§ flandrepo
15 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 20

§ 1. De jeugdrechter kan aan de minderjarige verdachte, een herstelrechtelijk aanbod doen van bemiddeling of herstelgericht groepsoverleg.

Een herstelrechtelijk aanbod verdient de voorkeur. Als de jeugdrechter geen herstelrechtelijk aanbod doet, motiveert hij daaromtrent specifiek zijn beslissing.

§ 2. De jeugdrechter kan, in voorkomend geval op cumulatieve wijze, in opgaande graad van het ingrijpende karakter van de maatregel en altijd in combinatie met een ondertoezichtstelling door de sociale dienst, de volgende maatregelen opleggen:

  1. 1°een positief project van ten hoogste zestig uur;
  2. 2°een ambulante maatregel;
  3. 3°voorwaarden;
  4. 3°/0een elektronische monitoring, gecombineerd met begeleiding;

3/1° de minderjarige verdachte toevertrouwen aan een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis, als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt;

  1. 3°/2de minderjarige verdachte toevertrouwen aan kortverblijf in een afdeling binnen een gemeenschapsinstelling voor een periode van veertien dagen;
  2. 4°de minderjarige verdachte toevertrouwen aan een afdeling binnen een gemeenschapsinstelling, ingericht voor personen die een reactie opgelegd krijgen met toepassing van dit decreet, voor een gesloten oriëntatie van maximaal een maand;
  3. 5°de minderjarige verdachte toevertrouwen aan een afdeling binnen een gemeenschapsinstelling, ingericht voor personen die een reactie opgelegd krijgen met toepassing van dit decreet, voor een gesloten begeleiding van maximaal drie maanden opeenvolgend.

De maatregelen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3° /1, verdienen de voorkeur boven het toevertrouwen van de minderjarige aan een afdeling binnen een gemeenschapsinstelling, ingericht voor personen die een reactie opgelegd krijgen met toepassing van dit decreet.

Als de jeugdrechter een maatregel als vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3/1°, 4° en 5°, uitspreekt, bepaalt hij de maximumduur ervan. De duur van een maand, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°, is dertig dagen.

Alle maatregelen, vermeld in het eerste lid, betrekken op een actieve wijze de ouders of de opvoedingsverantwoordelijken en andere relevante personen uit de leefomgeving van de minderjarige verdachte.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en modaliteiten waaraan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, moeten voldoen.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd