§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Vlaamse Regering #1839 Staatsblad 5 maart 2024 NUMAC 2024001890
11 artikels gewijzigd
+2 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 396
4§ 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1:4§ 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1:
51° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke rechtspersoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;51° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke rechtspersoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;
62° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen.62° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen;
73° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het oprichten en het beheren van een crematorium, vermeld in artikel 2, tweede lid, van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
7§3. Het samenwerkingsverband sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.8§3. Het samenwerkingsverband sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.
+4 −3 decreet-2004-01-16/art. 2
1Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken. Het geheel van begraafplaatsen op het grondgebied van een gemeente moet alle vormen van lijkbezorging kunnen aanbieden die bepaald zijn in dit decreet, met uitzondering van de wijze van lijkbezorging, vermeld in artikel 24, §1, tweede lid, 2°.1Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken. Het geheel van begraafplaatsen op het grondgebied van een gemeente moet alle vormen van lijkbezorging kunnen aanbieden die bepaald zijn in dit decreet, met uitzondering van de wijze van lijkbezorging, vermeld in artikel 24, §1, 3°.
2Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan een crematorium oprichten en beheren.2Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan een crematorium oprichten en beheren.
3Met behoud van het eerste lid, kan:
3Ieder gemeentelijk of intergemeentelijk crematorium moet over een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken.41° het gemeentelijk of intergemeentelijk crematorium over een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken;
4In afwijking van het voorgaande lid, kan evenwel tussen de gemeente die een begraafplaats beheert en het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat een aangrenzend intergemeentelijk crematorium beheert een overeenkomst worden afgesloten waarin bepaald wordt dat het urnenveld, de strooiweide en het columbarium van de gemeentelijke begraafplaats ter beschikking van het aangrenzende intergemeentelijke crematorium wordt gesteld.52° het intergemeentelijk samenwerkingsverband dat een intergemeentelijk crematorium beheert met de gemeente die een begraafplaats beheert een overeenkomst sluiten over het ter beschikking stellen van het urnenveld, de strooiweide of het columbarium van die begraafplaats aan een aangrenzend intergemeentelijk samenwerkingsverband.
5Behoudens het verlenen van een concessie, is de begraving van een stoffelijk overschot of de begraving van een asurn of de bijzetting ervan in een columbarium op de gemeentelijke of intergemeentelijke begraafplaats kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, respectievelijk de gemeenten die deel uitmaken van het intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit geldt eveneens voor de uitstrooiing van de as.6Behoudens het verlenen van een concessie, is de begraving van een stoffelijk overschot of de begraving van een asurn of de bijzetting ervan in een columbarium op de gemeentelijke of intergemeentelijke begraafplaats kosteloos voor de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente, respectievelijk de gemeenten die deel uitmaken van het intergemeentelijke samenwerkingsverband. Dit geldt eveneens voor de uitstrooiing van de as.
+4 −0 decreet-2004-01-16/art. 6
1De gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kan op de gemeentelijke, respectievelijk intergemeentelijke begraafplaatsen grafconcessies, concessies voor urnenvelden of concessies voor columbaria verlenen.
2Wanneer het gaat om een gemeentelijke begraafplaats kan de gemeenteraad die bevoegdheid aan het college van burgemeester en schepenen opdragen.
3Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.
4Een concessieaanvraag mag worden ingediend ten behoeve van een derde en van diens familie.
+4 −0 decreet-2004-01-16/art. 10
1In concessie gegeven graven, in concessie gegeven urnenvelden en in concessie gegeven columbaria worden onderhouden door de concessionaris.
2Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf, de urnenkelder op het urnenveld of de nis van het columbarium doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
3De verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde of van het bevoegde orgaan van de intergemeentelijke begraafplaats. De voormelde akte wordt een jaar lang opgehangen, zowel bij het graf, de urnenkelder op het urnenveld of de nis van het columbarium, als aan de ingang van de begraafplaats. Bij vaststelling van herstel door de burgemeester of zijn gemachtigde wordt de uitgehangen akte verwijderd.
4Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband een einde maken aan de concessie. De gemeenteraad kan die bevoegdheid toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
+2 −2 decreet-2004-01-16/art. 13
1Het toezicht op lijkstoeten berust bij de gemeenteoverheid, die ervoor zorgt dat ze ordelijk, welvoeglijk en met de aan de doden verschuldigde eerbied verlopen.1Het toezicht op lijkstoeten berust bij de gemeenteoverheid, die ervoor zorgt dat ze ordelijk, welvoeglijk en met de aan de doden verschuldigde eerbied verlopen.
2Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelend geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.2Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelend arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.
3Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten moeten individueel met een lijkwagen of op een passende wijze worden vervoerd.3Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten worden vervoerd met een lijkwagen of op een andere passende wijze die veilig, hygiënisch en respectvol voor de overledene of overledenen is.
4De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden onder dewelke hiervan kan worden afgeweken.4De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden onder dewelke hiervan kan worden afgeweken.
+1 −0 decreet-2004-01-16/art. 14
1Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen, onverminderd de toepassing van artikel 15, § 1. De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn ingeschreven of bij ontstentenis van inschrijving in een register, ten laste van de gemeente waar het overlijden plaatsvond.
+3 −2 decreet-2004-01-16/art. 15
1§ 1. De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering.1§ 1. De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering.
2Elkeen die de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.2Elkeen die de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd of de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, het schenken van het stoffelijk overschot aan de wetenschap evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.
3De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
3Deze laatste wilsbeschikking wordt gelijkgesteld met de aanvraag tot toestemming tot crematie als bedoeld in artikel 20, § 1, of met de akte, bedoeld in artikel 20, §2.4Deze laatste wilsbeschikking wordt gelijkgesteld met de aanvraag van de toestemming tot crematie, vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, of met de akte, vermeld in artikel 15bis, §2, tweede lid.
4Indien het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan die van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of wanneer de overledene de wens heeft uitgedrukt in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, te worden begraven, bijgezet of uitgestrooid, moet de gemeente van de hoofdverblijfplaats zonder verwijl op aanvraag van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of van de gemeente waar de overledene wenst begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden, informatie betreffende de in het tweede lid bedoelde laatste wilsbeschikking bezorgen.5Indien het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan die van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of wanneer de overledene de wens heeft uitgedrukt in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, te worden begraven, bijgezet of uitgestrooid, moet de gemeente van de hoofdverblijfplaats zonder verwijl op aanvraag van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of van de gemeente waar de overledene wenst begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden, informatie betreffende de in het tweede lid bedoelde laatste wilsbeschikking bezorgen.
5§ 2. Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het begraven en cremeren van levenloos geboren kinderen.6§ 2. Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het begraven en cremeren van levenloos geboren kinderen.
+4 −4 decreet-2004-01-16/art. 19
21° het woord "begraving" gelezen wordt als het woord "crematie";21° het woord "begraving" gelezen wordt als het woord "crematie";
32° de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene" gelezen worden als de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene";32° de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene" gelezen worden als de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene";
43° bij de aanvraag tot toestemming tot crematie een attest moet worden gevoegd waarin de behandelende geneesheer of de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.43° bij de aanvraag tot toestemming tot crematie een attest moet worden gevoegd waarin de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.
5Als de aanvraag tot toestemming tot crematie het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Gewest overleden persoon betreft, en de voormelde geneesheer heeft bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van een beëdigd geneesheer uit de eigen gemeente of een andere gemeente van het Vlaamse Gewest die door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur is aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.5Als de aanvraag tot toestemming tot crematie het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Gewest overleden persoon betreft, en de voormelde arts heeft bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van een beëdigd arts uit de eigen gemeente of een andere gemeente van het Vlaamse Gewest die door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur is aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.
6Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur aangestelde geneesheer vallen ten laste van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven;6Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur aangestelde arts vallen ten laste van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven;
74° de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier aan de procureur des Konings van het arrondissement moet zenden wanneer omstandigheden het vermoeden van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden wettigen of wanneer de geneesheer in een van de voorgeschreven documenten, vermeld in punt 3°, niet heeft kunnen bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden zijn. In dat geval kan toestemming tot crematie eerst worden verleend nadat de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet.74° de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier aan de procureur des Konings van het arrondissement moet zenden wanneer omstandigheden het vermoeden van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden wettigen of wanneer de arts in een van de voorgeschreven documenten, vermeld in punt 3°, niet heeft kunnen bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden zijn. In dat geval kan toestemming tot crematie eerst worden verleend nadat de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet.
8§ 2. Voor crematie na opgraving is de door artikel 4 bedoelde toestemming tot opgraving vereist.8§ 2. Voor crematie na opgraving is de door artikel 4 bedoelde toestemming tot opgraving vereist.
9Na het verlenen van de toestemming tot opgraving wordt de aanvraag voor toestemming tot crematie doorgestuurd aan de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar het crematorium of de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is gevestigd, van de plaats van overlijden of van de plaats waar het stoffelijke overschot begraven is.9Na het verlenen van de toestemming tot opgraving wordt de aanvraag voor toestemming tot crematie doorgestuurd aan de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar het crematorium of de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is gevestigd, van de plaats van overlijden of van de plaats waar het stoffelijke overschot begraven is.
+1 −1 decreet-2004-01-16/art. 22
1De persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien, kan de lijkschouwing steeds doen bijwonen door een geneesheer van haar of zijn keuze.1De persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien, kan de lijkschouwing steeds doen bijwonen door een arts van haar of zijn keuze.
+23 −12 decreet-2004-01-16/art. 24
1§1. De as van gecremeerde lijken kan:
1§ 1. De as van gecremeerde lijken kan in urnen worden geplaatst die op de begraafplaats worden begraven of in een columbarium worden bijgezet.21° op de begraafplaats in urnen worden begraven of in een columbarium worden bijgezet;
2De as van gecremeerde lijken kan op een van de volgende plaatsen worden uitgestrooid:
31° op een daartoe bestemd perceel van de begraafplaats ;32° op de begraafplaats worden uitgestrooid, op een perceel dat daarvoor bestemd is;
42 op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee onder de voorwaarden die de Vlaamse regering bepaalt.43° in de territoriale zee die aan het grondgebied van België grenst, worden uitgestrooid, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
5De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van die activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
6Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd, kan de as van gecremeerde lijken:
71° worden uitgestrooid op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze uitstrooiing kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste lid en het tweede lid. In afwijking van deze bepaling kan de gemeente zones afbakenen, andere dan de begraafplaats, waar de as van gecremeerde lijken kan worden uitgestrooid. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist;54° op een andere plaats dan de begraafplaats worden uitgestrooid of in een urne worden begraven, met uitzondering van het openbaar domein. Als het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein in kwestie vereist;
82° worden begraven op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze begraving kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats bedoeld in het eerste en het tweede lid. In afwijking van deze bepaling kan de gemeente zones afbakenen, andere dan de begraafplaats, waar de as van gecremeerde lijken kan worden bewaard of begraven in een urne vervaardigd uit biologisch afbreekbare materialen. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist;65° op een andere plaats dan de begraafplaats, ook op het openbaar domein, binnen een zone die door de gemeente afgebakend is, worden uitgestrooid, begraven of bewaard in een urne die vervaardigd is uit biologisch afbreekbare materialen. Als de gemeente geen eigenaar is van het terrein in kwestie, dan sluit ze daarover een overeenkomst met de houder van zakelijke rechten op het terrein;
93° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, kan de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeftof zijn erfgenamenin geval van diens overlijden , worden teruggebracht naar de begraafplaats om er begraven, bijgezet in een columbarium of uitgestrooid te worden of kan de as worden uitgestrooid, bewaard of begraven in een urne vervaardigd uit biologisch afbreekbare materialen op een door de gemeenteraad afgebakende andere plaats dan de begraafplaats.76° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Als er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, kan de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft, of zijn erfgenamen, in geval van het overlijden van de voormelde nabestaande, worden teruggebracht naar de begraafplaats om er begraven, bijgezet in een columbarium of uitgestrooid te worden.
8§2. Onverminderd artikel 4, tweede lid, kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband bij reglement toestaan dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad:
91° samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven of samen met de doodskist wordt begraven;
102° samen met de in een lijkwade gehulde overledene kan worden begraven;
113° samen met de urne van de overledene in een urnenveld kan worden begraven;
124° samen met de urne van de overledene in het columbarium kan worden geplaatst.
13Het reglement, vermeld in het eerste lid, kan ook bepalen dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, samen met de as van de overledene op de strooiweide wordt uitgestrooid.
14Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is bijzetting of bijbegraving als bedoeld in het eerste lid of gezamenlijke uitstrooiing als bedoeld in het tweede lid, verboden.
15De samen met de overledene begraven of bijgezette urne volgt de bestemming van de kist of van de urne van de laatst overledene bij opgraving van laatstgenoemde.
16§3. Als de meerderjarige overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kunnen de echtgenoot of de persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, en alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad op gezamenlijk schriftelijk verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, beslissen om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°.
17Als de minderjarige overledene vanaf zestien jaar geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kan op verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, van de ouders of voogd beslist worden om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°.
18§4. Als de overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, en als er geen echtgenoot of persoon is die met de overledene een feitelijk gezin vormde, of geen bloed- of aanverwanten van de eerste graad, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, beslissen over de asbestemming, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3° en 5°.
19§5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 en 4 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, en in voorkomend geval op verzoek van de persoon die in de lijkbezorging voorziet, vermeld in paragraaf 4, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.
20§6. De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
10De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen.21§7. De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 6.
11De Vlaamse regering kan nadere voorwaarden bepalen waaraan de in het vierde lid bedoelde bewaringen, begravingen of uitstrooiingenmoeten voldoen.22§8. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaraan de bewaringen, begravingen of uitstrooiingen, vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°, moeten voldoen.
12§ 2. Onverminderd hetgeen is bepaald in § 1 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.
23§9. De gegevens, vermeld in paragraaf 3, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
+10 −0 decreet-2004-01-16/art. 24ter nieuw
1De gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband kan bij reglement toestaan dat de urne met as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren:
21° samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven;
32° samen met de in een lijkwade gehulde overledene wordt begraven;
43° samen met de urne van de overledene in het urnenveld wordt begraven;
54° samen met de urne van de overledene in het columbarium wordt geplaatst.
6Met het gezelschapsdier, vermeld in het eerste lid, wordt elk dier dat tam is en traditioneel in huis voor gezelschap of voor emotionele steun gehouden wordt, bedoeld.
7Voor de toepassing van de mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, moet de urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren biologisch niet-afbreekbaar zijn. De urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
8De as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren volgt de bestemming van de kist of van de urne van de overleden eigenaar bij opgraving van laatstgenoemde. Bij opgraving dient de as van gezelschapsdieren gescheiden te worden van de menselijke resten. Het is niet toegelaten dat de as van het overleden gezelschapsdier wordt uitgestrooid op de strooiweide van de (inter)gemeentelijke begraafplaats.
9De gemeenteraad bepaalt in het reglement, vermeld in het eerste lid, de verdere modaliteiten.
10De mogelijkheid voor de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband om bij reglement toe te staan de urne met as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren te begraven of in een columbarium te plaatsen, zoals omschreven in het eerste lid, ontstaat slechts op voorwaarde dat de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband ook bij reglement heeft toegestaan dat de urne met as van de eerder overleden echtgenoot of persoon waarmee de overledene een feitelijk gezin vormde, mee kan worden begraven of bijgeplaatst in een columbarium, zoals voorzien in artikel 24, §1bis.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd