Artikel 30
In artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- 1°in paragraaf 2, tweede lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
“2° het gepleegde jeugddelict betreft een feit als vermeld in artikel 400, 401, 417/2, 417/3, 417/7, 417/25 tot en met 417/41, 428, §5, en artikel 468 tot en met 474 van het Strafwetboek.”;
- 2°in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
“De jeugdrechtbank kan ook beslissen tot uithandengeving als de minderjarige verdachte een feit heeft gepleegd als vermeld in artikel 136bis, 136ter, 136quater, 136sexies, 137, 140, 141, 393 tot en met 397, 417/11, 417/12 tot en met 417/17, en 475 van het Strafwetboek, of een poging heeft ondernomen om een feit als vermeld in artikel 393 tot en met 397 van het Strafwetboek, te plegen.”;
- 3°in paragraaf 3, derde lid, 2°, wordt de zinsnede “de artikelen 136bis, 136ter, 136quater, 136sexies, 137, 140, 141, 373, 375, 376, 379, 393, 394, 395,
396, 397, 400, 401, 417/2, 417/3, 417/11, 417/12 tot en met 417/17, 428, § 5, 468, 469, 470, 471, 472, 473, 474 en 475 van het Strafwetboek, heeft gepleegd,” vervangen door de zinsnede “artikel 136bis, 136ter, 136quater, 136sexies, 137, 140, 141, 393 tot en met 397, 400, 401, 417/2, 417/3, 417/7, 417/11, 417/12 tot en met 417/17, 417/25 tot en met 417/41, 428, §5, en artikel 468 tot en met 475 van het Strafwetboek, heeft gepleegd, of een poging heeft ondernomen om een feit als vermeld in artikel 393 tot en met 397 van het Strafwetboek, te plegen,”.