Bij de aanpassing van de begroting 2021 #812
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 21 mei 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 5 | 3° de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | 5 | 3° de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; |
| 6 | 4° de strategische adviesraden, vermeld in artikel I.3, 3°, a), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 6 | 4° de strategische adviesraden, vermeld in artikel I.3, 3°, a), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 7 | De andere Vlaamse rechtspersonen dan die vermeld in het eerste en tweede lid en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel 6, kunnen zich altijd vrijwillig aan de toepassing van afdeling 5 onderwerpen, mits aanvaarding door de Vlaamse Regering. | 7 | De andere Vlaamse rechtspersonen dan die vermeld in het eerste en tweede lid en de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel 6, kunnen zich altijd vrijwillig aan de toepassing van hoofdstuk 10 onderwerpen, mits aanvaarding door de Vlaamse Regering. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor Energie schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. | 6 | De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen. |
| 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. | 7 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de energiehuizen, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke energiehuis wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de energiehuizen. |
| 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. | ||
| 8 | § 3. ... | ||
| 1 | De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, schulden die door een energiehuis ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van artikel 8.2.2, artikel 8.3.1/1, of artikel 8.4.2 van dit decreet werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden. |