§ flandrepo
22 regels · van kracht sinds 3 mei 2026

Artikel 2.3.6.0.1

§ 1. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor :

  1. 1°de luchtvaartuigen en de boten die uitsluitend gebruikt worden voor een openbare dienst van de staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten of de gemeenten;
  2. 2°de voertuigen die uitsluitend gebruikt worden voor het vervoer van zieke of gewonde personen en, als het wegvoertuigen betreft, die ingeschreven zijn als ziekenauto's;
  3. 3°de voertuigen die als persoonlijk vervoermiddel gebruikt worden door :
  4. a)de militaire of burgerlijke grootoorlogsinvaliden die een invaliditeitspensioen van ten minste 60 % genieten;
  5. b)de personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of van wie de bovenste ledematen geamputeerd zijn, en de personen die aangetast zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt;
  6. 4°de voertuigen voorzien van een beroepsplaat;
  7. 5°de voertuigen voorzien van een nationale plaat;
  8. 6°de voertuigen die specifiek worden omgebouwd voor het gemeenschappelijk vervoer van rolstoelgebruikers.

De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 3°, is beperkt tot één personenauto per begunstigde en is afhankelijk van de voorlegging aan het bevoegde personeelslid van :

  1. 1°een getuigschrift, uitgereikt door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend, met de vermelding dat de betrokkene de hoedanigheid van grootoorlogsinvalide heeft en een invaliditeitspensioen van ten minste 60 % geniet;
  2. 2°een invaliditeitsattest, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, met de vermelding dat de betrokkene recht heeft op vrijstelling van de verkeersbelasting, of dat hij is getroffen door volledige blindheid of volledige verlamming van de bovenste ledematen, of dat die ledematen geamputeerd zijn, of dat hij is aangetast door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt.

De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verleend op voorwaarde dat de volgende documenten worden voorgelegd aan het bevoegde personeelslid:

  1. 1°een geldig certificaat van individuele nationale goedkeuring van een voer- tuig dat is afgeleverd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse adminis- tratie of een gelijkwaardig certificaat dat is afgeleverd door de bevoegde entiteit van een staat binnen de Europese Economische Ruimte. Uit dat certificaat blijkt dat het voertuig twee of meer voor rolstoelgebruikers toegankelijke plaatsen heeft en omgebouwd is met een bodemverlaging of rolstoelplateaulift;
  2. 2°een schriftelijke verklaring waarin de houder van het voertuig bevestigt dat de verbouwing specifiek heeft plaatsgevonden om rolstoelgebruikers te vervoeren.

§ 2. Er wordt ook een vrijstelling van de belasting verleend voor de wegvoertuigen, luchtvaartuigen en boten die binnen zes maanden na de inschrijving conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, tweede en derde lid, of na de uitreiking van een registratiebrief conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, vierde lid, worden overgebracht naar een andere staat van de Europese Economische Ruimte en daar onder een definitieve regeling worden ingeschreven of van een registratiebrief worden voorzien.

De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van de voorlegging van de volgende documenten :

  1. 1°naargelang het geval, het bewijs van de afvoering van het wegvoertuig in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, van de doorhaling van het luchtvaartuig in het Belgisch luchtvaartuigregister of van het terugzenden van de registratiebrief aan de autoriteit die hem heeft afgeleverd;
  2. 2°het bewijs van de inschrijving van het wegvoertuig of het luchtvaartuig, of van de aflevering van een registratiebrief of een gelijkwaardig document, volgens een definitieve regeling, in de betrokken staat van de Europese Economische Ruimte.

Als een wegvoertuig in een andere staat van de Europese Economische Ruimte door een beroepshandelaar uit de automobielsector geleverd wordt, kan het document, vermeld in het tweede lid, 2°, geldig worden vervangen door een afschrift van de factuur die de overdracht bekrachtigt, en het bewijs van betaling van die factuur.

§ 3. Er wordt een vrijstelling van de belasting verleend voor de op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen.

In het eerste lid wordt verstaan onder op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, afgekort als `RPAS': luchtvaartuigsystemen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd