Tot wijziging van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, wat betreft het voorzien in bijkomende middelen #577
Gemerged Vlaamse Regering voegde 6 artikels samen in decreet-2023-06-16 · 19 november 2025 Alle checks geslaagd
6 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 18 dec 2025. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 8 | 2° voor de teldag ‘de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar’ wordt de maand september als telperiode gehanteerd; | 8 | 2° voor de teldag ‘de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar’ wordt de maand september als telperiode gehanteerd; |
| 9 | 3° voor de teldag ‘de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar’ die volgt op een telling in de maand september wordt de telperiode van september tot en met januari van het voorgaande schooljaar gehanteerd. | 9 | 3° voor de teldag ‘de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar’ die volgt op een telling in de maand september wordt de telperiode van september tot en met januari van het voorgaande schooljaar gehanteerd. |
| 10 | In afwijking van het eerste, tweede en derde lid gelden voor internen die in de school een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt volgen dat over een of drie semesters georganiseerd wordt als vermeld in artikel 133/7, tweede lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de eerste schooldag van oktober van het voorgaande schooljaar en de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar als teldagen. De internen worden op elke relevante teldag voor een halve eenheid in aanmerking genomen. | ||
| 20 | b) doelgroep 2: 277,78 ORE; | 20 | b) doelgroep 2: 277,78 ORE; |
| 21 | c) doelgroep 3: 277,78 ORE. | 21 | c) doelgroep 3: 277,78 ORE. |
| 22 | §1/1. Voor het schooljaar X-X +1 en de eerste maal voor het schooljaar 2025- 2026 wordt per doelgroep, vermeld in paragraaf 1, 3°, een extra aantal ORE verdeeld over de onderwijsinternaten. De extra aantallen ORE per doelgroep zijn: | ||
| 23 | 1° doelgroep 1: 31.414 ORE; | ||
| 24 | 2° doelgroep 2: 90.140 ORE; | ||
| 25 | 3° doelgroep 3: 353.114 ORE. | ||
| 26 | Per doelgroep wordt het aantal ORE uit het eerste lid gedeeld door het aantal internen van die doelgroep, van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling wordt per doelgroep aangeduid met ORE bdg. | ||
| 27 | Per onderwijsinternaat wordt de extra doelgroepomkadering berekend volgens de volgende formule: (aantal internen dg 1 x ORE bdg 1) + (aantal internen dg 2 x ORE bdg 2) + (aantal internen dg 3 x ORE bdg 3). Het aantal ORE dat verkregen wordt na toepassing van deze formule wordt bij het aantal ORE gevoegd na toepassing van de formule, vermeld in paragraaf 1. | ||
| 22 | §2. Een interne kan tot verschillende doelgroepen behoren. | 28 | §2. Een interne kan tot verschillende doelgroepen behoren. |
| 23 | Een interne kan op één teldag maar in één onderwijsinternaat meetellen. | 29 | Een interne kan op één teldag maar in één onderwijsinternaat meetellen. |
| 8 | b) Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2. | 8 | b) Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2. |
| 9 | §3. Het budget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 2, wordt gedeeld door het totale aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per interne, hierna GW te noemen. | 9 | §3. Het budget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 2, wordt gedeeld door het totale aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per interne, hierna GW te noemen. |
| 10 | §3/1. Vanaf het begrotingsjaar 2026, dat de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2025-2026 omvat, wordt er 1.136.300 euro extra werkingsbudget verdeeld over de onderwijsinternaten. | ||
| 11 | Vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1 die als volgt wordt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij: | ||
| 12 | a) Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1; | ||
| 13 | b) Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2. | ||
| 14 | §3/2. Het budget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 3/1, wordt gedeeld door het totale aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per interne, hierna GI te noemen. | ||
| 15 | §3/3. Vanaf het begrotingsjaar 2026, dat de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2025-2026 omvat, wordt er 454.000 euro extra werkingsbudget toegekend aan onderwijsinternaten voor internen van wie het verblijf kadert in de jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 25, §1, 3°, c). | ||
| 16 | Vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1 die als volgt wordt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij: | ||
| 17 | a) Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1; | ||
| 18 | b) Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2. | ||
| 19 | §3/4. Het budget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 3/3, wordt gedeeld door het totale aantal internen van wie het verblijf kadert in jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 25, §1, 3°, c), van alle onderwijsinternaten samen op de teldag, vermeld in artikel 24. Het quotiënt van die deling resulteert in een geldwaarde per interne, hierna GJ te noemen. | ||
| 20 | §4. Per internaat wordt het totale werkingsbudget berekend door de som van de volgende termen: | ||
| 10 | §4. Per internaat wordt het totale werkingsbudget berekend door het aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van het onderwijsinternaat, dat geteld is overeenkomstig artikel 24, te vermenigvuldigen met GW. | 21 | 1° het aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van het onderwijsinternaat, dat geteld is overeenkomstig artikel 24, vermenigvuldigd met GW; |
| 22 | 2° het aantal internen, vermeld in artikel 25, §1, 2°, van het onderwijsinternaat, dat geteld is overeenkomstig artikel 24, vermenigvuldigd met GI; | ||
| 23 | 3° het aantal internen van wie het verblijf kadert in jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 25, §1, 3°, c), van het onderwijsinternaat, dat geteld is overeenkomstig artikel 24, vermenigvuldigd met GJ. | ||
| 11 | §5. Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de besturen. | 24 | §5. Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de besturen. |
| 12 | Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs. | 25 | Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs. |
| 5 | 2° 1087,43 euro voor internen uit het secundair onderwijs. | 5 | 2° 1087,43 euro voor internen uit het secundair onderwijs. |
| 6 | Het bijkomend werkingsbudget wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. | 6 | Het bijkomend werkingsbudget wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. |
| 7 | In afwijking van het eerste lid geldt voor leerplichtige internen die in de school een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt volgen dat over een of drie semesters georganiseerd wordt als vermeld in artikel 133/7, tweede lid, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 dat per semester gekeken wordt welke internen op respectievelijk de eerste schooldag van oktober of de eerste schooldag van februari van het lopende schooljaar in het onderwijsinternaat zijn ingeschreven. In afwijking van het derde lid bedraagt het bijkomend werkingsbudget per semester 543,72 euro. | ||
| 7 | Opdat het bijkomend werkingsbudget kan uitgekeerd worden aan het onderwijsinternaat, registreert het onderwijsinternaat jaarlijks voor welke leerplichtige interne de beide ouders of desgevallend de enige ouder een ambulant beroep als binnenschipper, kermis- en circusexploitant en -artiest uitoefenen. Hiervoor houdt het onderwijsinternaat, op het onderwijsinternaat en ter inzage van de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap, een ingevulde en door de Burgerlijke Stand ondertekende verklaring bij. | 8 | Opdat het bijkomend werkingsbudget kan uitgekeerd worden aan het onderwijsinternaat, registreert het onderwijsinternaat jaarlijks voor welke leerplichtige interne de beide ouders of desgevallend de enige ouder een ambulant beroep als binnenschipper, kermis- en circusexploitant en -artiest uitoefenen. Hiervoor houdt het onderwijsinternaat, op het onderwijsinternaat en ter inzage van de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap, een ingevulde en door de Burgerlijke Stand ondertekende verklaring bij. |
| 3 | 2° het bestuur maakt een omzettingsplan op en onderhandelt dit jaarlijks in het bevoegde lokaal comité. In het omzettingsplan geeft het bestuur aan welke problemen er zijn met betrekking tot het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en in voorkomend geval artikel 37. Daarnaast bevat het omzettingsplan een beschrijving van de stappen die er gezet zullen worden om na de periode van omzetting de budgettaire kosten te dekken zonder hierbij gebruik te moeten maken van de omzetting van ORE; | 3 | 2° het bestuur maakt een omzettingsplan op en onderhandelt dit jaarlijks in het bevoegde lokaal comité. In het omzettingsplan geeft het bestuur aan welke problemen er zijn met betrekking tot het werkingsbudget, vermeld in artikel 36 en in voorkomend geval artikel 37. Daarnaast bevat het omzettingsplan een beschrijving van de stappen die er gezet zullen worden om na de periode van omzetting de budgettaire kosten te dekken zonder hierbij gebruik te moeten maken van de omzetting van ORE; |
| 4 | 3° tot en met schooljaar 2027-2028 wordt er maximaal 30% van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert per schooljaar omgezet; in schooljaar 2028-2029 wordt er maximaal 20% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2029-2030 wordt er maximaal 15% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2030-2031 wordt er maximaal 10% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; | 4 | 3° tot en met schooljaar 2027-2028 wordt er maximaal 30% van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert per schooljaar omgezet; in schooljaar 2028-2029 wordt er maximaal 20% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2029-2030 wordt er maximaal 15% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; in schooljaar 2030-2031 wordt er maximaal 10% omgezet van het totaal aantal ORE dat een onderwijsinternaat genereert; |
| 5 | 4° het totaal van de omgezette ORE mag niet meer bedragen dan het verschil tussen het werkingsbudget zoals verkregen voor de inwerkingtreding van dit decreet en het bedrag verkregen door het aantal internen van het telmoment te vermenigvuldigen met 1300 euro; | 5 | 4° het totaal van de omgezette ORE mag niet meer bedragen dan het verschil tussen het werkingsbudget zoals verkregen voor de inwerkingtreding van dit decreet en het bedrag verkregen door het aantal internen van het telmoment te vermenigvuldigen met 1450 euro; |
| 6 | 5° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens het schooljaar waarin het onderwijsinternaat gebruikmaakt van het verkregen werkingsbudget overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar; | 6 | 5° het bestuur heeft op erewoord verklaard dat het tijdens het schooljaar waarin het onderwijsinternaat gebruikmaakt van het verkregen werkingsbudget overeenkomstig de geldende reglementering geen nieuwe of bijkomende terbeschikkingstellingen wegens ontstentenis van betrekking moet uitspreken of dat de leden van het personeel die nieuw of bijkomend ter beschikking werden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in een vacante of niet-vacante organieke betrekking in een onderwijsinternaat van het bestuur voor de hele verdere duur van het schooljaar; |
| 7 | 6° het bestuur garandeert de organiseerbaarheid en de invulling van de kwaliteitsverwachtingen van het onderwijsinternaat; | 7 | 6° het bestuur garandeert de organiseerbaarheid en de invulling van de kwaliteitsverwachtingen van het onderwijsinternaat; |
| 1 | In afwijking van de termijn, vermeld in artikel 33, §1, 1°, kan een onderwijsinternaat in het schooljaar 2025-2026 bijkomend ORE overdragen naar een ander onderwijsinternaat, conform artikel 33, als dat uiterlijk 27 februari 2026 wordt vastgelegd. | ||
| 2 | In afwijking van de termijn, vermeld in artikel 34, §1, 1°, kan een onderwijsinternaat in het schooljaar 2025-2026 bijkomend ORE overdragen naar schooljaar 2026-2027, conform artikel 34, als dat uiterlijk 27 februari 2026 wordt vastgelegd. |