Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder:
- 1°Agentschap Justitie en Handhaving: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap “Agentschap Justitie en Handhaving”;
- 1°/1agentschap Opgroeien regie: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
- 1°/2bemiddeling: het overleg tussen de minderjarige verdachte of de minderjarige delictpleger, de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken, het slachtoffer en de personen die ten aanzien van het minderjarig slachtoffer het ouderlijk gezag uitoefenen of de opvoedingsverantwoordelijken, om hen de mogelijkheid te bieden, samen en met de hulp van een onpartijdige bemiddelaar, onder meer aan de relationele en materiële gevolgen van een jeugddelict tegemoet te komen;
- 2°betrokken personen: de minderjarige verdachte, de minderjarige delictpleger, de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken, het slachtoffer en de personen die ten aanzien van het minderjarige slachtoffer het ouderlijk gezag uitoefenen of de opvoedingsverantwoordelijken;
- 2°/1casusoverleg: een overleg als vermeld in artikel 353, §2, van het Strafwetboek, waarop casus per casus multilateraal informatie wordt uitgewisseld in het kader van een integrale en multidisciplinaire ketenaanpak jeugddelinquentie voor de minderjarige verdachte of delictpleger en zijn gezin;
2°/1/1 diensten voor herstelgerichte en constructieve afhandeling: voorzieningen van categorie 5, vermeld in artikel 2, §1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
- 2°/2elektronische monitoring: de reactie waarbij met technologische middelen vanop een afstand de naleving van locatiegeboden en -verboden wordt gecontroleerd in combinatie met een begeleiding op maat van de minderjarige;
- 3°gemeenschapsdienst: de onbezoldigde prestatie voor een aantal uren, opgelegd door de jeugdrechter of jeugdrechtbank als reactie op een delict;
- 4°gemeenschapsinstelling: een door de overheid ingerichte instelling met een gesloten aanbod;
- 5°gesloten oriëntatie: een gemeenschapsinstelling, of een afdeling van een gemeenschapsinstelling, die als opdracht heeft om voor de minderjarige verdachte of minderjarige delictpleger een gedocumenteerd antwoord te formuleren op de vraag of gesloten residentiële begeleiding noodzakelijk is en een oriëntatievoorstel te formuleren;
- 6°herstelgericht groepsoverleg: het overleg tussen de minderjarige verdachte of de minderjarige delictpleger, het slachtoffer, hun sociale omgeving alsook alle dienstige personen, om hen de mogelijkheid te bieden om in groep en met de hulp van een onpartijdige bemiddelaar in overleg uitgewerkte oplossingen te overwegen over de wijze waarop het conflict kan worden opgelost dat voortvloeit uit het jeugddelict, onder meer rekening houdend met de relationele en materiële gevolgen van het jeugddelict;
- 7°jeugddelict: een als misdrijf omschreven feit gepleegd door een minderjarige;
- 8°leerproject: een gestructureerd leerprogramma, opgelegd door de jeugdrechter of jeugdrechtbank, of vastgelegd binnen de afhandeling op niveau van het openbaar ministerie, waarbij zowel het jeugddelict als de persoonlijkheid van de minderjarige of zijn vaardigheidstekorten als aanknopingspunt worden meegenomen;
- 9°maatregel: het maatschappelijk antwoord op een jeugddelict tijdens de voorbereidende rechtspleging, met uitsluiting van het herstelrechtelijk aanbod;
- 10°minderjarige: een persoon van minstens twaalf jaar die de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt op het ogenblik van het plegen van het jeugddelict;
- 11°minderjarige delictpleger: een minderjarige die een jeugddelict heeft gepleegd;
- 12°minderjarige verdachte: een minderjarige die verdacht wordt van het plegen van een jeugddelict;
- 13°opvoedingsverantwoordelijken: andere natuurlijke personen dan de ouders die de minderjarige op duurzame wijze in feite onder hun bewaring hebben of bij wie de minderjarige geplaatst is door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid;
- 14°oriëntatievoorstel: het voorstel van het meest aangewezen traject voor een bepaalde jongere dat wordt geformuleerd op grond van een multidisciplinaire screening en risicotaxatie tijdens een gesloten oriëntatie;
- 15°ouders: de natuurlijke personen die titularis zijn van het ouderlijk gezag, of bij ontstentenis van die personen, de wettelijke vertegenwoordigers;
- 16°positief project: de deelname aan een activiteit, een programma of een opleiding of het uitvoeren van een taak of een project. De minderjarige verdachte of delictpleger neemt zelf initiatief voor de invulling van het positief project en wordt bij de uitvoering ervan begeleid door een erkende dienst. Het positief project is gericht op het herstel van de gevolgen van het gedrag of het jeugddelict en/of de veroorzaakte schade;
- 17°reactie: de maatregel of sanctie als maatschappelijk antwoord op een jeugddelict;
- 18°rechtspleging ten gronde: de rechtspleging met het oog op de toepassing van een van de sancties, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 3;
- 19°sanctie: het maatschappelijk antwoord op een jeugddelict tijdens de rechtspleging ten gronde, met uitsluiting van het herstelrechtelijk aanbod, de uithandengeving en het toevertrouwen van een minderjarige aan een afdeling van een jeugdpsychiatrische dienst als vermeld in artikel 39;
- 20°slachtoffer: de persoon die verklaart morele of materiële schade te hebben geleden die veroorzaakt is door een jeugddelict;
- 21°sociale dienst: de Sociale Dienst Jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
- 21°/1Vlaams detentiecentrum: een afdeling van de gemeenschapsinstelling die bevoegd is voor de uitvoering van de voorlopige hechtenis of de gevangenisstraf ten aanzien van uit handen gegeven jongeren tot de maximale leeftijd van drieëntwintig jaar.
- 22°voorbereidende rechtspleging: de rechtspleging met het oog op de toepassing van een van de maatregelen, vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2;
- 23°wet van 8 april 1965: de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.