Decreet betreffende de organisatie en ondersteuning van het geestelijke gezondheidsaanbod
Staatsblad 17 mei 2019 NUMAC 2019012372
30 artikels gewijzigd
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° centrum voor geestelijke gezondheidszorg: de erkende verzorgingsvoorziening die op multidisciplinaire wijze ambulante geestelijke gezondheidszorg verleent in een extramuraal kader aan personen wiens geestelijke gezondheid verstoord is; | ||
| 3 | 1°/1 gebruiker: een gebruiker als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 5 april 2019 betreffende de organisatie en ondersteuning van het geestelijke gezondheidsaanbod; | ||
| 4 | 1°/2 geestelijke gezondheidsnetwerk: een geestelijke gezondheidsnetwerk als vermeld in artikel 2, 15°, van het decreet van 5 april 2019 betreffende de organisatie en ondersteuning van het geestelijke gezondheidsaanbod; | ||
| 5 | 2° LOGO: een door de Vlaamse Regering erkend samenwerkingsverband voor locoregionaal gezondheidsoverleg en -organisatie binnen een geografisch aaneengesloten gebied als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid; | ||
| 6 | 3°...; | ||
| 7 | 4° ...; | ||
| 8 | 5° regering: de Vlaamse regering; | ||
| 9 | 6° registratie: de geüniformiseerde verzameling van geanonimiseerde kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de kenmerken van de patiëntenpopulatie en van de geleverde verantwoorde zorg en dit met het oog op de zelfevaluatie van het centrum voor geestelijke gezondheidszorg en het leveren van relevante informatie aan de regering; | ||
| 10 | 7° subsidie-enveloppe: het budget dat het centrum voor geestelijke gezondheidszorg jaarlijks ontvangt, op basis van vooraf door de regering vastgestelde parameters, om de overeengekomen prestaties en resultaten te leveren op een kwaliteitsvolle wijze; | ||
| 11 | 8° verwijzers: de door de regering aangewezen instanties die onder meer op basis van hun adequaat inzicht in het hulpverleningsaanbod binnen de Vlaamse Gemeenschap gebruikers verwijzen naar centra voor geestelijke gezondheidszorg. |
| 1 | Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg is overeenkomstig de opdrachtverklaring, verplicht aan iedere gebruiker, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, van ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en zonder onderscheid van de vermogenstoestand van de betrokkene, verantwoorde zorg zoals bedoeld in artikel 4 te verstrekken en hem op een respectvolle manier te behandelen. |
| 1 | § 1. Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg verstrekt verantwoorde zorg als deze zorg voldoet aan de vereisten van doelmatigheid, doeltreffendheid, continuïteit, veiligheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid, en bestaat uit onder meer volgende elementen: intake, diagnose en indicatiestelling, sociaal-psychiatrische en psychotherapeutische behandeling en begeleiding, informatie en adviesverstrekking aan verwijzers met betrekking tot haar opdracht, werkingsbeginselen en doelgroepen. | ||
| 2 | § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1 en na overleg met de gebruiker, overlegt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg met de verwijzer en in voorkomend geval met andere betrokken hulpverleners en/of personen uit de leefomgeving van de patiënt. Dit overleg leidt tot afspraken over de bijdrage tot de zorg van elk van deze samenwerkende betrokkenen. |
| 1 | § 1. De geestelijke gezondheidszorg heeft als opdracht de verantwoorde zorg aan te bieden met het oog op het herstel van het psychisch evenwicht of het draaglijk maken van psychische stoornissen voor gebruikers en hun leefomgeving, opdat aldus gebruikers competenties verwerven of ontwikkelen die de basis vormen voor hun emancipatie en hun maatschappelijk geïntegreerd functioneren. | ||
| 2 | § 2. De centra voor geestelijke gezondheidszorg dragen bij tot de verwezenlijking van de opdracht zoals bepaald in § 1. | ||
| 3 | § 3. De regering kan overeenkomsten sluiten met de voorzieningen en diensten of initiatieven die op basis van hun specifieke deskundigheid en ervaring m.b.t. specifieke doelgroepen en/of problematieken, in Vlaanderen een bijdrage leveren tot verwezenlijking van de opdracht zoals bepaald in § 1. | ||
| 4 | § 4. .... |
| 1 | Onverminderd de bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 betreffende de integrale kwaliteitszorg in de verzorgingsvoorzieningen is de aangeboden zorgverlening gebaseerd op respect voor de persoonlijke levenssfeer van de gebruiker. Daarnaast zal zij maximaal een beroep doen op de medeverantwoordelijkheid en de zelfredzaamheid van de gebruiker en zo gebruik maken van de minst ingrijpende behandeling om ten aanzien van de vastgestelde problematiek het gewenste effect zo maximaal mogelijk te bereiken. |
| 1 | § 1. Teneinde bij te dragen tot de vervulling van de opdracht zoals bepaald in artikel 7: | ||
| 2 | 1° profileert het centrum voor geestelijke gezondheidszorg zich als tweedelijnsgezondheidsvoorziening; | ||
| 3 | 2° stelt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg het belang van de gebruiker centraal; | ||
| 4 | 3° schenkt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg uitdrukkelijk aandacht aan kinderen, ouderen en aan sociaal en financieel zwakkere personen; | ||
| 5 | 4° werkt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg interdisciplinair en benadert de gebruikers vanuit psychiatrische, psychologische, agogische en sociale disciplines. Het centrum voorziet daartoe in logistieke ondersteuning; | ||
| 6 | 5° functioneert het centrum voor geestelijke gezondheidszorg binnen één of meer geestelijke gezondheidsnetwerken; | ||
| 7 | 6° duidt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg multidisciplinaire teams aan die aan kinderen en aan ouderen, bedoeld in 3°, geestelijke gezondheidszorg verlenen; | ||
| 8 | 7° maakt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg afspraken met zijn verwijzers en werkt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg samen met eerstelijnsgezondheids- en welzijnsvoorzieningen binnen zijn werkgebied; | ||
| 9 | 8° ontwikkelt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg een deontologische code; | ||
| 10 | 9° verleent het centrum voor geestelijke gezondheidszorg zijn medewerking aan preventieve acties die kaderen in het verlengde van zijn opdracht en die gericht zijn op specifieke risicogroepen in de bevolking en sluit daartoe samenwerkingsakkoorden met de LOGO's die actief zijn binnen het werkgebied van het centrum voor geestelijke gezondheidszorg. | ||
| 11 | § 2. De regering kan bijkomende taken opdragen aan de centra voor geestelijke gezondheidszorg ten behoeve van specifieke doelgroepen, problematieken of regionale behoeften of in geval van acute crisissituaties. | ||
| 12 | § 3. Teneinde de effectiviteit, uniformiteit en professionaliteit van de aanpak van de drugproblematiek te vrijwaren, doen de centra voor geestelijke gezondheidszorg een beroep op de ondersteuning en begeleiding van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) of haar rechtsopvolger. | ||
| 13 | § 4. Een centrum voor geestelijke gezondheidszorg kan tegen vergoeding taken aanvaarden van personen, diensten of voorzieningen, andere dan bedoeld in artikel 2, 8°. Deze aanvullende taken beperken zich tot die gebieden die in de opdrachtverklaring zijn omschreven. Zij mogen in geen geval leiden tot een verminderde verwezenlijking of het in gevaar brengen van de realisatie van deze opdracht. De centra voor geestelijke gezondheidszorg rapporteren jaarlijks over de aard en omvang van deze aanvullende taken aan de regering. |
| 1 | § 1. Ter uitvoering van de bepaling omschreven in artikel 4 stelt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg een handelingsplan op voor elke gebruiker. | ||
| 2 | § 2. De opstelling, de voortgangsbewaking en de eindevaluatie van elk handelingsplan gebeurt door een multidisciplinair team onder leiding van een psychiater. |
| 1 | § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 3 verstrekt het centrum voor geestelijke gezondheidszorg zorg aan elke gebruiker die op hem een beroep doet na verwijzing door een verwijzer. | ||
| 2 | § 2. Het centrum voor geestelijke gezondheidszorg vat de eerste intake-gesprekken en daaropvolgend de eventuele zorgverlening aan binnen een redelijke termijn na de eerste aanmelding. Het beleidsplan zoals bepaald in artikel 25 bepaalt deze redelijke termijn. | ||
| 3 | § 3. De centra voor geestelijke gezondheidszorg en de verwijzers en de voorzieningen bedoeld in artikel 9, § 1, 7°, wisselen met elkaar hun ervaringen uit teneinde de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de verwijzingen te evalueren en zonodig mechanismen uit te werken om de verwijzingen te optimaliseren. |
| 1 | Het centrum voor geestelijke gezondheidszorg legt voor elke gebruiker aan wie zorgverlening wordt verstrekt één multidisciplinair dossier aan. |
| 1 | De regering bepaalt de regels voor de samenstelling, het bijhouden, het vermenigvuldigen en de vernietiging van het patiëntendossier evenals de procedure voor de eventuele raadpleging en eventuele overdracht van het dossier. Ze houdt hierbij rekening met de geldende regels inzake het beroepsgeheim, de deontologie en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. |
| 1 | De regering bepaalt na overleg met alle betrokken partijen de bestemming en de modaliteiten inzake de financiële bijdrage van de gebruiker in functie van onder meer inkomen, gezinssituatie, intensiteit en chroniciteit van de zorgbehoefte. |
| 3 | 2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen; | 3 | 2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen; |
| 4 | 3° beschikken over een infrastructuur waardoor de opdrachten kwaliteitsvol uitgevoerd kunnen worden en de reglementering op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan worden nageleefd; | 4 | 3° beschikken over een infrastructuur waardoor de opdrachten kwaliteitsvol uitgevoerd kunnen worden en de reglementering op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan worden nageleefd; |
| 5 | 4° de controle door de inspectie, zoals bepaald in artikel 34, mogelijk maken; | 5 | 4° de controle door de inspectie, vermeld in artikel 34, mogelijk maken; |
| 6 | 5° de taken uitvoeren en de werkingsbeginselen nakomen zoals bepaald in hoofdstuk II en voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk VIII; | 6 | 5° de taken uitvoeren en de werkingsbeginselen nakomen zoals bepaald in hoofdstuk II en voldoen aan de bepalingen van hoofdstuk VIII; |
| 7 | 6° een kwaliteitsbeleid voeren overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 betreffende de integrale kwaliteitszorg in de verzorgingsvoorzieningen; | 7 | 6° een kwaliteitsbeleid voeren overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 25 februari 1997 betreffende de integrale kwaliteitszorg in de verzorgingsvoorzieningen; |
| 8 | 7° passen in de programmatie zoals bedoeld in artikel 27; | 8 | 7° passen in de programmatie zoals bedoeld in artikel 27; |
| 9 | 8° een boekhouding voeren volgens het boekhoudplan van de Vlaamse Gemeenschap; | 9 | 8° een boekhouding voeren volgens het boekhoudplan van de Vlaamse Gemeenschap; |
| 10 | 9° de vorm aannemen van een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen of van een vereniging opgericht volgens artikelen 118 tot en met 135 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. | ||
| 10 | 9° .... | ||
| 11 | § 1/1. De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsnormen bepalen. | ||
| 11 | § 2. De regering bepaalt de procedure voor de erkenningsaanvraag en de modaliteiten voor de erkenning. | 12 | § 2. De regering bepaalt de procedure voor de erkenningsaanvraag en de modaliteiten voor de erkenning. |
| 12 | § 3. In specifieke gevallen kan de regering afwijkingen toestaan inzake de voorwaarden zoals bedoeld in § 1, 7°, zonder evenwel in het totaal meer dan 26 centra voor geestelijke gezondheidszorg te erkennen. | 13 | § 3. In specifieke gevallen kan de regering afwijkingen toestaan inzake de voorwaarden zoals bedoeld in § 1, 7°, zonder evenwel in het totaal meer dan 26 centra voor geestelijke gezondheidszorg te erkennen. |
| 1 | § 1. .... | ||
| 2 | § 2. Indien in een werkgebied, zoals bepaald in artikel 27, § 1, minder dan twee centra voor geestelijke gezondheidszorg erkend zijn, kan de regering een erkenning verlenen aan een instantie, zoals bepaald in artikel 20, § 1, 1°, en voorzover wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 20 en artikel 27, § 1. |
| 1 | De centra voor geestelijke gezondheidszorg kunnen een beroep doen op de aan het VIPA binnen de beschikbare begrotingskredieten toegekende investeringsmiddelen voorzover: | ||
| 2 | 1° het centrum voor geestelijke gezondheidszorg voldoet aan de erkenningsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 20; | ||
| 3 | 2° de behoefte aan nieuwbouw, verbouwing of uitbreiding is aangetoond; | ||
| 4 | 3° de werken beantwoorden aan de door de regering vastgelegde fysische en financiële normen. |
| 1 | De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een bedrag ter beschikking, binnen de beschikbare begrotingskredieten, voor de projectmatige wetenschappelijke ondersteuning van de geestelijke gezondheidszorg. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidiebedragen en de voorwaarden voor de vaststelling, de uitbetaling en de terugvordering van de subsidies. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan jaarlijks een bedrag ter beschikking stellen voor ondersteunende of dienstverlenende opdrachten aan de centra voor geestelijke gezondheidszorg, door één of meerdere organisaties. De regering stelt deze middelen via overeenkomsten ter beschikking. |
| 1 | Het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbesluiten ervan wordt uitgeoefend overeenkomstig het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 1 | Onverminderd artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en onverminderd artikel 21 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg kunnen, bij een inbreuk op dit decreet of haar uitvoeringsbesluiten , de subsidies van het volgende werkjaar proportioneel verminderd worden in verhouding tot de ernst van de inbreuk en de grootte van de enveloppe. | 1 | Onverminderd artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof en onverminderd artikel 21 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg kunnen, bij een inbreuk op dit decreet, haar uitvoeringsbesluiten of de overeenkomst, vermeld in artikel 24, de subsidies van het volgende werkjaar proportioneel verminderd worden in verhouding tot de ernst van de inbreuk en de grootte van de enveloppe. |