Tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Moldavië inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten, ondertekend te Praag op 31 augustus 2022 #1656
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 30 maart 2023 2 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: BUI
ingediend op 22 mei 2023 (2022-2023)
Verslag
namens de Commissie voor Buitenlands Beleid,
Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking
en Toerisme
uitgebracht door Annick Lambrecht en Karl Vanlouwe
over het ontwerp van decreet
tot instemming met de overeenkomst
tussen het Koninkrijk België
en de Republiek Moldavië
inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden
door bepaalde gezinsleden van het personeel
van de diplomatieke missies en consulaire posten,
ondertekend te Praag op 31 augustus 2022
Samenstelling van de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale
Samenwerking en Toerisme:
Voorzitter: Cathy Coudyser.
Vaste leden:
Cathy Coudyser, Maarten De Veuster, Philippe Muyters, Joris Nachtergaele, Karl Vanlouwe;
Johan Deckmyn, Carmen Ryheul, Kristof Slagmulder;
Karin Brouwers, Vera Jans;
Emmily Talpe, Bart Tommelein;
Staf Aerts, Tine Van den Brande;
Annick Lambrecht.
Plaatsvervangers:
Maaike De Vreese, Andries Gryffroy, Sofie Joosen, Steven Vandeput, Manuela Van Werde;
Adeline Blancquaert, Stefaan Sintobin, Anke Van dermeersch;
Orry Van de Wauwer, Loes Vandromme;
Jean-Jacques De Gucht, Marino Keulen;
Chris Steenwegen, Jeremie Vaneeckhout;
Steve Vandenberghe.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
Op 16 mei 2023 behandelde de Commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Internationale Samenwerking en Toerisme het ontwerp van decreet
tot instemming met de overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek
Moldavië inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door bepaalde gezinsleden van het personeel van de diplomatieke missies en consulaire posten,
ondertekend te Praag op 31 augustus 2022 (Parl.St. Vl.Parl. 2022-23, nr. 1656/1).
Het ontwerp van decreet werd unaniem aangenomen.
1. Toelichting door minister-president Jan Jambon
Minister-president Jan Jambon legt uit dat de status van het diplomatieke en consulaire personeel dat door de zendstaat wordt aangesteld in de ontvangende staat
en de status van de gezinsleden worden geregeld door het Verdrag van Wenen
inzake diplomatiek verkeer (1961) en inzake consulair verkeer (1963). De meeste
landen, waaronder België en Moldavië, zijn partij bij die verdragen.
Hoewel die verdragen stellen dat het geenszins verboden is voor gezinsleden om
in de ontvangende staat betaalde werkzaamheden te verrichten, is het zo dat hun
status en de daaruit voortvloeiende voorrechten en immuniteiten in de praktijk
onverenigbaar zijn met het uitoefenen van een beroep. In de meeste staten is de
toegang van buitenlanders tot bezoldigde arbeid trouwens beperkt.
De overeenkomst heeft dan ook tot doel het verrichten van betaalde werkzaamheden, zowel als loontrekkende alsook als zelfstandige, door bepaalde gezinsleden
van de ambtenaren en andere personeelsleden van diplomatieke zendingen en
consulaire posten te vergemakkelijken. Zo draagt deze overeenkomst bij aan een
betere combinatie van een diplomatieke loopbaan en een gezinsleven, en aan gelijke kansen voor mannen en vrouwen op dat vlak. Uiteraard is de overeenkomst
ook van toepassing op de diplomatieke vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid die in de overeenkomstsluitende staat zijn of zouden worden geaccrediteerd.
Op 21 januari 2020 legde de Werkgroep Gemengde Verdragen het gemengde karakter van deze overeenkomst vast. Zowel de federale overheid als de gewesten
en de Duitstalige Gemeenschap worden bevoegd geacht. De gewesten zijn bevoegd
voor de regelgeving over beroepskaarten, terwijl de federale overheid alleen bevoegd is voor vrijstellingen van beroepskaarten, verbonden aan de specifieke verblijfssituatie van de betrokken personen. In het kader van deze overeenkomst
wordt evenwel geen vrijstelling van beroepskaarten toegekend, maar dienen de
personen die opteren voor een zelfstandige beroepsactiviteit wel degelijk een beroepskaart aan te vragen. Daarom zijn ook de gewesten bevoegd.
2. Bespreking
Karl Vanlouwe informeert hoever het staat met de bekrachtiging van dit verdrag in
de andere deelstaten en op het federale niveau.
Minister-president Jan Jambon antwoordt dat geen enkel ander Belgisch overheidsniveau de instemmingsprocedure heeft afgerond.
3. Stemming
3.1. Artikelsgewijze stemming
Artikel 1 wordt unaniem aangenomen met 11 stemmen.
Artikel 2 wordt unaniem aangenomen met 11 stemmen.
3.2. Stemming over het geheel
Het ontwerp van decreet wordt unaniem aangenomen met 11 stemmen.
Cathy COUDYSER,
voorzitter
Annick LAMBRECHT
Karl VANLOUWE,
verslaggevers