Artikel 41/3
Binnen een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie kan een casusoverleg conform artikel 353, §2 van het Strafwetboek worden georganiseerd om een individueel traject uit te werken.
Aan een casusoverleg kunnen op uitnodiging van de coördinator van een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie de volgende actoren en organisaties deelnemen vanwege hun betrokkenheid bij en kennis van de minderjarige en zijn gezin of een noodzakelijke specifieke inhoudelijke expertise:
- 1°de kernpartners, vermeld in artikel 41/2, §1, eerste lid, van dit decreet;
- 2°de erkende voorzieningen, vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp, met uitzondering van de centra voor integrale gezinszorg;
- 3°onderwijsinstellingen als vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
- 4°de erkende centra voor geestelijke gezondheidszorg, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg;
- 5°de diensten en voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg;
- 6°de OverKophuizen, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021 over de financiering van vernieuwend aanbod in de preventieve gezinsondersteuning;
- 7°de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 2, §1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
- 8°de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding”;
- 9°het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
- 10°de voorzieningen die vergund, erkend of gesubsidieerd worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vermeld in artikel 8, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
- 11°de kinder of jeugdpsychiatrie;
- 12°de politiediensten, vermeld in artikel 1 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, op delegatie van het bevoegde openbaar ministerie;
- 13°het openbaar ministerie;
- 14°een vertegenwoordiging van de rechtbank van eerste aanleg, sectie jeugd; 15° de jeugdadvocaat van de minderjarige;
- 16°andere actoren en organisaties dan de actoren en organisaties, vermeld in punt 1° tot en met 15°, die door een bepaalde expertise geacht worden een noodzakelijke bijdrage te kunnen leveren aan een geïndividualiseerde casusgerichte opvolging.
Voor dossiers op de brug tussen minder- en meerderjarigheid kan ook het Agentschap Justitie en Handhaving deelnemen aan het casusoverleg vanuit zijn opdracht, vermeld in artikel 4, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap “Agentschap Justitie en Handhaving”.
De leden van de diensten, de voorzieningen en de gesubsidieerde organisaties, vermeld in het tweede lid, kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie, als de coördinator hen daartoe uitnodigt. Een genodigde die niet wenst deel te nemen aan het casusoverleg, bezorgt een gemotiveerd antwoord aan de coördinator. Dit gemotiveerde antwoord dient niet verstrekt te worden indien de genodigde een vrijwilliger als vermeld in artikel 3, 2°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, is. Het gemotiveerde antwoord valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, van het Strafwetboek.
De leden van de diensten, de voorzieningen en de gesubsidieerde organisaties, vermeld in het tweede lid, kunnen de informatie opgenomen in het gemotiveerde antwoord uitwisselen zonder dat deze mededeling strafbaar wordt gesteld conform artikel 352 van het Strafwetboek