunt Adoptie, informeren over de herkomstlanden waarmee een lopende adoptiesamenwerking bestaat. |
| 13 | § 4. ... | 19 | § 4. ... |
| 2 | § 2. De Vlaamse adoptieambtenaar heeft inzake interlandelijke en binnenlandse adoptie de volgende taken : | 2 | § 2. De Vlaamse adoptieambtenaar heeft inzake interlandelijke en binnenlandse adoptie de volgende taken : |
| 3 | 1° alle dossiers over adoptie bewaren; | 3 | 1° alle dossiers over adoptie bewaren; |
| 4 | 2° inzage verlenen in de adoptiedossiers volgens de regels bepaald in dit decreet; | ||
| 4 | 2°...; | ||
| 5 | 3° bijstand verlenen aan geadopteerden die op zoek zijn naar gegevens over hun adoptiedossier en eventueel ter zake zelf actie ondernemen. | 5 | 3° bijstand verlenen aan geadopteerden die op zoek zijn naar gegevens over hun adoptiedossier en eventueel ter zake zelf actie ondernemen. |
| 6 | § 3. De Vlaamse adoptieambtenaar gaat na of een adoptiedossier dat werd voorgedragen door een erkende adoptiedienst of een zelfstandige adoptant volledig is en vraagt, in voorkomend geval, elke nadere informatie op. | 6 | § 3. De Vlaamse adoptieambtenaar gaat na of een adoptiedossier dat werd voorgedragen door een erkende adoptiedienst of een zelfstandige adoptant volledig is en vraagt, in voorkomend geval, elke nadere informatie op. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). | ||
| 2 | § 1/1. Dit artikel is van toepassing op de dossiergegevens die geen gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, uitmaken. | ||
| 3 | § 2. De geadopteerde kan van elke bij dit decreet erkende trefgroep informatie, vraagverheldering en toeleiding inzake inzagerecht verkrijgen. | ||
| 4 | § 3. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage van zijn adoptiedossier. Over het verzoek tot inzage van een geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, wordt door de Vlaamse adoptieambtenaar beslist, rekening houdend met de maturiteit van de verzoeker. Elke verzoeker kan zich bij inzage laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. | ||
| 5 | § 4. De minderjarige heeft recht op toegang tot de gegevens die hem betreffen. | ||
| 1 | § 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit. | ||
| 2 | § 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3. | ||
| 3 | Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon. | ||
| 4 | § 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant. | ||
| 6 | De minderjarige heeft recht op toelichting bij de gegevens waartoe hij toegang heeft. Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door de minderjarige afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming. | 5 | § 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage. |
| 7 | § 5. Elke inzage bij de Vlaamse adoptieambtenaar of een adoptiedienst moet schriftelijk aan de Vlaamse adoptieambtenaar worden gevraagd. Uiterlijk binnen een maand na ontvangst van de aanvraag verleent de Vlaamse adoptieambtenaar inzage van het dossier of brengt hij de verzoeker op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering conform de algemene verordening gegevensbescherming. Een kind kan zijn adoptiedossier alleen inzien onder begeleiding. | ||
| 8 | § 6. Elke geadopteerde kan de Vlaamse adoptieambtenaar verzoeken om verdere informatie over zichzelf op te vragen. | ||
| 9 | § 7. Er kan beroep aangetekend worden tegen de beslissing van de Vlaamse adoptieambtenaar zoals bepaald in het decreet van 1 juni 2001, gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2011, houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen. | ||
| 10 | § 8. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de uitoefening van het inzagerecht. | ||
| 6 | § 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag. | ||
| 7 | De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door het Vlaams Centrum voor Adoptie of door de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. | ||
| 8 | Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. | ||
| 9 | § 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd. | ||
| 10 | De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de adoptiedienst of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend. | ||
| 11 | § 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, neemt de instantie die de inzage verleent, contact op met de betrokken persoon om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokken persoon, maakt de instantie die de inzage verleent, een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde van die informatie op de hoogte kan worden gebracht. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard. | ||
| 12 | § 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Daarbij wordt de mogelijkheid onderzocht om via de bevoegde autoriteiten of contactpersonen in het land van herkomst extra informatie op te vragen. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken. | ||
| 13 | Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie. | ||
| 14 | § 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen in binnen- of buitenland die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen. | ||
| 15 | § 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificerende informatie over de geadopteerde. | ||
| 16 | Als verzoekers concretere informatie willen, waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar. | ||
| 17 | § 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie. |
| 12 | 11° adoptie van een gekend kind : de adoptie van een kind dat met de adoptant, met diens echtgenoot of echtgenote, of met de persoon met wie de adoptant samenwoont, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad; of met de adoptant reeds het dagelijkse leven deelt of met wie de adoptant reeds een sociale en affectieve band heeft; | 12 | 11° adoptie van een gekend kind : de adoptie van een kind dat met de adoptant, met diens echtgenoot of echtgenote, of met de persoon met wie de adoptant samenwoont, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad; of met de adoptant reeds het dagelijkse leven deelt of met wie de adoptant reeds een sociale en affectieve band heeft; |
| 13 | 12° decreet van 20 januari 2012 : het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen; | 13 | 12° decreet van 20 januari 2012 : het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen; |
| 14 | 13° instroombeheer : het systeem waarbij kandidaat-adoptieouders worden toegelaten tot de voorbereiding afhankelijk van het aantal kinderen waarvoor, door de dienst voor binnenlandse adoptie, bemiddeld kan worden en afhankelijk van het aantal kandidaat-adoptieouders dat, binnen een redelijke termijn, een kind zal kunnen adopteren. | 14 | 13° instroombeheer : het systeem waarbij kandidaat-adoptieouders worden toegelaten tot de voorbereiding afhankelijk van het aantal kinderen waarvoor, door de dienst voor binnenlandse adoptie, bemiddeld kan worden en afhankelijk van het aantal kandidaat-adoptieouders dat, binnen een redelijke termijn, een kind zal kunnen adopteren; |
| 15 | 14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank. | ||
| 1 | § 1. De dienst voor binnenlandse adoptie treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te bemiddelen, de nazorg te verstrekken en de kandidaat-adoptant en afstandsouder te begeleiden en te informeren. | 1 | § 1. De dienst voor binnenlandse adoptie treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te bemiddelen, de nazorg te verstrekken en de kandidaat-adoptant en afstandsouder te begeleiden en te informeren. |
| 2 | De dienst voor binnenlandse adoptie stelt een adoptiedossier samen dat uit de volgende drie bestanddelen bestaat : een dossier met informatie over de geadopteerde, een dossier met informatie over de afstandsouder en een dossier met informatie over de kandidaat-adoptant. | ||
| 2 | De dienst voor binnenlandse adoptie stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens: | ||
| 3 | 1° het dossier van het kind, dat gegevens bevat over zijn identiteit, zijn adopteerbaarheid, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en het medische verleden van zijn familie, zijn sociale milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsook zijn bijzondere behoeften; | ||
| 4 | 2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt; | ||
| 5 | 3° de documenten in verband met de nazorg; | ||
| 6 | 4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant. | ||
| 3 | § 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn : | 7 | § 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn : |
| 4 | 1° de kindstudie opstellen en daarin de juridische en sociaalpsychologische adopteerbaarheid van het kind beschrijven; | 8 | 1° de kindstudie opstellen en daarin de juridische en sociaalpsychologische adopteerbaarheid van het kind beschrijven; |
| 8 | 5° zorgen voor een gepaste opvang van het kind, totdat er een definitieve oplossing gevonden is; | 12 | 5° zorgen voor een gepaste opvang van het kind, totdat er een definitieve oplossing gevonden is; |
| 9 | 6° het onderzoek voeren, vermeld in artikel 1231.10, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek. | 13 | 6° het onderzoek voeren, vermeld in artikel 1231.10, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek. |
| 14 | 7° het onderzoek voeren, vermeld in artikel 1231-35, van het Gerechtelijk Wetboek; | ||
| 15 | 8° het onderzoek voeren over het belang van het in de procedure bedoelde kind om te worden geadopteerd, vermeld in artikel 1231-6, van het Gerechtelijk Wetboek. | ||
| 10 | De gepaste opvang van een kind totdat er een definitieve oplossing gevonden is, kan zijn een directe plaatsing waarbij het te adopteren kind rechtstreeks wordt geplaatst bij de kandidaat-adoptanten, of in een tijdelijke pleegzorgplaatsing. De dienst voor binnenlandse adoptie motiveert de keuze voor een directe plaatsing dan wel een tijdelijke pleegzorgplaatsing omstandig en schriftelijk, rekening houdend met de specifieke situatie, wensen en belangen van het kind, de afstandsouder en de kandidaat-adoptant. | 16 | De gepaste opvang van een kind totdat er een definitieve oplossing gevonden is, kan zijn een directe plaatsing waarbij het te adopteren kind rechtstreeks wordt geplaatst bij de kandidaat-adoptanten, of in een tijdelijke pleegzorgplaatsing. De dienst voor binnenlandse adoptie motiveert de keuze voor een directe plaatsing dan wel een tijdelijke pleegzorgplaatsing omstandig en schriftelijk, rekening houdend met de specifieke situatie, wensen en belangen van het kind, de afstandsouder en de kandidaat-adoptant. |
| 11 | § 3. De taken inzake de nazorg zijn : | 17 | § 3. De taken inzake de nazorg zijn : |
| 1 | § 1. Elke geadopteerde heeft, afhankelijk van zijn leeftijd en maturiteit, recht op informatie over zijn afkomst, waaronder de identiteit van zijn afstandsouders. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft elke geadopteerde recht op inzage in dat onderdeel van het adoptiedossier met informatie over zichzelf. Over het verzoek tot inzage van een geadopteerde die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, wordt door de dienst voor binnenlandse adoptie beslist, rekening houdend met de maturiteit van de geadopteerde. Elke geadopteerde kan zich bij inzage laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. | ||
| 2 | § 2. Elke inzage moet schriftelijk aan de dienst voor binnenlandse adoptie worden gevraagd. Uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de aanvraag verleent de dienst voor binnenlandse adoptie inzage in het dossier met informatie over de geadopteerde, of brengt hij de verzoeker op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering om inzage te verlenen in bepaalde onderdelen van het dossier conform de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). | ||
| 3 | § 3. Een geadopteerde kan bezwaar aantekenen bij de Vlaamse adoptieambtenaar tegen een weigering van de dienst voor binnenlandse adoptie om inzage te verlenen in bepaalde onderdelen van het adoptiedossier van geadopteerde. Dit bezwaar moet schriftelijk worden gericht aan de Vlaamse adoptieambtenaar. Binnen één maand na ontvangst neemt de Vlaamse adoptieambtenaar een gemotiveerde beslissing. | ||
| 4 | § 4. Afstandsouders hebben recht op niet-identificeerbare informatie over de geadopteerde. Indien zij andere informatie wensen, kan dat enkel met respect voor de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, en indien de adoptanten, of na het bereiken van de leeftijd van meerderjarigheid, de geadopteerde, daarmee instemmen. De geïnformeerde toestemming van een minderjarige geadopteerde is noodzakelijk zodra die de nodige maturiteit heeft bereikt en in ieder geval vanaf de leeftijd van twaalf jaar. | ||
| 1 | § 1. Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst en over zijn adoptie. Als de geadopteerde minderjarig is, wordt de inhoud van de verstrekte informatie aangepast aan zijn leeftijd en maturiteit. | ||
| 2 | § 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3. | ||
| 3 | Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van het afstammingscentrum of de binnenlandse adoptiedienst en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon. | ||
| 4 | § 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant. | ||
| 5 | § 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage. | ||
| 6 | § 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag. | ||
| 7 | De inzage kan, naar keuze van de geadopteerde, worden verleend door het afstammingscentrum, door de vergunde dienst voor binnenlandse adoptie of door het Vlaams Centrum voor Adoptie. | ||
| 8 | Als de inzage door het afstammingscentrum wordt verleend, bezorgt het Vlaams Centrum voor Adoptie of de dienst voor binnenlandse adoptie zo snel mogelijk een kopie van de stukken van het adoptiedossier aan het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum werkt bij elke inzage die het verstrekt, nauw samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en met de dienst voor binnenlandse adoptie. | ||
| 9 | § 6. De inzage wordt verleend binnen een maand nadat het afstammingscentrum aan de aanvrager een ontvangstbevestiging heeft gestuurd. | ||
| 10 | De termijn, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de dienst voor binnenlandse adoptie of het Vlaams Centrum voor Adoptie het adoptiedossier niet in het bezit hebben en er verder moet worden nagegaan waar de stukken over de adoptie zich bevinden. De geadopteerde wordt daarvan op de hoogte gebracht. Als er maar een beperkt aantal stukken over de adoptie beschikbaar zijn, wordt al inzage in die stukken verleend. | ||
| 11 | § 7. Als door de kennisgeving van bepaalde gegevens uit het dossier de fysieke of psychische integriteit van een derde persoon in het gedrang kan komen, wordt vooraf contact met de betrokken persoon genomen om hem te informeren over het verzoek tot inzage en om na te gaan welke informatie aan de geadopteerde kan worden verstrekt. Dat gebeurt bij voorkeur door de binnenlandse adoptiedienst die de afstandsouder heeft begeleid. Als er geen contact kan worden opgenomen met de betrokkene, maakt de instantie die de inzage verleent een afweging tussen de verschillende belangen alvorens te beslissen of, hoe en in welke mate de geadopteerde op de hoogte kan worden gebracht van die informatie. Die afweging wordt beschreven en in het adoptiedossier bewaard. | ||
| 12 | § 8. Elke geadopteerde kan het afstammingscentrum verzoeken om verdere informatie over die geadopteerde op te vragen. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de dienst voor binnenlandse adoptie, in het bijzonder als die dienst bemiddeld heeft voor de totstandkoming van de adoptie. Het afstammingscentrum wijst de geadopteerde in voorkomend geval door naar de personen, diensten of instellingen die hem verdere informatie kunnen verstrekken. | ||
| 13 | Het afstammingscentrum is gerechtigd om bij elke instantie die daarover beschikt, in naam van de geadopteerde alle informatie of stukken op te vragen die betrekking hebben op zijn afstamming en zijn adoptie. | ||
| 14 | § 9. Een geadopteerde die contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie, kan het afstammingscentrum daarvoor om bijstand verzoeken. Het afstammingscentrum werkt daarvoor samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie en de binnenlandse adoptiedienst. Het afstammingscentrum gaat na of er contact mogelijk is en op welke wijze dat contact tot stand kan worden gebracht. Waar mogelijk gebeurt dit steeds via de dienst die de adoptie heeft gerealiseerd. Het verwijst in voorkomend geval door naar andere diensten of instellingen die de geadopteerde verder kunnen begeleiden om het contact tot stand te brengen. | ||
| 15 | § 10. Afstandsouders en biologische verwanten tot de derde graad van de geadopteerde hebben recht op algemene en niet-identificeerbare informatie over de geadopteerde. | ||
| 16 | Als verzoekers concretere informatie wensen waardoor de identificatie van de geadopteerde of zijn familieleden mogelijk wordt, kan dat pas na uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming van de geadopteerde en, als hij nog minderjarig is, van de adoptanten. De uitdrukkelijke geïnformeerde toestemming van de minderjarige geadopteerde is vereist als hij over de nodige maturiteit beschikt en steeds vanaf de leeftijd van twaalf jaar. | ||
| 5 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitoefening van het inzagerecht en de samenstelling van het adoptiedossier. | 17 | § 11. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de uitoefening van het inzagerecht en voor de wijze waarop het afstammingscentrum de geadopteerde bijstaat als hij meer informatie over zichzelf wil verkrijgen of contact wil opnemen met leden van zijn biologische familie. |