§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de omzetting van richtlijn (EU) 2024/1785 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen en andere diverse wijzigingen ter optimalisatie #876

Gemerged Vlaamse Regering voegde 18 artikels samen in decreet-1995-04-05 · 3 juni 2026 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 25 juni 2026 (2025-2026) Verslag namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening uitgebracht door Kris Verduyckt over het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de omzetting van richtlijn (EU) 2024/1785 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen en andere diverse wijzigingen ter optimalisatie Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening: Voorzitter: Lydia Peeters. Vaste leden: Jurgen Callaerts, Andy Pieters, Hans Vanhoof, Sanne Van Looy; Bart Claes, Dries Devillé, Leo Pieters, Carmen Ryheul; Simon Bekaert, Bieke Verlinden; Bart Dochy, Mien Van Olmen; Debby Burssens; Mieke Schauvliege; Lydia Peeters. Plaatsvervangers: Arnout Coel, Freya Perdaens, Tomas Roggeman, Eva Ryde; Yves Buysse, Frédéric Erens, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden; Hannes Anaf, Kris Verduyckt; Stijn De Roo, Kris Poelaert; Amina Vandenheuvel; Eva Platteau; Marianne Verhaert. 1. Toelichting .......................................................................................... 4 1.1. Context ...................................................................................... 4 1.2. Betrokken regelgeving .................................................................. 4 1.3. Inhoud van het decreet ................................................................. 5 1.4. Bedrijfsinterne milieuzorg ............................................................. 5 1.5. Milieubeheersysteem .................................................................... 5 1.6. Titel V DABM ............................................................................... 6 1.7. Omgevingsvergunningendecreet .................................................... 6 1.8. Besluit ........................................................................................ 6 2. Bespreking .......................................................................................... 7 2.1. Toelichting van de ingediende amendementen door Mien Van Olmen .. 7 2.2. Tussenkomst van Andy Pieters ...................................................... 7 2.3. Tussenkomst van Dries Devillé ...................................................... 7 2.4. Tussenkomst van Kris Verduyckt .................................................... 8 2.5. Tussenkomst van Marianne Verhaert .............................................. 8 2.6. Tussenkomst van Mieke Schauvliege .............................................. 9 2.7. Repliek van minister Jo Brouns .................................................... 10 3. Artikelsgewijze bespreking en stemming. .............................................. 11 Gebruikte afkortingen ................................................................................ 12 Tekst aangenomen door de commissie......................................................... 13 Bijlage: zie de documentenfiche van dit document op www.vlaamsparlement.be INHOUD Op dinsdag 26 juni 2026 besprak de Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft de omzetting van richtlijn (EU) 2024/1785 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen en andere diverse wijzigingen ter optimalisatie (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 876/1). Op dit ontwerp van decreet werden door de meerderheid vijf technische amendementen (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 876/2) ingediend. De door minister Jo Brouns gebruikte presentatie is te vinden op de documentenfiche van dit document op www.vlaamsparlement.be. 1. Toelichting Minister Jo Brouns geeft aan dat het voorliggende ontwerp van decreet de omzetting van de herziening van richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) bevat, die ook RIE 2.0 wordt genoemd. Daarnaast bevat het enkele andere zaken die niet rechtstreeks in uitvoering van de richtlijn zijn, maar er wel sterk mee gelieerd zijn. 1.1. Context Dit beleid vormt de basis voor hoe Vlaanderen grote industriële emissies in de toekomst zal aanpakken. Bij de Europese Green Deal werden over de aanpak van verontreiniging door grote industriële installaties twee wetgevende initiatieven aangekondigd. Enerzijds werd de RIE herzien, die al dateerde van 2010. Anderzijds is er de nieuwe verordening (EU) 2024/1244 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de rapportage van milieugegevens van industriële installaties, tot oprichting van een portaal voor industriële emissies en tot intrekking van Verordening (EG) n. 166/2006. De RIE en die verordening zijn door die nieuwe initiatieven nog sterker met elkaar verweven qua scope. Het hoofddoel is het nog beter beheersen van de milieueffecten van industriële activiteiten en het verder terugdringen van de emissies. Tegelijk wordt er nog meer ingezet op het efficiënt gebruik van hulpbronnen, water en energie, op circulaire economie, op decarbonisatie, op minder afval en op een betere rapportering van milieugegevens. De richtlijn geeft ook een beter kader voor innovatie in industriële processen, wat niet onbelangrijk is voor het Europese streven …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd