§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 10 mei 2021

Artikel 16

§ 1. Een administratieve geldboete van 100 tot 10.000 euro kan worden opgelegd aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die zes keer een inbreuk pleegt op de verplichtingen, vermeld in artikel 8 tot en met 13, als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

  1. 1°de betrokken persoon heeft vijf inbreuken gepleegd op de verplichtingen, vermeld in artikel 8 tot en met 13, en heeft vervolgens een schriftelijke aanmaning ontvangen om die verplichtingen na te leven;
  2. 2°de betrokken persoon pleegt een zesde inbreuk binnen een termijn van één jaar na de eerste inbreuk;
  3. 3°de betrokken persoon heeft, al dan niet bijgestaan door een raadsman, de kans gekregen om gehoord te worden.

Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en, in voorkomend geval, met verzachtende omstandigheden.

§ 2. De Vlaamse Regering wijst aan wie de inbreuken kan vaststellen, de geldboete kan opleggen en de aanmaningen verricht. De vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel.

De administratieve geldboete kan alleen worden opgelegd binnen een termijn van één jaar na de dag van de zesde inbreuk.

De betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete op de hoogte gebracht met een ter post aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs. De kennisgeving van de beslissing vermeldt het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de boete moet worden betaald alsook de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep tegen de beslissing ingesteld kan worden.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de administratieve geldboete.

§ 3. De administratieve geldboete wordt geïnd en ingevorderd ten voordele van het Eigen Vermogen Digitaal Vlaanderen, vermeld in artikel 7 van het decreet van 15 januari 2016 houdende de oprichting van het Eigen Vermogen Digitaal Vlaanderen. De Vlaamse Regering wijst aan wie de geldboete kan innen en invorderen.

Als de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon weigert de administratieve geldboete te betalen, wordt ze bij dwangbevel ingevorderd. De Vlaamse Regering wijst aan wie een dwangbevel kan uitvaardigen en uitvoerbaar kan verklaren. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.

De bepalingen, vermeld in deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging, zijn van toepassing op het dwangbevel, vermeld in het tweede lid.

De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de datum waarop ze definitief is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd