§ flandrepo

Bij de aanpassing van de begroting 2020 #290

Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-2017-05-12decreet-2017-05-05decreet-2013-11-08 · 4 mei 2020 21 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
3 juli 2020 · 15 blz.
290/16 Officiële PDF
47 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 3 jul 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-2017-05-12/art. 5/1 wijzigt · vierde lid
Art. 2. In artikel 5/1, vierde lid, van het decreet van 12 mei 2017 houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd, ingevoegd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt de zinsnede “het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof” vervangen door de zinsnede “artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019”. Afdeling 2. Indienmomenten voor de subsidieaanvragen voor de bouw of renovatie van bovenlokale sportinfrastructuur

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2017-05-05/art. 11 wijzigt
Art. 3. In artikel 11 van het decreet van 5 mei 2017 houdende de ondersteuning van bovenlokale sportinfrastructuur en topsportinfrastructuur worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het woord “jaarlijks” wordt vervangen door de zinsnede “maximaal twee keer per jaar”; 2° de zinnen “De Vlaamse Regering kan beslissen om een tweede indienmoment te organiseren indien het begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur minstens 10.000.000 euro (10 miljoen euro) bedraagt. In dat geval wordt per indienmoment minstens het minimale begrotingskrediet voor de subsidiëring van bovenlokale sportinfrastructuur van 5.000.000 euro (vijf miljoen euro), vermeld in artikel 3, vierde lid, voorzien.” worden toegevoegd. Afdeling 3. Uitdovingsregeling van de subsidiëring aan initiatieven in de sportsector als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 november 2013 houdende het stimuleren, het coördineren en het subsidiëren van de tewerkstelling in de sportsector

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −2 decreet-2013-11-08/art. 2 berekend
1In dit decreet wordt verstaan onder :1In dit decreet wordt verstaan onder :
21° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap dat opgericht is bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";21° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap dat opgericht is bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen";
32° initiatief in de sportsector : een organisatie in de sportsector die vanaf 1 januari 2003 een loonsubsidie ontvangt voor een werknemer in een arbeidsplaats die aan de organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector;32° initiatief in de sportsector : een organisatie in de sportsector die vanaf 1 januari 2003 tot 1 oktober 2020 een loonsubsidie ontving voor een werknemer in een arbeidsplaats die aan de organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector;
43° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke ontwikkeling, de sport en het openluchtleven;43° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke ontwikkeling, de sport en het openluchtleven;
54° sportbegeleider : de werknemer met een sportgerelateerde functie. Daaronder worden verstaan : de lesgevers en de begeleiders bij een sportactiviteit, de juryleden en de scheidsrechters;54° sportbegeleider : de werknemer met een sportgerelateerde functie. Daaronder worden verstaan : de lesgevers en de begeleiders bij een sportactiviteit, de juryleden en de scheidsrechters;
65° sportondersteuner : de werknemer met een administratieve of logistieke functie in de sport;65° sportondersteuner : de werknemer met een administratieve of logistieke functie in de sport;
76° werknemer in een gewezen DAC-statuut : de werknemer tewerkgesteld in een arbeidsplaats die aan een organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector en waarvoor een loonsubsidie wordt ontvangen als initiatief in de sportsector;76° werknemer in een gewezen DAC-statuut : de werknemer tewerkgesteld in een arbeidsplaats die aan een organisatie was toegekend in het kader van een project met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector en waarvoor een subsidie wordt ontvangen als initiatief in de sportsector;
87° werknemer met verworven rechten : de werknemer in een gewezen DAC-statuut, die al vóór 1 januari 2003 tewerkgesteld was in het kader van een project dat aan een organisatie werd toegekend met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.87° werknemer met verworven rechten : de werknemer in een gewezen DAC-statuut, die al vóór 1 januari 2003 tewerkgesteld was in het kader van een project dat aan een organisatie werd toegekend met toepassing van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
+1 −1 decreet-2013-11-08/art. 8 berekend
31° in voorkomend geval, vanaf de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, met het budget dat werd toegekend aan die organisatie, als initiatief in de sportsector in het jaar dat aan de subsidiëring van de organisatie voorafgaat;31° in voorkomend geval, vanaf de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, met het budget dat werd toegekend aan die organisatie, als initiatief in de sportsector in het jaar dat aan de subsidiëring van de organisatie voorafgaat;
42° in 2014 en vanaf 2015 met de budgetten die respectievelijk vrijkomen in 2014 en vanaf 2015 door de stopzetting van de subsidiëring aan de initiatieven in de sportsector, andere dan de organisatie, vermeld in punt 1°, met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC- statuut;42° in 2014 en vanaf 2015 met de budgetten die respectievelijk vrijkomen in 2014 en vanaf 2015 door de stopzetting van de subsidiëring aan de initiatieven in de sportsector, andere dan de organisatie, vermeld in punt 1°, met toepassing van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC- statuut;
53° vanaf de beëindiging van de subsidiëring van de loonkosten van een werknemer met verworven rechten bij zijn uitdiensttreding, pensionering of overlijden, met een bedrag per vte.53° vanaf de beëindiging van de subsidiëring van de loonkosten van een werknemer met verworven rechten bij zijn uitdiensttreding, pensionering of overlijden, uiterlijk op 31 mei 2020 met een bedrag per vte.
6Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, bepaalt de Vlaamse Regering een minimaal bedrag per vte.6Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, bepaalt de Vlaamse Regering een minimaal bedrag per vte.
7De middelen die met toepassing van het eerste lid, 1°, 2° en 3°, worden toegekend, kunnen uitsluitend worden aangewend voor tewerkstelling.7De middelen die met toepassing van het eerste lid, 1°, 2° en 3°, worden toegekend, kunnen uitsluitend worden aangewend voor tewerkstelling.
+2 −2 decreet-2013-11-08/art. 19 berekend
1Met behoud van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2012 houdende beëindiging van de subsidiëring van loonkosten aan bepaalde initiatieven in de sportsector, die werknemers tewerkstellen in een gewezen DAC-statuut, ontvangen de initiatieven in de sportsector een loonsubsidie voor de werknemers in een gewezen DAC-statuut. Die subsidie bedraagt maximaal de volledige verplichte loonkosten overeenkomstig het op 1 januari 2003 bepaalde barema. Dat recht op subsidies blijft behouden voor een werknemer met verworven rechten zolang hij in dienst is en tot aan de wettelijke pensioenleeftijd voor zover aan de subsidieregeling voldaan is.
2In afwijking van het eerste lid wordt in voorkomend geval, tijdens de subsidiëring van de organisatie, vermeld in artikel 7, § 1, de subsidiëring als initiatief in de sportsector stopgezet.
1De initiatieven in de sportsector ontvangen een subsidie voor de werknemer in een gewezen DACstatuut tot uiterlijk het einde van de berekende fictieve opzegtermijn van de werknemer in kwestie. Het einde van de fictieve opzegtermijn wordt berekend alsof die werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg zou worden geplaatst met ingang van 1 oktober 2020, en enkel verlengd met 20 vakantiedagen op jaarbasis.
2Het recht op subsidies, vermeld in het eerste lid, vervalt als de werknemer in een gewezen DAC-statuut uit dienst treedt. Het initiatief in de sportsector deelt binnen de maand na uitdiensttreding deze wijziging mee aan het agentschap Sport Vlaanderen.
+2 −2 decreet-2013-11-08/art. 21 berekend
1De Vlaamse Regering bepaalt de vorm, de termijnen en de te volgen procedure voor de subsidiëring als initiatief in de sportsector.
2De subsidiëring als initiatief in de sportsector wordt verleend, geschorst of ingetrokken onder de voorwaarden, binnen de termijnen en volgens de vorm en de procedure die de Vlaamse Regering bepaalt.
1Het subsidiebedrag, vermeld in artikel 19, wordt vastgesteld op basis van het barema en de anciënniteit van de werknemer in een gewezen DACstatuut, rekening houdend met het gesubsidieerde arbeidsvolume van de werknemer in een gewezen DAC-statuut. Het barema is de weddeschaal van de werknemer op 31 december 2002, zoals die is vastgesteld in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 1994 tot vaststelling van de weddeschalen van de werknemers tewerkgesteld in het derde arbeidscircuit.
2Als de werknemer in een gewezen DAC-statuut in opzeg is geplaatst uiterlijk op 31 december 2020 en wettelijk recht heeft op outplacementbegeleiding, wordt het subsidiebedrag verhoogd. Het subsidiebedrag wordt verhoogd met een bedrag dat overeenkomt met het subsidiebedrag voor de maand december 2020.
+2 −0 decreet-2013-11-08/art. 21/1 nieuw
1Het agentschap Sport Vlaanderen kent per kwartaal voorschotten toe die telkens 20% van het subsidiebedrag bedragen.
2Na goedkeuring door de minister, wordt het verschil tussen de uitbetaalde voorschotten en het subsidiebedrag ofwel als saldo uitbetaald voor 1 augustus van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor de subsidie is toegekend, ofwel teruggevorderd. Het saldo voor het werkingsjaar 2020 wordt verhoogd met het bedrag, vermeld in artikel 21, tweede lid.
+1 −0 decreet-2013-11-08/art. 21/2 nieuw
1Het initiatief in de sportsector bezorgt voor het verstrijken van elk kwartaal het bewijs dat de werknemer in een gewezen DAC-statuut nog in dienst is via de loonfiches. Het voorschot voor het volgende kwartaal wordt uitbetaald nadat deze loonfiches zijn bezorgd.
+1 −1 decreet-2004-03-19/art. 4 berekend
1Toerisme Vlaanderen heeft als missie het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme te bevorderen. Daartoe zal Toerisme Vlaanderen inzonderheid instaan voor de bevordering van de professionalisering van de toeristische sector en voor de ondersteuning van de ontwikkeling van het toeristisch productaanbod, alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning .1Toerisme Vlaanderen heeft als missie het verhogen van de aantrekkelijkheid van Vlaanderen als bestemming, en het bevorderen van het toerisme, de toeristische recreatie en de vrijetijdsbesteding in het kader van het toerisme. Daartoe zal Toerisme Vlaanderen inzonderheid instaan voor de bevordering van de professionalisering van de toeristische sector en voor de ondersteuning van de ontwikkeling van het toeristisch productaanbod, alsmede voor de coördinatie van deze ondersteuning , de uitbouw en coördinatie van het Vlaams topevenementenbeleid.
decreet-2004-03-19/art. 5 wijzigt · §1
Art. 12. Aan artikel 5, §1, van hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt: “5° taken inzake het Vlaams topevenementenbeleid: a) het coördineren en het administratief en inhoudelijk ondersteunen van de cel EventFlanders; b) het participeren in en het voorzitten van het aansturingscomité voor Event Flanders; c) het financieel ondersteunen van Vlaamse topevenementen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2014-01-31/art. 7 wijzigt · eerste lid
Art. 14. In artikel 7, eerste lid, van het decreet van 31 januari 2014 betreffende opdracht van de bevoegdheid inzake het voeren van een specifiek grond en woonbeleid en een specifiek welzijns en gezondheidsinfrastructuurbeleid voor Vlaams Brabant aan de Provincie Vlaams-Brabant worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het bedrag “736.000” wordt vervangen door het bedrag “696.000”; 2° het jaartal “2014” wordt vervangen door het jaartal “2020”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 4.2.2.1.3 wijzigt · §1
Art. 15. In artikel 4.2.2.1.3, §1, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, wordt de zinsnede “de som van de bijdrage en de vergoeding, vermeld in de artikelen 4.3.2.1 tot 4.3.2.4, exclusief btw” vervangen door de zinsnede “de som van de bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding, vermeld in artikel 4.3.2.1 en 4.3.2.2, exclusief btw”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 4.2.4.8 wijzigt · §2
decreet-2014-01-31/art. 7/2 wijzigt · eerste lid
decreet-1998-07-07-1006281/art. 2 wijzigt
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 153quater berekend
decreet-1997-02-25/art. 153septies wijzigt · decies
decreet-1997-02-25/art. 153 wijzigt · undevicies; viciesquinquies; duodetricies
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 172quinquies berekend
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 10 berekend
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 24 berekend
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 72sexies berekend
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 44 berekend
+2 −2 decreet-2007-06-15/art. 45 berekend
+3 −3 decreet-2007-06-15/art. 47 berekend
+0 −14 decreet-2007-06-15/art. 49 opgeheven
+0 −1 decreet-2007-06-15/art. 50 opgeheven
+4 −2 decreet-2007-06-15/art. 72octies berekend
+6 −0 decreet-2007-06-15/art. 98 berekend
+6 −0 decreet-2007-06-15/art. 108 berekend
decreet-2007-06-15/art. 107 wijzigt · §1
+4 −4 decreet-2007-06-15/art. 196septies berekend
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 94 berekend
decreet-2009-05-08/art. 21/1 wijzigt · eerste lid
+0 −24 decreet-2009-05-08/art. 28 opgeheven
decreet-2005-12-23/art. 21 wijzigt
+2 −1 decreet-2012-12-21/art. 26 berekend
+1 −2 decreet-2019-12-20/art. 26 berekend
+2 −2 decreet-2019-12-20/art. 27 berekend
+1 −0 decreet-2019-12-20/art. 28 berekend
decreet-2019-12-20/art. 2.2.4.0.4 wijzigt · tweede lid
decreet-2019-12-20/art. 2.2.6.0.1 wijzigt · §1, eerste lid
decreet-2019-12-20/art. 2.2.6.0.6 wijzigt
decreet-2019-12-20/art. 2.3.4.1.1 wijzigt
decreet-2019-12-20/art. 2.3.6.0.1 wijzigt · §1, eerste lid
decreet-2019-12-20/art. 2.3.6.0.2 wijzigt · tweede lid
art. 5bisde wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren voegt in
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd