Tot wijziging van het decreet van 10 juni 2016 houdende de erkenning en subsidiëring van de georganiseerde sportsector #1186
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 mei 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 2 | 1° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten; | 2 | 1° aangesloten lid : de sportbeoefenaar die een jaarlijkse individuele bijdrage betaalt aan een sportclub om op regelmatige basis gedurende het sportjaar te kunnen deelnemen aan competitieve of recreatieve sportactiviteiten; |
| 3 | 2° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; | 3 | 2° agentschap Sport Vlaanderen : het agentschap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 betreffende het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid "Sport Vlaanderen"; |
| 4 | 2°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de eerste opvang en doorverwijzing, en zorgt voor de coördinatie van interne procedures ter bevordering van de integriteit van personen. Het aanspreekpunt integriteit is belast met de preventie en ondersteuning, en moet vormen van grensoverschrijdend gedrag tegengaan; | 4 | 2°/1 aanspreekpunt integriteit (API) : persoon of personen of organisatie die het aanspreekpunt vormen voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen wordt geschaad; |
| 5 | 2°/2 anders georganiseerde sporter: de sportbeoefenaar die geen aangesloten lid is en gebruikmaakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs; | ||
| 5 | 3° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding, het G-sportplatform en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven; | 6 | 3° beleidsplan : een vierjaarlijks document waarin de sportfederatie, de koepelorganisatie, de organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en de organisatie voor risicovechtsporten hun visie, strategie en volledige werking, met inbegrip van hun kwaliteitsbeleid, weergeven; |
| 7 | 3°/1 GAISF: de internationale unie van internationale sportfederaties GAISF; | ||
| 6 | 4° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening; | 8 | 4° G-sport: de sportparticipatie, uitgeoefend door personen met een auditieve, fysieke, verstandelijke of visuele beperking, met een psychische kwetsbaarheid of met een chronische aandoening; |
| 7 | 5° jeugd : personen tot achttien jaar; | 9 | 5° jeugd : personen tot achttien jaar; |
| 8 | 5°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen; | 10 | 5°/1 integriteitsbeleid: een beleid met maatregelen die de sportfederatie in acht moet nemen met het oog op de bewaring en de bevordering van de individuele fysieke, psychische en seksuele integriteit van personen; |
| 9 | 6° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken feitelijk ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is; | 11 | 6° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken drempels en ongelijke kansen hebben inzake sportparticipatie en voor wie bijgevolg een specifiek sport- en beweegbeleid noodzakelijk is; |
| 10 | 7° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen; | 12 | 7° koepelorganisatie : een organisatie waarbij erkende sportfederaties en organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding zich kunnen aansluiten om zich te laten ondersteunen in hun werking als sportfederatie, respectievelijk als organisatie voor de sportieve vrijetijdsbesteding en om gemeenschappelijke belangen te laten behartigen; |
| 11 | 8° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen; | 13 | 8° olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de oorspronkelijk geplande Olympische Zomerspelen; |
| 14 | 8°/1 ongebonden sporter: de sportbeoefenaar die geen gebruik maakt van een georganiseerd sportaanbod, aangeboden door de sportfederatie of haar sportclubs; | ||
| 12 | 9° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen; | 15 | 9° risicovechtsporten : de sporten waarbij het toegestaan is bepaalde technieken te gebruiken met de intentie de fysieke of psychische integriteit van de tegenstander te verminderen; |
| 16 | 9°/1 sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media: | ||
| 17 | de sectorraad voor Sport, vermeld in artikel 4, 2°, van het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media; | ||
| 13 | 10° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter; | 18 | 10° sport : sportactiviteiten, individueel of in ploegverband, met competitief of recreatief karakter, die het sedentair gedrag tegengaan en een gezondheidsbevorderend effect hebben; |
| 14 | 11° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport; | 19 | 11° sportclub : een autonome, lokale sportvereniging, aangesloten bij een erkende sportfederatie, met als doelstelling het aanbieden van sportactiviteiten en het promoten van haar sport; |
| 15 | 12° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt; | 20 | 12° sportfederatie : een Vlaams gestructureerde privaatrechtelijke organisatie die op vrijwillige wijze en zonder winstoogmerk sportclubs verenigt; |
| 16 | 13° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren; | 21 | 13° sportieve vrijetijdsbesteding : een vrijetijdsbesteding waarbij de deelnemers op gereglementeerde wijze en in gestructureerd verband hun vaardigheden meten, en waarbij coördinatie, concentratie, behendigheid, tactiek en ontspanning primeren in combinatie met een minimale fysieke activiteit. De sporttakken van de sporttakkenlijst kunnen daar niet toe behoren; |
| 17 | 14° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die voor subsidiëring van sportfederaties in aanmerking komen; | 22 | 14° sporttakkenlijst: de nominatieve lijst van sporttakken die sportfederaties aanbieden om voor subsidiëring als unisportfederatie of multisportfederatie in aanmerking te kunnen komen; |
| 18 | 15° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren; | 23 | 15° topsportbeleid : het beleid, afgestemd op topsport, dat de Vlaamse Regering kan subsidiëren; |
| 19 | 16° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters; | 24 | 16° topsporter : de elitesporter die op internationaal vlak tot de top behoort en die zich voorbereidt op en kan deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen en Europese Kampioenschappen, de beloftevolle jongere die op internationaal vlak tot de top behoort in de hoogste jeugdcategorie en die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters of de G-sporter die op korte termijn kan behoren tot de elitesporters; |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering. | 1 | Een sportfederatie wordt gesubsidieerd volgens de subsidiëringsprocedure, vermeld in artikel 69 tot en met 74. De subsidies worden jaarlijks toegekend door de Vlaamse Regering. |
| 2 | Sportfederaties kunnen uitsluitend vanaf de aanvang van een nieuwe olympiade gesubsidieerd worden als nieuwe uni- of multisportfederatie. Ze dienen hun aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar voorafgaand aan een nieuwe olympiade. Dat geldt niet voor sportfederaties die zijn ontstaan uit een fusie met een sportfederatie die al wordt gesubsidieerd. | ||
| 3 | Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan op elk moment van de olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus innovatie, sportkampen, rationalisatie of topsport. De sportfederatie kan op elk moment van de olympiade een project indienen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring in conform artikel 69. | ||
| 4 | Een sportfederatie die in aanmerking komt voor een aanvullende subsidie als vermeld in artikel 9, derde lid, kan om de twee jaar en telkens vanaf een oneven werkingsjaar van een olympiade gesubsidieerd worden voor een project voor de beleidsfocus jeugdsport, kansengroepen of professionalisering in sportkaderopleidingen. Ze dient haar aanvraag tot subsidiëring voor het eerste werkingsjaar conform artikel 69 in, in het jaar vóór het voormelde oneven werkingsjaar. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen. | 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere uitwerking van de beleidsfocussen, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, waarvoor de sportfederaties aanvullende subsidies kunnen bekomen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (onduidelijk welk deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Om het jeugdsportproject in het kader van de beleidsfocus jeugdsport te realiseren werkt de sportfederatie met een jeugdsportfonds, waarvan de financiële middelen aan de deelnemende sportclubs worden verdeeld op basis van een reglement. De financiële middelen die onder de sportclubs verdeeld worden, bestaan enerzijds uit Vlaamse clubsubsidies en anderzijds uit eigen financiële middelen van de betrokken sportfederatie. De sportclubs wenden die middelen aan om de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs te verhogen, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd. Maximaal 15 % van de subsidie wordt toegekend voor de ontwikkeling, begeleiding en opvolging van het jeugdsportproject (overhead). De eigen financiële inbreng van de sportfederatie in het jeugdsportfonds bedraagt minstens 25 % van de Vlaamse subsidie. | ||
| 2 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, a), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en het jeugdsportproject opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus jeugdsport afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 6 | a) voor het eerste subsidiëringsjaar : een grondige analyse van de situatie van de jeugdsport in de sportfederatie; | ||
| 7 | b) voor het eerste subsidiëringsjaar : een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, de doelstellingen en beoogde resultaten; | ||
| 8 | c) voor het eerste subsidiëringsjaar : de concrete uitwerking van de wijze waarop via het jeugdsportfonds de kwaliteit van de jeugdsportwerking in de sportclubs verhoogd zal worden, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd; | ||
| 9 | d) het reglement waarin minstens de kwalitatieve eisen die aan de sportclubs worden gesteld, de wijze van monitoring en controle van de sportclubs door de sportfederatie, de wijze waarop de financiële middelen zullen worden verdeeld onder de sportclubs en de bestedingsmogelijkheden van die middelen door de sportclubs in het kader van de kwaliteitsverhoging, met bijzondere aandacht voor de verhoging van de sportparticipatie van de jeugd, worden opgenomen; | ||
| 10 | e) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden en voor meerjarige jeugdsportprojecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het jeugdsportproject; | ||
| 11 | f) voor het eerste subsidiëringsjaar : een omschrijving van de wijze waarop het jeugdsportproject elk jaar geëvalueerd zal worden; | ||
| 12 | g) vanaf het tweede subsidiëringsjaar : een grondige evaluatie op basis van cijfer gegevens van het lopende jeugdsportproject en in voorkomend geval een op deze evaluatie gebaseerd gemotiveerd voorstel van bijsturing van het jeugdsportproject. | ||
| 13 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een jeugdsportproject, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus jeugdsport in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het jeugdsportproject gekoppeld aan het reglement, vermeld in het tweede lid, 3°, d), de administratieve lasten voor de sportclubs, de omkadering, de gelijkheid van kansen en de ethiek. |
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod heeft als doelstelling het creëren van een laagdrempelig sporttraject waarbij initiatieven genomen worden om : | ||
| 2 | 1° de niet georganiseerde, licht of anders georganiseerde sportparticipatie te promoten door aangepaste varianten van het bestaande sportaanbod aan te bieden aan personen die in eerste instantie niet of niet meer actief een bepaalde sport beoefenen of door een uitbreiding van het standaardaanbod, aanvullend op het klassieke sportaanbod via de sportclubs; of | ||
| 3 | 2° het (inclusief) diversiteitsbeleid van de sportfederatie of haar clubs te bevorderen, drempels voor bepaalde doelgroepen weg te werken die de weg naar het reguliere sportaanbod niet of nog niet vinden of de sportparticipatie te bevorderen van mensen uit kansengroepen. | ||
| 4 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, b), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 5 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 6 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 7 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 8 | a) een grondige analyse van de noden en behoeften (mogelijkheden versus moeilijkheden) met betrekking tot het laagdrempelig sportaanbod in de sportfederatie; | ||
| 9 | b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten; | ||
| 10 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het laagdrempelig sportaanbodproject; | ||
| 11 | d) een omschrijving van de wijze waarop het laagdrempelig sportaanbodproject elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project laagdrempelig sportaanbod, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus laagdrempelig sportaanbod in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het project laagdrempelig sportaanbod, de duurzaamheid, de doelgroep(en), de gelijkheid van kansen, de omkadering en de communicatiestrategie. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie. |
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus innovatie heeft als doelstelling het realiseren van initiatieven die origineel en vernieuwend zijn voor het beleid van de sportfederatie om het bestaande sportaanbod te verruimen en te verdiepen en daardoor meer mensen te bereiken en aan te zetten tot sporten. Dat kan door nieuwe sporten alsook door innovatieve varianten van een bestaande sport aan te bieden, of door een bestaande sport op een vernieuwende manier aan te bieden of de sport op een vernieuwende manier te organiseren of om meer en andere doelgroepen aan te trekken. | ||
| 2 | Om voor subsidies voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking te komen zoals vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, c), moet de sportfederatie aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus innovatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan overeenkomstig artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus innovatie afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen : | ||
| 6 | a) een grondige analyse van noden en behoeften met betrekking tot innovatie in de sportfederatie; | ||
| 7 | b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten; | ||
| 8 | c) een gedetailleerde begroting, zoals vermeld in artikel 19, § 1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige innovatieve projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het innovatief project; | ||
| 9 | d) een omschrijving van de wijze waarop het innovatief project elk jaar geëvalueerd zal worden en de wijze van integratie in de basiswerking van de sportfederatie. | ||
| 10 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een innovatief project, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus innovatie in aanmerking komt. De beoordelingscriteria hebben betrekking op het beoogde resultaat, de doelstellingen van het innovatief project, de duurzaamheid, de gelijkheid van kansen. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen inzake cofinanciering door de sportfederatie. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het deel om aan te vullen niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Een project in het kader van de beleidsfocus rationalisatie heeft als doelstelling het streven naar efficiëntiewinst in de niet-sportgerelateerde werking via rationalisatieprojecten van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties of via een fusie van een gesubsidieerde sportfederatie met een of meer erkende of gesubsidieerde sportfederaties. De projectsubsidie richt zich op de tijdelijke kosten om een rationalisatieproject of fusie te realiseren, waarbij de recurrente kosten gedragen worden door de sportfederatie of sportfederaties. | ||
| 2 | Een sportfederatie komt in aanmerking voor subsidies voor de beleidsfocus rationalisatie, vermeld in artikel 9, derde lid, 2°, f), als de sportfederatie voldoet aan al de volgende voorwaarden: | ||
| 3 | 1° gesubsidieerd zijn voor de uitvoering van de basisopdrachten en de beleidsfocus rationalisatie opnemen in het vierjaarlijkse beleidsplan, conform artikel 23, tweede lid, en 28, tweede lid; | ||
| 4 | 2° in het werkingsverslag, vermeld in artikel 73, de beleidsfocus rationalisatie afzonderlijk aan bod laten komen; | ||
| 5 | 3° in de aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 69, de volgende informatie opnemen: | ||
| 6 | a) voor het eerste subsidiejaar: | ||
| 7 | 1) een grondige analyse van het potentieel, de noden en behoeften voor rationalisatie in de sportfederaties in kwestie; | ||
| 8 | 2) een projectplan voor de volledige duur van het project, dat minstens al de volgende elementen bevat: | ||
| 9 | i) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie; | ||
| 10 | ii) de doelstellingen; | ||
| 11 | iii) de concrete acties; | ||
| 12 | iv) de beoogde resultaten; | ||
| 13 | v) de timing; | ||
| 14 | vi) de projectuitvoerders; | ||
| 15 | 3) een gedetailleerde begroting als vermeld in artikel 19, §1, tweede lid, die de geplande kosten en opbrengsten duidelijk weergeeft van de werkingsjaren waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project rationalisatie; | ||
| 16 | 4) een omschrijving van de mate waarin het project beantwoordt aan de vooropgestelde beoordelingscriteria; | ||
| 17 | b) vanaf het tweede subsidiejaar: | ||
| 18 | 1) een stand van zaken en, in voorkomend geval, een update van het projectplan, met inbegrip van de realisaties; | ||
| 19 | 2) in voorkomend geval, een update van de begroting. | ||
| 20 | De Vlaamse Regering bepaalt de duur van een project rationalisatie, de wijze van de beoordeling door een beoordelingscommissie, de samenstelling van de beoordelingscommissie en de nadere beoordelingscriteria om na te gaan in welke mate de sportfederatie voor subsidiëring voor de beleidsfocus rationalisatie in aanmerking komt. De voormelde beoordelingscriteria hebben betrekking op de relevantie, de beoogde impact, de doelstellingen en de kwaliteit van het project rationalisatie en de duurzaamheid. De Vlaamse Regering kan een bijkomende voorwaarde bepalen voor cofinanciering door de sportfederatie. De Vlaamse Regering kan de vergoeding voor de leden van de voormelde beoordelingscommissie bepalen. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (onduidelijk welk deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.