Artikel 52
§ 1. Een initiatiefnemer die met het oog op de uitbating van een lokaal dienstencentrum, een centrum voor dagopvang van een dienst voor gezinszorg, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum wil bouwen of verbouwen, een bestaand gebouw alsdusdanig inrichten, zijn activiteiten wil verplaatsen of de capaciteit van zijn voorziening wil verhogen, is onderworpen aan de voorafgaande vergunning van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering legt de procedure daarvoor vast, die de mogelijkheid bevat om een bezwaar in te dienen. De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor de types van woonzorgvoorzieningen die ze aanwijst, de voorafgaande vergunning wordt verleend op basis van een oproep met het oog op de realisatie van die woonzorgvoorzieningen in het geografische gebied dat in de oproep wordt aangewezen.
De voorafgaande vergunning kan alleen worden verleend als het initiatief past in de programmatie, vermeld in artikel 51, past binnen de meerjarenraming die op basis van artikel 6, § 2, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming door de Vlaamse Regering is vastgelegd en past in het kader van de globale zorgstrategische visie, waarvan de elementen door de Vlaamse Regering worden bepaald. Die elementen hebben onder meer betrekking op de zorg- en ondersteuningsnood, de wijze waarop woonzorg zal worden aangeboden, de wijze waarop wordt afgestemd met de uitgangspunten van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, de plaats van het initiatief binnen het geheel van bestaande woonzorgvoorzieningen en andere welzijnsvoorzieningen en zorgverleners en de samenwerking met die voorzieningen en zorgverleners en de wijze waarop wordt aangesloten op lokale beleidsintenties. De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen om de voorafgaande vergunning te verlenen.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de groepen van assistentiewoningen, tenzij een programmatie wordt vastgesteld.
§ 2. De Vlaamse Regering kan een tijdsvenster bepalen waarbinnen een initiatiefnemer met een voorafgaande vergunning de erkenning moet aanvragen.