§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw

Staatsblad 19 juni 2019 NUMAC 2019013160
124 artikels gewijzigd
+2 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 1.3.3
18Het huishoudelijk reglement is definitief zodra elk van de betrokken gemeenteraden dat reglement of de wijzigingen ervan goedgekeurd heeft.18Het huishoudelijk reglement is definitief zodra elk van de betrokken gemeenteraden dat reglement of de wijzigingen ervan goedgekeurd heeft.
19Als een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening is opgericht conform de bepalingen van dit artikel, oefent die intergemeentelijke commissie de taken uit die zijn toegewezen aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.19Als een intergemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening is opgericht conform de bepalingen van dit artikel, oefent die intergemeentelijke commissie de taken uit die zijn toegewezen aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
20§ 4. De leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden benoemd voor zes jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar. Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie. De nieuwe commissie treedt pas aan nadat de gemeenteraad de leden ervan heeft benoemd en nadat de toezichttermijn, vermeld in artikel 255, § 1, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, is verstreken. De oude commissie blijft zolang aan.20§ 4. De leden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden benoemd voor zes jaar. Hun benoeming is hernieuwbaar. Na de installatie van een nieuwe gemeenteraad wordt overgegaan tot de benoeming van een nieuwe commissie. De nieuwe commissie treedt pas aan nadat de gemeenteraad de leden ervan heeft benoemd en nadat de toezichttermijn, vermeld in artikel 332 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, is verstreken. De oude commissie blijft zolang aan.
21Het lid dat voortijdig zijn mandaat stopzet, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd.21Het lid dat voortijdig zijn mandaat stopzet, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger tot een nieuw lid is benoemd.
22§ 5. Het is voor een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.22§ 5. Het is voor een lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben.
23Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.23Voor de toepassing van het eerste lid worden personen die wettelijk samenwonen, met echtgenoten gelijkgesteld.
24§ 6. De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 200, § 2, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.24§ 6. De regelingen inzake evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, vermeld in artikel 304, § 3, tweede lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.
25§ 7. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening kan, voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken, een beroep doen op externe deskundigen en werkgroepen oprichten onder de voorwaarden, bepaald in het huishoudelijke reglement.25§ 7. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening kan, voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken, een beroep doen op externe deskundigen en werkgroepen oprichten onder de voorwaarden, bepaald in het huishoudelijke reglement.
26§ 8. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening stelt haar huishoudelijke reglement op.26§ 8. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening stelt haar huishoudelijke reglement op.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.1.1
16Op gemeentelijk niveau kunnen zowel de strategische visie als de beleidskaders afzonderlijk, intergemeentelijk zijn. Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt een intergemeentelijk beleidsplan ruimte, een intergemeentelijke strategische visie en een intergemeentelijk beleidskader gelijkgesteld met respectievelijk een gemeentelijk beleidsplan ruimte, een gemeentelijke strategische visie en een gemeentelijk beleidskader, telkens voor de beleidskeuzes die op het eigen gemeentelijk grondgebied betrekking hebben of de engagementen van de eigen gemeente ten aanzien van de andere gemeenten. De beslissingen van de respectieve gemeenteraden geven uitdrukkelijk aan op welk onderdeel of welke onderdelen van het intergemeentelijk beleidsplan de beslissing betrekking heeft.16Op gemeentelijk niveau kunnen zowel de strategische visie als de beleidskaders afzonderlijk, intergemeentelijk zijn. Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt een intergemeentelijk beleidsplan ruimte, een intergemeentelijke strategische visie en een intergemeentelijk beleidskader gelijkgesteld met respectievelijk een gemeentelijk beleidsplan ruimte, een gemeentelijke strategische visie en een gemeentelijk beleidskader, telkens voor de beleidskeuzes die op het eigen gemeentelijk grondgebied betrekking hebben of de engagementen van de eigen gemeente ten aanzien van de andere gemeenten. De beslissingen van de respectieve gemeenteraden geven uitdrukkelijk aan op welk onderdeel of welke onderdelen van het intergemeentelijk beleidsplan de beslissing betrekking heeft.
17§ 3. In elk ruimtelijk beleidsplan wordt aangegeven hoe het zich verhoudt tot de ruimtelijke beleidsplannen van de andere niveaus.17§ 3. In elk ruimtelijk beleidsplan wordt aangegeven hoe het zich verhoudt tot de ruimtelijke beleidsplannen van de andere niveaus.
18Bij het formuleren van keuzes, doelstellingen, eigen engagementen en verwachtingen ten aanzien van andere actoren die in het ruimtelijk beleidsplan worden opgenomen, wordt rekening gehouden met de bevoegdheidsbepalende regels uit het Gemeentedecreet, het Provinciedecreet, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en andere regelgeving die relevant is voor het thema in kwestie.18Bij het formuleren van keuzes, doelstellingen, eigen engagementen en verwachtingen ten aanzien van andere actoren die in het ruimtelijk beleidsplan worden opgenomen, wordt rekening gehouden met de bevoegdheidsbepalende regels uit het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, het Provinciedecreet, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en andere regelgeving die relevant is voor het thema in kwestie.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.1
1§ 1. Een ruimtelijk uitvoeringsplan is het resultaat van een ruimtelijk planningsproces waarbij de effectbeoordelingen procedureel en inhoudelijk geïntegreerd worden in het proces, hierna genoemd : geïntegreerd planningsproces. Die integratie houdt in dat de effectbeoordelingen plaatsvinden tijdens het proces voor de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan. De effectbeoordelingen leveren gegevens over de mogelijke effecten van het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan. Die gegevens worden verwerkt in het planningsproces voor het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan.1§ 1. Een ruimtelijk uitvoeringsplan is het resultaat van een ruimtelijk planningsproces waarbij de effectbeoordelingen procedureel en inhoudelijk geïntegreerd worden in het proces, hierna genoemd : geïntegreerd planningsproces. Die integratie houdt in dat de effectbeoordelingen plaatsvinden tijdens het proces voor de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan. De effectbeoordelingen leveren gegevens over de mogelijke effecten van het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan. Die gegevens worden verwerkt in het planningsproces voor het voorgenomen ruimtelijk uitvoeringsplan.
2De procedure en de termijnen voor de opmaak van de effectbeoordelingen zijn geregeld in hoofdstuk II Ruimtelijke Uitvoeringsplannen van deze codex. Voor de overige aspecten van de effectbeoordelingen zijn artikel 4.2.3, 4.2.4, 4.2.8, § 1bis en § 6, artikel 4.2.9, § 1 en § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid voor de planmilieueffectrapportage van toepassing, en titel IV, hoofdstuk IV, van het voormelde decreet voor de ruimtelijke veiligheidsrapportage.2De procedure en de termijnen voor de opmaak van de effectbeoordelingen zijn geregeld in hoofdstuk II Ruimtelijke Uitvoeringsplannen van deze codex. Voor de overige aspecten van de effectbeoordelingen zijn artikel 4.2.3, 4.2.4, 4.2.8, § 1bis, artikel 4.2.9, § 1 en § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid voor de planmilieueffectrapportage van toepassing, en titel IV, hoofdstuk IV, van het voormelde decreet voor de ruimtelijke veiligheidsrapportage.
3De effectrapporten bevatten de informatie zoals voorgeschreven in de toepasselijke regelgeving, met dien verstande dat naar de informatie die overeenkomstig de bepalingen van deze codex al in het ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, verwezen wordt in de effectrapporten.3De effectrapporten bevatten de informatie zoals voorgeschreven in de toepasselijke regelgeving, met dien verstande dat naar de informatie die overeenkomstig de bepalingen van deze codex al in het ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, verwezen wordt in de effectrapporten.
4In functie van het geïntegreerde planningsproces wordt een procesnota opgesteld die het volledige verloop van het planningsproces beschrijft. Het is een informatief en evolutief document dat in de loop van het planningsproces kan worden aangevuld. De procesnota geeft aan hoe het proces zal verlopen en bevat informatie over :4In functie van het geïntegreerde planningsproces wordt een procesnota opgesteld die het volledige verloop van het planningsproces beschrijft. Het is een informatief en evolutief document dat in de loop van het planningsproces kan worden aangevuld. De procesnota geeft aan hoe het proces zal verlopen en bevat informatie over :
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.10
6Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Die termijn is een termijn van orde.6Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Die termijn is een termijn van orde.
7§ 4. Adviezen, opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de Vlaamse Regering bezorgd.7§ 4. Adviezen, opmerkingen en bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de Vlaamse Regering bezorgd.
8De adviezen, opmerkingen en bezwaren kunnen uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis van elke gemeente, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek de adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de Vlaamse Regering. Met adviezen, opmerkingen en bezwaren die te laat aan de Vlaamse Regering worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van de adviezen, opmerkingen en bezwaren door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de Vlaamse Regering worden bezorgd.8De adviezen, opmerkingen en bezwaren kunnen uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis van elke gemeente, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt in dat geval binnen tien dagen na het openbaar onderzoek de adviezen, opmerkingen en bezwaren aan de Vlaamse Regering. Met adviezen, opmerkingen en bezwaren die te laat aan de Vlaamse Regering worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van de adviezen, opmerkingen en bezwaren door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de Vlaamse Regering worden bezorgd.
9De gemeenteraad en de provincieraad van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of effectbeoordelingsrapporten geheel of gedeeltelijk wordt bestreken of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, bezorgen hun advies aan de Vlaamse Regering uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek. Als geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.9De gemeenteraad en de provincieraad van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of effectbeoordelingsrapporten geheel of gedeeltelijk wordt bestreken of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, bezorgen hun advies aan de Vlaamse Regering uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek. Als geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
10§ 5. De Vlaamse Regering stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.10§ 5. De Vlaamse Regering stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.12
11Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.11Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
12De deputatie informeert de bevolking van de betrokken gemeenten uiterlijk de eerste dag van de termijn van zestig dagen over de inhoud van de startnota, raadpleegt de bevolking over de startnota gedurende dezelfde termijn, organiseert hierover ten minste één participatiemoment en maakt daarvan een verslag.12De deputatie informeert de bevolking van de betrokken gemeenten uiterlijk de eerste dag van de termijn van zestig dagen over de inhoud van de startnota, raadpleegt de bevolking over de startnota gedurende dezelfde termijn, organiseert hierover ten minste één participatiemoment en maakt daarvan een verslag.
13De reacties worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van de inspraak aan de deputatie bezorgd. De wijze waarop reacties bezorgd kunnen worden, alsook de uiterste datum worden uitdrukkelijk vermeld in de informatie over de startnota. De deputatie bezorgt de startnota, de adviezen, de reacties en het verslag van het participatiemoment aan de bevoegde dienst voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage binnen een termijn van drie dagen na het afsluiten van de termijn.13De reacties worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van de inspraak aan de deputatie bezorgd. De wijze waarop reacties bezorgd kunnen worden, alsook de uiterste datum worden uitdrukkelijk vermeld in de informatie over de startnota. De deputatie bezorgt de startnota, de adviezen, de reacties en het verslag van het participatiemoment aan de bevoegde dienst voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage binnen een termijn van tien dagen na het afsluiten van de termijn.
14De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor deze adviesvraag en inspraak.14De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor deze adviesvraag en inspraak.
+1 −3 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.14
1De deputatie stuurt het voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan en, in voorkomend geval, de ontwerpen van planmilieueffectrapport, ruimtelijk veiligheidsrapport en andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectbeoordelingsrapporten voor advies naar het departement, de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten en de adviserende diensten. De Vlaamse Regering kan bepalen aan welke adviserende diensten het voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan minstens moet worden voorgelegd. Als het plan grenst aan een andere provincie, een ander gewest of land of aanzienlijke grensoverschrijdende effecten voor mens of milieu kan hebben, zoals blijkt uit de startnota, de scopingnota of de ontwerprapporten, wordt het advies van de betrokken provincie, het gewest of land in kwestie gevraagd. Als het plan grenst aan of een aanzienlijk effect kan hebben op gebieden die onder de federale bevoegdheid vallen, wordt het advies van de federale overheid gevraagd. Als een land, een gewest, de federale overheid, een gemeente of een provincie verzoekt om de scopingnota of de ontwerprapporten te bezorgen of al een advies heeft verleend over de startnota, wordt ook een advies gevraagd.1De deputatie stuurt het voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan en, in voorkomend geval, de ontwerpen van planmilieueffectrapport, ruimtelijk veiligheidsrapport en andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectbeoordelingsrapporten voor advies naar het departement, de colleges van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten en de adviserende diensten. De Vlaamse Regering kan bepalen aan welke adviserende diensten het voorontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan minstens moet worden voorgelegd. Als het plan grenst aan een andere provincie, een ander gewest of land of aanzienlijke grensoverschrijdende effecten voor mens of milieu kan hebben, zoals blijkt uit de startnota, de scopingnota of de ontwerprapporten, wordt het advies van de betrokken provincie, het gewest of land in kwestie gevraagd. Als het plan grenst aan of een aanzienlijk effect kan hebben op gebieden die onder de federale bevoegdheid vallen, wordt het advies van de federale overheid gevraagd. Als een land, een gewest, de federale overheid, een gemeente of een provincie verzoekt om de scopingnota of de ontwerprapporten te bezorgen of al een advies heeft verleend over de startnota, wordt ook een advies gevraagd.
2De deputatie kan beslissen om al dan niet een of meer plenaire vergaderingen te houden. Als de deputatie een plenaire vergadering organiseert met de instanties, vermeld in het eerste lid, vindt die op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na het versturen van het voorontwerp door de deputatie.2De deputatie kan beslissen om al dan niet een of meer plenaire vergaderingen te houden. Als de deputatie een plenaire vergadering organiseert met de instanties, vermeld in het eerste lid, vindt die op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na het versturen van het voorontwerp door de deputatie.
3Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de verenigbaarheid met:3Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.16, § 3, eerste lid, 1° en 2°.
41° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden;
52° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
6Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengen de colleges van burgemeester en schepenen en, in voorkomend geval, een ander land, de federale overheid of een gewest advies uit en delen de adviserende diensten, vermeld in het eerste lid, hun opmerkingen mee. De vertegenwoordigers van die instanties moeten gemandateerd zijn om een standpunt in te nemen tijdens de vergadering.4Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengen de colleges van burgemeester en schepenen en, in voorkomend geval, een ander land, de federale overheid of een gewest advies uit en delen de adviserende diensten, vermeld in het eerste lid, hun opmerkingen mee. De vertegenwoordigers van die instanties moeten gemandateerd zijn om een standpunt in te nemen tijdens de vergadering.
7Van de plenaire vergadering wordt een schriftelijk verslag opgemaakt. Dat verslag wordt binnen veertien dagen bezorgd aan de instanties die op de plenaire vergadering aanwezig moesten zijn. Eventuele reacties op het verslag kunnen worden ingediend door de instanties die effectief aanwezig waren op de plenaire vergadering, en moeten binnen veertien dagen na de ontvangst van het verslag bezorgd worden aan de deputatie.5Van de plenaire vergadering wordt een schriftelijk verslag opgemaakt. Dat verslag wordt binnen veertien dagen bezorgd aan de instanties die op de plenaire vergadering aanwezig moesten zijn. Eventuele reacties op het verslag kunnen worden ingediend door de instanties die effectief aanwezig waren op de plenaire vergadering, en moeten binnen veertien dagen na de ontvangst van het verslag bezorgd worden aan de deputatie.
+2 −4 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.15
7§ 4. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk op de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd.7§ 4. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk op de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd.
8De opmerkingen en de bezwaren kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis van elke gemeente, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, worden afgegeven tegen ontvangstbewijs.8De opmerkingen en de bezwaren kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis van elke gemeente, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, worden afgegeven tegen ontvangstbewijs.
9De gemeente bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek de bezwaren en de opmerkingen aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. Met de opmerkingen en de bezwaren die te laat aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van bezwaren en opmerkingen door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd.9De gemeente bezorgt in dat geval binnen tien dagen na het openbaar onderzoek de bezwaren en de opmerkingen aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. Met de opmerkingen en de bezwaren die te laat aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van bezwaren en opmerkingen door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd.
10De gemeenteraad en de deputatie van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of effectbeoordelingsrapporten geheel of gedeeltelijk wordt bestreken of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, bezorgen hun advies aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.10De gemeenteraad en de deputatie van respectievelijk de gemeenten en de provincies waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan of effectbeoordelingsrapporten geheel of gedeeltelijk wordt bestreken of die grenzen aan gemeenten waarvan het grondgebied door het ontwerp van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan geheel of gedeeltelijk wordt bestreken, bezorgen hun advies aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
11Het departement bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met:11Het departement bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.16, § 3, eerste lid, 1° en 2°.
121° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden;
132° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
14§ 5. De provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de provincieraad. Dat advies bevat het integrale advies van het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening de deputatie de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.12§ 5. De provinciale commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de provincieraad. Dat advies bevat het integrale advies van het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening de deputatie de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.
15Op gemotiveerd verzoek van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening beslist de deputatie over de verlenging met dertig dagen van de termijn, vermeld in het eerste lid. Het verzoek tot verlenging moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beëindigen van het openbaar onderzoek. Bij het uitblijven van een beslissing door de deputatie binnen een termijn van dertig dagen na het indienen van het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend.13Op gemotiveerd verzoek van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening beslist de deputatie over de verlenging met dertig dagen van de termijn, vermeld in het eerste lid. Het verzoek tot verlenging moet worden ingediend uiterlijk de dertigste dag na het beëindigen van het openbaar onderzoek. Bij het uitblijven van een beslissing door de deputatie binnen een termijn van dertig dagen na het indienen van het verzoek wordt de verlenging geacht te zijn toegekend.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.18
11Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.11Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de adviesvraag. Als die termijn wordt overschreden, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
12Het college van burgemeester en schepenen informeert de bevolking van de gemeente uiterlijk de eerste dag van die termijn over de inhoud van de startnota, raadpleegt de bevolking over de startnota gedurende dezelfde termijn, organiseert hierover ten minste één participatiemoment en maakt daarvan een verslag.12Het college van burgemeester en schepenen informeert de bevolking van de gemeente uiterlijk de eerste dag van die termijn over de inhoud van de startnota, raadpleegt de bevolking over de startnota gedurende dezelfde termijn, organiseert hierover ten minste één participatiemoment en maakt daarvan een verslag.
