§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, wat de schorsing van de termijnen voor het indienen van een EPB-aangifte bij situaties van overmacht betreft #281

Gesloten Marianne VerhaertGwendolyn RuttenJasper PillenLydia Peeters Anders. wou 1 artikel wijzigen in energiedecreet · 3 april 2025 Alle checks geslaagd
Verslag
18 juli 2025 · 10 blz.
281/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 10 juli 2025 (2024-2025) Verslag namens de Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat uitgebracht door Aimen Horch over het voorstel van decreet van Marianne Verhaert, Gwendolyn Rutten, Jasper Pillen en Lydia Peeters tot wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, wat de schorsing van de termijnen voor het indienen van een EPB-aangifte bij situaties van overmacht betreft Samenstelling van de Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat: Voorzitter: Hans Bonte. Vaste leden: Mieke Claes, Gijs Degrande, Andries Gryffroy, Liesbeth Homans; Michiel Awouters, Adeline Blancquaert, Filip Brusselmans, Dries Devillé; Hans Bonte, Kelly Van Tendeloo; Sofie Mertens, Katrien Partyka; Marianne Verhaert; Raf Van Gestel; Fourat Ben Chikha. Plaatsvervangers: Inge Brocken, Marc Hendrickx, Tom Seurs, Sarah Smeyers; Carmen Ryheul, Els Sterckx, Sarah T'Joens, Wim Verheyden; Els Robeyns, Kris Verduyckt; Robrecht Bothuyne, Mien Van Olmen; Tom Ongena; Jos D'Haese; Aimen Horch. 1. Toelichting door Marianne Verhaert ........................................................ 4 2. Algemene bespreking ........................................................................... 5 2.1. Tussenkomst van Dries Devillé ...................................................... 5 2.2. Tussenkomst van Mieke Claes ....................................................... 6 2.3. Tussenkomst van Aimen Horch ...................................................... 6 2.4. Tussenkomst van Raf Van Gestel ................................................... 7 2.5. Repliek van Marianne Verhaert ...................................................... 7 3. Discussie over een eventuele schorsing van de stemming ......................... 8 4. Artikelsgewijze bespreking en stemming ................................................. 9 5. Stemming over het voorstel van decreet ................................................. 9 INHOUD De Commissie voor Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat besprak op 19 juni 2025 het voorstel van decreet van Marianne Verhaert, Gwendolyn Rutten, Jasper Pillen en Lydia Peeters tot wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, wat de schorsing van de termijnen voor het indienen van een EPB-aangifte bij situaties van overmacht betreft. 1. Toelichting door Marianne Verhaert Marianne Verhaert licht toe dat wie in Vlaanderen bouwt of verbouwt, verplicht is om te voldoen aan de EPB-regelgeving (energieprestatie en binnenklimaat), die energieprestatie-eisen oplegt en de bouwheer verplicht om na de uitvoering van de werken een EPB-aangifte in te dienen. Momenteel geldt daarvoor een strikte termijn van vijf jaar na de vergunning of melding. Die vaste termijn zorgt in de praktijk voor een hele reeks problemen, die men begin 2025 opnieuw kon vaststellen. In sommige situaties, bijvoorbeeld een faillissement, een echtscheiding of langdurige gerechtelijke procedures, is de bouwheer objectief niet in staat om de werken tijdig af te ronden en de aangifte in te dienen. Dat leidt in de praktijk tot miserieboetes die mensen treffen die al in moeilijke omstandigheden verkeren en dus geen schuld hebben aan die laattijdigheid. Het aantal EPB-boetes verdubbelde bijna: van 2709 in 2023 naar 5204 in 2024, voor een bedrag van meer dan 8 miljoen euro aan boetes. Dat toont aan dat de bestaande regelgeving te rigide is en geen rekening houdt met overmachtssituaties. Met dit voorstel van decreet willen de indieners de redelijkheid herstellen. De EPB- aangifte zou pas moeten worden ingediend zodra de woning effectief in gebruik is genomen. Dat wil zeggen: bij de eerste domiciliëring of bij de vestiging van een maatschappelijke zetel. Zo zou men onrechtvaardige boetes en overbodige administratieve druk voorkomen. Marianne Verhaert hoopt op een draagvlak voor het voorstel van decreet bij de meerderheidsfracties en natuurlijk ook de oppositiefracties. Het voorstel van decreet lijkt haar immers niet meer dan een logische verbetering van de regelgeving en zij staat er uiteraard ook voor open om samen met de andere fracties te onderzoeken hoe het voorstel zo nodig verder kan worden verfijnd. Zij geeft meteen ook toelichting bij artikel 2 en 3. Artikel 2 heeft een wijziging tot doel van artikel 11.1.8 van het Energiedecreet van 8 mei 2009. De huidige regeling legt een uiterste indieningstermijn van vijf jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning of de indiening van de melding op. De voorgestelde wijziging vervangt de bestaande paragraaf 1 volledig. De nieuwe bepaling stelt dat de EPB-aangifte voor nieuwbouwwoningen moet worden ingediend binnen twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw. Een cruciaal element van die wijziging is dus de expliciete definitie van ingebruikname als het moment van de eerste domiciliëring van natuurlijke personen of de vestiging van de maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in het gebouw. Die definitie is bedoeld om duidelijkheid te scheppen over het exacte startpunt van de termijn en subjectieve interpretaties van ingebruikname te vermijden. Die wijziging is direct gericht op het vermijden van boetes voor onafgewerkte of onbewoonde gebouwen in gevallen van overmacht zoals faillissementen, echtscheidingen, langdurige juridische procedures enzovoort. De termijn van twaalf maanden na ingebruikname geeft de bouwheer en de verslaggever voldoende tijd om de aangifte op te maken wanneer het gebouw daadwerkelijk functioneel en bewoonbaar of bruikbaar is. De gekozen definitie van ingebruikname functioneert dus als een juridisch ankerpunt en is een poging om een objectief en controleerbaar moment vast te leggen voor de start van de indieningstermijn. Dat is een verbetering ten opzichte van de vage feitelijke ingebruikname, die moeilijker te bewijzen is. Voor een nieuwbouwwoning dient de verslaggever dan namens de aangifteplichtige een …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd