Tot wijziging van het decreet van 28 januari 1974 betreffende het cultuurpact, wat het waarborgen betreft van een evenredige vertegenwoordiging tussen de ideologische en filosofische strekkingen in de beheers- of bestuursorganen van culturele instellingen die opgericht zijn door of ressorteren onder de Vlaamse overheid #484
Gesloten 


Vlaams Belang wou 2 artikels wijzigen in decreet-1974-01-28 · 13 oktober 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op484 (2020-2021) – Nr. 3
10 februari 2021 (2020-2021)
verzendcode: CUL
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Filip Brusselmans, Johan Deckmyn,
Klaas Slootmans en Chris Janssens
tot wijziging van
het decreet van 28 januari 1974
betreffende het cultuurpact,
wat het waarborgen betreft
van een evenredige vertegenwoordiging
tussen de ideologische
en filosofische strekkingen
in de beheers- of bestuursorganen
van culturele instellingen die opgericht zijn door
of ressorteren onder de Vlaamse overheid
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie
Vlaams
Parlement
Vlaams Parlement484 (2020-2021) – Nr. 3 3
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 68.514/3
van 10 februari 2021
over
een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘tot
wijziging van het decreet van 28 januari 1974 betreffende het
cultuurpact, wat het waarborgen betreft van een evenredige
vertegenwoordiging tussen de ideologische en filosofische
strekkingen in de beheers- of bestuursorganen van culturele
instellingen die opgericht zijn door of ressorteren onder de
Vlaamse overheid’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 484/1)
‡LW-BACVKBEFJ-GIFBEXV‡
2/8 advies Raad van State 68.514/3
Op 15 december 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de
Voorzitter van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van zestig dagen een advies te
verstrekken over een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘tot wijziging van het
decreet van 28 januari 1974 betreffende het cultuurpact, wat het waarborgen betreft van een
evenredige vertegenwoordiging tussen de ideologische en filosofische strekkingen in de beheersof bestuursorganen van culturele instellingen die opgericht zijn door of ressorteren onder de
Vlaamse overheid’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 484/1).
Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 2 februari 2021. De kamer was
samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en
Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Annemie GOOSSENS,
griffier.
Het verslag is uitgebracht door Rein THIELEMANS, eerste auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 10 februari 2021.
*
‡LW-BACVKBEFJ-GIFBEXV‡
Vlaams Parlement68.514/3 advies Raad van State 3/8
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag
of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORSTEL
2. Zoals uit het opschrift ervan blijkt, strekt het voor advies voorgelegde voorstel van
decreet van de Vlaamse Gemeenschap tot wijziging van het decreet van 28 januari 1974
‘betreffende het cultuurpact’.
Vooreerst wordt in dat decreet een artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat de
vertegenwoordiging van de ideologische en filosofische strekkingen in de beheers- en
cultuurorganen van culturele instellingen die opgericht zijn door of ressorteren onder de Vlaamse
overheid, een correcte afspiegeling vormt van de aanwezigheid van die strekkingen in het Vlaams
Parlement (voorgesteld artikel 8/1 van het decreet van 28 januari 1974; artikel 2 van het voorstel).
Vervolgens wordt een tweede artikel ingevoegd waarin wordt bepaald dat de
vernieuwing van de beheers- en bestuursorganen van dezelfde culturele instellingen plaatsheeft
binnen een termijn van drie maanden na de volledige vernieuwing van het Vlaams Parlement, en
dat het mandaat van de leden van die organen verstrijkt drie maanden na de volledige
vernieuwing van het Vlaams Parlement. Voor de zittingsperiode 2019-2024 van het Vlaams
Parlement worden de beheers- en bestuursorganen van culturele instellingen die nog niet werden
vernieuwd, vernieuwd binnen een termijn van drie maanden die ingaat op de dag van
bekendmaking van het aan te nemen decreet in het Belgisch Staatsblad (voorgesteld artikel 8/2
van het decreet van 28 januari 1974; artikel 3 van het voorstel).
BEVOEGDHEID
3.1. In advies 65.276/3 van 27 maart 2019 heeft de Raad van State, afdeling
Wetgeving, de bevoegdheidsverdeling inzake de bescherming van ideologische en filosofische
minderheden als volgt samengevat:
“3. Artikel 131 van de Grondwet draagt aan de wetgever de bevoegdheid op
om de regelen vast te stellen ter voorkoming van elke discriminatie om ideologische en
filosofische redenen. Het betreft een aan de federale wetgever voorbehouden
bevoegdheid. De grondwetgever was immers van oordeel dat de federale wetgever,
omwille van zijn op ideologisch en filosofisch vlak meer evenwichtige samenstelling, de
eerste verantwoordelijke is om discriminaties om ideologische en filosofische redenen te
voorkomen.2-3 Het komt zelfs niet aan de gemeenschappen toe om de bepalingen van de
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
2 Voetnoot 9 van het aangehaalde advies : H. DUMONT, Le Pluralisme idéologique et l’autonomie culturelle en droit
public belge, Brussel, Bruylant, 1996, II, 38.
‡LW-BACVKBEFJ-GIFBEXV‡
4/8 advies Raad van State 68.514/3
wet van 16 juli 1973 te bevestigen4 of bij decreet toepasselijk te verklaren op instellingen
waarop de wet uit zichzelf reeds toepasselijk is5.
4. De aan de wetgever in artikel 131 van de Grondwet voorbehouden bevoegdheid
is evenwel niet exclusief van aard. Artikel 11 van de Grondwet legt ook aan de
decreetgever de verplichting op om de rechten en vrijheden van de ideologische en
filosofische minderheden te waarborgen. Die bevoegdheid is evenwel beperkt tot het
uitvaardigen van een aantal aanvullende voorschriften met betrekking tot verplichtingen
die reeds direct uit de wet van 16 juli 1973 voortvloeien.6 Deze aanvullende voorschriften
mogen bovendien niet strijdig zijn met de bepalingen van voornoemde wet.7”8
3.2. Bijgevolg …