Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder:
- 1°algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
- 2°beroepskaart: de toelating die de buitenlandse onderdaan machtigt om op het grondgebied van het Vlaamse Gewest een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen op grond van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
- 3°buitenlandse onderdaan: de onderdaan van een derde land, vermeld in artikel 2, 6, van verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode);
- 4°departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
- 5°kwalificatie: een onderwijs of beroepskwalificatie als vermeld in hoofdstuk III, afdeling II, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, die is ingeschaald van niveau 1 tot en met 8 conform het kwalificatieraamwerk, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling II, II/1 en III, van het voormelde decreet, of die uitgereikt is nadat een programma dat ingeschaald is in de niveaus van de International Standard Classification of Education 2011, succesvol beëindigd is;
- 6°Verblijfswet: de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- 7°wettig verblijf: de verblijfssituatie van de buitenlandse onderdaan die toegelaten of gemachtigd is om op het grondgebied van België te verblijven voor een periode die negentig dagen niet overschrijdt conform titel I, hoofdstuk II, van de Verblijfswet, of voor een periode van meer dan negentig dagen conform titel I, hoofdstuk III, of titel II van de voormelde wet;
- 8°zelfstandige beroepsactiviteit: een activiteit die niet onder de toepassing valt van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers of de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden.