§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de beperking van de sanctiemogelijkheden voor de jeugdrechtbanken betreft tot uitsluitend de zwaarste sancties ingeval van ernstige jeugddelicten #519

Gesloten Bart Van OpstalAdeline BlancquaertTom LamontAnke Van dermeerschChris Janssens Vlaams Belang wou 1 artikel wijzigen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 14 oktober 2025 Alle checks geslaagd
Verslag
2 februari 2026 · 6 blz.
519/2 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 29 januari 2026 (2025-2026) Verslag namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed uitgebracht door Anke Van dermeersch over het voorstel van decreet van Bart Van Opstal, Adeline Blancquaert, Tom Lamont, Anke Van dermeersch en Chris Janssens tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de beperking van de sanctiemogelijkheden voor de jeugdrechtbanken betreft tot uitsluitend de zwaarste sancties ingeval van ernstige jeugddelicten Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed: Voorzitter: Sander Loones. Vaste leden: Arnout Coel, Marc Hendrickx, Sander Loones, Philippe Muyters; Adeline Blancquaert, Tom Lamont, Anke Van dermeersch, Bart Van Opstal; Simon Bekaert, Kris Verduyckt; Toon Vandeurzen, Peter Van Rompuy; Jos D'Haese; Mieke Schauvliege; Egbert Lachaert. Plaatsvervangers: Mieke Claes, Gijs Degrande, Sarah Smeyers, Hans Vanhoof; Michiel Awouters, Frédéric Erens, Freija Van den Driessche, Wim Verheyden; Hans Bonte, Tina Van Havere; Kris Declercq, Katrien Schryvers; Line De Witte; Bram Jaques; Tom Ongena. 1. Toelichting door Bart Van Opstal, indiener ............................................... 4 2. Bespreking .......................................................................................... 4 2.1. Marc Hendrickx ............................................................................ 4 2.2. Adeline Blancquaert...................................................................... 5 2.3. Toon Vandeurzen ......................................................................... 5 2.4. Bart Van Opstal ........................................................................... 6 3. Stemming ........................................................................................... 6 INHOUD Op 13 januari 2026 behandelde de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed het voorstel van decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de beperking van de sanctiemogelijkheden voor de jeugdrechtbanken betreft tot uitsluitend de zwaarste sancties ingeval van ernstige jeugddelicten (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 519/1). 1. Toelichting door Bart Van Opstal, indiener Bart Van Opstal wijst erop dat, tijdens de verkiezingscampagne van 2024, alle partijen op dezelfde golflengte zaten over veiligheid. Ook de N-VA, Vooruit en cd&v plaatsten veiligheid bovenaan de politieke agenda. Vlaanderen is sinds 2019 bevoegd voor het jeugddelinquentierecht. De voorbije jaren is de jongerencriminaliteit duidelijk toegenomen. Jongeren plegen steeds zwaardere feiten. Criminele netwerken zetten steeds meer minderjarigen in. Bart Van Opstal verwijst naar tal van casussen met ernstig geweld, zware verwondingen en zelfs dodelijke incidenten. Volgens het Vlaams Belang is het maatschappelijk onaanvaardbaar dat jongeren die zulke zware feiten plegen, wegkomen met een berisping of andere lichte straf. Het is problematisch dat jeugdrechters uit een heel groot sanctiepalet kunnen kiezen en daarbij ook bij zware misdrijven lichte sancties uitspreken, zoals een berisping. Het Vlaams Belang doet een concreet voorstel ter verstrenging: als het gaat om feiten waarbij een meerderjarige pleger vijf jaar opgesloten zou worden, mag men niet meer straffen met een berisping. In de praktijk gaat het over doodslag, gewapende overvallen, zware slagen en verwondingen, verkrachting, brandstichting waar mensenlevens in gevaar komen. Het gaat over deelname aan terroristische organisaties, over drugshandel, over diefstal met geweld waarbij een slachtoffer zwaargewond is. Dat ook minderjarige daders niet alleen met een berisping bestraft mogen worden, is voor Bart Van Opstal evident. Hij spoort zijn collega-parlementsleden aan om het juiste te doen en het voorstel van decreet dus goed te keuren. 2. Bespreking 2.1. Marc Hendrickx Marc Hendrickx spreekt zijn medeleven uit voor de slachtoffers die Bart Van Opstal vermeldde, maar dat de daders zouden wegkomen met alleen een berisping, is niet correct. Een berisping is vaak het einde van een heel traject aan opgelegde maatregelen. De daders zijn vaak bijvoorbeeld al verwezen naar een gemeenschapsinstelling en hebben moeten aantonen dat ze wel degelijk aan hun problemen hebben gewerkt. Na zo’n traject aan maatregelen eindigt men dan met een berisping. Daarnaast kan het sanctiepakket uit artikel 20 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht cumulatief toegepast worden, en daarover beslist de jeugdrechter. Hij heeft zicht op alle argumenten en concrete omstandigheden die niet zomaar in de pers te lezen zijn. Daarom vertrouwt men dus op een jeugdrechter, op de rechterlijke macht. Het staat trouwens ook in het decreet dat bepaalde sancties de voorkeur genieten ten opzichte van gemeenschapsinstellingen. Dat vindt hij proportioneel, rekening houdend met de kwetsbare positie van minderjarigen. In 2024 werden de regels trouwens verstrengd en verscherpt, met de schrapping van de leeftijdsgrens. Er kwamen meer mogelijkheden voor een terbeschikkingstelling, kortverblijf in gemeenschapsinstellingen enzovoort. Het komt nu de decreetgever toe om de regels te maken die de rechter moet toepassen, maar recente rechtspraak leert dat dat geen absoluut prerogatief is. In 2021 heeft het Grondwettelijk Hof beslist dat de rangordeprioritering die ingebouwd werd in de omstandigheden waarmee rekening gehouden moest worden bij een als misdrijf omschreven feit, in strijd is met het belang van het kind en de beoordelingsvrijheid van een rechter. Die rangorde is dus niet meer van toepassing. Men kan eruit cherrypicken, maar men hoeft de rangorde niet meer te volgen. Het voorliggende voorstel van decreet riskeert een gelijksoortige vernietigingsgrond in het leven te roepen, omdat het …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd