Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid
Staatsblad 11 februari 2019 NUMAC 2019040165
16 artikels gewijzigd
| 22 | 14° integratiebeleid : het beleid dat met onderling afgestemde initiatieven inspeelt op de situaties en dynamieken die verbonden zijn met de gevolgen van migratie, met als doel zelfstandige en evenredige participatie, toegankelijkheid van alle voorzieningen, actief en gedeeld burgerschap van eenieder en het verkrijgen van sociale samenhang; | 22 | 14° integratiebeleid : het beleid dat met onderling afgestemde initiatieven inspeelt op de situaties en dynamieken die verbonden zijn met de gevolgen van migratie, met als doel zelfstandige en evenredige participatie, toegankelijkheid van alle voorzieningen, actief en gedeeld burgerschap van eenieder en het verkrijgen van sociale samenhang; |
| 23 | 15° kandidaat-inwijkeling : de vreemdeling die in het buitenland een visum tot langdurig verblijf in België heeft verkregen en zijn of haar wil uit om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister, of de niet-visumplichtige vreemdeling die bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post in het buitenland zijn of haar wil uit om een langdurig verblijf in België te verkrijgen en om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister; | 23 | 15° kandidaat-inwijkeling : de vreemdeling die in het buitenland een visum tot langdurig verblijf in België heeft verkregen en zijn of haar wil uit om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister, of de niet-visumplichtige vreemdeling die bij de bevoegde diplomatieke of consulaire post in het buitenland zijn of haar wil uit om een langdurig verblijf in België te verkrijgen en om in een gemeente van het Nederlandse taalgebied of van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ingeschreven te worden in het Rijksregister; |
| 24 | 15°/1 langdurig verblijf: elk legaal verblijf dat niet beperkt is tot maximaal drie maanden als vermeld in titel I, hoofdstuk II, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | ||
| 24 | 16° leefloon : een geïndexeerd inkomen dat wordt uitgekeerd met toepassing van de wetgeving betreffende het recht op maatschappelijke integratie; | 25 | 16° leefloon : een geïndexeerd inkomen dat wordt uitgekeerd met toepassing van de wetgeving betreffende het recht op maatschappelijke integratie; |
| 25 | 17° levensloopbaan : het volledige traject dat een individuele natuurlijke persoon kan doorlopen gedurende zijn leven en waarbij de verschillende rollen zoals die van onder meer kind, student, burger, werkende, vrijetijdsmens, echtgenoot of echtgenote, gezinsverzorger, ouder of gepensioneerde aan bod kunnen komen; | 26 | 17° levensloopbaan : het volledige traject dat een individuele natuurlijke persoon kan doorlopen gedurende zijn leven en waarbij de verschillende rollen zoals die van onder meer kind, student, burger, werkende, vrijetijdsmens, echtgenoot of echtgenote, gezinsverzorger, ouder of gepensioneerde aan bod kunnen komen; |
| 33 | e) maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven; | 34 | e) maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven; |
| 34 | 21° O.C.M.W. : een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; | 35 | 21° O.C.M.W. : een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; |
| 36 | 21°/1 persoon van buitenlandse herkomst: een persoon die wettig en langdurig in België verblijft en die bij zijn geboorte niet de Belgische nationaliteit bezat of van wie minstens een van de ouders bij de geboorte niet de Belgische nationaliteit bezat, in het bijzonder diegene die zich in een vaststelbare achterstandspositie bevindt; | ||
| 35 | 22° reguliere voorziening : een voorziening, inzonderheid in de sectoren onderwijs, tewerkstelling, welzijn en cultuur, die wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een lokaal bestuur; | 37 | 22° reguliere voorziening : een voorziening, inzonderheid in de sectoren onderwijs, tewerkstelling, welzijn en cultuur, die wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een lokaal bestuur; |
| 38 | 22°/1 residentieel woonwagenterrein: een terrein dat bestemd en ingericht is voor het sedentaire wonen in een woonwagen en waarop een beperkte ambachtelijke en/of commerciële activiteit kan plaatsvinden in overeenstemming met de geldende wetgeving; | ||
| 36 | 23° toeleidingstraject : het traject, vermeld in artikel 36; | 39 | 23° toeleidingstraject : het traject, vermeld in artikel 36; |
| 37 | 24° VDAB : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; | 40 | 24° VDAB : het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; |
| 41 | 24°/1 verplicht ingeschreven werkzoekende: de verplicht ingeschreven werkzoekende, vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"; | ||
| 38 | 25° verplichte inburgeraar : een inburgeraar als vermeld in artikel 27, § 1, voor zover niet vrijgesteld van de inburgeringsplicht; | 42 | 25° verplichte inburgeraar : een inburgeraar als vermeld in artikel 27, § 1, voor zover niet vrijgesteld van de inburgeringsplicht; |
| 39 | 26° vormingsprogramma : het programma, vermeld in artikel 29; | 43 | 26° vormingsprogramma : het programma, vermeld in artikel 29; |
| 40 | 27° vreemdeling met wettig verblijf : een persoon die het bewijs niet levert in het bezit te zijn van de Belgische nationaliteit en die gemachtigd of toegelaten is tot een verblijf of om zich te vestigen in België of die volgens een geldig document in België mag verblijven, met toepassing van de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | 44 | 27° vreemdeling met wettig verblijf : een persoon die het bewijs niet levert in het bezit te zijn van de Belgische nationaliteit en die gemachtigd of toegelaten is tot een verblijf of om zich te vestigen in België of die volgens een geldig document in België mag verblijven, met toepassing van de bepalingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; |
| 41 | 28° wachtuitkering : de wachtuitkering die is ingevoerd in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de werkloosheidsreglementering; | ||
| 42 | 29° werkloosheidsuitkering : de werkloosheidsuitkering die is ingevoerd in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de werkloosheidsreglementering; | ||
| 45 | 28° ...; | ||
| 46 | 29° ...; | ||
| 43 | 30° zelfredzaamheid : onder zelfredzaamheid van personen wordt begrepen dat die personen in staat zijn actief hun levensloopbaan uit te bouwen en daarvoor een basistaalvaardigheid van het Nederlands verwerven. | 47 | 30° zelfredzaamheid : onder zelfredzaamheid van personen wordt begrepen dat die personen in staat zijn actief hun levensloopbaan uit te bouwen en daarvoor een basistaalvaardigheid van het Nederlands verwerven. |
| 44 | Bij verwijzing naar personen wordt hierna de mannelijke vorm gebruikt. De mannelijke vorm verwijst zowel naar mannen als naar vrouwen. | 48 | Bij verwijzing naar personen wordt hierna de mannelijke vorm gebruikt. De mannelijke vorm verwijst zowel naar mannen als naar vrouwen. |
| 1 | Het Vlaamse integratiebeleid richt zich op de gehele samenleving en heeft daarbij, naargelang van het geval, speciale aandacht voor de volgende bijzondere doelgroepen: | 1 | Het Vlaamse integratiebeleid richt zich op de gehele samenleving en heeft daarbij naargelang het geval, speciale aandacht voor de volgende bijzondere doelgroepen: |
| 2 | 1° personen die legaal en langdurig in België verblijven en die bij hun geboorte niet de Belgische nationaliteit bezaten of van wie minstens een van de ouders bij geboorte niet de Belgische nationaliteit bezat, in het bijzonder diegenen die zich in een vaststelbare achterstandspositie bevinden. Daarbij is een langdurig verblijf elk legaal verblijf dat niet beperkt is tot maximaal drie maanden als vermeld in titel I, hoofdstuk II, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | ||
| 2 | 1° personen van buitenlandse herkomst; | ||
| 3 | 2° personen die legaal in België verblijven en die wonen of woonden in een woonwagen als vermeld in artikel 2, 33°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, of waarvan de ouders dat deden, met uitzondering van bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven. | 3 | 2° personen die legaal in België verblijven en die wonen in een woonwagen als vermeld in artikel 2, 33°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, met uitzondering van personen die verblijven op een residentieel woonwagenterrein en bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven. |
| 4 | Daarnaast richt het Vlaamse integratiebeleid zich ook op vreemdelingen zonder wettig verblijf, meer bepaald vreemdelingen die zich in België bevinden zonder wettig verblijfsstatuut en die wegens een noodsituatie begeleiding vragen. | 4 | Daarnaast richt het Vlaamse integratiebeleid zich ook op vreemdelingen zonder wettig verblijf, meer bepaald vreemdelingen die zich in België bevinden zonder wettig verblijfsstatuut en die wegens een noodsituatie begeleiding vragen. |
| 12 | 2° een beschrijving per beleidsdomein van de voortgang van de acties, en de eventuele bijsturingen; | 12 | 2° een beschrijving per beleidsdomein van de voortgang van de acties, en de eventuele bijsturingen; |
| 13 | 3° de nieuwe acties binnen elk beleidsdomein, met opgave van het tijdpad en de indicatoren waarmee de voortgang wordt gemeten. | 13 | 3° de nieuwe acties binnen elk beleidsdomein, met opgave van het tijdpad en de indicatoren waarmee de voortgang wordt gemeten. |
| 14 | De commissie Integratiebeleid, vermeld in artikel 6, rapporteert aan de Vlaamse Regering over de realisatie van het voorgaande actieplan naar aanleiding van het opstellen van de strategische en operationele doelstellingen, vermeld in paragraaf 1. Daarnaast rapporteert de commissie aan de Vlaamse Regering over de realisatie en de voortgang van het gevoerde beleid naar aanleiding van de actualisering van het actieplan, vermeld in het eerste lid. Die rapporten worden door de Vlaamse Regering meegedeeld aan het Vlaams Parlement. | ||
| 14 | § 3. De Vlaamse Regering kan het geïntegreerd actieplan, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, en de actualisatie van het geïntegreerd actieplan, vermeld in paragraaf 2, afstemmen op het actieplan, vermeld in artikel 10 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid. | 15 | § 3. De Vlaamse Regering kan het geïntegreerd actieplan, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, en de actualisatie van het geïntegreerd actieplan, vermeld in paragraaf 2, afstemmen op het actieplan, vermeld in artikel 10 van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid. |
| 15 | § 4. De relevante beleidsdomeinen houden bij de evaluatie van de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 4, § 2, van het decreet van 15 juli 2011, rekening met de beleidsprioriteiten, vermeld in paragraaf 1. | 16 | § 4. De relevante beleidsdomeinen houden bij de evaluatie van de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 4, § 2, van het decreet van 15 juli 2011, rekening met de beleidsprioriteiten, vermeld in paragraaf 1. |
| 6 | 5° het actieplan te evalueren; | 6 | 5° het actieplan te evalueren; |
| 7 | 6° voorstellen te formuleren voor het actualiseren van het actieplan, met toepassing van artikel 5, § 2. | 7 | 6° voorstellen te formuleren voor het actualiseren van het actieplan, met toepassing van artikel 5, § 2. |
| 8 | § 2. De commissie rapporteert jaarlijks aan de Vlaamse Regering over de realisatie en de voortgang van het gevoerde beleid. De Vlaamse Regering legt het rapport voor aan het Vlaams Parlement. | ||
| 8 | § 2. ... | ||
| 9 | § 3. De Vlaamse Regering kan de opdracht van de commissie, vermeld in paragraaf 1, en de rapportageverplichting, vermeld in paragraaf 2, concretiseren en aanvullen, alsook de samenstelling en werking van de commissie regelen. | 9 | § 3. De Vlaamse Regering kan de opdracht van de commissie, vermeld in paragraaf 1, en de rapportageverplichting, vermeld in artikel 5, § 2, concretiseren en aanvullen, alsook de samenstelling en werking van de commissie regelen. |
| 1 | De Vlaamse Regering erkent één participatieorganisatie. | ||
| 2 | De participatieorganisatie vervult, met het oog op de empowerment en de emancipatie van de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, en de correcte beeldvorming over personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, met voldoende lokale spreiding, de volgende algemene opdrachten: | ||
| 3 | 1° de belangen van personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, behartigen; | ||
| 4 | 2° de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, vertegenwoordigen ten opzichte van de Vlaamse overheid; | ||
| 5 | 3° beleidsaanbevelingen uitbrengen; | ||
| 6 | 4° lokale actoren sensibiliseren voor en ondersteunen bij het nemen van initiatieven om de beleidsparticipatie van de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, te bevorderen. | ||
| 7 | Naast de opdrachten, vermeld in het tweede lid, kan de participatieorganisatie andere initiatieven nemen ter bevordering van de empowerment en de emancipatie van de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, en de correcte beeldvorming over de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid. |
| 1 | Voor de praktische en concrete uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 8, tweede lid, sluit de participatieorganisatie voor een periode van vijf jaar een samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Regering. | ||
| 2 | Deze samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en de manier waarop die gemeten of gewaardeerd worden. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst. |
| 1 | Binnen de beschikbare begrotingskredieten kent de Vlaamse Regering aan de erkende participatieorganisatie jaarlijks een algemene werkingssubsidie en een investeringssubsidie toe om een werking met voldoende lokale spreiding uit te bouwen. | ||
| 2 | De subsidies worden toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 9. De Vlaamse Regering kan de nadere regels en modaliteiten bepalen betreffende de toekenning, de terugvordering en de verantwoording van de subsidies, de indiening van aanvragen en verantwoordingsstukken, de eenmalige gegevensopvraging en voor de onverenigbaarheden en de procedure voor de controle op de aanwending van de subsidies. |
| 1 | Binnen de grenzen van hun grondgebied hebben de steden en gemeenten de regierol over het integratiebeleid. Dat betekent dat ze binnen de grenzen van het subsidiariteitsbeginsel voor de uitwerking, sturing, afstemming en uitvoering van het inclusieve lokale integratiebeleid zorgen. Ze coördineren de relevante actoren in de eigen stad of gemeente en betrekken de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° en 2°, en hun organisaties bij dat beleid. |
| 1 | Het EVA heeft tot opdracht de integratie te ondersteunen, te stimuleren en te begeleiden. | 1 | Het EVA heeft tot opdracht de integratie te ondersteunen, te stimuleren en te begeleiden. |
| 2 | Daarvoor vervult het EVA, in overeenstemming met afdeling 3 tot en met 9, de volgende kerntaken : | 2 | Daarvoor vervult het EVA, in overeenstemming met afdeling 3 tot en met 9, de volgende kerntaken : |
| 3 | 1° adviesverstrekking en begeleiding op maat in functie van empowerment van individuele burgers van de bijzondere doelgroepen met het oog op zelfstandige en evenredige participatie, actief burgerschap en sociale samenhang via : | 3 | 1° adviesverstrekking en begeleiding op maat in functie van empowerment van personen van buitenlandse herkomst met het oog op zelfstandige en evenredige participatie, actief burgerschap en sociale samenhang via : |
| 4 | a) het aanbieden van inburgeringstrajecten voor inburgeraars en toeleidingstrajecten voor minderjarige nieuwkomers en anderstalige kleuters; | 4 | a) het aanbieden van inburgeringstrajecten voor inburgeraars en toeleidingstrajecten voor minderjarige nieuwkomers en anderstalige kleuters; |
| 5 | b) het aanbieden van een specifiek trajectmatig vormings- en begeleidingsaanbod op maat, hetzij individueel, hetzij in groep, in samenwerking met reguliere voorzieningen, om de personen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° en 2°, te bereiken en te versterken; | 5 | b) het aanbieden van een specifiek trajectmatig vormings- en begeleidingsaanbod op maat, hetzij individueel, hetzij in groep, in samenwerking met reguliere voorzieningen, om personen van buitenlandse herkomst te bereiken en te versterken; |
| 6 | 2° adviesverstrekking en praktijkondersteuning op maat in functie van structureel werken aan integratie met het oog op zelfstandige en evenredige participatie, toegankelijkheid van alle voorzieningen, actief burgerschap en sociale samenhang via : | 6 | 2° adviesverstrekking en praktijkondersteuning op maat in functie van structureel werken aan integratie met het oog op zelfstandige en evenredige participatie, toegankelijkheid van alle voorzieningen, actief burgerschap en sociale samenhang via : |
| 7 | a) dienstverlening sociaal tolken en sociaal vertalen; | 7 | a) dienstverlening sociaal tolken en sociaal vertalen; |
| 8 | 4° eenmalig een lijst ter beschikking te stellen van het EVA van de inburgeraars die gedurende meer dan twaalf maanden in het Rijksregister zijn ingeschreven; | 8 | 4° eenmalig een lijst ter beschikking te stellen van het EVA van de inburgeraars die gedurende meer dan twaalf maanden in het Rijksregister zijn ingeschreven; |
| 9 | 5° de gegevensuitwisseling in het kader van de inburgeringstrajecten, taalkennis Nederlands en Nederlands als tweede taal-trajecten tussen het EVA, de centra, vermeld in artikel 2, 4°, de Vlaamse onderwijsadministratie, de VDAB, Actiris en het OCMW elektronisch te laten verlopen; | 9 | 5° de gegevensuitwisseling in het kader van de inburgeringstrajecten, taalkennis Nederlands en Nederlands als tweede taal-trajecten tussen het EVA, de centra, vermeld in artikel 2, 4°, de Vlaamse onderwijsadministratie, de VDAB, Actiris en het OCMW elektronisch te laten verlopen; |
| 10 | 6° het EVA, het departement van het beleidsdomein of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering, toelaten om de inburgering, vermeld in afdeling 3, het aanbod Nederlands als tweede taal verstrekt door de centra, vermeld in artikel 2, 4°, en de dienstverlening ten aanzien van anderstaligen, vermeld in afdeling 9, op te volgen. | 10 | 6° het EVA, het departement van het beleidsdomein of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering, toelaten om de inburgering, vermeld in afdeling 3, het aanbod Nederlands als tweede taal verstrekt door de centra, vermeld in artikel 2, 4°, en de dienstverlening ten aanzien van anderstaligen, vermeld in afdeling 9, op te volgen; |
| 11 | 7° het EVA toelaten om persoonsgegevens van inburgeraars opgenomen in het cliëntvolgsysteem, elektronisch mee te delen aan de gemeenten, met het oog op de inschakeling in het lokaal inclusief integratiebeleid, vermeld in artikel 4, § 4, 2°. | ||
| 12 | De elektronische mededeling van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 7°, is beperkt tot: | ||
| 13 | 1° de naam, de voornaam en het rijksregisternummer van de inburgeraars die zijn ingeschreven in het Rijksregister in de gemeente aan wie de gegevens worden meegedeeld; | ||
| 14 | 2° de vermelding of deze inburgeraars een inburgeringscontract hebben ondertekend; | ||
| 15 | 3° de vermelding of deze inburgeraars een attest van inburgering hebben behaald. | ||
| 16 | Persoonsgegevens die overeenkomstig het eerste lid, 7°, door het EVA elektronisch zijn meegedeeld aan een gemeente, mogen door de gemeente niet langer dan vijf jaar bewaard worden in een vorm die het mogelijk maakt om de betrokkenen te identificeren. | ||
| 17 | Het EVA is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 7°. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden voor het ter beschikking stellen, het aanpassen en het gebruiken van het computergestuurd cliëntvolgsysteem en de elektronische gegevensuitwisseling bepalen. | 18 | De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden voor het ter beschikking stellen, het aanpassen en het gebruiken van het computergestuurd cliëntvolgsysteem en de elektronische gegevensuitwisseling bepalen. |
| 12 | § 2. De Vlaamse Regering stelt een uniform registratiesysteem ter beschikking van het EVA voor de dienstverlening sociaal tolken en sociaal vertalen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 2°, a). | 19 | § 2. De Vlaamse Regering stelt een uniform registratiesysteem ter beschikking van het EVA voor de dienstverlening sociaal tolken en sociaal vertalen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 2°, a). |
| 7 | Inburgeraars die over voldoende vaardigheden beschikken, hebben de mogelijkheid om meteen in het vervolgaanbod te stappen. Die rechtstreekse instap gebeurt in onderling overleg tussen het EVA, de inburgeraar en de reguliere voorziening(en) verantwoordelijk voor het vervolgaanbod. | 7 | Inburgeraars die over voldoende vaardigheden beschikken, hebben de mogelijkheid om meteen in het vervolgaanbod te stappen. Die rechtstreekse instap gebeurt in onderling overleg tussen het EVA, de inburgeraar en de reguliere voorziening(en) verantwoordelijk voor het vervolgaanbod. |
| 8 | Het vormingsprogramma, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen in een inburgeringscontract. | 8 | Het vormingsprogramma, vermeld in het eerste lid, wordt opgenomen in een inburgeringscontract. |
| 9 | § 3. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, biedt het EVA aan een inburgeraar die inkomsten verwerft via een wachtuitkering of een werkloosheidsuitkering, voor zover hij niet behoort tot de prioritaire categorieën, vermeld in artikel 26, § 3, die met toepassing van artikel 11, derde lid, van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid door de VDAB naar het EVA werd doorverwezen , een vormingsprogramma aan zoals door de VDAB aangeduid bij de doorverwijzing. | 9 | § 3. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, biedt het EVA aan een inburgeraar die verplicht ingeschreven werkzoekende is en niet behoort tot de prioritaire categorieën, vermeld in artikel 26, § 3, die naar het EVA is doorverwezen door de VDAB, een vormingsprogramma aan zoals de VDAB heeft aangeduid bij de doorverwijzing. |
| 10 | In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, biedt het EVA aan een inburgeraar die inkomsten verwerft via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon, voor zover hij niet behoort tot de prioritaire categorieën, vermeld in artikel 26, § 3, die naar het EVA werd doorverwezen door een OCMW, een vormingsprogramma aan zoals door het OCMW aangeduid bij de doorverwijzing. | 10 | In afwijking van paragraaf 2, eerste lid, biedt het EVA aan een inburgeraar die inkomsten verwerft via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon, voor zover hij niet behoort tot de prioritaire categorieën, vermeld in artikel 26, § 3, die naar het EVA werd doorverwezen door een OCMW, een vormingsprogramma aan zoals door het OCMW aangeduid bij de doorverwijzing. |
| 15 | 3° een hogere beroepsopleiding als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; | 15 | 3° een hogere beroepsopleiding als vermeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs; |
| 16 | 4° een voltijdse dagopleiding, georganiseerd door een Syntra vzw. | 16 | 4° een voltijdse dagopleiding, georganiseerd door een Syntra vzw. |
| 17 | De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van het eerste en tweede lid . | 17 | De Vlaamse Regering regelt de nadere uitvoering van het eerste en tweede lid en kan de lijst met opleidingen, vermeld in het tweede lid, aanvullen. |
| 18 | § 4. Aan de kandidaat-inwijkeling kan in het land van herkomst een starterspakket met het oog op inburgering worden aangeboden dat hem in staat stelt zich beter voorbereid te vestigen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | 18 | § 4. Aan de kandidaat-inwijkeling kan in het land van herkomst een starterspakket met het oog op inburgering worden aangeboden dat hem in staat stelt zich beter voorbereid te vestigen in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. |
| 19 | De overige bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op de kandidaat-inwijkeling, vermeld in het eerste lid. | 19 | De overige bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op de kandidaat-inwijkeling, vermeld in het eerste lid. |
| 6 | Als een inburgeraar een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van het onderdeel niet heeft bereikt, meldt het EVA dat aan het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering, met het oog op een toepassing van de sanctie, vermeld in artikel 40. | 6 | Als een inburgeraar een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van het onderdeel niet heeft bereikt, meldt het EVA dat aan het departement of het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering, met het oog op een toepassing van de sanctie, vermeld in artikel 40. |
| 7 | § 2. Centra die de opleiding Nederlands als tweede taal aanbieden, zijn verplicht medewerking te verlenen aan de controle op de regelmatige deelname aan de opleiding Nederlands als tweede taal door inburgeraars. Het niet naleven van de verplichtingen kan aanleiding geven tot sancties. De sancties vallen onder de bepalingen die op die centra toepasselijk zijn, vermeld in artikel 118 en 119 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. | 7 | § 2. Centra die de opleiding Nederlands als tweede taal aanbieden, zijn verplicht medewerking te verlenen aan de controle op de regelmatige deelname aan de opleiding Nederlands als tweede taal door inburgeraars. Het niet naleven van de verplichtingen kan aanleiding geven tot sancties. De sancties vallen onder de bepalingen die op die centra toepasselijk zijn, vermeld in artikel 118 en 119 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. |
| 8 | § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt een inburgeraar die inkomsten verwerft via een wachtuitkering of werkloosheidsuitkering in de onderstaande gevallen door het EVA aan de VDAB gemeld, met het oog op een toepassing van de sancties vermeld in de ter zake relevante regelgeving : | 8 | § 3. In afwijking van paragraaf 1 wordt een inburgeraar die door VDAB is doorverwezen naar het EVA, en die verplicht ingeschreven werkzoekende is in de onderstaande gevallen door het EVA aan de VDAB gemeld, met het oog op een toepassing van de sancties vermeld in de ter zake relevante regelgeving : |
| 9 | 1° de verplichte inburgeraar, als hij zich niet heeft aangemeld bij het EVA binnen de termijn van maximaal drie maanden nadat voor hem de plicht tot inburgering is ontstaan of als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd of niet regelmatig heeft gevolgd en daarbij de doelstellingen van dat onder- deel niet heeft gehaald; | 9 | 1° de verplichte inburgeraar, als hij zich niet heeft aangemeld bij het EVA binnen de termijn van maximaal drie maanden nadat voor hem de plicht tot inburgering is ontstaan of als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd of niet regelmatig heeft gevolgd en daarbij de doelstellingen van dat onder- deel niet heeft gehaald; |
| 10 | 2° de inburgeraar, als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van dat onderdeel niet heeft gehaald. | 10 | 2° de inburgeraar, als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van dat onderdeel niet heeft gehaald. |
| 11 | In afwijking van paragraaf 1 wordt een inburgeraar die inkomsten verwerft via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon in de onderstaande gevallen door het EVA aan het betrokken OCMW gemeld, met het oog op een toepassing van de sancties vermeld in de ter zake relevante regelgeving : | 11 | In afwijking van paragraaf 1 wordt een inburgeraar bij wie het volgen van een inburgeringscursus is opgenomen als voorwaarde voor de toekenning of het behoud van inkomsten uit maatschappelijke dienstverlening of een leefloon in de onderstaande gevallen door het EVA aan het betrokken OCMW gemeld, met het oog op een toepassing van de sancties vermeld in de ter zake relevante regelgeving : |
| 12 | 1° de verplichte inburgeraar, als hij zich niet heeft aangemeld bij het EVA binnen de termijn van maximaal drie maanden nadat voor hem de plicht tot inburgering is ontstaan of als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd of niet regelmatig heeft gevolgd en daarbij de doelstellingen van dat onder- deel niet heeft gehaald; | 12 | 1° de verplichte inburgeraar, als hij zich niet heeft aangemeld bij het EVA binnen de termijn van maximaal drie maanden nadat voor hem de plicht tot inburgering is ontstaan of als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd of niet regelmatig heeft gevolgd en daarbij de doelstellingen van dat onder- deel niet heeft gehaald; |
| 13 | 2° de inburgeraar, als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van dat onderdeel niet heeft gehaald. | 13 | 2° de inburgeraar, als hij een onderdeel van het vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd en daarbij de doelstellingen van dat onderdeel niet heeft gehaald. |
| 8 | 3° de betrokken inburgeraar, al dan niet bijgestaan door een raadsman, de kans heeft gekregen om gehoord te worden door het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering. | 8 | 3° de betrokken inburgeraar, al dan niet bijgestaan door een raadsman, de kans heeft gekregen om gehoord te worden door het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, aangewezen door de Vlaamse Regering. |
| 9 | De betrokkene wordt van de beslissing op de hoogte gebracht met een ter post aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs. De kennisgeving vermeldt de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld. | 9 | De betrokkene wordt van de beslissing op de hoogte gebracht met een ter post aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs. De kennisgeving vermeldt de wijze waarop tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld. |
| 10 | De betrokkene kan op straffe van verval van het recht tot het instellen van een beroep binnen een termijn van 15 dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een administratieve geldboete wordt opgelegd, tegen die beslissing bij verzoekschrift een beroep instellen bij de politierechtbank. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. | 10 | Tegen de beslissing waarbij hem een administratieve geldboete is opgelegd, kan de betrokkene bij verzoekschrift een beroep instellen bij de politierechtbank. Op straffe van verval wordt het beroep ingediend binnen vijftien dagen vanaf de derde werkdag na de dag waarop de brief, vermeld in het vierde lid, aan de postdiensten overhandigd is. Met werkdag wordt elke dag behalve zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag bedoeld. Tegen het vonnis van de politierechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Het beroep bij de politierechtbank, alsook in voorkomend geval het hoger beroep bij de rechtbank van eerste aanleg, schorst de uitvoering van de beslissing. |
| 11 | De Vlaamse Regering bepaalt de termijn en de nadere regels voor de betaling van de administratieve geldboete. | 11 | De Vlaamse Regering bepaalt de termijn en de nadere regels voor de betaling van de administratieve geldboete. |
| 12 | Met behoud van de toepassing van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren en het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, wijst de Vlaamse Regering de personeelsleden aan die een dwangbevel kunnen uitvaardigen en uitvoerbaar verklaren met het oog op de inning van de administratieve geldboete. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. | 12 | Met behoud van de toepassing van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren en het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen voor het Vlaamse Gewest en de instellingen die eronder ressorteren, wijst de Vlaamse Regering de personeelsleden aan die een dwangbevel kunnen uitvaardigen en uitvoerbaar verklaren met het oog op de inning van de administratieve geldboete. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling. |
| 1 | De adviesverstrekking en begeleiding op maat in functie van een optimale dienstverlening met betrekking tot Nederlands voor anderstaligen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 5°, omvat de volgende taken: | 1 | De adviesverstrekking en begeleiding op maat in functie van een optimale dienstverlening met betrekking tot Nederlands voor anderstaligen, vermeld in artikel 17, tweede lid, 5°, omvat de volgende taken: |
| 2 | 1° een gecoördineerde en geobjectiveerde intake, eventueel testing en doorverwijzing van de anderstalige naar het meest gepaste aanbod Nederlands als tweede taal. Deze oriëntering gebeurt op een deskundige en neutrale wijze; | 2 | 1° een gecoördineerde en geobjectiveerde intake, eventueel testing en doorverwijzing van de anderstalige naar het meest gepaste aanbod Nederlands als tweede taal, hetzij bij een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, hetzij bij een andere aanbieder van Nederlands als tweede taal. Die oriëntering gebeurt op een deskundige en neutrale wijze. Voor die oriëntering gelden de volgende regels: |
| 3 | a) de oriëntering naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, a), van anderstaligen die niet beschikken over een studiebewijs Nederlands tweede taal is, minstens op het vlak van niveaubepaling en de snelheid van leren, bindend voor het centrum. Van het bindend karakter kan afgeweken worden in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering. De oriëntering kan de rechtstreekse inschrijving in de meest gepaste module inhouden. Het regionaal overleg, vermeld in artikel 46/3, eerste lid, 4°, a), kan aanvullende afspraken maken; | ||
| 4 | b) de oriëntering naar een centrum als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), c) en d), gebeurt overeenkomstig de regels vastgesteld door de Vlaamse Regering; | ||
| 5 | c) de oriëntering naar een aanbieder Nederlands als tweede taal kan alleen als het aanbod Nederlands als tweede taal georganiseerd is overeenkomstig de niveaus van taalkennis die vastgelegd zijn in het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen; | ||
| 6 | d) elk centrum, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, en elke andere aanbieder Nederlands als tweede taal is ervoor verantwoordelijk om binnen het referentiekader voor onderwijskwaliteit Nederlands als tweede taal te voorzien in een kwaliteitsvol aanbod Nederlands als tweede taal; | ||
| 3 | 2° informatie verzamelen en verstrekken over het aanbod Nederlands als tweede taal van de centra, vermeld in artikel 2, 4°, en van eventuele andere aanbieders Nederlands als tweede taal. | 7 | 2° informatie verzamelen en verstrekken over het aanbod Nederlands als tweede taal van de centra, vermeld in artikel 2, 4°, en van eventuele andere aanbieders Nederlands als tweede taal. |
| 2 | 1° een zo volledig mogelijk overzicht verwerven van de vraag naar lessen Nederlands als tweede taal, het aanbod, de uitval en de reden tot uitval, de doorstroom en de wachtlijsten en het optimaliseren van de afstemming van het aanbod Nederlands als tweede taal tussen de verschillende centra, vermeld in artikel 2, 4° ; | 2 | 1° een zo volledig mogelijk overzicht verwerven van de vraag naar lessen Nederlands als tweede taal, het aanbod, de uitval en de reden tot uitval, de doorstroom en de wachtlijsten en het optimaliseren van de afstemming van het aanbod Nederlands als tweede taal tussen de verschillende centra, vermeld in artikel 2, 4° ; |
| 3 | 2° opstellen van objectieve en meetbare criteria van een behoeftedekkend en behoeftegericht aanbod Nederlands als tweede taal; | 3 | 2° opstellen van objectieve en meetbare criteria van een behoeftedekkend en behoeftegericht aanbod Nederlands als tweede taal; |
| 4 | 2°/1 op basis van de criteria, vermeld in punt 2°, voorbereiden van het plan voor een behoeftedekkend aanbod Nederlands als tweede taal in het volgende schooljaar; | ||
| 4 | 3° signaleren van knelpunten in het aanbod en het formuleren van verbetervoorstellen; | 5 | 3° signaleren van knelpunten in het aanbod en het formuleren van verbetervoorstellen; |
| 6 | 3°/1 opmaken en vervolgens minstens vijfjaarlijks actualiseren van een Vlaams Afsprakenkader NT2; | ||
| 7 | 4° met het oog op de taken, vermeld in punt 1°, 2°, 2° /1, 3° en 3° /1, organiseert het EVA, op structurele basis: | ||
| 8 | a) regionaal overleg met de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°. Het regionaal overleg keurt het plan, vermeld in punt 2° /1, goed; | ||
| 5 | 4° in functie van de taken vermeld in artikel 46/3, 1°, 2°en 3°, organiseert het EVA, op structurele basis, regionaal overleg met de centra vermeld in artikel 2, 4°. Op Vlaams niveau organiseert het EVA hiervoor overleg met de onderwijsverstrekkers, de Federatie voor Basiseducatie, de VDAB en Syntra Vlaanderen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten. | 9 | b) overleg op Vlaams niveau met de onderwijsverstrekkers, de Federatie voor Basiseducatie, de centra, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, b), de VDAB, Syntra Vlaanderen, het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, en het departement of intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 16, § 4. Dat overleg keurt het ontwerp van het Vlaams Afsprakenkader NT2 en de actualisering ervan, vermeld in punt 3° /1, goed. |
| 10 | De Vlaamse Regering kan de nadere modaliteiten bepalen over de organisatie van het regionaal overleg en het overleg op Vlaams niveau. | ||
| 11 | De pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 14 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 44 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, voorzien samen in een ondersteuningsaanbod voor lesgevers Nederlands als tweede taal. Het voorstel van ondersteuningsaanbod wordt besproken op het regionaal overleg, vermeld in het eerste lid, 4°, a). | ||