§ flandrepo

Tot bepaling van de specifieke regels over de pacht #1475

Gemerged Bart DochyCathy CoudyserSteven CoenegrachtsSofie JoosenJoke SchauvliegeArnout Coel cd&v, N-VA, Open Vld voegde 10 artikels samen in decreet-1976-07-12decreet-1997-10-21decreet-2006-06-16 · 10 november 2022 6 checks vragen aandacht
Amendementen
21 augustus 2023 · 19 blz.
1475/6 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op1475 (2022-2023) – Nr. 6 12 juli 2023 (2022-2023) verzendcode: LAN Amendementen op het voorstel van decreet van Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts, Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel tot bepaling van de specifieke regels over de pacht Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State – Nr. 3 en 4: Amendementen – Nr. 5: Verslag van de hoorzitting AMENDEMENT Nr. 33 voorgesteld door Chris Steenwegen, Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout, Meyrem Almaci, Staf Aerts en Elisabeth Meuleman Artikel 3 Voor punt 1°, dat punt 1°/1 wordt, een nieuw punt 1° invoegen, dat luidt als volgt: “1° bebossing of natuurrealisatie: een terrein dat beheerd wordt of zal worden ten behoeve van het natuurbehoud onder een natuurbeheerplan type 3 of 4 overeenkomstig artikel 16ter, §1, 3° en 4°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;”. VERANTWOORDING In voorliggend voorstel van decreet wordt gesproken over ‘bebossing’ en ‘natuurrealisatie’. Die begrippen worden echter niet meegenomen in het artikel met definities. Volgens de indieners van voorliggend amendement is het wel van belang om die begrippen nauwkeurig te definiëren omdat de rechten van de pachter en de verpachter wijzigen wanneer die zich bijvoorbeeld engageren om aan ‘natuurrealisatie’ te doen. Zo kunnen pachters bijvoorbeeld onder artikel 19, §7, de “opzeggingsreden zelf realiseren” door bijvoorbeeld een beheerovereenkomst/ecoregeling toe te passen. Aangezien de opzeggingsreden wordt ingevoerd met het oog op het maatschappelijk belang, is het cruciaal dat het eeuwigdurende natuurrealisatie betreft in functie van een natuurbeheerplan type 3 of 4. Vanuit landbouw wijst men terecht op het belang van langdurige pachtovereenkomsten. Maar ook natuur heeft langdurige bescherming nodig en niet een vrijwillige bescherming van een jaar of van vijf jaar. ** AMENDEMENT Nr. 34 voorgesteld door Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts, Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel Artikel 3 Een punt 7°/1 invoegen, dat luidt als volgt: “7°/1 lokale overheid: een van de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;”. VERANTWOORDING Met voorliggend amendement wordt nog een definitie toegevoegd, namelijk die van het begrip ‘lokale overheid’. Dit begrip is relevant in het kader van de opzegging voor natuur en bos. ** AMENDEMENT Nr. 35 voorgesteld door Chris Steenwegen, Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout, Meyrem Almaci, Staf Aerts en Elisabeth Meuleman Artikel 4 Punt 3° schrappen. Vlaams Parlement1475 (2022-2023) – Nr. 6 3 VERANTWOORDING Een erfpachtovereenkomst die wordt afgesloten met een landbouwer voor het ter beschikking stellen van landbouwgronden wordt hierdoor automatisch als een echte pachtovereenkomst beschouwd en dus vervallen ook de bedingen die eventueel in de erfpachtovereenkomst zijn opgenomen en die niet toegelaten zijn in het voorstel van Pachtdecreet. De argumentatie is dat, door de aanpassing van de wet op de erfpacht, de minimale periode van 27 jaar op 15 jaar is gebracht. Erfpacht wordt vandaag inderdaad gebruikt omdat de huidige Pachtwet op geen enkele manier de ruimte laat voor bijvoorbeeld een openbare verpachter die een lokale voedselstrategie en landbouwvisie wil implementeren en daarvoor voorwaarden wil opleggen aan de manier waarop aan landbouw wordt gedaan. De indieners van voorliggend amendement pleiten ervoor om in die mogelijkheden te voorzien, bijvoorbeeld door een ‘ecologische pacht’ mogelijk te maken zoals in Frankrijk. Zij wensen in elk geval niet dat de figuur van de erfpacht beperkt wordt, maar willen dat die kan worden toegepast op de wijze waarin de wetgever heeft voorzien. ** AMENDEMENT Nr. 36 voorgesteld door Chris Steenwegen, Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout, Meyrem Almaci, Staf Aerts en Elisabeth Meuleman Artikel 5 In punt 8° aan punt a) de volgende zinsnede toevoegen: “of waarvoor de pacht afgetekend is door de pachter;”. VERANTWOORDING Er wordt onder punt a) als voorwaarde gesteld dat een overeenkomst niet gesloten kan worden als er pacht op de grond rust. Vandaag worden er echter regelmatig overeenkomsten afgesloten met pachters waarin die hun pacht opzeggen na een (beperkt) aantal jaar. ** AMENDEMENT Nr. 37 voorgesteld door Chris Steenwegen, Mieke Schauvliege, Jeremie Vaneeckhout, Meyrem Almaci, Staf Aerts en Elisabeth Meuleman Artikel 5 In punt 8° punt b) schrappen. VERANTWOORDING De logica achter deze uitzondering is dat de natuurrealisatie, waarbij verwezen wordt naar het Natuurdecreet, moet verwezenlijkt worden, aangezien die ook gesubsidieerd wordt. Maar dan is het niet logisch dat er vervolgens een bestemmingsvereiste aan wordt gekoppeld. De natuurrealisatie, waarbij verwezen wordt naar het Natuurdecreet, ook middels een ‘natuurcontract’, moet volledig in de uitzondering gevat worden. Er moeten geen beperkingen op komen door een voorwaardelijke uitzondering op basis van bestemmingen op het gewestplan toe te voegen. Door er een bestemmingsvereiste aan te koppelen kunnen aaneengesloten natuurgebieden vaak niet gerealiseerd worden. Door die bestemmingen mee te nemen dreigt men in een situatie terecht te komen waarbij binnen één natuurgebied sommige percelen via een natuurcontract kunnen worden geregeld en het perceel ernaast via een ander soort overeenkomst. En het zal in veel gevallen eenzelfde landbouwer zijn die beide soorten contracten zal moeten honoreren. Dat is niet wenselijk. ** AMENDEMENT Nr. 38 voorgesteld door Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts, Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel Artikel 6 Dit artikel vervangen door wat volgt: “Art. 6. §1. Van elke overeenkomst die onder de toepassing van dit decreet valt, wordt een geschrift opgesteld dat, met behoud van de toepassing van alle andere nadere regels, de volgende gegevens vermeldt: 1° de identiteit van alle contracterende partijen, namelijk: a) voor …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd