Artikel III.46
§ 1. Het bedrag van de investeringskredieten voor de hogescholen, uitgedrukt in euro, wordt als volgt vastgelegd :
Begrotingsjaar
Gesubsidieerde vrije hogescholen
Publiekrechtelijke hogescholen
Totaal
2018
13.451.707
9.480.206
22.931.912
2019
13.146.999
9.189.141
22.336.140
2020
12.842.289
8.898.078
21.740.369
2021
12.537.581
8.607.015
21.144.596
2022
12.232.873
8.315.952
20.548.825
2023
11.928.164
8.024.889
19.953.053
Vanaf 2024
11.623.456
7.733.826
19.357.281
§ 2. De investeringskredieten zoals vastgelegd in paragraaf 1 worden als volgt verdeeld onder de hogescholen :
- 1°de volgende bedragen op basis van de percentages vastgelegd per hogeschool in paragraaf 3 :
Begrotingsjaar
Gesubsidieerde vrije hogescholen
Publiekrechtelijke hogescholen
Totaal
2018
8.071.024
5.688.124
13.759.148
2019
6.573.500
4.594.570
11.168.070
2020
5.136.916
3.559.231
8.696.148
2021
3.761.274
2.582.104
6.343.379
2022
2.446.575
1.663.190
4.109.765
2023
1.192.816
802.489
1.995.305
Vanaf 2024
0
0
0
- 2°de volgende bedragen op basis van het verdelingsmechanisme vastgelegd in paragraaf 4 :
Begrotingsjaar
Gesubsidieerde vrije hogescholen
Publiekrechtelijke hogescholen
Totaal
2018
5.380.683
3.792.082
9.172.765
2019
6.573.499
4.594.571
11.168.070
2020
7.705.374
5.338.847
13.044.221
2021
8.776.307
6.024.911
14.801.218
2022
9.786.298
6.652.762
16.439.060
2023
10.735.348
7.222.399
17.957.747
Vanaf 2024
11.623.456
7.733.826
19.357.281
§ 3. De bedragen vermeld in paragraaf 2, 1°, worden volgens de volgende percentages verdeeld over de hogescholen :
Vrije gesubsidieerde hogescholen
Arteveldehogeschool
10,08 %
LUCA School of Arts
9,75 %
Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen
10,85 %
Katholieke Hogeschool Vives Noord
4,17 %
Thomas More Kempen
9.36 %
UC Leuven
10,35 %
UC Limburg
6,51 %
Thomas More Mechelen Antwerpen
12,01 %
Katholieke Hogeschool Vives Zuid
8,84 %
Odisee
18,07 %
Totaal vrij gesubsidieerde hogescholen
100,00 %
Publiekrechtelijke hogescholen
Erasmushogeschool Brussel
10,73 %
Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
26,04 %
Hogeschool Gent
37,15 %
Hogeschool West-Vlaanderen
11,55 %
Hogeschool PXL
14,54 %
Totaal publiekrechtelijke hogescholen
100,00 %
§ 4. De verdeling en de toewijzing per hogeschool van de investeringskredieten, vermeld in paragraaf 2, 2°, gebeurt binnen de respectieve enveloppes van de vrije gesubsidieerde hogescholen en de publiekrechtelijke hogescholen op basis van volgende criteria :
- 1°voor alle professionele bacheloropleidingen, exclusief het hoger kunstonderwijs : het aantal opgenomen studiepunten door studenten onder diplomacontract ingeschreven in een professioneel gerichte bacheloropleiding of een bachelor-na-bacheloropleiding;
- 2°voor het hoger kunstonderwijs : het aantal opgenomen studiepunten door studenten onder diplomacontract ingeschreven in een professioneel gerichte bacheloropleiding, een bachelor-na-bacheloropleiding, een academisch gerichte bacheloropleiding, een initiële masteropleiding, een schakelprogramma of een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële masteropleiding.
Deze opgenomen studiepunten worden per studiegebied of cluster van studiegebieden gewogen met de overeenkomstige puntengewichten :
Handelswetenschappen en bedrijfskunde
1
Sociaal-agogisch werk
1
Gezondheidszorg
1
Gezondheidszorg - Onderwijs
1
Gezondheidszorg - Onderwijs - Sociaal-agogisch werk
1
Onderwijs
1
Industriële wetenschappen en technologie
2,5
Nautische wetenschappen
2,5
Architectuur
2,5
Architectuur - Industriële wetenschappen en technologie
2,5
Biotechniek
2,5
Audiovisuele en beeldende kunst
2,5
Muziek en podiumkunsten
2,5
Toegepaste taalkunde
2,5
Productontwikkeling
2,5
Het aantal gewogen opgenomen studiepunten per hogeschool is gelijk aan de som van de producten van het aantal opgenomen studiepunten in ieder studiegebied of cluster van studiegebieden enerzijds en het overeenkomstige bepaalde puntengewicht.
Voor de vaststelling van het gewogen aantal opgenomen studiepunten voor het begrotingsjaar t worden het gemiddelde aantal opgenomen studiepunten in aanmerking genomen over de academiejaren t-7/t-6 tot en met t-3/t-2.
In afwijking van de bovenstaande puntengewichten, wordt voor de opleidingen `Biomedische laboratoriumtechnologie' en `Voedings- en dieetkunde' van het studiegebied Gezondheidszorg het puntengewicht 2,5 toegepast.
§ 5. De bedragen, vermeld in paragraaf 1 en 2, op prijsniveau 2017, worden jaarlijks aangepast als volgt : het bedrag wordt vermenigvuldigd met de gewogen evolutie van het jaarlijks gemiddelde van de index van de Associatie van Belgische Experten (ABEX-index) van de vijf voorlaatste kalenderjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in percenten.
§ 6. Bij eventuele fusies van hogescholen worden de percentages zoals vastgelegd in paragraaf 3 van de fuserende hogescholen samengevoegd en toegekend aan de nieuwe hogeschool.
§ 7. Vanaf het begrotingsjaar 2019 wordt een investeringstoelage van 9.000.000 euro toegekend aan de hogescholen.
De verdeling per hogeschool gebeurt op basis van het aantal unieke studenten die op 31 oktober van het academiejaar t-1/t in de desbetreffende hogeschool in een graduaatsopleiding zijn ingeschreven.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, op prijsniveau 2019, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig paragraaf 5 van dit artikel.
§ 8. In afwijking van paragraaf 7 gebeurt de verdeling van het bedrag in paragraaf 7, eerste lid, voor het begrotingsjaar 2019 op basis van het bedrag dat elke hogeschool ontvangt volgens de bepalingen in paragraaf 1 van artikel III.42/1 van dit decreet.
§ 9. Vanaf het begrotingsjaar 2019 wordt een bedrag van 1.000.000 euro voor 60 % toegevoegd aan de enveloppe voor de gesubsidieerde vrije hogescholen en voor 40 % aan de enveloppe van de publiekrechtelijke hogescholen, vermeld in paragraaf 2, 2° , van dit artikel.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, op prijsniveau 2019, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig paragraaf 5 van dit artikel.
§ 10. Vanaf het begrotingsjaar 2020 wordt een bedrag van 797.000 euro voor 60% toegevoegd aan de enveloppe voor de gesubsidieerde vrije hogescholen en voor 40% aan de enveloppe van de publiekrechtelijke hogescholen, vermeld in paragraaf 2, 2°, van dit artikel.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, op prijsniveau 2020, wordt jaarlijks aangepast overeenkomstig paragraaf 5 van dit artikel.