§ flandrepo

Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft #813

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzInez De ConinckTinne RomboutsPiet De Bruyn N-VA, cd&v, Open Vld voegde 3 artikels samen in energiedecreet · 21 mei 2021 Alle checks geslaagd
Advies
DR de Raad van State 12 juli 2021 · 16 blz.
813/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op813 (2020-2021) – Nr. 3 12 juli 2021 (2020-2021) verzendcode: LEE Advies van de Raad van State op het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Piet De Bruyn tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft Vlaams Parlement Vlaams Parlement813 (2020-2021) – Nr. 3 3 RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving advies 69.562/3 van 12 juli 2021 over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft’ (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 813/1) ‡LW-BCHVMDCEB-GJFGCVT‡ 2/14 advies Raad van State 69.562/3 Op 10 juni 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 wat een verbod op de plaatsing of vervanging van een stookolieketel betreft’ (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 813/1). Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 29 juni 2021. De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim CORTHAUT, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 12 juli 2021. * ‡LW-BCHVMDCEB-GJFGCVT‡ Vlaams Parlement69.562/3 advies Raad van State 3/14 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. * STREKKING VAN HET VOORSTEL 2. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt ertoe in het Energiedecreet van 8 mei 2009 in een verbod te voorzien op de plaatsing of vervanging van stookolieketels. Naar luid van het voorgestelde artikel 11.1/1.3 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 is het verboden om een stookolieketel te plaatsen in zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen met betrekking tot nieuwbouw of de ingrijpende energetische renovatie wordt aangevraagd vanaf 1 januari 2022 en mag vanaf diezelfde datum in bestaande gebouwen alleen nog een stookolieketel worden vervangen door een andere stookolieketel als er geen aardgasnet in de straat beschikbaar is (artikel 3 van het voorstel). De installateurs van stookolieketels moeten per kwartaal aan het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (hierna: VEKA) een lijst bezorgen met adressen van de residentiële en niet-residentiële gebouwen waarin ze gedurende het vorige kwartaal een of meer stookolieketels hebben geïnstalleerd of vervangen (artikel 4). Voorts wordt voorzien in een door het VEKA bij te houden databank voor energiegebruik en energieproductie waarvan de doelstellingen worden geregeld, evenals de toegang tot de gegevens en de bewaartermijn ervan (artikelen 5 en 6). Ten slotte wordt in een administratieve sanctie voorzien als het VEKA vaststelt dat er in een residentieel of niet-residentieel gebouw een stookolieketel is geplaatst of vervangen in strijd met de voorgestelde regeling (artikelen 7 en 8). Het aan te nemen decreet treedt in werking op 1 januari 2022 (artikel 9). BEVOEGDHEID 3.1. In de toelichting bij het voor advies voorgelegde voorstel wordt omtrent de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest het volgende gesteld: “Dit voorstel van decreet heeft betrekking op een gewestbevoegdheid. Artikel 6, §1, VII, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen (BWHI) stelt dat de gewesten in ieder geval bevoegd zijn op het vlak van het energiebeleid voor: ‘a) de distributie en het plaatselijk vervoer van elektriciteit door middel van netten waarvan de nominale spanning lager is dan of gelijk is aan 70.000 volt, met inbegrip van de distributienettarieven voor elektriciteit (…); 1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan. ‡LW-BCHVMDCEB-GJFGCVT‡ 4/14 advies Raad van State 69.562/3 b) de openbare gasdistributie, met inbegrip van de nettarieven voor de openbare distributie van gas (…); c) de aanwending van mijngas en van het gas afkomstig van hoogovens; d) de netten van warmtevoorziening op afstand; e) de valorisatie van steenbergen; f) de nieuwe energiebronnen met uitzondering van deze die verband houden met kernenergie; g) de terugwinning van energie door de nijverheid en andere gebruikers; h) het rationeel energieverbruik.’ Dit voorstel van decreet past op het vlak van het stookolieverbod immers volledig in de materiële bevoegdheid van het gewest met betrekking tot energie-efficiëntie en de bescherming van het leefmilieu. Dergelijke verwarmingsinstallaties op stookolie zijn immers niet energie-efficiënt en milieuvriendelijk genoeg om nog een plaats te hebben in de lopende energietransitie. Stookolieketels hebben door de verbranding van stookolie immers een grotere impact op de emissies en de luchtkwaliteit. De CO2-emissiefactor (kton CO2/PJ) voor stookolie is bijvoorbeeld ongeveer 32 procent hoger dan die van aardgas, en 15 à 18 procent hoger dan propaan- en butaangas.2 Ook is de NOx-uitstoot van een nieuwe stookolieketel ongeveer 45 procent hoger dan bijvoorbeeld de uitstoot van een nieuwe aardgasketel.3 In 2019 had stookolie een aandeel van 35 procent in de broeikasgasemissies van de gebouwensector (zowel bij residentiële als niet-residentiële gebouwen) en een aandeel van 10 procent in de totale niet-ETS-broeikasgasemissies in Vlaanderen (ETS: emissions trading …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd