Artikel 4.2.2.3.8
§1. Het jaarvolume geloosd afvalwater Qj, vermeld in artikel 4.2.2.3.1 van dit decreet, wordt op de volgende wijze bepaald:
- 1°op basis van een continu werkend debietmeetsysteem, waarbij doorlopend het geloosde dagdebiet wordt gemeten en dagelijks wordt geregistreerd volgens de regels die de Vlaamse Regering vaststelt. Als de heffingsplichtige na de meetinrichting van het geloosde afvalwater circulair afvalwater aanbiedt dat aanleiding geeft tot toekenning van de vrijstelling, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, §1, van dit decreet, wordt het aldus gemeten jaarvolume geloosd afvalwater Qj bij de aanbieder verminderd met de gemeten hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater die is bepaald conform punt 2°, e);
- 2°als het jaarvolume geloosd afvalwater Qj niet is gemeten met de debietmeetapparatuur, vermeld in punt 1°, wordt het jaarvolume geloosd afvalwater Qj vastgesteld als de som van het drinkwater dat de drinkwatermaatschappij heeft geleverd in het jaar vóór het heffingsjaar, en de hoeveelheid grondwater, oppervlaktewater, hemelwater, circulair afvalwater en ander water, uitgedrukt in m³, die de heffingsplichtige gedurende het jaar vóór het heffingsjaar heeft ontvangen, verminderd met de hoeveelheid water die wordt gebruikt als koel- water, als dat koelwater niet samen met het afvalwater geloosd wordt, en verminderd met de hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater;
- a)de voormelde af te trekken hoeveelheid koelwater wordt op de volgende wijze bepaald:
- 1)het volume wordt gemeten aan de hand van een continue debietmeting met registratie volgens de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
- 2)als de heffingsplichtige het volume niet kan aantonen met behulp van een continue debietmeting met registratie als vermeld in punt 1), wordt de hoeveelheid onweerlegbaar vermoed gelijk te zijn aan het geloosde volume vergund koelwater, vermeld in artikel 4.2.2.3.1 van dit decreet;
- 3)als de debietmeting met registratie, vermeld in punt 1), geen betrekking heeft op het volledige jaar vóór het heffingsjaar:
- i)voor de periode waarin de hoeveelheid koelwater is gemeten: op basis van de tellerstanden van die periode;
ii) voor de periode waarvoor geen tellerstanden beschikbaar zijn, wordt de overeenstemmende hoeveelheid koelwater vastgesteld conform punt 2), en op dagbasis berekend;
- b)de voormelde opgenomen hoeveelheid grondwater wordt op de volgende wijze bepaald:
- 1)het volume wordt gemeten aan de hand van een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt, of het volume wordt bepaald conform paragraaf 2 of 3;
- 2)als de heffingsplichtige het opgenomen grondwater niet kan aantonen met behulp van een verzegelde dagelijkse debietmeting met registratie als vermeld in punt 1), voor het volledige jaar vóór het heffingsjaar, en als de bepalingen van paragraaf 2 of 3 niet worden toegepast, wordt onweerlegbaar vermoed dat de hoeveelheid gelijk is aan het grondwatervolume dat wordt bepaald conform artikel 4.2.3.1, §2, eerste lid, 2° en 3°, van dit decreet;
- c)de voormelde opgenomen hoeveelheid oppervlaktewater wordt op de volgende wijze bepaald:
- 1)het volume wordt gemeten aan de hand van een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt, of het volume wordt bepaald conform paragraaf 2 of 3;
- 2)als de opgenomen hoeveelheid oppervlaktewater niet vastgesteld is met een verzegelde debietmeting met registratie als vermeld in punt 1), en als de bepalingen van paragraaf 2 of 3 niet worden toegepast, wordt de hoeveelheid onweerlegbaar vermoed gelijk te zijn aan het gecapteerde volume water dat de beheerder van de waterweg in kwestie tijdens het jaar vóór het heffingsjaar in aanmerking heeft genomen om de vergoeding te bepalen voor de vergunning voor de watervang, vermeld in titel II, hoofdstuk IV, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, of voor onttrekkingen uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten het debiet van het water en de hoeveelheid water die opgenomen wordt volgens de melding, vermeld in artikel 30, §3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2021 tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare water- lopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
- 3)als er geen debietmeting als vermeld in punt 1), is uitgevoerd, als de bepalingen van paragraaf 2 of 3 niet worden toegepast en als de vergoeding voor de vergunning voor de watervang of de melding voor onttrekkingen uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten, vermeld in punt 2), ontbreekt, wordt onweerlegbaar vermoed dat de opgenomen hoeveelheid oppervlaktewater gelijk is aan de som van de nominale capaciteit van de pompen, uitgedrukt in m³ per uur en vermenigvuldigd met T. Daarbij is:
- i)voor seizoensgebonden irrigatie in openlucht voor land- en tuinbouw in hoofdactiviteit: T=200;
ii) voor andere seizoensgebonden activiteiten of activiteiten van beperkte duur: T=10x het reële aantal dagen dat de oppervlaktewaterwinning in gebruik geweest is;
iii) in de overige gevallen: T=2000;
- 4)als de debietmeting, vermeld in punt 1), geen betrekking heeft op het volledige jaar vóór het heffingsjaar:
- i)voor de periode dat de hoeveelheid oppervlaktewater is gemeten: op basis van tellerstanden van die periode;
ii) voor de periode waarvoor geen tellerstanden beschikbaar zijn, wordt de overeenstemmende hoeveelheid oppervlaktewater naargelang het geval vastgesteld conform paragraaf 2 of 3 en, als de bepalingen van paragraaf 2 of 3 niet worden toegepast, conform punt 2) of 3) op dagbasis berekend;
- d)de hoeveelheid van het voormelde hemelwater wordt op de volgende wijze bepaald:
- 1)het volume wordt gemeten aan de hand van een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt, of het volume wordt bepaald conform paragraaf 2 of 3;
- 2)als de heffingsplichtige het ontvangen hemelwater in het jaar vóór het heffingsjaar niet kan aantonen aan de hand van een verzegelde debietmeting, voorzien van registratie als vermeld in punt 1), en als de bepalingen van paragraaf 2 of 3 niet worden toegepast, wordt de hoeveelheid hemelwater gelijkgesteld aan 800 l/m² afspoelbare of vervuilde oppervlakte, tenzij de heffingsplichtige aan de hand van de gegevens, afkomstig van het Koninklijk Meteorologisch Instituut, kan aantonen dat de neerslag kleiner dan 800 l/m² is;
- 3)als de debietmeting met registratie, vermeld in punt 1), geen betrekking heeft op het volledige jaar vóór het heffingsjaar:
- i)voor de periode waarin de hoeveelheid hemelwater is gemeten: op basis van de tellerstanden van die periode;
ii) voor de periode waarvoor geen tellerstanden beschikbaar zijn, wordt de overeenstemmende hoeveelheid hemelwater vastgesteld conform paragraaf 2 of 3 en, als de bepalingen van paragraaf 2 en 3 niet worden toegepast, conform punt 2) of 3) op dagbasis berekend;
- e)de hoeveelheid van het voormelde circulair afvalwater wordt op de volgende wijze vastgesteld:
- 1)het volume circulair afvalwater dat de aanbieder heeft gemeten aan de hand van een continue verzegelde debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt krachtens artikel 4.2.2.1.12, §4, van dit decreet;
- 2)als de aanbieder van het circulair afvalwater het volume circulair afvalwater dat in het jaar vóór het heffingsjaar wordt aangeboden, niet kan aantonen aan de hand van een verzegelde debietmeting, voorzien van registratie als vermeld in punt 1), het minimale volume circulair afvalwater dat is opgenomen in de overeenkomst, vermeld in artikel 4.2.2.1.12, §2, van dit decreet;
- 3)als de debietmeting met registratie, vermeld in punt 1), geen betrekking heeft op het volledige jaar vóór het heffingsjaar:
- i)voor de periode waarin de hoeveelheid ontvangen circulair afvalwater is gemeten: op basis van de tellerstanden van die periode;
ii) voor de periode waarvoor geen tellerstanden beschikbaar zijn, wordt de overeenstemmende hoeveelheid ontvangen circulair afvalwater vastgesteld conform punt 2) en op dagbasis berekend;
- f)de voormelde af te trekken hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater wordt bepaald conform punt e);
- 3°als de debietmeting met registratie, vermeld in punt 1°, geen betrekking heeft op het volledige jaar vóór het heffingsjaar:
- a)voor de periode waarin de geloosde hoeveelheid afvalwater is gemeten: op basis van de tellerstanden van die periode;
- b)voor de periode waarvoor geen tellerstanden beschikbaar zijn, wordt de overeenstemmende geloosde hoeveelheid afvalwater vastgesteld conform punt 2° en op dagbasis berekend.
In het eerste lid wordt verstaan onder hemelwater: het hemelwater dat gebruikt wordt voor de activiteiten van de sectoren, vermeld in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd, of vervuild wordt, of samen met het afvalwater geloosd wordt.
De systemen voor registratie van het debiet, vermeld in dit artikel, die vóór 1 januari 2004 in gebruik zijn genomen, worden verzegeld door de Vlaamse Milieumaatschappij. De overige debietmeetsystemen worden bij de indienstneming verzegeld door de leverancier, de externe installateur of een laboratorium als vermeld in artikel 4.2.2.3.2. De voormelde verplichting geldt niet voor de meetsystemen waarmee het geloosde debiet wordt gemeten. Als de verzegeling verbroken wordt, brengt de heffingsplichtige onmiddellijk de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij op de hoogte die belast zijn met de controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing. De heffingsplichtige gebruikt daarvoor het formulier dat de Vlaamse Milieumaatschappij ter beschikking stelt.
Als de debietmeetsystemen, vermeld in deze paragraaf, gereset worden in het jaar vóór het heffingsjaar, worden de tellerstanden voor dat jaar uitgesloten van de berekening van de heffing.
§2. Als de heffingsplichtige in de loop van het jaar vóór het heffingsjaar of uiterlijk bij de indiening van een tijdig bezwaarschrift tegen de heffing van het betreffende heffingsjaar overgaat tot ingebruikname van een verzegelde continue debietmeeting, kan hij de Vlaamse Milieumaatschappij, uiterlijk in het voormelde bezwaarschrift, schriftelijk verzoeken om de tellerstanden van de verzegelde continue debietmeting in aanmerking te nemen bij de berekening van de heffing.
Als de Vlaamse Milieumaatschappij het verzoek, vermeld in het eerste lid, aanvaardt, wordt het volume voor het deel van het jaar waarvoor de heffingsplichtige niet beschikt over tellerstanden, vastgesteld op 1,5 keer het volume dat gemeten is in de overeenkomstige periode in het eerste jaar dat volgt op de datum van installatie, berekend op dagbasis.
Het eerste en tweede lid zijn van toepassing op voorwaarde dat:
- 1°het volume dat conform het tweede lid wordt gebruikt, gemeten is door een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
- 2°de heffingsplichtige de tellerstanden van het continu werkende debietmeetsysteem die gebruikt worden voor de vestiging van de heffing conform het tweede lid, aan de Vlaamse Milieumaatschappij bezorgt uiterlijk dertig dagen nadat deze overeenkomstige periode in het eerste jaar dat volgt op de installatie, afloopt;
- 3°het verzegelde continu werkende debietmeetsysteem in gebruik is genomen conform paragraaf 1;
- 4°in het jaar vóór het heffingsjaar, de waterhuishouding vergelijkbaar is met de waterhuishouding in de periode die wordt gebruikt om de heffing vast te stellen conform het tweede lid;
- 5°als het verzoek een grondwaterwinning betreft, die grondwaterwinning in het jaar vóór het heffingsjaar vergund is met toepassing van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer of conform titel II van het VLAREM en de bijlagen bij dat besluit gevoegd of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
- 6°het verzoek betrekking heeft op een eigenwaterwinning waar niet eerder een continue debietmeting in gebruik is genomen;
- 7°uit de bewijsstukken bij de aanvraag blijkt dat aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 6°, is voldaan.
§3. Als de heffingsplichtige als gevolg van een defect aan een verzegeld continu werkend debietmeetsysteem van een eigenwaterwinning voor een deel van het jaar vóór het heffingsjaar niet beschikt over correcte tellerstanden, kan hij uiterlijk bij de indiening van een tijdig bezwaarschrift tegen de heffing de Vlaamse Milieumaatschappij schriftelijk verzoeken om de tellerstanden van het verzegelde continu werkende debietmeetsysteem te berekenen aan de hand van de tellerstanden van de drie opeenvolgende voorgaande heffingsjaren.
Als de Vlaamse Milieumaatschappij het verzoek, vermeld in het eerste lid, aanvaardt, wordt het volume voor de periode waarin het defect zorgde voor de afwezigheid van een correcte registratie, vastgesteld op 1,5 keer het rekenkundig gemiddelde van het volume dat geregistreerd is door het debietmeetsysteem dat gebruikt is voor de drie opeenvolgende voorgaande heffingsjaren, berekend op dagbasis.
Samen met het heffingsjaar waarvoor de heffingsplichtige de afwijking vraagt, vormen de heffingsjaren waarvan de tellerstanden in rekening gebracht worden, vier opeenvolgende heffingsjaren.
Het eerste tot en met het derde lid zijn van toepassing op voorwaarde dat:
- 1°het volume dat conform het tweede lid wordt gebruikt, gemeten is door een verzegelde continue debietmeting met registratie conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt;
- 2°het bewijs van herstel of vervanging van het verzegelde continu werkende debietmeetsysteem door een externe installateur bij de aanvraag wordt gevoegd;
- 3°bij de aanvraag technisch onderbouwd wordt waarom het debietmeetsysteem defect was;
- 4°in het jaar vóór het heffingsjaar de waterhuishouding vergelijkbaar is met de waterhuishouding in de periode die wordt gebruikt om de heffing conform het tweede lid vast te stellen;
- 5°als het verzoek een grondwaterwinning betreft, de grondwaterwinning op het ogenblik waarop het grondwater in het jaar vóór het heffingsjaar wordt gewonnen, vergund is met toepassing van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer of conform titel II van het VLAREM en de bijlagen bij dat besluit gevoegd of het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
- 6°uit de bewijsstukken bij de aanvraag blijkt dat aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 5°, is voldaan.