Bij de aanpassing van de begroting 2021 #812
Gemerged Vlaamse Regering voegde 29 artikels samen in decreet-2001-07-06decreet-2020-12-18vlaamse-codex-overheidsfinancien-van-29-maart-2019 · 21 mei 2021 14 checks vragen aandacht
29 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 9 jul 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 2. In artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, gewijzigd bij de decreten van 22 december 2006, 21 november 2008, 18 december 2009, 30 juni 2017 en 20 december 2019, wordt paragraaf 9 vervangen door wat volgt:
“§9. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor landelijke radio’s, netwerkradio’s en lokale radio’s die bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake landelijke radio’s, netwerkradio’s en lokale radio’s alsook voor de werkingsuitgaven naar aanleiding van de behandeling van de genoemde aanvragen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 3. In artikel 5 van het programmadecreet van 18 december 2020 bij de begroting 2021 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2 wordt een punt 8° toegevoegd dat luidt als volgt:
“8° de middelen ontvangen vanuit het Vlaams Klimaatfonds, vermeld in artikel 14, §5, tweede lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012.”;
2° aan paragraaf 3 wordt een punt 6° toegevoegd dat luidt als volgt:
“6° het verstrekken van subsidies, toelagen en leningen met betrekking tot cultuur- en jeugdinfrastructuur in het kader van het klimaatbeleid.”.
Afdeling 3. Steun aan jeugdhostels, jeugdverblijfcentra en jeugdorganisaties naar aanleiding van de COVID-19-pandemie
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Op de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 die niet behoren tot de Vlaamse deelstaat-overheid, zijn alleen artikel 42, §1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, artikel 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van toepassing. | 1 | Als ze niet behoren tot de Vlaamse deelstaatoverheid zijn op de publiekrechtelijke vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, d), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, alleen artikel 42, §1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, artikel 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van toepassing. |
| 5 | 3° de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | 5 | 3° de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; |
| 6 | 4° de strategische adviesraden, vermeld in artikel I.3, 3°, a), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 6 | 4° de strategische adviesraden, vermeld in artikel I.3, 3°, a), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 7 | De andere Vlaamse rechtspersonen dan die vermeld in het eerste en tweede lid en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel 6, kunnen zich altijd vrijwillig aan de toepassing van afdeling 5 onderwerpen, mits aanvaarding door de Vlaamse Regering. | 7 | De andere Vlaamse rechtspersonen dan die vermeld in het eerste en tweede lid en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel 6, kunnen zich altijd vrijwillig aan de toepassing van hoofdstuk 10 onderwerpen, mits aanvaarding door de Vlaamse Regering. |
Art. 8. Aan artikel 19, §2, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij decreet van 25 juni 1992, gewijzigd bij decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij decreet van 18 december 2015, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“Aan het Fonds Onroerende Goederen worden tevens toegewezen de middelen ontvangen vanuit het Vlaams Klimaatfonds, vermeld in artikel 14, §5, tweede lid, van het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012.”.
Art. 9. Aan artikel 19, §3, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij decreet van 25 juni 1992, gewijzigd bij decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij decreet van 18 december 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“De middelen van het Fonds Onroerende Goederen mogen tevens aangewend worden voor uitgaven in het kader van het Actieplan Mobiliteit en het Actieplan Gebouwen van de Vlaamse overheid in het kader van het klimaatbeleid.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | BAM mag leningen aangaan, kredieten opnemen en schuldeffecten uitgeven binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde grenzen. | ||
| 2 | Het Vlaamse Gewest machtigt de Vlaamse Regering om waarborgen te verstrekken voor de verbintenissen die BAM is aangegaan of aangaat alsook voor aansprakelijkheden die BAM of een bij het project betrokken bouwpartij in het kader van dat project heeft opgelopen of oploopt. Die waarborgen kunnen slechts door de Vlaamse Regering worden verstrekt: | ||
| 3 | 1° als die verbintenissen en aansprakelijkheden niet geheel verzekerd of verzekerbaar zijn door een verzekeraar op de private markt omwille van te hoge premievergoedingen op die private markt of een gebrek aan offertes uit die private markt; | ||
| 4 | 2° als BAM voor die aansprakelijkheden van de betrokken bouwpartijen minimaal gedeeltelijk een verzekeringsovereenkomst afsloot bij een verzekeraar op de private markt; | ||
| 5 | 3° voor de economische levensduur van het onderliggende actief of project; | ||
| 6 | 4° voor een maximaal bedrag dat jaarlijks wordt vastgelegd in de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; | ||
| 7 | 5° als, bij voorzichtige inschatting, geen gehele of gedeeltelijke uitwinning van de waarborg te verwachten valt. | ||
| 8 | Die waarborgen kunnen een onherroepelijke en abstracte waarborg uitmaken, en zijn afroepbaar op het eerste verzoek en totdat die verbintenissen en aansprakelijkheden ten aanzien van derden volledig zijn voldaan. | ||
| 9 | BAM betaalt een vergoeding voor de verlening van een waarborg door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan de vergoeding eenmalig of periodiek vorderen en bepaalt de vergoeding in functie van de omvang van de waarborg of op grond van andere relevante parameters. Het niet of laattijdig betalen van de vergoeding door BAM doet op geen enkele wijze afbreuk aan de rechtsgeldigheid of aan het onherroepelijk en abstract karakter of de afroepbaarheid van de waarborg. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van de waarborgen, vermeld in dit artikel, nader bepalen. | ||
| 11 | De in dit artikel bedoelde waarborgen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk 10, afdeling 4, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. |
Art. 13. In artikel 4.2.2.1.4. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij decreet van 21 december 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 5 worden een zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
“Indien de heffingsplichtige waterverontreiniging, in afwijking van wat wordt bepaald in het eerste en tweede lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag indient, kan de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek van het dossier beslissen de verlenging van het statuut met terugwerkende kracht toe te staan vanaf de vervaldatum van het oorspronkelijke statuut. De toepassing van de overige bepalingen van dit artikel blijft daarbij onverkort.
Het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging geeft aanleiding tot het opleggen van een boete conform artikel 5.4.2.2, tweede lid.”;
2° in paragraaf 8 wordt de zinsnede “paragrafen 2, 3, 4 en 5” vervangen door de zinsnede “paragrafen 2, 3 en 4”;
3° een paragraaf 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
“§9. Het onderzoek, vermeld in paragraaf 5, zesde lid, kan worden uitgevoerd op heffingsdossiers waarin voorafgaand aan de inwerkingtreding van paragraaf 5, zesde en zevende lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag werd ingediend, en waarvoor op het ogenblik van de bekendmaking van het programmadecreet van [...] bij de aanpassing van de begroting 2021 waarbij deze bepalingen worden ingevoegd:
1° een bezwaarschrift hangende is of reeds een beslissing over het bezwaarschrift werd genomen waartegen nog een beroepsmogelijkheid openstaat;
2° een vordering in rechte hangende is;
3° een aanvraag tot ambtshalve ontheffing als vermeld in artikel 376 van het WIB ingediend werd bij en aanvaard wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij;
4° een navordering gevestigd werd als vermeld in artikel 4.2.4.5, §2;
5° een aansprakelijkheidsvordering werd ingeleid voor hoven en rechtbanken.
De heffingsplichtige dient de Vlaamse Milieumaatschappij hiertoe te verzoeken met een per post aangetekende brief, die ten laatste één jaar na de bekendmaking van het programmadecreet van [...] bij de aanpassing van de begroting 2021 wordt verstuurd.
Indien de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek de verlenging van het nullozersstatuut met terugwerkende kracht toekent kan, in afwijking van artikel 418 WIB, enkel het verschil tussen het oorspronkelijke heffingsbedrag vermeerderd met de eventuele heffingsverhoging en het heffingsbedrag na toepassing van de vrijstelling voor nullozing, eventueel rekening houdend met de toepassing van paragraaf 6, terugbetaald worden aan de heffingsplichtige.
De toekenning met terugwerkende kracht geeft eveneens aanleiding tot het opleggen van de boete, zoals bepaald in artikel 5.4.2.2, tweede lid.
Alle kosten verbonden aan eerdere betwistingen in dit verband blijven ten laste van de heffingsplichtige.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | De ambtenaren van de Maatschappij, bedoeld in artikel 5.4.1.2, §1, kunnen een geldboete van 50 tot 1250 euro opleggen voor elke overtreding van hoofdstuk II van titel IV evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten. | ||
| 2 | Bij het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging van het nullozersstatuut, conform artikel 4.2.2.1.4, §5, zesde en zevende lid, wordt een geldboete opgelegd van 1000 euro per heffingsjaar waarvoor de vrijstelling met terugwerkende kracht wordt toegestaan. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor Energie schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 1 | De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van artikel 8.2.2, artikel 8.3.1/1 of artikel 8.4.2 van dit decreet werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. |