Artikel 3
Ter uitvoering van artikel 3, § 1, tweede lid, tweede streepje, van de wet van 30 juli 2018 worden de leden van de volgende diensten en voorzieningen, die behoren tot de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, en de leden van de volgende organisaties die gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, gemachtigd om te kunnen deelnemen aan een casusoverleg binnen een LIVC R:
- 1°de justitiehuizen, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand;
- 2°de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
- 3°de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs, vermeld in artikel 3 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
- 4°de universiteiten en hogescholen, vermeld in artikel I.2, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
- 5°de centra voor algemeen welzijnswerk, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk;
- 6°de ondersteuningscentra jeugdzorg, vermeld in artikel 33 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
- 7°de sociale dienst jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
- 8°de centra voor geestelijke gezondheidszorg, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de centra voor geestelijke gezondheidszorg;
- 9°de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
- 10°de werkwinkels, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2008 tot vaststelling van de regels voor de erkenning en financiering door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding van de gespecialiseerde trajectbepalingen- begeleidingsdienst, de gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdiensten en de gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- en bemiddelingsdiensten;
- 11°sportorganisaties als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 20 december 2013 inzake gezond en ethisch sporten;
- 12°de sociaal-culturele volwassenenorganisaties, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 juli 2017 houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk;
- 13°de sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 20°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
- 14°de erkende huurdiensten, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 21°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
- 15°het agentschap Opgroeien regie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
- 16°het Agentschap Inburgering en Integratie, vermeld in artikel 16 van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, en de organisaties, vermeld in artikel 25 van het voormelde decreet;
- 17°de inloopteams, vermeld in artikel 1, 3°, van het ministerieel besluit van 6 april 2014 betreffende de regels voor de erkenning en de subsidiëring van inloopteams;
- 18°de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
- 19°de vertrouwenscentra kindermishandeling, vermeld in artikel 42 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
- 20°de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
- 21°de voorzieningen in de jeugdhulp, vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp;
- 22°de centra voor ontwikkelingsstoornissen, vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen;
- 23°de voorzieningen die vergund of erkend worden door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vermeld in artikel 8, 3°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
- 24°de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De leden van andere diensten en voorzieningen die behoren tot de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, en de leden van andere organisaties die gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, worden gemachtigd om te kunnen deelnemen aan een casus-overleg binnen een LIVC R, op voorwaarde dat de leden van deze andere diensten, voorzieningen of gesubsidieerde organisaties vanuit hun functie en omwille van een bepaalde expertise of omwille van hun kennis van de betrokkene, geacht worden een noodzakelijke bijdrage te kunnen leveren aan een geïndividualiseerde casusgerichte opvolging.