Artikel 5
Behoudens samenhang met vervolgingen wegens andere misdrijven dan die hieronder bepaald, nemen de op grond van het gemene recht bevoegde rechtbanken, kennis van de vorderingen van het openbaar ministerie jegens personen ouder dan zestien jaar en beneden achttien jaar op het ogenblik van het plegen van de feiten, wegens overtreding van:
- 1°de bepalingen van de wetten en verordeningen betreffende het wegverkeer;
- 2°artikel 106, 107, 107/1, 217 en 218 van het Strafwetboek voor zover er samenhang is met een overtreding van de onder punt 1° bedoelde wetten en verordeningen;
- 3°de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
Indien uit de debatten voor de rechtbanken, vermeld in het voorgaande lid, blijkt dat een reactie op grond van het voorliggende decreet geschikter is, kunnen die gerechten de zaak bij een met redenen omklede beslissing uit handen geven en ze naar het openbaar ministerie verwijzen met het oog op de vorderingen voor de jeugdrechtbank als daartoe grond bestaat.