Tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 #313
Gemerged 




N-VA, Vooruit, cd&v voegde 16 artikels samen in decreet-1997-02-25 · 5 mei 2025 Alle checks geslaagd
Amendementen
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 11 juni 2025 (2024-2025)
Amendement
voorgesteld na indiening van het verslag
op het voorstel van decreet
van Koen Daniëls, Hannelore Goeman,
Loes Vandromme, Griet Vanryckegem,
Tom Seurs, Gianna Werbrouck en Peter Van Rompuy
tot wijziging van het decreet basisonderwijs
van 25 februari 1997
AMENDEMENT NR. 16
voorgesteld door Roosmarijn Beckers, Jan Laeremans, Mercina Claesen,
Bart Claes, Kristof Slagmulder en Chris Janssens
na indiening van het verslag
Artikel 19
De woorden “1 september 2025” vervangen door “1 september 2026”.
VERANTWOORDING
De indieners vragen met de indiening van dit amendement om af te zien van het voornemen om een
formele decretale ingangsdatum van de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs op 1 september 2025 in te stellen.
Zoals ook gesteld wordt in de op 28 februari 2025 door de Vlaamse Regering aangenomen en afgekondigde Visienota over de vaststelling van kwaliteitsvolle minimumdoelen in het basisonderwijs, treden
de nieuwe minimumdoelen voor het basisonderwijs officieel in werking op 1 september 2025. Vanaf die
datum zijn de doelen “principieel van kracht”, maar scholen en leerplanmakers krijgen een overgangstermijn: voor de vakken Nederlands, wiskunde en wetenschap & techniek loopt die tot 1 september
2026, voor de overige vakken tot 1 september 2027. Hoewel de doelen dus formeel-decretaal al in
2025 gelden, zal de overheid pas vanaf 2027 overgaan tot effectieve handhaving. De de facto invoering
van de doelen verloopt dus gefaseerd: tegen 2026 moeten leerplannen en leerkrachten klaar zijn voor
de kernvakken, en tegen 2027 voor alle andere vakken.
Verschillende directies, leraren, onderwijsexperten en andere belanghebbenden in het onderwijsveld
wezen erop dat dit een vrij eigenaardige gang van zaken is. Ook in parlementaire debatten in de Commissie voor Onderwijs werd hierop gewezen. De normale gang van zaken is dat nieuwe eindtermen
en/of minimumdoelen worden ingevoerd op een ingangsdatum waarop de leerplannen al vorm hebben
gekregen en waarop koepels, scholen en leraren voldoende terdege zijn voorbereid. In een normale
gang van zaken wordt dit decreet tijdig afgeklopt en is er dus voldoende tijd voor de opmaak van
leerplannen, voor de opmaak van nieuw cursusmateriaal, voor schooloverleg en voor concrete didactische implementatie in de lesvoorbereidingen. Alles gaat dan in vanaf die datum, maar dan wordt er nog
een gedoogperiode van enkele schooljaren in acht genomen waarin de onderwijsinspectie de implementatie wel monitort, maar geen echte doorlichtingen doorvoert in het onderwijssegment dat die
nieuwe minimumdoelen in de praktijk aan het implementeren is.
Met de huidige voorgestelde krappe timing en de discrepantie tussen een decretale ingangsdatum op 1
september 2025 en een feitelijke invoering vanaf 1 september 2026 is er ook onduidelijkheid naar hoe
de zaken nu concreet zullen verlopen voor het schooljaar 2025-2026 en aan welke verplichtingen onderwijsinstellingen en onderwijspersoneel op dat moment al moeten voldoen. Er zullen op dat moment
bij veel onderwijsinstellingen immers nog geen leerplannen zijn.
Scholen geven immers les maar geven ook studiebewijzen af op basis van leerplandoelenstellingen –
die natuurlijk een grond hebben in de Vlaamse minimumdoelen – en niet op basis van de Vlaamse
minimumdoelen an sich. Verschillende onderwijspersoneelsleden vragen zich af hoe de gefaseerde invoering van de nieuwe minimumdoelen zich concreet zal vertalen in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Het is bijvoorbeeld voor veel spelers in het veld nog onduidelijk in hoeverre scholen tegen 1 september
2025 al kunnen werken met aangepaste eindtermen, leerplannen en lesmateriaal, en of zij in de tussentijd geacht worden zelf oplossingen te zoeken of te improviseren. Er leeft ook de vraag of scholen
al mogen of zelfs moeten evalueren op basis van doelen die afgestemd zijn op de nieuwe minimumdoelen, ook al zijn de aangepaste leerplannen nog niet volledig uitgerold. Bovendien is het niet evident
hoe leerkrachten in die overgangsperiode duidelijkheid kunnen krijgen over de verwachtingen die aan
hen en hun leerlingen gesteld worden.
Ook de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) stelde deze knelpunten vast in haar op 23 april 2025 gepubliceerde advies ‘Minimumdoelen met ambitie voor alle leerlingen basisonderwijs’ naar aanleiding van de
hierboven genoemde visienota. In dit advies vroeg de Vlor nadrukkelijk om voldoende tijd voor elke
stap in het ontwikkelings-, uitvoerings- en implementatieproces. Volgens de Vlor is onduidelijk wat het
“principieel van kracht zijn” van de minimumdoelen vanaf 1 september 2025 precies betekent. Want
decretaal gezien bestaat er niet zoiets als “principieel van kracht zijn”, een decretale wijziging gaat
juridisch in vanaf een bepaalde datum, ongeacht hoe snel of vlot de feitelijke uitvoering en implementatie verloopt.
De Vlor pleitte ook voor een decretaal vastgelegde gedoogperiode van drie tot vijf schooljaren die ingaat
vanaf het moment van de goedkeuring van de leerplannen – lees: niet vanaf de huidige voorliggende
datum van ingang van de decretale minimumdoelen op 1 september 2025. De Vlor wil op die manier
zeker zijn dat iedere leraar in het basisonderwijs een even lange gedoogperiode kan genieten voor elke
vakdiscipline van het basisonderwijs. Want zoals gesteld zal er in de praktijk met het aanhouden van
de ingangsdatum, zoals die nu in het voorstel van decreet vervat is, een verschil zitten tussen enerzijds
de decretale invoeringsdatum van de minimumdoelen (wat vooralsnog nog altijd 1 september 2025 zou
zijn) en het klaar zijn en ingaan van de leerplannen (de facto maar vanaf 1 september 2026) en zal er
ook een verschil zijn in het klaar zijn tussen de leerplannen in de kernvakken Nederlands en wiskunde
(1 september 2026) en die van de andere vakgebieden (1 september 2027).
Ook in een eerdere aanbevelingenbundel, namelijk het Vloradvies ‘Bouwen aan breed draagvlak voor
nieuwe …