13De reacties worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van de inspraak aan het college van burgemeester en schepenen bezorgd. De wijze waarop reacties bezorgd kunnen worden, alsook de uiterste datum worden uitdrukkelijk vermeld in de informatie over de startnota. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt de startnota, de adviezen, de reacties en het verslag van het participatiemoment aan de bevoegde dienst voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage binnen een termijn van drie dagen na het afsluiten van de termijn.13De reacties worden uiterlijk de laatste dag van de termijn van de inspraak aan het college van burgemeester en schepenen bezorgd. De wijze waarop reacties bezorgd kunnen worden, alsook de uiterste datum worden uitdrukkelijk vermeld in de informatie over de startnota. Het college van burgemeester en schepenen bezorgt de startnota, de adviezen, de reacties en het verslag van het participatiemoment aan de bevoegde dienst voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage binnen een termijn van tien dagen na het afsluiten van de termijn.
14De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor deze adviesvraag en inspraak.14De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor deze adviesvraag en inspraak.
+1 −3 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.20
1Het college van burgemeester en schepenen stuurt het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en, in voorkomend geval, de ontwerpen van planmilieueffectrapport, ruimtelijk veiligheidsrapport en andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectbeoordelingsrapporten voor advies naar de deputatie, het departement en de andere adviserende diensten. De Vlaamse Regering kan bepalen aan welke adviserende diensten het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan minstens moet worden voorgelegd. Als het plan grenst aan een andere gemeente, een andere provincie, een ander gewest of land of aanzienlijke grensoverschrijdende effecten voor mens of milieu kan hebben, zoals blijkt uit de startnota, de scopingnota of de ontwerprapporten, wordt het advies van de betrokken gemeente, de betrokken provincie, het gewest of land in kwestie gevraagd. Als het plan grenst aan of een aanzienlijk effect kan hebben op gebieden die onder de federale bevoegdheid vallen, wordt het advies van de federale overheid gevraagd. Als een land, een gewest, de federale overheid, een gemeente of een provincie verzoekt om de scopingnota of de ontwerprapporten te bezorgen of al een advies heeft verleend over de startnota, wordt ook een advies gevraagd.1Het college van burgemeester en schepenen stuurt het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan en, in voorkomend geval, de ontwerpen van planmilieueffectrapport, ruimtelijk veiligheidsrapport en andere verplicht voorgeschreven of gemaakte effectbeoordelingsrapporten voor advies naar de deputatie, het departement en de andere adviserende diensten. De Vlaamse Regering kan bepalen aan welke adviserende diensten het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan minstens moet worden voorgelegd. Als het plan grenst aan een andere gemeente, een andere provincie, een ander gewest of land of aanzienlijke grensoverschrijdende effecten voor mens of milieu kan hebben, zoals blijkt uit de startnota, de scopingnota of de ontwerprapporten, wordt het advies van de betrokken gemeente, de betrokken provincie, het gewest of land in kwestie gevraagd. Als het plan grenst aan of een aanzienlijk effect kan hebben op gebieden die onder de federale bevoegdheid vallen, wordt het advies van de federale overheid gevraagd. Als een land, een gewest, de federale overheid, een gemeente of een provincie verzoekt om de scopingnota of de ontwerprapporten te bezorgen of al een advies heeft verleend over de startnota, wordt ook een advies gevraagd.
2Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om al dan niet een of meer plenaire vergaderingen te houden. Als het college van burgemeester en schepenen een plenaire vergadering organiseert met de instanties, vermeld in het eerste lid, vindt die op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na het versturen van het voorontwerp door het college van burgemeester en schepenen.2Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om al dan niet een of meer plenaire vergaderingen te houden. Als het college van burgemeester en schepenen een plenaire vergadering organiseert met de instanties, vermeld in het eerste lid, vindt die op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na het versturen van het voorontwerp door het college van burgemeester en schepenen.
3Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de verenigbaarheid met:3Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt het departement advies uit over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1° en 2°.
41° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden;
52° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
6Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt de deputatie advies uit, en delen de adviserende diensten, vermeld in het eerste lid, hun opmerkingen mee. De vertegenwoordigers van die instanties moeten gemandateerd zijn om een standpunt in te nemen tijdens de vergadering.4Uiterlijk tijdens de plenaire vergadering brengt de deputatie advies uit, en delen de adviserende diensten, vermeld in het eerste lid, hun opmerkingen mee. De vertegenwoordigers van die instanties moeten gemandateerd zijn om een standpunt in te nemen tijdens de vergadering.
7Van de plenaire vergadering wordt een schriftelijk verslag opgemaakt. Dat verslag wordt binnen veertien dagen bezorgd aan de instanties die op de plenaire vergadering aanwezig moesten zijn. Eventuele reacties op het verslag kunnen worden ingediend door de instanties die effectief aanwezig waren op de plenaire vergadering, en moeten binnen veertien dagen na de ontvangst van het verslag bezorgd worden aan het college van burgemeester en schepenen.5Van de plenaire vergadering wordt een schriftelijk verslag opgemaakt. Dat verslag wordt binnen veertien dagen bezorgd aan de instanties die op de plenaire vergadering aanwezig moesten zijn. Eventuele reacties op het verslag kunnen worden ingediend door de instanties die effectief aanwezig waren op de plenaire vergadering, en moeten binnen veertien dagen na de ontvangst van het verslag bezorgd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
+3 −7 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.21
6Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Die termijn is een termijn van orde.6Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de dertigste dag nadat de aankondiging ervan in het Belgisch Staatsblad verschenen is. Die termijn is een termijn van orde.
7§ 4. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd.7§ 4. De opmerkingen en de bezwaren worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk of digitaal aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bezorgd.
8De opmerkingen en de bezwaren kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt in dat geval uiterlijk de derde werkdag na het openbaar onderzoek de bezwaren en de opmerkingen aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Met de opmerkingen en de bezwaren die te laat aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van bezwaren en opmerkingen door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd.8De opmerkingen en de bezwaren kunnen ook uiterlijk de laatste dag van die termijn in het gemeentehuis worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt in dat geval binnen tien dagen na het openbaar onderzoek de bezwaren en de opmerkingen aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Met de opmerkingen en de bezwaren die te laat aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd, hoeft geen rekening te worden gehouden. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de ontvangst en het bijhouden van bezwaren en opmerkingen door de gemeente en voor de wijze waarop ze aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening worden bezorgd.
9De deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met:9De deputatie van de provincie waarin de gemeente ligt, bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1° en 2°.
101° het provinciaal ruimtelijk structuurplan of, in voorkomend geval, een ontwerp van provinciaal ruimtelijk structuurplan, dan wel het provinciaal beleidsplan ruimte of een ontwerp van beleidskader, als het provinciaal beleidsplan ruimte in werking is getreden;
112° de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan.
12Als er geen advies is verleend binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.10Als er geen advies is verleend binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
13Het departement bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening en het planteam binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de verenigbaarheid met:11Het departement bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening en het planteam binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3, een advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in artikel 2.2.23, § 2, eerste lid, 1° en 2°.
141° het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan wel het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een ontwerp van beleidskader, als het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen in werking is getreden;
152° de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of een of meer ontwerpen van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
16De gemeenteraad en de deputatie van respectievelijk de gemeenten en de provincies die grenzen aan de gemeente, kunnen de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening een advies bezorgen binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3. Als toepassing is gemaakt van artikel 2.2.20, eerste lid, ten aanzien van een ander land of gewest of ten aanzien van de federale overheid kunnen deze instanties een advies bezorgen binnen dezelfde termijn.12De gemeenteraad en de deputatie van respectievelijk de gemeenten en de provincies die grenzen aan de gemeente, kunnen de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening een advies bezorgen binnen de termijn, vermeld in paragraaf 3. Als toepassing is gemaakt van artikel 2.2.20, eerste lid, ten aanzien van een ander land of gewest of ten aanzien van de federale overheid kunnen deze instanties een advies bezorgen binnen dezelfde termijn.
17§ 5. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad. Het advies bevat de integrale adviezen van de deputatie en van het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening het college van burgemeester en schepenen de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.13§ 5. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening bundelt en coördineert alle adviezen, opmerkingen en bezwaren en brengt binnen negentig dagen na het einde van het openbaar onderzoek gemotiveerd advies uit bij de gemeenteraad. Het advies bevat de integrale adviezen van de deputatie en van het departement. Op hetzelfde ogenblik bezorgt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening het college van burgemeester en schepenen de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren.
+2 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.3.2
2Indien de Vlaamse Regering een gewestelijke stedenbouwkundige verordening vaststelt, brengt de provincieraad uit eigen beweging of binnen de termijn die door de Vlaamse Regering wordt opgelegd, de bestaande provinciale stedenbouwkundige verordening(en) in overeenstemming met de voorschriften van de door de Vlaamse Regering vastgestelde stedenbouwkundige verordening(en). Een gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels provinciale stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt. In dat laatste geval kan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande provinciale stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben.2Indien de Vlaamse Regering een gewestelijke stedenbouwkundige verordening vaststelt, brengt de provincieraad uit eigen beweging of binnen de termijn die door de Vlaamse Regering wordt opgelegd, de bestaande provinciale stedenbouwkundige verordening(en) in overeenstemming met de voorschriften van de door de Vlaamse Regering vastgestelde stedenbouwkundige verordening(en). Een gewestelijke stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels provinciale stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de gewestelijke stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt. In dat laatste geval kan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande provinciale stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben.
3De deputatie is belast met het opmaken van provinciale stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.3De deputatie is belast met het opmaken van provinciale stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.
4De deputatie legt het ontwerp van provinciale stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement en aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement geeft advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 1/1, tweede lid. De adviezen worden binnen dertig dagen na de ontvangst van het dossier naar de deputatie gestuurd. Wanneer er geen advies is verleend binnen deze termijn, mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.4De deputatie legt het ontwerp van provinciale stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement en aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement geeft advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 1/1, tweede lid, 1° tot en met 5°. De adviezen worden binnen dertig dagen na de ontvangst van het dossier naar de deputatie gestuurd. Wanneer er geen advies is verleend binnen deze termijn, mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.
5De deputatie onderwerpt het ontwerp van provinciale stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.5De deputatie onderwerpt het ontwerp van provinciale stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.
6De provinciale stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de provincieraad en het volledige advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan het departement.6De provinciale stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de provincieraad en het volledige advies van de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan het departement.
24Indien de provincieraad een provinciale stedenbouwkundige verordening vaststelt, brengt de gemeenteraad uit eigen beweging of binnen de termijn die door de provincieraad wordt opgelegd, de bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordening(en) in overeenstemming met de voorschriften van de door de provincieraad vastgestelde stedenbouwkundige verordening(en). Een provinciale stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de provinciale stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt. In dat laatste geval kan de provinciale stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben.24Indien de provincieraad een provinciale stedenbouwkundige verordening vaststelt, brengt de gemeenteraad uit eigen beweging of binnen de termijn die door de provincieraad wordt opgelegd, de bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordening(en) in overeenstemming met de voorschriften van de door de provincieraad vastgestelde stedenbouwkundige verordening(en). Een provinciale stedenbouwkundige verordening kan worden aangevuld en verder worden uitgevoerd middels gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, tenzij de provinciale stedenbouwkundige verordening uitdrukkelijk anders bepaalt. In dat laatste geval kan de provinciale stedenbouwkundige verordening tevens bepalen dat bestaande gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen met betrekking tot de geregelde aangelegenheid op een bepaalde datum ophouden uitwerking te hebben.
25Het college van burgemeester en schepenen is belast met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.25Het college van burgemeester en schepenen is belast met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.
26Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement, de deputatie en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement en de deputatie geven advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 2/1, derde lid. 26Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp van stedenbouwkundige verordening voor advies voor aan het departement, de deputatie en aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening. Het departement en de deputatie geven advies over de onverenigbaarheid, de strijdigheid of de niet-naleving, vermeld in paragraaf 2/1, derde lid, 1° tot en met 5°. De adviezen worden binnen dertig dagen na de ontvangst van het dossier naar het college van burgemeester en schepenen gestuurd. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.
27Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.27Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen en wordt minstens aangekondigd door een bericht in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stelt nadere regels voor het openbaar onderzoek vast.
28De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.28De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.4.1
2Het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten, de intercommunales, de instellingen die ressorteren onder het Vlaamse Gewest, alsook de vennootschappen die een erkenning hebben van die instellingen of besturen kunnen, ter verwezenlijking van een ruimtelijk uitvoeringsplan de Vlaamse Grondenbank verzoeken om in hun naam en voor hun rekening en binnen de door hen gestelde voorwaarden, het recht van voorkoop uit te oefenen bij verkoop van onroerende goederen die gelegen zijn in die zones die in het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan als zones waar het recht van voorkoop geldt, worden aangeduid.2Het Vlaamse Gewest, de provincies, de gemeenten, de intercommunales, de instellingen die ressorteren onder het Vlaamse Gewest, alsook de vennootschappen die een erkenning hebben van die instellingen of besturen kunnen, ter verwezenlijking van een ruimtelijk uitvoeringsplan de Vlaamse Grondenbank verzoeken om in hun naam en voor hun rekening en binnen de door hen gestelde voorwaarden, het recht van voorkoop uit te oefenen bij verkoop van onroerende goederen die gelegen zijn in die zones die in het definitief vastgestelde ruimtelijk uitvoeringsplan als zones waar het recht van voorkoop geldt, worden aangeduid.
3Elk definitief vastgesteld ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt voor elk van die zones welk bestuur, intercommunale, instelling of erkende vennootschap begunstigd is met het voorkooprecht. Indien meerdere instanties begunstigd worden, bepaalt het ruimtelijk uitvoeringsplan een rangorde.3Elk definitief vastgesteld ruimtelijk uitvoeringsplan bepaalt voor elk van die zones welk bestuur, intercommunale, instelling of erkende vennootschap begunstigd is met het voorkooprecht. Indien meerdere instanties begunstigd worden, bepaalt het ruimtelijk uitvoeringsplan een rangorde.
4De eigenaars van de goederen, gelegen binnen de omtrek van de zones waar het voorkooprecht geldt, worden ten laatste op de dag van de inwerkingtreding van het uitvoeringsplan, bij aangetekend schrijven in hun woonplaats op de hoogte gesteld van dit feit. Dit gebeurt op basis van de kadastrale gegevens. De brief vermeldt de adressen van de instantie of instanties die moeten aangeschreven worden voor een eventueel aanbod van het voorkooprecht.4De eigenaars van de goederen, gelegen binnen de omtrek van de zones waar het voorkooprecht geldt, worden ten laatste op de dag van de inwerkingtreding van het uitvoeringsplan, bij aangetekend schrijven in hun woonplaats op de hoogte gesteld van dit feit. Dit gebeurt op basis van de kadastrale gegevens. De brief vermeldt de adressen van een of meer instanties die begunstigde zijn van het voorkooprecht.
5Dat recht van voorkoop doet geen afbreuk aan een op 30 juli 1993 bestaand recht van voorkoop.5Dat recht van voorkoop doet geen afbreuk aan een op 30 juli 1993 bestaand recht van voorkoop.
6Het recht van voorkoop is niet van toepassing op goederen die het voorwerp zijn van een handelshuurovereenkomst die afgesloten werd vóór 1 mei 2000.6Het recht van voorkoop is niet van toepassing op goederen die het voorwerp zijn van een handelshuurovereenkomst die afgesloten werd vóór 1 mei 2000.
+2 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.1.1
20a) het vervangen van dakgebintes of dragende balken van het dak, met uitzondering van plaatselijke herstellingen,20a) het vervangen van dakgebintes of dragende balken van het dak, met uitzondering van plaatselijke herstellingen,
21b) het geheel of gedeeltelijk herbouwen of vervangen van buitenmuren of dragende binnenmuren, zelfs met recuperatie van de bestaande stenen;21b) het geheel of gedeeltelijk herbouwen of vervangen van buitenmuren of dragende binnenmuren, zelfs met recuperatie van de bestaande stenen;
2212° verbouwen : aanpassingswerken doorvoeren binnen het bestaande bouwvolume van een constructie waarvan de buitenmuren voor ten minste zestig procent behouden worden. Het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 centimeter wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume;2212° verbouwen : aanpassingswerken doorvoeren binnen het bestaande bouwvolume van een constructie waarvan de buitenmuren voor ten minste zestig procent behouden worden. Het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning tot een maximum van 26 centimeter wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen het bestaande bouwvolume;
2313° ...;2313° ...;
2414° verkavelen : een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies;2414° verkavelen : een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies;
2515° verkrot : niet voldoend aan de elementaire eisen van stabiliteit;2515° verkrot : niet voldoend aan de elementaire eisen van stabiliteit;
2616° woning : een goed, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 31°, van de Vlaamse Wooncode;2616° woning : een goed, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 31°, van de Vlaamse Wooncode;
2717° zonevreemde constructie : hetzij een constructie die niet beantwoordt aan de voor het perceel geldende bestemmingsvoorschriften en die niet gelegen is binnen een niet-vervallen verkaveling, hetzij een constructie die gelegen is in een reservatiestrook en die niet behoort tot de nutswerken waarvoor de reservatiestrook is afgebakend;2717° zonevreemde constructie : hetzij een constructie die niet beantwoordt aan de voor het perceel geldende bestemmingsvoorschriften en die niet gelegen is binnen een minder dan vijftien jaar oude niet-vervallen verkaveling, hetzij een constructie die gelegen is in een reservatiestrook en die niet behoort tot de nutswerken waarvoor de reservatiestrook is afgebakend;
2818° zorgwonen : een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :2818° zorgwonen : een vorm van wonen waarbij voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden :
29a) in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd,29a) in een bestaande woning wordt één ondergeschikte wooneenheid gecreëerd,
+2 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.3.1
10In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kan het vergunningverlenende bestuursorgaan de vergunning toch afleveren, wanneer het van oordeel is dat de overeenstemming van het aangevraagde met het recht en de goede ruimtelijke ordening gewaarborgd kan worden door het opleggen van voorwaarden, met inbegrip van het opleggen van een beperkte aanpassing van de ter beoordeling voorgelegde plannen. Die voorwaarden kunnen niet dienen om de leemten van een onvolledige of vage aanvraag op te vangen.10In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kan het vergunningverlenende bestuursorgaan de vergunning toch afleveren, wanneer het van oordeel is dat de overeenstemming van het aangevraagde met het recht en de goede ruimtelijke ordening gewaarborgd kan worden door het opleggen van voorwaarden, met inbegrip van het opleggen van een beperkte aanpassing van de ter beoordeling voorgelegde plannen. Die voorwaarden kunnen niet dienen om de leemten van een onvolledige of vage aanvraag op te vangen.
11Een aanpassing van de plannen, zoals vermeld in het tweede lid, is slechts mogelijk overeenkomstig artikel 30 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.11Een aanpassing van de plannen, zoals vermeld in het tweede lid, is slechts mogelijk overeenkomstig artikel 30 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
12De gemeenteraad kan gemotiveerd beslissen dat de voorschriften van een verkaveling in afwijking op het eerste lid, 1°, c), behouden blijven als weigeringsgrond voor zover van die verkavelingsvoorschriften niet op geldige wijze is afgeweken. Deze gemeenteraadsbeslissing wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan en is van toepassing op vergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf de inwerkingtreding ervan.
12De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid, 1°, b) en c), wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg. Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.13De termijn van vijftien jaar, vermeld in het eerste lid, 1°, b) en c), wordt berekend vanaf de datum van afgifte van de oorspronkelijke vergunning in laatste administratieve aanleg. Als de vergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het verkavelingsproject, wordt de termijn gerekend per fase. Voor de tweede fase en volgende fasen wordt de termijn dientengevolge gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.
13§ 2. De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :14§ 2. De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen :
181) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;191) de rendementsverhoging gebeurt met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving;
192) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;202) de rendementsverhoging in de betrokken omgeving verantwoord is;
203° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. 213° indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan gemotiveerd beslissen dat bepaalde voorschriften van verkavelingen ouder dan vijftien jaar, zoals bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, c), of voorschriften van bijzondere plannen van aanleg ouder dan vijftien jaar, waarvan op grond van artikel 4.4.9/1 op rechtsgeldige wijze kan worden afgeweken, nog steeds de criteria van goede ruimtelijke ordening weergeven.
21De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.22De Vlaamse Regering kan, thematisch of gebiedsspecifiek, integrale ruimtelijke voorwaarden bepalen, ter beoordeling van de inpassing van welbepaalde handelingstypes, of van handelingen in specifieke gebieden, in een goede ruimtelijke ordening, onverminderd strengere planologische voorschriften of verkavelingsvoorschriften.
22§ 3. Indien het aangevraagde getoetst dient te worden aan de vijfentwintigprocentsnorm in de zin van artikel 4.1.7 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, gebeurt deze toetsing met inachtneming van het krachtens voormeld artikel vastgesteld actieprogramma.23§ 3. Indien het aangevraagde getoetst dient te worden aan de vijfentwintigprocentsnorm in de zin van artikel 4.1.7 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, gebeurt deze toetsing met inachtneming van het krachtens voormeld artikel vastgesteld actieprogramma.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.1
71° de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak;71° de plaatsing van fotovoltaïsche zonnepanelen of zonneboilers geïntegreerd in het dakvlak;
82° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18° ;82° de creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18° ;
93° het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 centimeter.93° het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van een woning met een dikte van ten hoogste 26 centimeter.
10§ 3. De volgende zaken worden niet beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan, algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en meer dan vijftien jaar oude verkavelingen:10§ 3. De volgende zaken worden niet beschouwd als strijdig met voorschriften van het gewestplan, algemene plannen van aanleg, gewestelijke of provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en meer dan vijftien jaar oude verkavelingen:
111° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;111° onderhoudswerken aan een hoofdzakelijk vergunde constructie;
+2 −0 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.5
1In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.1In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.
2In alle bestemmingsgebieden, gelegen binnen een kavelplan, vastgesteld overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet, kan de Vlaamse Regering bij haar beslissing met toepassing van artikel 65, eerste lid, van de voormelde wet van 22 juli 1970 om over te gaan tot ruilverkaveling, beslissen dat, naast handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen kunnen worden vergund die gericht zijn op de instandhouding, de ontwikkeling en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu en van landschapswaarden.
3De Vlaamse Regering kan bij haar beslissing met toepassing van artikel 65 van de voormelde wet van 22 juli 1970 om over te gaan tot ruilverkaveling, beslissen dat de bevoegde overheid voor het geheel of een gedeelte van de ruilverkaveling binnen de drie jaar na het verlijden van de ruilverkavelingsakte zoals bedoeld in artikel 37 van de voormelde wet van 22 juli 1970, een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig moet vaststellen.
2De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van het eerste lid.4De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen voor de toepassing van het eerste lid.
+1 −0 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.9/1
35De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.35De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.
36Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.36Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.
37De gemeenteraad kan gemotiveerd beslissen dat voor een bijzonder plan van aanleg, de afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, niet kan worden toegepast. Deze gemeenteraadsbeslissing wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Ze treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan en is van toepassing op vergunningsaanvragen die worden ingediend vanaf de inwerkingtreding ervan.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.20
1§ 1. De mogelijkheden, vermeld in onderafdeling 2, zijn van overeenkomstige toepassing op zonevreemde woningen of andere constructies die geheel of gedeeltelijk zijn afgebroken, indien voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :1§ 1. De mogelijkheden, vermeld in onderafdeling 2, zijn van overeenkomstige toepassing op zonevreemde woningen of andere constructies die geheel of gedeeltelijk zijn afgebroken, indien voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden :
21° voorafgaand aan de afbraak werd een omgevingsvergunning tot verbouw of tot herbouw afgeleverd, en de aanvrager wenst het plan nu aan te passen of om te zetten naar herbouw;21° voorafgaand aan de afbraak werd een omgevingsvergunning tot verbouw of tot herbouw afgeleverd, en de aanvrager wenst het plan nu aan te passen of om te zetten naar herbouw;
32° de aanvraag wordt ingediend binnen de geldigheidstermijn van de initiële omgevingsvergunning tot herbouw of tot verbouw .32° de aanvraag wordt ingediend binnen de geldigheidstermijn van de initiële omgevingsvergunning tot herbouw of tot verbouw of wordt ingediend binnen een termijn van een jaar na de dag waarop het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen waarbij de initiële omgevingsvergunning wordt vernietigd, definitief wordt.
4Telkens in onderafdeling 2 gerefereerd wordt aan het bestaande bouwvolume van een woning of een andere constructie, wordt daaronder voor de toepassing van het eerste lid het bouwvolume, voorafgaand aan de afbraak, verstaan.4Telkens in onderafdeling 2 gerefereerd wordt aan het bestaande bouwvolume van een woning of een andere constructie, wordt daaronder voor de toepassing van het eerste lid het bouwvolume, voorafgaand aan de afbraak, verstaan.
5§ 2. De mogelijkheden die ingevolge de toepassing van § 1 worden geboden, gelden niet in :5§ 2. De mogelijkheden die ingevolge de toepassing van § 1 worden geboden, gelden niet in :
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.26
1§ 1. Indien het planologisch attest besluit dat het bedrijf behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is, al dan niet met ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, en als dat behoud of die ontwikkelingsmogelijkheden de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg veronderstellen, dan is het betrokken bestuursorgaan ertoe verplicht om binnen het jaar na de afgifte van het planologisch attest een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg op te maken.1§ 1. Indien het planologisch attest besluit dat het bedrijf behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is, al dan niet met ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden, en als dat behoud of die ontwikkelingsmogelijkheden de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg veronderstellen, dan is het betrokken bestuursorgaan ertoe verplicht om binnen het jaar na de afgifte van het planologisch attest advies te vragen over de startnota voor het ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig artikel 2.2.7, § 2, eerste lid, artikel 2.2.12, § 2, eerste lid, of artikel 2.2.18, § 2, eerste lid.
2Indien het betrokken bestuursorgaan dat nalaat, dan wordt voor dat bestuursorgaan de mogelijkheid tot het voorlopig vaststellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of tot het voorlopig aannemen van een plan van aanleg voor een ander bestaand bedrijf of voor een nieuw bedrijventerrein opgeschort, totdat alsnog voldaan is aan de rechtsplicht, vermeld in het eerste lid, tenzij het attest inmiddels vervallen is.2Indien het betrokken bestuursorgaan dat nalaat, dan wordt voor dat bestuursorgaan de mogelijkheid tot het voorlopig vaststellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of tot het voorlopig aannemen van een plan van aanleg voor een ander bestaand bedrijf of voor een nieuw bedrijventerrein opgeschort, totdat alsnog voldaan is aan de rechtsplicht, vermeld in het eerste lid, tenzij het attest inmiddels vervallen is.
3§ 2. Op vraag van de houder van een planologisch attest dat het betrokken bestuursorgaan conform § 1 verplicht tot de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg, kan bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden afgeweken van de vigerende stedenbouwkundige voorschriften.3§ 2. Op vraag van de houder van een planologisch attest dat het betrokken bestuursorgaan conform § 1 verplicht tot de opmaak of de wijziging van een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg, kan bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden afgeweken van de vigerende stedenbouwkundige voorschriften.
+3 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.1.1
65° de onteigeningsplannen;65° de onteigeningsplannen;
76° de aanduiding van de gronden die conform artikel 5.6.8, § 1, van deze codex beschouwd worden als `watergevoelig openruimtegebied';76° de aanduiding van de gronden die conform artikel 5.6.8, § 1, van deze codex beschouwd worden als `watergevoelig openruimtegebied';
87° de aanduiding van de gronden waarvoor de reservatiestrook is opgeheven conform artikel 7.4.2/3 van deze codex.87° de aanduiding van de gronden waarvoor de reservatiestrook is opgeheven conform artikel 7.4.2/3 van deze codex;
98° de beslissing van de gemeenteraad inzake de afwijkingsmogelijkheid van een bijzonder plan van aanleg ouder dan vijftien jaar, conform artikel 4.4.9/1, laatste lid, van deze codex.
9De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop in het plannenregister ruimtelijk relevante beschermingsvoorschriften opgenomen worden ten gevolge van regelgeving binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.10De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop in het plannenregister ruimtelijk relevante beschermingsvoorschriften opgenomen worden ten gevolge van regelgeving binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.
10§ 2. Elke gemeente is verplicht om een plannenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te leggen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.11§ 2. Elke gemeente is verplicht om een plannenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te leggen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.
11De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 261 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.12De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.
12§ 3. De overheden die belast zijn met het opmaken van stedenbouwkundige voorschriften, sturen ambtshalve een afschrift van het deel dat betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente, naar het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk binnen vijfenveertig dagen na de voorlopige vaststelling, de definitieve vaststelling, respectievelijk de goedkeuring. De betrokken overheden zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van het meegedeelde afschrift met de stukken die zij in hun bezit hebben.13§ 3. De overheden die belast zijn met het opmaken van stedenbouwkundige voorschriften, sturen ambtshalve een afschrift van het deel dat betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente, naar het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk binnen vijfenveertig dagen na de voorlopige vaststelling, de definitieve vaststelling, respectievelijk de goedkeuring. De betrokken overheden zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van het meegedeelde afschrift met de stukken die zij in hun bezit hebben.
13De gegevens, vermeld in § 1, worden geregistreerd binnen een termijn van veertien dagen, hetzij na de beslissing van de gemeenteraad, hetzij na de ontvangst van de betrokken informatie. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het plannenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen.14De gegevens, vermeld in § 1, worden geregistreerd binnen een termijn van veertien dagen, hetzij na de beslissing van de gemeenteraad, hetzij na de ontvangst van de betrokken informatie. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het plannenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen.
+3 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.1.1
65° de onteigeningsplannen;65° de onteigeningsplannen;
76° de aanduiding van de gronden die conform artikel 5.6.8, § 1, van deze codex beschouwd worden als `watergevoelig openruimtegebied';76° de aanduiding van de gronden die conform artikel 5.6.8, § 1, van deze codex beschouwd worden als `watergevoelig openruimtegebied';
87° de aanduiding van de gronden waarvoor de reservatiestrook is opgeheven conform artikel 7.4.2/3 van deze codex.87° de aanduiding van de gronden waarvoor de reservatiestrook is opgeheven conform artikel 7.4.2/3 van deze codex;
98° de beslissing van de gemeenteraad inzake de afwijkingsmogelijkheid van een bijzonder plan van aanleg ouder dan vijftien jaar, conform artikel 4.4.9/1, laatste lid, van deze codex.
9De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop in het plannenregister ruimtelijk relevante beschermingsvoorschriften opgenomen worden ten gevolge van regelgeving binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.10De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop in het plannenregister ruimtelijk relevante beschermingsvoorschriften opgenomen worden ten gevolge van regelgeving binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening.
10§ 2. Elke gemeente is verplicht om een plannenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te leggen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.11§ 2. Elke gemeente is verplicht om een plannenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te leggen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.
11De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 261 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.12De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het plannenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.
12§ 3. De overheden die belast zijn met het opmaken van stedenbouwkundige voorschriften, sturen ambtshalve een afschrift van het deel dat betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente, naar het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk binnen vijfenveertig dagen na de voorlopige vaststelling, de definitieve vaststelling, respectievelijk de goedkeuring. De betrokken overheden zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van het meegedeelde afschrift met de stukken die zij in hun bezit hebben.13§ 3. De overheden die belast zijn met het opmaken van stedenbouwkundige voorschriften, sturen ambtshalve een afschrift van het deel dat betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente, naar het college van burgemeester en schepenen, uiterlijk binnen vijfenveertig dagen na de voorlopige vaststelling, de definitieve vaststelling, respectievelijk de goedkeuring. De betrokken overheden zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van het meegedeelde afschrift met de stukken die zij in hun bezit hebben.
13De gegevens, vermeld in § 1, worden geregistreerd binnen een termijn van veertien dagen, hetzij na de beslissing van de gemeenteraad, hetzij na de ontvangst van de betrokken informatie. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het plannenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen.14De gegevens, vermeld in § 1, worden geregistreerd binnen een termijn van veertien dagen, hetzij na de beslissing van de gemeenteraad, hetzij na de ontvangst van de betrokken informatie. Het college van burgemeester en schepenen is verantwoordelijk voor de overeenstemming van het plannenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.1.2
18De Vlaamse Regering kan de bijkomende ruimtelijke gegevens bepalen die in het vergunningenregister opgenomen worden.18De Vlaamse Regering kan de bijkomende ruimtelijke gegevens bepalen die in het vergunningenregister opgenomen worden.
19§ 2. Elke gemeente is verplicht om een vergunningenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te houden van elkeen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.19§ 2. Elke gemeente is verplicht om een vergunningenregister op te maken, te actualiseren, ter inzage te houden van elkeen en er uittreksels uit af te leveren volgens de bepalingen van deze codex.
20De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het vergunningenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 261 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.20De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opmaak en de actualisering van het vergunningenregister. Zij kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur geoperationaliseerd wordt indien de gemeente zich niet gedraagt naar de bij of krachtens deze afdeling voorgeschreven regelen.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.1.4
2De overheden die betrokken zijn in een procedure die betrekking heeft op een betwisting in het kader van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten sturen ambtshalve een afschrift van elke dagvaarding of verzoekschrift, elke voorziening in hoger beroep of in cassatie, naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is. Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt ambtshalve doorgestuurd naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is.2De overheden die betrokken zijn in een procedure die betrekking heeft op een betwisting in het kader van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten sturen ambtshalve een afschrift van elke dagvaarding of verzoekschrift, elke voorziening in hoger beroep of in cassatie, naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is. Iedere in de zaak gewezen beslissing wordt ambtshalve doorgestuurd naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is.
3De overheden die belast zijn met het bezorgen van de afschriften, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van deze afschriften met de stukken die zij in hun bezit hebben.3De overheden die belast zijn met het bezorgen van de afschriften, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn verantwoordelijk voor de overeenstemming van deze afschriften met de stukken die zij in hun bezit hebben.
4De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten .4De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, is niet vereist indien aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het betrokken onroerend goed gelegen is, reeds een afschrift van de in het tweede lid bedoelde documenten werd toegestuurd, op basis van een andere bepaling van deze codex of van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning of het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten of het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges..
5§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen betreffende de informatieplichten, vermeld in § 1.5§ 2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen bepalen betreffende de informatieplichten, vermeld in § 1.
+5 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.2.1
131° huwelijkscontracten en hun wijzigingen;131° huwelijkscontracten en hun wijzigingen;
142° contracten aangaande de mandeligheid;142° contracten aangaande de mandeligheid;
153° akten aangaande de fusie van rechtspersonen en de met fusie gelijkgestelde verrichtingen.153° akten aangaande de fusie van rechtspersonen en de met fusie gelijkgestelde verrichtingen;
164° akten betreffende de uitvoering van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken, voor zover deze onbebouwde percelen betreffen;
175° akten tot vaststelling van een ruilverkaveling of herverkaveling met het oog op de realisatie van een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in hoofdstuk II van titel II van deze codex, voor zover deze onbebouwde percelen betreffen;
186° akten houdende herverkaveling uit kracht van de wet en de akten houdende herverkaveling uit kracht van de wet met planologische ruil, vermeld in artikel 2.1.18, artikel 2.1.48 en artikel 2.1.66, van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting, voor zover deze onbebouwde percelen betreffen;
197° natuurinrichtingsakten houdende kavelruil uit kracht van wet, met inbegrip van herverkaveling, vermeld in artikel 47 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijke milieu, voor zover deze onbebouwde percelen betreffen.
16§ 2. De instrumenterende ambtenaar vermeldt in alle akten betreffende een hypothecaire lening of krediet dezelfde gegevens als opgesomd in § 1 indien de lening of het krediet enkel betrekking heeft op de financiering en uitvoering van vergunningsplichtige werken.20§ 2. De instrumenterende ambtenaar vermeldt in alle akten betreffende een hypothecaire lening of krediet dezelfde gegevens als opgesomd in § 1 indien de lening of het krediet enkel betrekking heeft op de financiering en uitvoering van vergunningsplichtige werken.
17Daarnaast worden eveneens de gegevens over de vergunning opgenomen indien de lening betrekking heeft op de financiering van vergunningsplichtige werken ingevolge deze codex. Indien de vergunning nog niet verkregen werd, wordt de eerste schijf van de lening pas uitbetaald nadat de vergunning aan de leningmaatschappij bezorgd is.21Daarnaast worden eveneens de gegevens over de vergunning opgenomen indien de lening betrekking heeft op de financiering van vergunningsplichtige werken ingevolge deze codex. Indien de vergunning nog niet verkregen werd, wordt de eerste schijf van de lening pas uitbetaald nadat de vergunning aan de leningmaatschappij bezorgd is.
+2 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.6.1
1De gemeenten houden een register bij van alle onbebouwde percelen gelegen in het woongebied zoals bepaald door de uitvoeringsplannen of plannen van aanleg. Bij de opbouw van het register wordt artikel 2.2.5 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid in acht genomen. De opmaak en de actualisering van het register kunnen worden opgedragen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband in de zin van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking.1De gemeenten houden een register bij van alle onbebouwde percelen gelegen in het woongebied zoals bepaald door de uitvoeringsplannen of plannen van aanleg. Bij de opbouw van het register wordt artikel 2.2.5 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid in acht genomen. De opmaak en de actualisering van het register kunnen worden opgedragen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband in de zin van deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
2De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de opmaak en de actualisering van het register van de onbebouwde percelen.2De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de opmaak en de actualisering van het register van de onbebouwde percelen.
3De Vlaamse Regering kan, binnen de perken van de begroting, subsidies verlenen aan provincies en gemeenten als tegemoetkoming voor de actualisatie van de inventaris van de onbebouwde percelen. Om in aanmerking te komen moet een gemeente beschikken over een registratiesysteem, een eerste geactualiseerde inventaris en een overzicht van de gronden en panden die ze in eigendom heeft, met vermelding van het gebruik ervan.3De Vlaamse Regering kan, binnen de perken van de begroting, subsidies verlenen aan provincies en gemeenten als tegemoetkoming voor de actualisatie van de inventaris van de onbebouwde percelen. Om in aanmerking te komen moet een gemeente beschikken over een registratiesysteem, een eerste geactualiseerde inventaris en een overzicht van de gronden en panden die ze in eigendom heeft, met vermelding van het gebruik ervan.
4De Vlaamse Regering bepaalt de overige voorwaarden waaronder die subsidies kunnen worden verleend.4De Vlaamse Regering bepaalt de overige voorwaarden waaronder die subsidies kunnen worden verleend.
5De Vlaamse Regering kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 261 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, respectievelijk artikel 75 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, geoperationaliseerd wordt indien het gemeentebestuur of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, vermeld in het eerste lid, zich niet gedraagt naar de bij of krachtens dit artikel voorgeschreven regelen.5De Vlaamse Regering kan de specifieke wijze bepalen waarop artikel 335 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur vervangen door de zinsnede "artikel 470 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, respectievelijk artikel 470 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, geoperationaliseerd wordt indien het gemeentebestuur of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, vermeld in het eerste lid, zich niet gedraagt naar de bij of krachtens dit artikel voorgeschreven regelen.
+3 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 5.6.8
11§ 2. De Vlaamse Regering onderwerpt de voorgenomen aanduiding aan een openbaar onderzoek dat zestig dagen duurt, en wint advies in bij de bevoegde waterbeheerders, bij de deputatie, bij de gemeenteraden en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van de gemeenten waar de voor aanduiding gebieden in kwestie liggen.11§ 2. De Vlaamse Regering onderwerpt de voorgenomen aanduiding aan een openbaar onderzoek dat zestig dagen duurt, en wint advies in bij de bevoegde waterbeheerders, bij de deputatie, bij de gemeenteraden en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van de gemeenten waar de voor aanduiding gebieden in kwestie liggen.
12De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor dat openbaar onderzoek en die consultatie.12De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor dat openbaar onderzoek en die consultatie.
13De aanduiding van de watergevoelige openruimtegebieden wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ze heeft uitwerking veertien dagen na de publicatie.13De aanduiding van de watergevoelige openruimtegebieden wordt bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ze heeft uitwerking veertien dagen na de publicatie.
14§ 3. Binnen de aangeduide watergevoelige openruimtegebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies.14§ 3. Binnen de aangeduide watergevoelige openruimtegebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies.
15Voor zover de ruimtelijk-ecologische draagkracht en de waterbeheersfunctie van het gebied niet worden overschreden, zijn alleen de volgende handelingen die nodig of nuttig zijn voor de functies, vermeld in het eerste lid, toegelaten:15Voor zover de ruimtelijk-ecologische draagkracht en de waterbeheersfunctie van het gebied niet worden overschreden, zijn alleen de volgende handelingen die nodig of nuttig zijn voor de functies, vermeld in het eerste lid, toegelaten:
172° het aanleggen, herstellen, heraanleggen of verplaatsen van openbare wegen en nutsleidingen. Openbare wegen en nutsleidingen kunnen aangelegd of verplaatst worden voor zover dat noodzakelijk is voor de kwaliteit van het leefmilieu, het beheer van het landschap, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, de openbare veiligheid of de volksgezondheid;172° het aanleggen, herstellen, heraanleggen of verplaatsen van openbare wegen en nutsleidingen. Openbare wegen en nutsleidingen kunnen aangelegd of verplaatst worden voor zover dat noodzakelijk is voor de kwaliteit van het leefmilieu, het beheer van het landschap, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, de openbare veiligheid of de volksgezondheid;
183° het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur, gericht op het gebruik van het gebied voor landbouw of hobbylandbouw;183° het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur, gericht op het gebruik van het gebied voor landbouw of hobbylandbouw;
194° handelingen die nodig of nuttig zijn om overstromingen te beheersen of om wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden te voorkomen.194° handelingen die nodig of nuttig zijn om overstromingen te beheersen of om wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden te voorkomen;
205° handelingen voor natuurbehoud en landschapszorg.
20De mogelijkheden om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, vermeld in titel IV, hoofdstuk 4, zijn van overeenkomstige toepassing in de aldus aangeduide gebieden.21De mogelijkheden om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, vermeld in titel IV, hoofdstuk 4, zijn van overeenkomstige toepassing in de aldus aangeduide gebieden.
21§ 4. De aanduiding als watergevoelig openruimtegebied heeft van rechtswege het verval tot gevolg van:22§ 4. De aanduiding als watergevoelig openruimtegebied heeft van rechtswege het verval tot gevolg van:
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.2.2
21° de instandhouding van de illegale gevolgen van de misdrijven, vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, voor zover die gevolgen zich situeren in kwetsbaar gebied;21° de instandhouding van de illegale gevolgen van de misdrijven, vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, voor zover die gevolgen zich situeren in kwetsbaar gebied;
32° het schenden van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.3.6, § 2, tweede en vierde lid, en artikel 6.4.9, § 2, tweede en vierde lid;32° het schenden van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.3.6, § 2, tweede en vierde lid, en artikel 6.4.9, § 2, tweede en vierde lid;
43° het uitvoeren van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5, eerste lid, 3°, die voorafgaan aan de betekening van de meldingsakte, vermeld in artikel 6, tweede lid van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;43° het uitvoeren van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5, eerste lid, 3°, die voorafgaan aan de voorafgaande uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename, vermeld in artikel 6, tweede lid van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
54° het schenden van de informatieplicht, vermeld in artikel 5.2.1 tot en met 5.2.6;54° het schenden van de informatieplicht, vermeld in artikel 5.2.1 tot en met 5.2.6;
65° het uitvoeren van handelingen zonder de controle van een architect als die controle verplicht is met toepassing van artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect en de uitvoeringsbesluiten ervan;65° het uitvoeren van handelingen zonder de controle van een architect als die controle verplicht is met toepassing van artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect en de uitvoeringsbesluiten ervan;
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.2.5
1De verbalisanten ruimtelijke ordening kunnen bij de vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundig misdrijf, een verslag van vaststelling opstellen dat ze onmiddellijk bezorgen aan de gewestelijke entiteit. Artikel 6.2.4, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm van het verslag van vaststelling.1De agenten en de officieren van gerechtelijke politie en de verbalisanten ruimtelijke ordening kunnen bij de vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundig misdrijf, een verslag van vaststelling opstellen dat ze onmiddellijk bezorgen aan de gewestelijke entiteit. Artikel 6.2.4, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm van het verslag van vaststelling.
2Een afschrift van het verslag van vaststelling wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente van het grondgebied waarop die handelingen werden uitgevoerd of waar dat gebruik plaatsvond. Als in het verslag van vaststelling feiten worden vastgesteld die milieu-inbreuken uitmaken wegens schending van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van die inbreuken. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden al dan niet een afschrift moeten ontvangen.2Een afschrift van het verslag van vaststelling wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente van het grondgebied waarop die handelingen werden uitgevoerd of waar dat gebruik plaatsvond. Als in het verslag van vaststelling feiten worden vastgesteld die milieu-inbreuken uitmaken wegens schending van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van die inbreuken. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden al dan niet een afschrift moeten ontvangen.
3Als in samenhang met de stedenbouwkundige inbreuk tegelijkertijd een stedenbouwkundig misdrijf wordt vastgesteld, dan wordt de vaststelling van de stedenbouwkundige inbreuk opgenomen in het proces-verbaal, vermeld in artikel 6.2.4.3Als in samenhang met de stedenbouwkundige inbreuk tegelijkertijd een stedenbouwkundig misdrijf wordt vastgesteld, dan wordt de vaststelling van de stedenbouwkundige inbreuk opgenomen in het proces-verbaal, vermeld in artikel 6.2.4.
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.2.5/1
7§ 2. De Vlaamse Regering wijst onder de gewestelijke personeelsleden die als verbalisant ruimtelijke ordening zijn aangewezen, degenen aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, verkrijgen om misdrijven als vermeld in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal.7§ 2. De Vlaamse Regering wijst onder de gewestelijke personeelsleden die als verbalisant ruimtelijke ordening zijn aangewezen, degenen aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, verkrijgen om misdrijven als vermeld in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal.
8§ 3. Contractuele personeelsleden kunnen alleen verbalisant ruimtelijke ordening zijn als ze zijn beëdigd. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de eedaflegging bepalen.8§ 3. Contractuele personeelsleden kunnen alleen verbalisant ruimtelijke ordening zijn als ze zijn beëdigd. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden van de eedaflegging bepalen.
9Een beëdiging op grond van artikel 106 van het Gemeentedecreet geldt tevens als eedaflegging in de zin van het eerste lid.9Een beëdiging op grond van artikel 187 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 geldt tevens als eedaflegging in de zin van het eerste lid.
10§ 4. De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1 en 2, delegeren.10§ 4. De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid, vermeld in paragraaf 1 en 2, delegeren.
+3 −3 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.4.4
4Bij schendingen inzake gebruik en instandhouding in ruimtelijk kwetsbare gebieden die onder het eerste lid vallen, kan uiterlijk tot twee jaar vanaf de eerste strafbare handeling of omissie, al dan niet deel uitmakend van feiten die door eenheid van opzet zijn verbonden, een bevel tot staking worden gegeven. Buiten ruimtelijk kwetsbare gebieden is dat beperkt tot uiterlijk een jaar vanaf de eerste strafbare handeling of omissie, al dan niet deel uitmakend van feiten die door eenheid van opzet zijn verbonden.4Bij schendingen inzake gebruik en instandhouding in ruimtelijk kwetsbare gebieden die onder het eerste lid vallen, kan uiterlijk tot twee jaar vanaf de eerste strafbare handeling of omissie, al dan niet deel uitmakend van feiten die door eenheid van opzet zijn verbonden, een bevel tot staking worden gegeven. Buiten ruimtelijk kwetsbare gebieden is dat beperkt tot uiterlijk een jaar vanaf de eerste strafbare handeling of omissie, al dan niet deel uitmakend van feiten die door eenheid van opzet zijn verbonden.
5Als de verbalisanten ruimtelijke ordening en de agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in het eerste lid, ter plaatse niemand aantreffen, wordt ter plaatse een schriftelijk bevel tot onmiddellijke staking op een zichtbare plaats aangebracht, of wordt het stakingsbevel alsnog mondeling gegeven tijdens een verhoor van de overtreder.5Als de verbalisanten ruimtelijke ordening en de agenten of officieren van gerechtelijke politie, vermeld in het eerste lid, ter plaatse niemand aantreffen, wordt ter plaatse een schriftelijk bevel tot onmiddellijke staking op een zichtbare plaats aangebracht, of wordt het stakingsbevel alsnog mondeling gegeven tijdens een verhoor van de overtreder.
6§ 2. Het proces-verbaal van de vaststelling wordt binnen acht dagen met een beveiligde zending betekend aan de initiatiefnemer, de architect, de persoon of aannemer die de handelingen uitvoert, en de gebruiker van het goed.6§ 2. Het proces-verbaal of verslag van vaststelling inzake de misdrijven of inbreuken, vermeld in paragraaf 1 wordt binnen acht dagen met een beveiligde zending betekend aan de initiatiefnemer, de architect, de persoon of aannemer die de handelingen uitvoert, en de gebruiker van het goed.
7Tegelijkertijd wordt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal verzonden naar de gemeente waar de handelingen hebben plaatsgevonden en naar de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur.7Tegelijkertijd wordt per beveiligde zending een afschrift van het proces-verbaal of verslag van vaststelling verzonden naar de gemeente waar de handelingen hebben plaatsgevonden en naar de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur.
8§ 3. Het stakingsbevel moet op straffe van verval binnen acht dagen na de betekening van het proces-verbaal door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur worden bekrachtigd. Die bekrachtiging wordt binnen twee werkdagen met een beveiligde zending verzonden naar de personen, vermeld in paragraaf 2.8§ 3. Het stakingsbevel moet op straffe van verval binnen acht dagen na de betekening van het proces-verbaal of verslag van vaststelling door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur worden bekrachtigd. Die bekrachtiging wordt binnen twee werkdagen met een beveiligde zending verzonden naar de personen, vermeld in paragraaf 2.
9§ 4. Elke belanghebbende kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, die optreedt namens het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarin de handelingen zijn uitgevoerd of het gebruik heeft plaatsgevonden. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.9§ 4. Elke belanghebbende kan in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, die optreedt namens het Vlaamse Gewest. De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in het ambtsgebied waarin de handelingen zijn uitgevoerd of het gebruik heeft plaatsgevonden. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.
+1 −0 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 6.5.1
1De ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van titel VI worden toegewezen aan de DAB Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3.1De ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van titel VI worden toegewezen aan de DAB Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3.
2De in het eerste lid vermelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van titel VI.2De in het eerste lid vermelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van titel VI.
3In afwijking van het eerste lid en onverminderd artikel 6.4.16 worden de bestuurlijke dwangsommen opgelegd bij bestuurlijke maatregel van last onder dwangsom, vermeld in artikel 6.4.14, verhoogd met de invorderingskosten, die door de burgemeester of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur, vermeld in artikel 6.1.1, 1°, worden geïnd en ingevorderd, toegewezen aan de gemeente op wiens grondgebied de bestuurlijke dwangsom is opgelegd.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 2
84° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld en die, wat betreft het recht tot voortzetting van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 70, § 1, tweede lid, en artikel 390, § 6, niet voor een eerste maal geheel of gedeeltelijk vernietigd is door de Raad van Vergunningsbetwistingen en voor zover de beslissingen in eerste en tweede administratieve aanleg de verdere uitbating toelieten. Het recht op verdere exploitatie stopt definitief wanneer de Raad van Vergunningsbetwistingen de schorsing van de vergunning uitspreekt of na een termijn van maximum vijf maand na de eerste uitspraak van de Raad van Vergunningsbetwistingen; [ZIE BELANGRIJKE OPMERKING IN COMMENTAAR IVM ART. 2, EERSTE LID, 4°]84° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld en die, wat betreft het recht tot voortzetting van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 70, § 1, tweede lid, en artikel 390, § 6, niet voor een eerste maal geheel of gedeeltelijk vernietigd is door de Raad van Vergunningsbetwistingen en voor zover de beslissingen in eerste en tweede administratieve aanleg de verdere uitbating toelieten. Het recht op verdere exploitatie stopt definitief wanneer de Raad van Vergunningsbetwistingen de schorsing van de vergunning uitspreekt of na een termijn van maximum vijf maand na de eerste uitspraak van de Raad van Vergunningsbetwistingen; [ZIE BELANGRIJKE OPMERKING IN COMMENTAAR IVM ART. 2, EERSTE LID, 4°]
95° gemeentelijke projecten: de door de Vlaamse Regering limitatief aangewezen projecten waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen;95° gemeentelijke projecten: de door de Vlaamse Regering limitatief aangewezen projecten waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen;
106° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid akte heeft genomen van een melding;106° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend akte heeft genomen van een melding;
117° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid houdende toelating voor een vergunningsplichtig project;117° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de vergunningverlenende overheid houdende toelating voor een vergunningsplichtig project;
128° project : het geheel van volgende elementen of minstens één ervan die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5 :128° project : het geheel van volgende elementen of minstens één ervan die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5 :
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 6
1Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunningsplichtige verandering eraan doen.1Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan vergunningsplicht uitvoeren, exploiteren, verkavelen of een vergunningsplichtige verandering eraan doen.
2Niemand mag zonder voorafgaande meldingsakte een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.2Niemand mag zonder voorafgaande uitdrukkelijke of stilzwijgende aktename een project dat bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, is onderworpen aan meldingsplicht uitvoeren, exploiteren of een meldingsplichtige verandering eraan doen.
+3 −1 decreet-2014-04-25/art. 7
1Met behoud van de toepassing van artikel 5.2.1, § 3 en § 4, van het DABM, geldt de omgevingsvergunning als aktename voor het deel van het project dat meldingsplichtig is, als het project zowel aan de meldings- als aan de vergunningsplicht wordt onderworpen.1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 5.2.1, § 3 en § 4, van het DABM, geldt de omgevingsvergunning als aktename voor het deel van het project dat meldingsplichtig is, als het project zowel aan de meldings- als aan de vergunningsplicht wordt onderworpen.
2§ 2. Als het project elementen bevat die onderworpen zijn aan meerdere vergunnings- of meldingsplichten, bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, en die aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, omvat de vergunningsaanvraag de betrokken aspecten op straffe van onontvankelijkheid als minstens één element van de aanvraag vergunningsplichtig is.
3De verplichting tot gezamenlijke indiening, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor het aanvragen of melden van stedenbouwkundige handelingen en exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten die alleen nodig zijn tijdens de uitvoeringsfase van het project. Als voor het project een milieueffectrapport moet worden opgesteld en het milieueffectrapport relevante uitspraken doet over de uitvoeringswijze, wordt gestreefd naar een gezamenlijke indiening voor wat betreft de aspecten die in het milieueffectrapport worden behandeld.
+2 −2 decreet-2014-04-25/art. 14/1
42° provinciale projecten;42° provinciale projecten;
53° projecten die niet zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect;53° projecten die niet zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect;
64° de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste of de tweede klasse, als vermeld in artikel 5.2.1 van het DABM;64° de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;
75° het verkavelen van gronden;75° het verkavelen van gronden;
86° het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, als deze bijstelling een wijziging van de kavelgrenzen inhoudt.86° het bijstellen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, als deze bijstelling een wijziging van de kavelgrenzen inhoudt.
9In afwijking van het tweede lid mogen deze aanvragen analoog of digitaal worden ingediend als deze met toepassing van de geldende taalwetgeving in het Frans mogen worden ingediend.9In afwijking van het tweede lid mogen deze dossiers analoog of digitaal worden ingediend als deze met toepassing van de geldende taalwetgeving in het Frans mogen worden ingediend.
10Als de bevoegde overheid vaststelt dat bepaalde stukken van een analoog ingediende aanvraag, verzoek, melding of administratief beroep digitaal zijn opgesteld, dan kan zij de aanvrager, verzoeker, melder of beroepsindiener verzoeken deze stukken digitaal te bezorgen. Dezen gaan onverwijld op een dergelijk verzoek in.10Als de bevoegde overheid vaststelt dat bepaalde stukken van een analoog ingediende aanvraag, verzoek, melding of administratief beroep digitaal zijn opgesteld, dan kan zij de aanvrager, verzoeker, melder of beroepsindiener verzoeken deze stukken digitaal te bezorgen. Dezen gaan onverwijld op een dergelijk verzoek in.
11De Vlaamse Regering kan de lijst, opgenomen in het tweede lid, wijzigen. Zij kan ook nadere regels uitwerken in geval van onbeschikbaarheid wegens technische storingen van het door Vlaanderen ter beschikking gestelde digitaal systeem, en hierbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen..11De Vlaamse Regering kan de lijst, opgenomen in het tweede lid, wijzigen. Zij kan ook nadere regels uitwerken in geval van onbeschikbaarheid wegens technische storingen van het door Vlaanderen ter beschikking gestelde digitaal systeem, en hierbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen..
+0 −2 decreet-2014-04-25/art. 18
1De vergunningsaanvraag wordt per beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.1De vergunningsaanvraag wordt per beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.
2Als het project elementen bevat die onderworpen zijn aan meerdere vergunningsplichten, bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, en die aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wordt de vergunningsaanvraag ingediend voor de betrokken aspecten gezamenlijk.
3De verplichting tot gezamenlijke indiening, vermeld in het tweede lid, geldt niet voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een project enerzijds, en voor het aanvragen van een omgevingsvergunning die alleen nodig is tijdens de uitvoeringsfase van het project anderzijds. Als voor het project een milieueffect-rapport moet worden opgesteld en het milieueffectrapport relevante uitspraken doet over de uitvoeringswijze, wordt gestreefd naar een gezamenlijke indiening voor wat betreft de aspecten die in het milieueffectrapport worden behandeld.
4De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag.2De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag.
+0 −2 decreet-2014-04-25/art. 37
1De vergunningsaanvraag wordt per beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.1De vergunningsaanvraag wordt per beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15.
2Als het project elementen bevat die onderworpen zijn aan meerdere vergunningsplichten, bij of krachtens de decreten, vermeld in artikel 5, en die aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wordt de vergunningsaanvraag ingediend voor de betrokken aspecten gezamenlijk.
3De verplichting tot gezamenlijke indiening, vermeld in het tweede lid, geldt niet voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een project enerzijds, en voor het aanvragen van een omgevingsvergunning die enkel nodig is tijdens de uitvoeringsfase van het project anderzijds.
4De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag.2De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de vergunningsaanvraag.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 66
11§ 3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt.11§ 3. De termijnen, vermeld in paragraaf 1, gaan altijd in op de dag na de datum dat het laatste beroep ontvankelijk en volledig wordt verklaard of, bij ontstentenis van een beslissing daarover, de dertigste dag na de datum waarop het laatste beroep is ingediend hetzij na de ontvangst van de ontbrekende gegevens of documenten, waarbij de meest recente datum geldt.
12Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.12Als geen beslissing is genomen binnen de vastgestelde of in voorkomend geval verlengde termijn, wordt het beroep of worden de beroepen geacht te zijn afgewezen en wordt de bestreden beslissing als definitief aanzien.
13§ 4. Artikel 33 en 34zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing.13§ 4. Artikel 33, 34, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing.
14§ 5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.14§ 5. De bevoegde overheid kan over een vergunningsaanvraag als vermeld in artikel 5.4.1 en 5.4.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, waarbij een gemelde archeologienota werd toegevoegd bij de aanvraag, maar een beslissing nemen als de archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd. Als er geen archeologienota waarvan akte is genomen is bezorgd voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, dan moet de omgevingsvergunning worden geweigerd.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 82
32° op gemotiveerd verzoek van:32° op gemotiveerd verzoek van:
4a) de bevoegde dienst van de gemeente, de provinciale omgevingsvergunningscommissie of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie als gevolg van een evaluatie die zij hebben uitgevoerd als vermeld in artikel 5.4.11 van het DABM;4a) de bevoegde dienst van de gemeente, de provinciale omgevingsvergunningscommissie of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie als gevolg van een evaluatie die zij hebben uitgevoerd als vermeld in artikel 5.4.11 van het DABM;
5b) de vergunninghouder of de exploitant;
5b) ...;
6c) het betrokken publiek;6c) het betrokken publiek;
7d) de toezichthouder die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;7d) de toezichthouder die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;
+2 −0 decreet-2014-04-25/art. 82/1 nieuw
1De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, kan de voorwaarden die in de omgevingsvergunning zijn opgelegd, wijzigen of aanvullen op gemotiveerd verzoek van de vergunninghouder of de exploitant.
2Het bijstellen van de omgevingsvergunning, vermeld in dit artikel, verloopt overeenkomstig de bepalingen van afdeling 4 en 5.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 100
1De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.1De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.
2In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.2In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst of door een gedeeltelijke stopzetting van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als meldingsakte en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.
+6 −2 decreet-2014-04-25/art. 105
1§ 1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg, of de aktename of de niet-aktename van een melding, vermeld in artikel 111, kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO.1§ 1. De volgende beslissingen kunnen worden bestreden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening:
21° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunningsaanvraag, genomen in laatste administratieve aanleg;
32° de beslissing over een verzoek of initiatief tot het opleggen, wijzigen of aanvullen van de voorwaarden in laatste administratieve aanleg;
43° de beslissing over een aanvraag tot afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden;
54° de uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een melding, vermeld in artikel 111 van dit decreet.
2§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:6§ 2. Het beroep kan worden ingesteld door:
31° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;71° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
97° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;137° de leidend ambtenaar van het Agentschap Innoveren en Ondernemen of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
108° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.148° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
11De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.15De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige beslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.
12[... vernietigd bij arrest 46/2019 van het Grondwettelijk Hof van 14 maart 2019].16[... vernietigd bij arrest 46/2019 van het Grondwettelijk Hof van 14 maart 2019].
13De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.17De bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, die nagelaten heeft een uitdrukkelijke beslissing te nemen in eerste administratieve aanleg, wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden, behoudens overmacht.
+1 −1 decreet-2014-04-25/art. 107
1Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing op de melding.
1Het college van burgemeester en schepenen of zijn omgevingsambtenaar is bevoegd voor de aktename van meldingsplichtige handelingen en de meldingsplichtige exploitatie of de weigering ervan.
2Onverminderd artikel 5.2.1 van het DABM geldt de omgevingsvergunning als aktename voor dat deel van het project dat meldingsplichtig is als tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan over de vergunningsaanvraag en de melding. In het geval de vergunning wordt geweigerd, wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.2Onverminderd artikel 5.2.1 van het DABM geldt de omgevingsvergunning als aktename voor dat deel van het project dat meldingsplichtig is als tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan over de vergunningsaanvraag en de melding. In het geval de vergunning wordt geweigerd, wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.
+5 −2 decreet-2014-04-25/art. 111
21° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;21° artikel 5.4.3, § 3, van het DABM;
32° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.32° artikel 4.2.2, § 1, en artikel 4.2.4 van de VCRO.
4Als de handelingen of de exploitatie meldingsplichtig en niet verboden zijn, neemt de bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, akte van de melding. Ze bezorgt de meldingsakte per beveiligde zending aan de persoon die de melding heeft verricht binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum van ontvangst van de melding.
4De bevoegde overheid, vermeld in artikel 107, neemt een beslissing over de melding binnen een termijn van:
51° twintig dagen als de melding louter betrekking heeft op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse;
62° dertig dagen in alle andere gevallen.
5Als de handelingen of de exploitatie niet meldingsplichtig of verboden zijn, stelt de overheid, vermeld in artikel 107, de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde ordetermijn daarvan in kennis. In dat geval wordt geen akte genomen en wordt aan de melding geen verder gevolg gegeven.7Deze overheid stelt de persoon die de melding heeft verricht binnen dezelfde termijn daarvan in kennis. De termijnen, vermeld in het tweede lid, gaan in op de dag na de datum van de melding.
8Als geen beslissing is genomen en ter kennis gebracht aan de persoon die de melding heeft verricht binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt de melding geacht te zijn geakteerd.
+2 −2 decreet-2014-04-25/art. 112
1Het project mag worden uitgevoerd of geëxploiteerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte .1Het project mag worden uitgevoerd of geëxploiteerd de dag na de datum van de betekening van de meldingsakte dan wel de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de melding geacht wordt te zijn geakteerd.
2De vervalregeling, vermeld in artikel 99 tot en met 101, is van overeenkomstige toepassing op de meldingsakte.2De vervalregeling, vermeld in artikel 99 en 101, is van overeenkomstige toepassing op de meldingsakte.
+4 −0 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 8
1Op de erkenning als bodemsaneringsdeskundige zijn de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van toepassing.1Op de erkenning als bodemsaneringsdeskundige zijn de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van toepassing.
2De OVAM is erkend als bodemsaneringsdeskundige. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. De bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn niet van toepassing op de erkenning van de OVAM en de VITO.2De OVAM is erkend als bodemsaneringsdeskundige. De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de taken die ze in opdracht van de OVAM uitvoert in het kader van dit decreet. De bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn niet van toepassing op de erkenning van de OVAM en de VITO.
3De Vlaamse Milieumaatschappij is erkend als bodemsaneringsdeskundige voor de uitvoering van de volgende aspecten van de taken van een erkend bodemsaneringsdeskundige in het kader van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten:
41° de monsterneming van de waterbodem en het opmaken van het verslag van de monsterneming conform het Compendium voor Monsterneming en Analyse;
52° de bepaling van het waterbodemvolume.
6De bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid zijn niet van toepassing op de erkenning van de Vlaamse Milieumaatschappij.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 8bis
1De erkende bodemsaneringsdeskundige verleent zijn medewerking aan audits die de OVAM organiseert in de kantoren van de bodemsaneringsdeskundige, op het te onderzoeken terrein of op een plaats die de OVAM bepaalt. De OVAM stelt een verslag op van de uitgevoerde audit. De audits hebben tot doel het kwaliteitssysteem dat de bodemsaneringsdeskundige hanteert bij de uitvoering van zijn taken als bodemsaneringsdeskundige, te toetsen door periodiek het volledige proces van opdrachtinitiatie tot aflevering van het eindproduct door te lichten.1De erkende bodemsaneringsdeskundige verleent zijn medewerking aan audits die de OVAM organiseert in de kantoren van de bodemsaneringsdeskundige, op het te onderzoeken terrein of op een plaats die de OVAM bepaalt. De OVAM stelt een verslag op van de uitgevoerde audit. De audits hebben tot doel het kwaliteitssysteem dat de bodemsaneringsdeskundige hanteert bij de uitvoering van zijn taken als bodemsaneringsdeskundige, te toetsen door periodiek het volledige proces van opdrachtinitiatie tot aflevering van het eindproduct door te lichten.
2De bodemsaneringsdeskundige geeft op verzoek van de OVAM het nodige gevolg aan het auditverslag en legt in voorkomend geval een plan van aanpak met corrigerende maatregelen en termijnen van uitvoering voor aan de OVAM ter goedkeuring. De bodemsaneringsdeskundige voert de corrigerende maatregelen uit binnen de termijn die vastgelegd is in het goedgekeurde plan van aanpak.2De bodemsaneringsdeskundige geeft op verzoek van de OVAM het nodige gevolg aan het auditverslag en legt in voorkomend geval een plan van aanpak met corrigerende maatregelen en termijnen van uitvoering voor aan de OVAM ter goedkeuring. De bodemsaneringsdeskundige voert de corrigerende maatregelen uit binnen de termijn die vastgelegd is in het goedgekeurde plan van aanpak.
3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de uitvoering van de audit, het auditverslag, de corrigerende maatregelen en het plan van aanpak. 3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud en de uitvoering van de audit, het auditverslag, de corrigerende maatregelen en het plan van aanpak. Verder kan de Vlaamse Regering bepalen onder welke voorwaarden en in welke mate de OVAM bij de invulling van haar audit rekening kan houden met een externe auditering van de bodemsaneringsdeskundige..
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 67
1§ 1. De bodemsaneringswerken worden beëindigd na het bereiken van de doelstellingen van de bodemsanering.1§ 1. De bodemsaneringswerken worden beëindigd na het bereiken van de doelstellingen van de bodemsanering.
2§ 2. Na de uitvoering van de bodemsaneringswerken wordt een eindevaluatieonderzoek uitgevoerd waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken worden opgenomen en waarin zo nodig een voorstel van nazorg wordt geformuleerd.2§ 2. Na de uitvoering van de bodemsaneringswerken wordt een eindevaluatieonderzoek uitgevoerd waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken worden opgenomen en waarin zo nodig een voorstel van nazorg wordt geformuleerd.
3§ 3. Een eindevaluatieonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het eindevalutatieonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. 3§ 3. Een eindevaluatieonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Bij gebrek aan dergelijke standaardprocedure wordt het eindevalutatieonderzoek uitgevoerd volgens een code van goede praktijk. Een verslag van het eindevaluatieonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 69
1§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt, legt ze veiligheidsmaatregelen op. Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om veiligheidsmaatregelen te treffen.1§ 1. Als de OVAM van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt, legt ze veiligheidsmaatregelen op. Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om veiligheidsmaatregelen te treffen.
2§ 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt en veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM.2§ 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt en veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM.
3§ 3. Als de veiligheidsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt het conformiteitsattest als meldingsakte of omgevingsvergunning.3§ 3. Als de veiligheidsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in paragraaf 1, als meldingsakte of omgevingsvergunning.
4§ 4. Veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.4§ 4. Veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 70
2§ 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM. De exploitanten, gebruikers of eigenaars van de verontreinigde gronden kunnen hierbij onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige voorzorgsmaatregelen voorstellen aan de OVAM.2§ 2. Een bodemsaneringsdeskundige die in het kader van de uitvoering van een opdracht krachtens deze titel van oordeel is dat voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn, maakt hiervan op gemotiveerde wijze onverwijld melding aan de OVAM. De exploitanten, gebruikers of eigenaars van de verontreinigde gronden kunnen hierbij onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige voorzorgsmaatregelen voorstellen aan de OVAM.
3Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel spreekt de OVAM zich uit over de voorgestelde voorzorgsmaatregelen en kan ze voorzorgsmaatregelen opleggen.3Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel spreekt de OVAM zich uit over de voorgestelde voorzorgsmaatregelen en kan ze voorzorgsmaatregelen opleggen.
4§ 3. Als de voorzorgsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt het conformiteitsattest als meldingsakte of omgevingsvergunning.4§ 3. Als de voorzorgsmaatregelen handelingen, inrichtingen of activiteiten omvatten die meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of krachtens titel IV, hoofdstuk II, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, geldt de beslissing van de OVAM, vermeld in paragraaf 1 of 2, als meldingsakte of omgevingsvergunning.
5§ 4. Voorzorgsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.5§ 4. Voorzorgsmaatregelen worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 102
1§ 1. Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd.1§ 1. Risicogronden kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een orienterend bodemonderzoek werd uitgevoerd en het verslag ervan aan de OVAM werd bezorgd.
2In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek. 2In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek. Als voor de overdracht van een privatief deel met toepassing van artikel 30 geen oriënterend bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd, zijn de bepalingen van artikel 104 tot en met 115 ook niet van toepassing op die overdracht.
3De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd.3De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd.
4§ 2. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30.4§ 2. Het oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd op initiatief en op kosten van de persoon, vermeld in artikel 29 of 30.
+1 −0 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 164
1In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.1In verband met de toepassing van de bepalingen van artikelen 9 tot en met 135 en artikel 160 kan de Vlaamse Regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien, afwijkingen toestaan en overeenkomsten sluiten.
2De verbintenis tot uitvoering van een bodemonderzoek, bodemsanering en eventuele nazorg die in het kader van een overeenkomst met toepassing van het eerste lid wordt aangegaan, moet worden uitgevoerd conform de voorwaarden en de termijn van de voormelde overeenkomst.
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 6
1§ 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister.1§ 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister.
2De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt.2De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm.3§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm.
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 9
82° doelstellingen vastleggen voor gescheiden inzameling en voor hergebruik, recyclage en andere vormen van nuttige toepassing;82° doelstellingen vastleggen voor gescheiden inzameling en voor hergebruik, recyclage en andere vormen van nuttige toepassing;
93° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden.93° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden.
10§ 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, zijn onderworpen aan een door de Vlaamse Regering te verlenen erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor die erkenning vast. 10§ 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, moeten beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning en de voorwaarden en de procedure tot opheffing, intrekking en schorsing ervan.
+1 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 20
1Om de doelstellingen, vermeld in artikel 4, te realiseren, kan de Vlaamse Regering milieubeleidsovereenkomsten sluiten overeenkomstig de decretale bepalingen die van toepassing zijn.1Om de doelstellingen, vermeld in artikel 4, te realiseren, kan de Vlaamse Regering milieubeleidsovereenkomsten sluiten overeenkomstig de decretale bepalingen die van toepassing zijn.
2Om uitvoering te geven aan de maatregelen, vermeld in artikel 21, § 1, kan de Vlaamse Regering voorzien in de mogelijkheid om convenanten te sluiten. De Vlaamse Regering kan aan het sluiten van een convenant voorwaarden opleggen en kan nadere regels vaststellen over de inhoud, wijze van totstandkoming, bekendmaking, wijziging en opzegging van een convenant.
+2 −5 decreet-2011-12-23-1021295/art. 46
25In de gevallen vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is de heffingsplichtige de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen respectievelijk verbrandt, achterlaat of beheert.25In de gevallen vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is de heffingsplichtige de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de afvalstoffen respectievelijk verbrandt, achterlaat of beheert.
26In het eerste lid, 3°, 5° en 9°, wordt verstaan onder brandbare afvalstoffen : afvalstoffen met een gloeiverlies > 10 % en een TOC-gehalte > 6 %.26In het eerste lid, 3°, 5° en 9°, wordt verstaan onder brandbare afvalstoffen : afvalstoffen met een gloeiverlies > 10 % en een TOC-gehalte > 6 %.
27In afwijking van de gevallenvermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt met ingang van het heffingsjaar 2019 voor de verwerking van verpulpingsresidu's en ontinktingsslib van papier- en kartonafval die ontstaan bij bedrijven die papier- en kartonafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten volgende heffingen:27In afwijking van de gevallen, vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt met ingang van het heffingsjaar 2019 voor de verwerking van verpulpingsresidu's en ontinktingsslib van papier- en kartonafval die ontstaan bij bedrijven die papier- en kartonafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten, een heffingstarief van 0 euro per ton.
281° voor het verbranden en meeverbranden met een energierecuperatie kleiner dan 65 %: 7 euro per ton;
292° voor het verbranden en meeverbranden met een energierecuperatie tussen 65 % en 80 %: 2 euro per ton;
303° voor het verbranden en meeverbranden met energierecuperatie van meer dan 80 %: 0 euro per ton.
31In afwijking van de gevallenvermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor recyclageresidu's van kunststofafval van bedrijven die kunststofafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten, met ingang van het heffingsjaar 2010, een heffingstarief van 2 euro per ton.28In afwijking van de gevallen, vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor recyclageresidu's van kunststofafval van bedrijven die kunststofafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten, met ingang van het heffingsjaar 2010, een heffingstarief van 3,69 euro per ton..
32In afwijking van de gevallen vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor het verbranden of meeverbranden van afvalstoffen van bodemsaneringsoperaties waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere saneringswijzen dan uitgraven en verbranden of meeverbranden onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn, met ingang van het heffingsjaar 2013, een heffingstarief van 2,2 euro/ton. Vanaf 1 januari 2019 geldt een tarief van 0 euro per ton. In afwijking hiervan geldt het heffingstarief van 0 euro per ton voor het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting van afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde bodemsaneringswerken, al dan niet in het kader van een overeengekomen convenant, waarvoor uiterlijk op 31 december 2012 door de OVAM een verklaring is afgeleverd dat het nultarief van toepassing is.29In afwijking van de gevallen vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor het verbranden of meeverbranden van afvalstoffen van bodemsaneringsoperaties waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere saneringswijzen dan uitgraven en verbranden of meeverbranden onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn, met ingang van het heffingsjaar 2013, een heffingstarief van 2,2 euro/ton. Vanaf 1 januari 2019 geldt een tarief van 0 euro per ton. In afwijking hiervan geldt het heffingstarief van 0 euro per ton voor het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting van afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde bodemsaneringswerken, al dan niet in het kader van een overeengekomen convenant, waarvoor uiterlijk op 31 december 2012 door de OVAM een verklaring is afgeleverd dat het nultarief van toepassing is.
33In afwijking van de gevallen vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor het verbranden of meeverbranden van residu's afkomstig van de reiniging van grond in daartoe vergunde grondreinigingscentra, met ingang van het heffingsjaar 2013, een heffingstarief van 2,2 euro/ton. Vanaf 1 januari 2019 geldt een tarief van 0 euro per ton.30In afwijking van de gevallen vermeld in het eerste lid, 16° en 17°, geldt voor het verbranden of meeverbranden van residu's afkomstig van de reiniging van grond in daartoe vergunde grondreinigingscentra, met ingang van het heffingsjaar 2013, een heffingstarief van 2,2 euro/ton. Vanaf 1 januari 2019 geldt een tarief van 0 euro per ton.
+4 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.3.3.3.2
1Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een onroerend goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een vruchtgebruik, erfpacht of een opstalrecht overdraagt, of op andere wijze een eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de hieraan verbonden publiciteit of het onroerend goed volledig of gedeeltelijk gelegen is:1§ 1. Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een onroerend goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een vruchtgebruik, erfpacht of een opstalrecht overdraagt, of op andere wijze een eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de hieraan verbonden publiciteit of het onroerend goed volledig of gedeeltelijk gelegen is:
21° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering;21° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering;
32° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone.32° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone.
91° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering;91° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering;
102° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone.102° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone.
11§ 2. Elke verzekeraar van een zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking tot het gevaar brand die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest de waarborg biedt tegen de natuurrampen, vermeld in artikel 123 van de wet van 4 april 2014 betreffende verzekeringen, stelt op eenvoudig verzoek van de CIW alle informatie waarover hij beschikt en die nodig is voor de vaststelling van de mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebieden, vermeld in paragraaf 1, ter beschikking van de CIW.
12In het kader van de informatieoverdracht, vermeld in het eerste lid, worden de geografische gegevens die kunnen leiden tot de identificatie van natuurlijke personen verwerkt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De CIW wordt hierbij aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke. Die geografische gegevens worden verwerkt om de vaststelling van de mogelijk of effectief overstromingsgevoelige gebieden, vermeld in paragraaf 1, te realiseren. De bewaartermijn van die geografische gegevens is tien jaar na de ontvangst ervan.
13De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.5.3.1
3Het Vlaamse Gewest stelt per bekken de nodige middelen en het nodige personeel ter beschikking voor de werking van het bekkenbestuur, van het bekkensecretariaat en van de bekkenraad.3Het Vlaamse Gewest stelt per bekken de nodige middelen en het nodige personeel ter beschikking voor de werking van het bekkenbestuur, van het bekkensecretariaat en van de bekkenraad.
4Elke provincie, die op basis van haar ligging in een bepaald bekken een wezenlijk deel uitmaakt van dat bekken, stelt ten minste een personeelslid ter beschikking van het bekkensecretariaat en dit ten laste van de eigen begroting.4Elke provincie, die op basis van haar ligging in een bepaald bekken een wezenlijk deel uitmaakt van dat bekken, stelt ten minste een personeelslid ter beschikking van het bekkensecretariaat en dit ten laste van de eigen begroting.
5De Vlaamse minister, belast met de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid, wijst op voordracht van de CIW, per bekken een bekkencoördinator aan. De bekkencoördinator is de secretaris van de algemene bekkenvergadering en het bekkenbureau.5De Vlaamse minister, belast met de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid, wijst op voordracht van de CIW, per bekken een bekkencoördinator aan. De bekkencoördinator is de secretaris van het bekkenbestuur.
6De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de werking van het bekkenbestuur, met inbegrip van de regels voor het aanwezigheidsquorum. Het bekkenbestuur beslist in beginsel bij consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, kan de Vlaamse Regering in een bijzondere meerderheid voorzien voor het bekkenbestuur.6De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de werking van het bekkenbestuur, met inbegrip van de regels voor het aanwezigheidsquorum. Het bekkenbestuur beslist in beginsel bij consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, kan de Vlaamse Regering in een bijzondere meerderheid voorzien voor het bekkenbestuur.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.7.6.1
42° gebieden voor de bescherming van economisch betekenisvolle in het water levende planten- en diersoorten;42° gebieden voor de bescherming van economisch betekenisvolle in het water levende planten- en diersoorten;
53° oppervlaktewaterlichamen met als bestemming recreatiewater of zwemwater;53° oppervlaktewaterlichamen met als bestemming recreatiewater of zwemwater;
64° de kwetsbare zones water in uitvoering van de richtlijn 91/271 van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater, de kwetsbare zones in uitvoering van richtlijn 91/676/EEG van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen, de kwetsbare zones ecologische waardevolle agrarische gebieden en de kwetsbare zones natuur, bedoeld in artikel 15bis en 15ter van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen;64° de kwetsbare zones water in uitvoering van de richtlijn 91/271 van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater, de kwetsbare zones in uitvoering van richtlijn 91/676/EEG van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnenen de gebieden, vermeld in artikel 41bis en 41ter van het Mestdecreet van 22 december 2006;
75° de definitief vastgestelde speciale beschermingszones in uitvoering van artikel 36bis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en de waterrijke gebieden van internationale betekenis bedoeld in artikel 2, 21°, van hetzelfde decreet.75° de definitief vastgestelde speciale beschermingszones in uitvoering van artikel 36bis van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en de waterrijke gebieden van internationale betekenis bedoeld in artikel 2, 21°, van hetzelfde decreet.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.2.1
52° de waterwinningen en de kwaliteit van het water dat gebruikt wordt als water bestemd voor menselijke consumptie, ongeacht de herkomst en ongeacht de behandeling ervan.52° de waterwinningen en de kwaliteit van het water dat gebruikt wordt als water bestemd voor menselijke consumptie, ongeacht de herkomst en ongeacht de behandeling ervan.
6§3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de te nemen herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik voor het geval het water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt, niet voldoet aan de kwaliteitseisen.6§3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de te nemen herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik voor het geval het water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt, niet voldoet aan de kwaliteitseisen.
7De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de tijdelijke beperkingen van het gebruik in het geval de levering van water bestemd voor menselijke consumptie vanuit kwantitatief oogpunt in het gedrang komt.
7§4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot:8§4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot:
81° de inlichtingen die aan het publiek moeten worden verstrekt;91° de inlichtingen die aan het publiek moeten worden verstrekt;
+29 −24 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.2.2
4Bij afwezigheid van een watermeter wordt de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet contractueel of reglementair bepaald tot op het moment dat een watermeter geplaatst wordt.4Bij afwezigheid van een watermeter wordt de grens tussen het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en het huishoudelijk leidingnet contractueel of reglementair bepaald tot op het moment dat een watermeter geplaatst wordt.
5Onverminderd het eerste lid, plaatst de waterleverancier, bij afwezigheid van een watermeter, uiterlijk op 31 december 2007 een watermeter ter hoogte van de bestaande aftakkingen.5Onverminderd het eerste lid, plaatst de waterleverancier, bij afwezigheid van een watermeter, uiterlijk op 31 december 2007 een watermeter ter hoogte van de bestaande aftakkingen.
6§3. Behalve in de gevallen , vermeld in paragraaf 6, heeft elke huishoudelijke abonnee recht op een minimale en ononderbroken levering van water voor menselijke consumptie om, volgens de geldende levensstandaard, menswaardig te kunnen leven.6§3. Behalve in de gevallen waarbij tot afsluiting wordt overgegaan, vermeld in paragraaf 6, heeft elke huishoudelijke abonnee recht op een minimale en ononderbroken levering van water voor menselijke consumptie om, volgens de geldende levensstandaard, menswaardig te kunnen leven.
7De Vlaamse Regering kan, na advies van de desbetreffende sector, de minimaal te leveren hoeveelheid water vaststellen en nadere regels bepalen om die minimale levering aan te passen aan de geldende levensstandaard.7De Vlaamse Regering kan, na advies van de desbetreffende sector, de minimaal te leveren hoeveelheid water vaststellen en nadere regels bepalen om die minimale levering aan te passen aan de geldende levensstandaard.
8§4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het leveren van een gratis hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied.8§4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het leveren van een gratis hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in zijn distributiegebied.
122° een voorstel tot afbetalingsplan door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;122° een voorstel tot afbetalingsplan door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk;
133° de regeling voor een sociale begeleiding door het O.C.M.W. of de door de huishoudelijke abonnee gekozen erkende schuldbemiddelaar.133° de regeling voor een sociale begeleiding door het O.C.M.W. of de door de huishoudelijke abonnee gekozen erkende schuldbemiddelaar.
14§ 6. De exploitant mag op zijn initiatief de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee alleen in de volgende gevallen afsluiten:14§ 6. De exploitant mag op zijn initiatief de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee alleen in de onderstaande gevallen en volgens de onderstaande voorwaarden begrenzen in debiet of afsluiten:
151° bij werkzaamheden voor herstelling, vernieuwing, wijziging, verplaatsing, onderhoud of exploitatie van het openbaar waterdistributienetwerk, zolang die toestand duurt;151° afsluiten bij werkzaamheden voor herstelling, vernieuwing, wijziging, verplaatsing, onderhoud of exploitatie van het openbaar waterdistributienetwerk;
162° bij een onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, zolang die toestand duurt;162° afsluiten bij een onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, zolang die toestand duurt;
173° als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar bij een bedreiging voor de volksgezondheid en de veiligheid van de watervoorziening als vermeld in artikel 2.3.2, § 4en artikel 2.3.4, tweede lid, weigert gevolg te geven aan de geadviseerde herstelmaatregelen voor het huishoudelijk leidingnet;173° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar bij een bedreiging voor de volksgezondheid en de veiligheid van de watervoorziening als vermeld in artikel 2.3.2, § 4, en artikel 2.3.4, tweede lid, weigert gevolg te geven aan de geadviseerde herstelmaatregelen voor het huishoudelijk leidingnet;
184° als de huishoudelijke abonnee niet toestemt in of zich verzet tegen de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, en de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, § 1 en § 2;184° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar niet toestemt in of zich verzet tegen de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, en de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, § 1 en § 2;
195° als uit de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, blijkt dat die niet conform is;195° begrenzen in debiet of afsluiten als uit de keuring van het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.2.1, § 2, 1°, blijkt dat die niet conform is;
206° bij fraude door de huishoudelijke abonnee of de eigenaar;206° afsluiten bij fraude van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar;
217° als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar weigert om aan de exploitant of zijn aangestelde toegang te geven tot de ruimte waarin de watermeter is opgesteld voor de controle van de watermeter en van de aansluiting;217° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar weigert om aan de exploitant of zijn aangestelde toegang te geven tot de ruimte waarin de watermeter is opgesteld voor de controle van de watermeter en van de aansluiting;
228° als de huishoudelijke abonnee weigert om met de exploitant een regeling uit te werken voor de betaling van openstaande facturen of de regeling niet nakomt;228° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee weigert om met de exploitant een regeling uit te werken voor de betaling van openstaande facturen of de regeling niet nakomt;
239° wanneer de verbruiker weigert om de door de Vlaamse Regering vastgelegde procedures voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of voor een vernieuwde indienststelling van de waterlevering, na te leven;239° begrenzen in debiet of afsluiten als de verbruiker weigert om de procedures na te komen die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of een vernieuwde indienststelling van de waterlevering;
2410° bij een onroerend goed dat onbewoond is of in onbruik is.2410° afsluiten bij een vermoeden dat een onroerend goed onbewoond of in onbruik is;
2511° begrenzen in debiet of afsluiten als de huishoudelijke abonnee of de eigenaar de verplichtingen op het vlak van bemetering die zijn bepaald ter uitvoering van paragraaf 2, weigert na te komen;
2612° afsluiten als de huishoudelijke abonnee niet toestemt in of zich verzet tegen de plaatsing van een debietsbegrenzing naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie;
2713° afsluiten als de exploitant vaststelt dat de huishoudelijke abonnee op een onrechtmatige wijze de begrenzing van het debiet, geplaatst naar aanleiding van een overeenkomstig gemotiveerd advies van een lokale adviescommissie, heeft gemanipuleerd of heeft weggenomen.
25In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 5° , is de afsluiting pas mogelijk na ontvangst van een bevel tot afsluiting van de toezichthoudende ambtenaar.28In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 5° en 11°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na de ontvangst van een overeenkomstig bevel van de toezichthoudende ambtenaar.
26In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 9°, is de afsluiting pas mogelijk na een overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie en conform de procedure en de voorwaarden, vermeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water. Onder lokale adviescommissie wordt verstaan: een lokale adviescommissie als vermeld in artikel 7 van het voormelde decreet.29In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 9°, 12° en 13°, is de begrenzing van het debiet of de afsluiting pas mogelijk na een overeenkomstig gemotiveerd advies van de lokale adviescommissie en conform de procedure en de voorwaarden, vermeld in het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water.
30In het derde lid wordt verstaan onder lokale adviescommissie: een lokale adviescommissie als vermeld in artikel 7 van het voormelde decreet.
27De Vlaamse Regering kan nadere procedures omtrent de afsluiting van de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee bepalen.31De Vlaamse Regering kan nadere procedures over de begrenzing van het debiet en de afsluiting van de waterlevering bij een huishoudelijke abonnee bepalen.
28In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, komen de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingniet ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar.32In het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, komen de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, niet ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar.
29In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingten laste van de veroorzaker van de situatie van onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Indien deze veroorzaker niet gekend is, zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluiting ten laste van de exploitant.33In het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de veroorzaker van de situatie van onmiddellijke en ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Als die veroorzaker niet bekend is, zijn die kosten ten laste van de exploitant.
30In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° en 5° tot en met 7° , zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar .34In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 3° tot en met 7° en 11°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee of de eigenaar wanneer kan worden vastgesteld dat deze laatste verantwoordelijk is voor het niet in regel zijn.
31In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 4° en 8°, zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingten laste van de huishoudelijke abonnee. 35In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 8°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.
32In het geval, vermeld in het eerste lid, 9°, zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingten laste van de verbruiker. 36In het geval, vermeld in het eerste lid, 9°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de verbruiker. De kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet of de wegneming ervan, zijn ten laste van de exploitant.
33In het geval, vermeld in het eerste lid, 10°, zijn de kosten verbonden aan de afsluiting en de heraansluitingten laste van de eigenaar.37In het geval, vermeld in het eerste lid, 10°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de eigenaar.
34In afwijking van de vorige leden vallen de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting steeds ten laste van de exploitant als blijkt dat de huishoudelijke abonnee ten onrechte werd afgesloten.38In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 12° en 13°, zijn de kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting, ten laste van de huishoudelijke abonnee.
39In afwijking van het zesde tot en met het twaalfde lid zijn de kosten die verbonden zijn aan de begrenzing van het debiet en de wegneming van de begrenzing van het debiet of de afsluiting en de heraansluiting, altijd ten laste van de exploitant als blijkt dat de huishoudelijke abonnee ten onrechte is afgesloten of ten onrechte een begrenzing van het debiet kreeg opgelegd.
35§7. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de gevallen bepalen waarin de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk de levering bij abonnees, andere dan huishoudelijke, kan afsluiten.40§7. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de gevallen bepalen waarin de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk de levering bij abonnees, andere dan huishoudelijke, kan begrenzen in debiet of afsluiten.
36§8. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, nadere regels bepalen met betrekking tot de effectieve afsluiting van de waterlevering bij de abonnee en de informatieverstrekking daarover aan de vermoedelijke verbruikers.41§8. De Vlaamse Regering kan, na advies van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, nadere regels bepalen met betrekking tot de effectieve begrenzing van het debiet of afsluiting van de waterlevering bij de abonnee en de informatieverstrekking daarover aan de vermoedelijke verbruikers.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 2.3.4
1Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §1 en §2, blijkt dat er een reëel risico is dat het water aan de kranen die in het desbetreffende perceel of gebouw gewoonlijk worden aangewend voor water, bestemd voor menselijke consumptie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen, wordt de waterleverancier, voor zover hij de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd over de situatie en over de mogelijke herstelmaatregelen, geacht te hebben voldaan aan de verplichtingen die daarvoor worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Als de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd, moeten in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar informeren over het reële risico dat niet aan de kwaliteitseisen is voldaan, en over de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen.1Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §1 en §2, blijkt dat er een reëel risico is dat het water aan de kranen die in het desbetreffende perceel of gebouw gewoonlijk worden aangewend voor water, bestemd voor menselijke consumptie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen, wordt de waterleverancier, voor zover hij de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd over de situatie en over de mogelijke herstelmaatregelen, geacht te hebben voldaan aan de verplichtingen die daarvoor worden vastgesteld door de Vlaamse Regering. Als de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd, moeten in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar informeren over het reële risico dat niet aan de kwaliteitseisen is voldaan, en over de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen.
2Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §1 en §2, blijkt dat er een reëel risico is voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk door een gebrek in het huishoudelijk leidingnet, informeert de waterleverancier de eigenaar of de abonnee over de situatie, legt herstelmaatregelen op om het reële risico weg te nemen en legt termijnen op voor de uitvoering ervan. Indien de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd, dient in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar te informeren over de situatie, de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen. De eigenaar of de abonnee voert binnen de opgelegde termijnen de opgelegde herstelmaatregelen uit aan het huishoudelijk leidingnet om het vastgestelde reële risico voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk weg te nemen.2Als uit de inventarisatie, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §1 en §2, blijkt dat er een reëel risico is voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk of voor de goede werking ervan door een gebrek in het huishoudelijk leidingnet, informeert de waterleverancier de eigenaar of de abonnee over de situatie, legt herstelmaatregelen op om het reële risico weg te nemen en legt termijnen op voor de uitvoering ervan. Indien de waterleverancier de eigenaar of de abonnee heeft geïnformeerd, dient in voorkomend geval de eigenaar de abonnee en de abonnee de eigenaar te informeren over de situatie, de mogelijke herstelmaatregelen en de uitgevoerde herstelmaatregelen. De eigenaar of de abonnee voert binnen de opgelegde termijnen de opgelegde herstelmaatregelen uit aan het huishoudelijk leidingnet om het vastgestelde reële risico voor de kwaliteit van het water in het openbaar waterdistributienetwerk of de goede werking ervan weg te nemen.
+0 −11 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 3.4.1 opgeheven
1§1. De gemeente kan het beheer van grachten overnemen van de eigenaars en gebruikers wanneer dit nuttig is voor het watersysteem zoals bedoeld in artikel 1.1.3., §2, 16°. De overname van het beheer van de grachten omvat het onderhouden ervan alsook het vernieuwen ervan.
2Dergelijke gracht wordt aangeduid als een gracht van algemeen belang. Onder gracht van algemeen belang wordt begrepen een kunstmatige afvoerweg tot afscheiding, tot afwatering of tot ontwatering van hemelwater, drainagewater, bemalingswater en in voorkomend geval ook effluentwater uit een waterzuiveringsinstallatie, of water afkomstig uit een overstort, die niet bij de waterwegen, en ook niet bij de onbevaarbare waterlopen is ingedeeld en die door de gemeente beheerd wordt.
3§2. De gemeente kan ten behoeve van het beheer van de grachten van algemeen belang enkel een erfdienstbaarheid opleggen met betrekking tot het recht van doorgang dat kan worden voorzien voor personeelsleden van het bestuur en de aangestelden die met de uitvoering van werken zijn belast.
4Er kan maximum een erfdienstbaarheidszone van drie meter landinwaarts van de rand van de gracht bepaald worden. Andere erfdienstbaarheden of gebruiksbeperkingen kunnen niet opgelegd worden.
5Deze erfdienstbaarheden kunnen niet gezien worden als gebruiksbeperkingen die aanleiding kunnen geven tot financiële compensatie vanwege de overheid.
6De erfdienstbaarheden die niet langer noodzakelijk zijn voor het onderhoud van het grachtenstelsel worden opgeheven door de gemeente. De eigenaar of gebruiker van het bezwaarde perceel kan om de opheffing van de nutteloos geworden erfdienstbaarheden verzoeken.
7De Vlaamse Regering zal voor het opleggen en opheffen van deze erfdienstbaarheden nadere regels bepalen.
8§3. De beslissing om het beheer over te nemen, zoals bedoeld in paragraaf 1, en de beslissing om erfdienstbaarheden op te leggen die nuttig zijn voor het beheer, zoals bedoeld in paragraaf 2, worden voorafgegaan door een openbaar onderzoek. De Vlaamse Regering zal hiervoor nadere regels bepalen.
9Tegen de beslissingen, bedoeld in het eerste lid, kan beroep worden ingesteld bij de gouverneur binnen dertig dagen na de kennisname ervan door elke belanghebbende.
10De gouverneur doet uitspraak binnen zestig dagen na ontvangst van het beroepschrift.
11De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen.
+10 −9 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 4.2.2.1.7
102° gebouwd zijn en geëxploiteerd worden volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem;102° gebouwd zijn en geëxploiteerd worden volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem;
11De vrijstelling geldt niet voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater die werden aangelegd nadat de woongelegenheid reeds aansluitbaar was op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) . De vrijstelling geldt maximaal vijf jaar nadat de woning aansluitbaar is op de riolering.11De vrijstelling geldt niet voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater die werden aangelegd nadat de woongelegenheid reeds aansluitbaar was op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) . De vrijstelling geldt maximaal vijf jaar nadat de woning aansluitbaar is op de riolering.
12§ 4. De heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater afkomstig van zijn woongelegenheidheeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater vermeld in paragraaf 1 tot 3 en die bovenstaande vrijstellingwil genieten, moet, op straffe van verval van het recht van vrijstelling, uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd, of ingeval de heffingsplichtige een aangifte indient, samen met de aangifte, een schriftelijke aanvraag indienen bij de Vlaamse Milieumaatschappij met de volgende bijlagen:12§ 4. De heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater als vermeld in paragraaf 1 en 2, en die de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1 en 2 wil krijgen, moet, op straffe van verval van het recht op vrijstelling, uiterlijk binnen drie maanden vanaf de derde werkdag die volgt op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd is, een schriftelijke aanvraag indienen bij het college van burgemeester en schepenen van het ambtsgebied waar de installatie ligt.
131° in zoverre het gaat om een inrichting of activiteit als vermeld op de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, een afschrift van de melding of lopende vergunning voor de exploitatie van de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater;13Als het gaat om een inrichting of activiteit als vermeld op de indelingslijst, vermeld in artikel van 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wordt bij die aanvraag een afschrift gevoegd van de melding of de lopende vergunning voor de exploitatie van de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater.
142° een attest uitgereikt door de burgemeester, waaruit blijkt dat de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem.14De burgemeester onderzoekt de aanvraag en reikt een attest uit als de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd conform een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het VLAREM.
15Binnen drie maanden vanaf de dag na de ontvangst van de aanvraag bezorgt de burgemeester de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk van zijn ambtsgebied de aanvraag en het attest of de beslissing waarbij de aflevering van een attest wordt geweigerd. Hij stuurt een kopie van de aanvraag en het attest of de weigeringsbeslissing naar de heffingsplichtige.
16De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk stuurt die stukken onmiddellijk door naar de Vlaamse Milieumaatschappij als die ervoor bevoegd is de vrijstelling te verlenen.
15Het attest uit lid 1, 2°, van deze paragraaf heeft in ieder geval een maximale geldigheidsduur van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de burgemeester het attest heeft uitgereikt, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over gegevens waaruit blijkt dat de waterzuiveringsinfrastructuur tijdens deze periode niet wordt uitgebaat volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het Vlarem, of gewijzigd werd.17Het voormelde attest heeft in ieder geval een maximale geldigheidsduur van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de burgemeester het attest heeft uitgereikt, tenzij de Vlaamse Milieumaatschappij beschikt over gegevens waaruit blijkt dat de waterzuiveringsinfrastructuur tijdens die periode niet wordt uitgebaat conform een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het VLAREM, of gewijzigd is.
16Indien aan de Vlaamse Milieumaatschappij een attest wordt bezorgd als vermeld in het eerste lid, 2°, kan de Vlaamse Milieumaatschappij de heffingsplichtige automatisch vrijstellen van heffing zonder dat de heffingsplichtige een schriftelijke aanvraag indient. In voorkomend geval ontvangt de heffingsplichtige geen heffingsbiljet. 18Als aan de Vlaamse Milieumaatschappij een voormeld attest wordt bezorgd, kan deze de heffingsplichtige automatisch vrijstellen van heffing zonder dat de heffingsplichtige een schriftelijke aanvraag indient. In voorkomend geval ontvangt de heffingsplichtige geen heffingsbiljet. Voor heffingsplichtigen die gedurende de geldigheidstermijn van het attest een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de vrijstelling alleen op schriftelijke aanvraag verleend. Daarin mag worden verwezen naar het eerder ingediende attest.
17Voor heffingsplichtigen die gedurende de geldigheidstermijn van het attest een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de vrijstelling enkel op schriftelijke aanvraag verleend. Daarin mag worden verwezen naar het eerder ingediende attest.
18§ 5. De Vlaamse Milieumaatschappij kan een heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater afkomstig van zijn woongelegenheidheeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater vermeld in paragraaf 1 of 2, automatisch vrijstellen op basis van de inlichtingen ingewonnen bij de gemeenten of, als de installatie gebouwd of beheerd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, op basis van inlichtingen ingewonnen bij de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk. In geval de vrijstelling automatisch wordt toegekend ontvangt de rechthebbende geen heffingsbiljet.19§ 5. De Vlaamse Milieumaatschappij kan een heffingsplichtige die het huishoudelijk afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater als vermeld in paragraaf 1 en 2, automatisch vrijstellen op basis van de inlichtingen die ze heeft ingewonnen bij de gemeenten of, als de installatie gebouwd of beheerd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, op basis van de inlichtingen die ze ingewonnen heeft bij de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk.
20Als de vrijstelling automatisch wordt toegekend, ontvangt de rechthebbende geen heffingsbiljet.
19Voor heffingsplichtigen die een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de bovenvermelde vrijstelling enkel op schriftelijke aanvraag verleend. De heffingsplichtigen vermeld in artikelen 4.2.2.3.1.en 4.2.2.5.1., met uitzondering van deze uitsluitend ressorterend onder de sector 56 van de bijlage 5 bij dit decreet, moeten hun aanvraag bij hun aangifte voegen. Alle andere heffingsplichtigen moeten hun aanvraag uiterlijk binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de dag waarop het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd werd bij de Vlaamse Milieumaatschappij indienen.21Voor heffingsplichtigen die een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de voormelde vrijstelling alleen op schriftelijke aanvraag verleend. De heffingsplichtigen moeten hun aanvraag uiterlijk binnen drie maanden vanaf de derde werkdag nadat het heffingsbiljet aan de postdiensten overhandigd is, bij de Vlaamse Milieumaatschappij indienen.
20Bij de aanvraag moet een attest uitgereikt door de burgemeester worden gevoegd, of, als de installatie gebouwd of beheerd wordt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, een attest uitgereikt door de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk waaruit de regelmatige aansluiting van de heffingsplichtige op de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater blijkt.
21§6. In afwijking van paragraaf 5 kan een vrijstelling van de heffing worden toegekend aan de heffingsplichtigen waarvan de woongelegenheid met een gecertificeerde individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is uitgerust en onderhouden volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde regels.22§6. In afwijking van paragraaf 5 kan een vrijstelling van de heffing worden toegekend aan de heffingsplichtigen waarvan de woongelegenheid met een gecertificeerde individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is uitgerust en onderhouden volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde regels.
+16 −19 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 4.3.3.4
1§ 1. De abonneerespectievelijk de gebruiker van een private waterwinning, vermeld in artikel 4.2.2.2.1, die al het huishoudelijke afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater, hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit als vermeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, en die aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, voldoet, wordt door de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk vrijgesteld van betaling van de bovengemeentelijke bijdrage of vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1 en 4.3.1.2.1 .1§ 1. De abonnee, respectievelijk de gebruiker van een private waterwinning, vermeld in artikel 4.2.2.2.1, die al het huishoudelijke afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd in een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater, hetzij in eigen beheer of gemeenschappelijk beheer, hetzij gebouwd of geëxploiteerd door de gemeente, het gemeentebedrijf, de intercommunale of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een entiteit die de gemeente na publieke marktbevraging heeft aangesteld als vermeld in artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, en die aan de voorwaarden, vermeld in het derde lid, voldoet, wordt door de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk vrijgesteld van betaling van de bovengemeentelijke bijdrage of vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1 en 4.3.1.2.1 van dit decreet.
2§ 2. Elke verbruiker die al het huishoudelijke afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd op de wijze, vermeld in vermeld in paragraaf 1, en die de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, niet kan genieten, heeft recht op een compensatie in zijn aandeel in de bovengemeentelijke bijdrage of vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1, 4.3.1.2.1 en 4.3.2.1, volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 4.3.3.3, en die berekend wordt als volgt:2§ 2. Elke verbruiker die al het huishoudelijke afvalwater dat afkomstig is van zijn woongelegenheid, heeft gezuiverd op de wijze, vermeld in paragraaf 1, en die de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, niet kan krijgen, heeft recht op een compensatie in zijn aandeel in de bovengemeentelijke bijdrage of vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1, 4.3.1.2.1 en 4.3.2.1, volgens de voorwaarden, vermeld in artikel 4.3.3.3, en die berekend wordt met de formule C = A + M x 0,75 x Tkvc, waarbij:
3C = A + M × 0, 75 x Tkvc, waarbij:
41° C = de compensatie;31° C: de compensatie;
52° A = het vastrecht, vermeld in artikel 4.3.1.1.3 voor zover van toepassing ;42° A: het vastrecht, vermeld in artikel 4.3.1.1.3 als dat van toepassing is;
63° M = het aantal gedomicilieerden van het gezin van de compensatiegerechtigde op 1 januari van het kalenderjaar op het domicilieadres van de compensatiegerechtigde;53° M: het aantal gedomicilieerden van het gezin van de compensatiegerechtigde op 1 januari van het kalenderjaar op het domicilieadres van de compensatiegerechtigde;
74° Tkvc =64° Tkvc:
8a) voor de klanten, vermeld in afdeling 1: het tarief Tkv, vermeld in artikel 4.3.1.1.4;7a) voor de klanten, vermeld in afdeling 1: het tarief Tkv, vermeld in artikel 4.3.1.1.4;
9b) voor de klanten, vermeld in afdeling 2: het tarief Tgv, vermeld in artikel 4.3.2.2, verhoogd met het tarief Tgvg, vermeld in artikel 4.3.2.3.8b) voor de klanten, vermeld in afdeling 2: het tarief Tgv, vermeld in artikel 4.3.2.2, verhoogd met het tarief Tgvg, vermeld in artikel 4.3.2.3.
10De individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater moeten cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden :9De individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater moeten aan al de volgende voorwaarden voldoen:
111° als het gaat om een conform bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het reglement betreffende de milieuvergunning als hinderlijk ingedeelde inrichting, moet de exploitatie gemeld of vergund zijn conform de voorschriften, vermeld in het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en het voormelde besluit;101° als het gaat om een hinderlijk ingedeelde inrichting conform bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gemeld of vergund zijn conform de voorschriften, vermeld in titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
122° gebouwd zijn en geëxploiteerd worden volgens een code van goede praktijk, conform de voorschriften, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.112° gebouwd zijn en geëxploiteerd worden volgens een code van goede praktijk, conform de voorschriften, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
13De vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, of de compensatie, vermeld in het eerste lid, kan ook worden toegekend aan de abonnee of de gebruiker van een private waterwinning waarvan de woongelegenheid met een gecertificeerde individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is uitgerust en onderhouden wordt volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde regels.12De vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, of de compensatie, vermeld in het eerste lid, kan ook worden toegekend aan de abonnee of de gebruiker van een private waterwinning van wie de woongelegenheid met een gecertificeerde individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is uitgerust en onderhouden wordt volgens de door de Vlaamse Regering vastgestelde regels.
14De vrijstellingrespectievelijk de compensatiegeldt niet voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater die zijn aangelegd nadat de woongelegenheid al aangesloten kon worden op een rioolwaterzuiveringsinstallatie.13De vrijstelling, respectievelijk de compensatie, geldt niet voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater die zijn aangelegd nadat de woongelegenheid al aangesloten kon worden op een rioolwaterzuiveringsinstallatie.
15De vrijstelling geldt maximaal vijf jaar nadat de woning aansluitbaar is op de riolering.14De vrijstelling geldt maximaal vijf jaar nadat de woning aansluitbaar is op de riolering.
16Als de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, of de gemeente of een gemeentelijke rioolbeheerder, instaat voor de bouw of exploitatie van de individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, kent de exploitant automatisch de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, of de compensatie, vermeld in het eerste lid, toe als de installatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid.15Als de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, of de gemeente of een gemeentelijke rioolbeheerder, instaat voor de bouw of exploitatie van de individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater, kent de exploitant automatisch de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1, of de compensatie, vermeld in het eerste lid, toe als de installatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid.
17§3. In alle overige gevallen dient de vrijstellingsgerechtigde respectievelijk de compensatiegerechtigde die de vrijstelling respectievelijk de compensatie, vermeld in dit artikel, wil genieten, een schriftelijke aanvraag in.
18Bij die aanvraag moeten de volgende documenten gevoegd zijn:
191° als het gaat om een conform bijlage 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het reglement betreffende de milieuvergunning als hinderlijk ingedeelde inrichting, een afschrift van de melding of lopende vergunning voor de exploitatie van de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater;
202° een attest, uitgereikt door de burgemeester, waaruit blijkt dat de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd volgens een code van goede praktijk, conform de voorschriften, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.
16§ 3. In alle overige gevallen dient de vrijstellingsgerechtigde respectievelijk de compensatiegerechtigde die de vrijstelling, respectievelijk de compensatie, vermeld in dit artikel wil krijgen, op straffe van verval van het recht op die vrijstelling of die compensatie, binnen twaalf maanden na de aanrekening van de bovengemeentelijke bijdrage of de vergoeding door de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen van het ambtsgebied waar de installatie ligt.
17Als het gaat om een inrichting of activiteit als vermeld op de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wordt bij de aanvraag, vermeld in het achtste lid, een afschrift gevoegd van de melding of de lopende vergunning voor de exploitatie van de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater. De burgemeester onderzoekt de aanvraag en reikt een attest uit als de individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater is gebouwd en wordt geëxploiteerd volgens een code van goede praktijk, overeenkomstig de voorschriften van titel II van het VLAREM. Binnen drie maanden vanaf de dag na de ontvangst van de aanvraag bezorgt de burgemeester de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk van zijn ambtsgebied de aanvraag en het attest of de beslissing waarbij de aflevering van een attest wordt geweigerd. Hij zendt een kopie van de aanvraag en het attest of van de beslissing waarbij het attest wordt geweigerd aan de vrijstellingsgerechtigde of de compensatiegerechtigde.
18Als de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk niet bevoegd is voor de beslissing over die aanvraag, worden de stukken onmiddellijk doorgestuurd naar de Vlaamse Milieumaatschappij.
21Het attest, vermeld in punt 2°, heeft in ieder geval een maximale geldigheidsduur van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de burgemeester het attest heeft uitgereikt, tenzij de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk beschikt over gegevens waaruit blijkt dat de waterzuiveringsinstallatie tijdens die periode niet wordt uitgebaat volgens een code van goede praktijk, conform de voorschriften, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, of substantieel is gewijzigd.19Het attest, vermeld in het tweede lid, heeft in ieder geval een maximale geldigheidsduur van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarvoor de burgemeester het attest heeft uitgereikt, tenzij de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk beschikt over gegevens waaruit blijkt dat de waterzuiveringsinstallatie tijdens die periode niet wordt uitgebaat conform een code van goede praktijk, conform de voorschriften, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, of substantieel is gewijzigd.
22De schriftelijke aanvraag moet op straffe van verval van het recht op vrijstelling respectievelijk compensatie binnen twaalf maanden na de aanrekening van de bovengemeentelijke bijdrage of vergoeding door de exploitant van het openbare waterdistributienetwerk bij de exploitant worden ingediend.
23De vrijstelling respectievelijk de compensatie wordt pro rata temporis toegekend op het verbruik vanaf de datum van ingebruikname van de waterzuiveringsinstallatie.20De vrijstelling en de compensatie worden pro rata temporis toegekend op het verbruik vanaf de datum van ingebruikname van de waterzuiveringsinstallatie.
24De vrijstelling respectievelijk de compensatie is niet cumuleerbaar met het sociale tarief en de compensatie, vermeld in de artikelen 4.3.3.1 tot 4.3.3.3.21De vrijstelling en de compensatie zijn niet cumuleerbaar met het sociale tarief en de compensatie, vermeld in de artikelen 4.3.3.1 tot en met 4.3.3.3..
25§4. Met betrekking tot de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage en de vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1, artikel 4.3.1.2.1, artikel 4.3.2.1 en artikel 4.3.2.2, kan de Vlaamse Regering een correctie bepalen, waarmee de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk rekening moet houden om economische of ecologische redenen.22§4. Met betrekking tot de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdrage en de vergoeding, vermeld in artikel 4.3.1.1.1, artikel 4.3.1.2.1, artikel 4.3.2.1 en artikel 4.3.2.2, kan de Vlaamse Regering een correctie bepalen, waarmee de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk rekening moet houden om economische of ecologische redenen.
26Die correctie kan gaan van een vermindering tot een vrijstelling van de bijdrage van de abonnee of de vergoeding van de gebruiker van de private waterwinning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor die correcties.23Die correctie kan gaan van een vermindering tot een vrijstelling van de bijdrage van de abonnee of de vergoeding van de gebruiker van de private waterwinning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor die correcties.
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.1.2
84° de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.3.2, §2 tot en met §4 en artikel 2.3.4, niet uitvoeren;84° de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet, vermeld in artikel 2.3.2, §2 tot en met §4 en artikel 2.3.4, niet uitvoeren;
95° weigeren om de door de Vlaamse Regering vastgestelde procedures voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of voor een vernieuwde indienststelling van de waterlevering, na te leven;95° weigeren om de door de Vlaamse Regering vastgestelde procedures voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of voor een vernieuwde indienststelling van de waterlevering, na te leven;
106° weigert om de door de Vlaamse Regering vastgestelde verplichting voor de bemetering van het waterverbruik na te komen;
10dan kunnen de toezichthoudende ambtenaren – als de eigenaar of de abonnee weigert gevolg te geven aan de raadgevingen, aanmaningen en bevelen die overeenkomstig artikel 5.2.1.1., §3, zijn gegeven – de onderbreking bevelen van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, binnen de termijn die ze bepalen, of kunnen ze de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.11dan kunnen de toezichthoudende ambtenaren – als de eigenaar of de abonnee weigert gevolg te geven aan de raadgevingen, aanmaningen en bevelen die overeenkomstig artikel 5.2.1.1., §3, zijn gegeven – de onderbreking bevelen van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, binnen de termijn die ze bepalen, of kunnen ze de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren.
11De uitvoering van die maatregelen geschiedt op kosten en op risico van de in gebreke blijvende persoon.12De uitvoering van die maatregelen geschiedt op kosten en op risico van de in gebreke blijvende persoon.
+6 −3 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.2.2.1
1De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 100 euro tot 15.000 euro of met een van deze straffen alleen:1§ 1. De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 100 euro tot 15.000 euro of met een van deze straffen alleen:
21° de waterleverancier die water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten;21° de waterleverancier die water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten;
32° de waterleverancier die de vastgestelde herstelmaatregelen of beperkingen van het gebruik niet neemt, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1 , §3, en zijn uitvoeringsbesluiten;32° de waterleverancier die de vastgestelde herstelmaatregelen of beperkingen van het gebruik niet neemt, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1 , §3, eerste lid, en zijn uitvoeringsbesluiten;
43° de eigenaar of de abonnee die de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet niet uitvoert of die de informatieverplichting daaromtrent niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.3.1, §2, tweede en derde lid, en zijn uitvoeringsbesluiten.43° de eigenaar of de abonnee die de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet niet uitvoert of die de informatieverplichting daaromtrent niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.3.1, §2, tweede en derde lid, en zijn uitvoeringsbesluiten;
54° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert.
6§ 2. In afwijking van de straf, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen gemeenten voor kleine vormen van openbare overlast ten gevolge van het niet naleven van de vastgelegde beperkingen van het gebruik die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, van dit decreet, gemeentelijke sancties bepalen conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988.
7Als de gemeente geen gemeentelijke sancties conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 heeft bepaald, worden die kleine vormen van openbare overlast in die gemeente bestraft met een geldboete van maximaal 43,75 euro.
+2 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 5.4.1.2
7Heffingsplichtigen zijn gehouden om aan de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1 tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot hun bedrijfslokalen, zoals fabrieken, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages en grondwaterwinningen alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen en ruimtes, om aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen inlichtingen en bescheiden te verzamelen en vaststellingen te doen die kunnen leiden tot een juiste heffing.7Heffingsplichtigen zijn gehouden om aan de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1 tijdens de uren dat er een werkzaamheid wordt uitgeoefend, vrije toegang te verlenen tot hun bedrijfslokalen, zoals fabrieken, werkhuizen en magazijnen, bergplaatsen, garages en grondwaterwinningen alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen en ruimtes, om aan die ambtenaren de mogelijkheid te verschaffen inlichtingen en bescheiden te verzamelen en vaststellingen te doen die kunnen leiden tot een juiste heffing.
8§3. Elke inlichting, elk stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of verkregen door de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en griffies van de hoven en rechtbanken, de administraties van de Gemeenschappen en Gewesten, de provincies en de gemeenten, alsmede de organismen en de openbare instellingen, kan door het Vlaamse Gewest worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge hoofdstuk II van titel IV verschuldigde heffing.8§3. Elke inlichting, elk stuk, proces-verbaal of akte, ontdekt of verkregen door de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar in het uitoefenen van zijn functie, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en griffies van de hoven en rechtbanken, de administraties van de Gemeenschappen en Gewesten, de provincies en de gemeenten, alsmede de organismen en de openbare instellingen, kan door het Vlaamse Gewest worden ingeroepen voor het opsporen van elke ingevolge hoofdstuk II van titel IV verschuldigde heffing.
9§ 4. De aangiften die de heffingsplichtigen hebben ingediend, vermeld in artikel 4.2.4.1, en de documenten en bewijsstukken die daarbij worden gevoegd, die de ambtenaren, bevoegd voor de vestiging van de heffingen, fotografisch, optisch, elektronisch of met een andere informatica- of telegeleidingstechniek registreren, bewaren of weergeven, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, hebben bewijskracht voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV en de uitvoeringsbesluiten ervan.
10§ 5. Onverminderd de toepassing van paragraaf 4 hebben de gegevens en de documenten die de ambtenaren, bevoegd voor de vestiging, inning of invordering van de heffingen, hebben ontvangen, opgesteld of verzonden in het kader van de toepassing van hoofdstuk II van titel IV, en de uitvoeringsbesluiten ervan, en die ze fotografisch, optisch, elektronisch of met een andere informatica- of telegeleidingstechniek registreren, bewaren of weergeven, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, bewijskracht.
+2 −2 decreet-1995-04-05/art. 3.2.1
3§ 3. De vergunningverlenende overheid kan exploitanten van niet in § 1 of § 2 bedoelde inrichtingen of activiteiten de verplichting opleggen een milieucoördinator aan te stellen indien de aard van de inrichting of activiteit, de aard van de milieueffecten die ervan uitgaan of de plaats waar ze gelegen is of uitgeoefend wordt, dit verantwoordt.3§ 3. De vergunningverlenende overheid kan exploitanten van niet in § 1 of § 2 bedoelde inrichtingen of activiteiten de verplichting opleggen een milieucoördinator aan te stellen indien de aard van de inrichting of activiteit, de aard van de milieueffecten die ervan uitgaan of de plaats waar ze gelegen is of uitgeoefend wordt, dit verantwoordt.
4§ 4. De milieucoördinator kan een werknemer zijn van de exploitant of een persoon die geen werknemer is van de exploitant.4§ 4. De milieucoördinator kan een werknemer zijn van de exploitant of een persoon die geen werknemer is van de exploitant.
5Wanneer dit geen afbreuk doet aan een goede taakvervulling kan, met instemming van de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling, voor twee of meer inrichtingen of activiteiten gezamenlijk een milieucoördinator worden aangesteld of kan een beroep worden gedaan op de diensten van een persoon die geen werknemer is van de exploitant.5Wanneer dit geen afbreuk doet aan een goede taakvervulling kan, met instemming van de bevoegde afdeling, voor twee of meer inrichtingen of activiteiten gezamenlijk een milieucoördinator worden aangesteld of kan een beroep worden gedaan op de diensten van een persoon die geen werknemer is van de exploitant.
6Dergelijke instemming is evenwel niet vereist wanneer het de aanstelling betreft van een milieucoördinator voor verschillende inrichtingen of activiteiten tegelijk die samen een bedrijfslocatie vormen onder controle van eenzelfde persoon of rechtspersoon. Deze instemming is evenmin vereist indien het de gezamenlijke aanstelling betreft van een persoon die erkend is als milieucoördinator. In dit laatste geval wordt van de gezamenlijke aanstelling van de milieucoördinator door de exploitant onmiddellijk kennis gegeven aan de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling.6Dergelijke instemming is evenwel niet vereist wanneer het de aanstelling betreft van een milieucoördinator voor verschillende inrichtingen of activiteiten tegelijk die samen een bedrijfslocatie vormen onder controle van eenzelfde persoon of rechtspersoon. Deze instemming is evenmin vereist indien het de gezamenlijke aanstelling betreft van een persoon die erkend is als milieucoördinator.
7§ 5. Wanneer verschillende inrichtingen of activiteiten samen naar het oordeel van de vergunningverlenende overheid een milieutechnische eenheid vormen, kan zij de aanstelling van een gezamenlijke milieucoördinator verplicht stellen.7§ 5. Wanneer verschillende inrichtingen of activiteiten samen naar het oordeel van de vergunningverlenende overheid een milieutechnische eenheid vormen, kan zij de aanstelling van een gezamenlijke milieucoördinator verplicht stellen.
8Het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een milieutechnische eenheid vormen.8Het feit dat verschillende inrichtingen een verschillend eigendomsstatuut hebben, belet niet dat zij een milieutechnische eenheid vormen.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 3.2.3
1§ 1. Als milieucoördinator kan enkel een persoon worden aangesteld die over de vereiste kwalificaties en eigenschappen beschikt om de in artikel 3.2.2. bedoelde taken naar behoren te vervullen.1§ 1. Als milieucoördinator kan enkel een persoon worden aangesteld die over de vereiste kwalificaties en eigenschappen beschikt om de in artikel 3.2.2. bedoelde taken naar behoren te vervullen.
2§ 2. De Vlaamse regering kan door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden nadere eisen stellen inzake de opleiding, de beroepservaring en de overige voorwaarden waaraan de milieucoördinator moet voldoen. De Vlaamse regering, kan overgangsmaatregelen treffen met betrekking tot deze voorwaarden, indien nodig, voor degenen die de taken van milieucoördinator, in de hoedanigheid van werknemer van de exploitant, al uitoefenen voor het van kracht worden van dit decreet.2§ 2. De Vlaamse regering kan door middel van algemene of sectorale milieuvoorwaarden nadere eisen stellen inzake de opleiding, de beroepservaring en de overige voorwaarden waaraan de milieucoördinator moet voldoen. De Vlaamse regering, kan overgangsmaatregelen treffen met betrekking tot deze voorwaarden, indien nodig, voor degenen die de taken van milieucoördinator, in de hoedanigheid van werknemer van de exploitant, al uitoefenen voor het van kracht worden van dit decreet.
3§ 3. De exploitant brengt de aanstelling van de milieucoördinator ter kennis van de door de Vlaamse Regering aangewezen afdeling. Wanneer de milieucoördinator niet voldoet aan de in § 1 en in voorkomend geval aan de in § 2 bedoelde voorwaarden, kan de bevoegde afdeling eisen dat de exploitant binnen een termijn die het bepaalt, een andere persoon aanstelt.3§ 3. De exploitant houdt het aanstellingsdossier op de exploitatiezetel ter beschikking van de bevoegde afdeling. Wanneer de milieucoördinator niet voldoet aan de in § 1 en in voorkomend geval aan de in § 2 bedoelde voorwaarden, kan de bevoegde afdeling eisen dat de exploitant binnen een termijn die het bepaalt, een andere persoon aanstelt.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 4.1.1
43° actie: een plan, programma en/of project;43° actie: een plan, programma en/of project;
54° plan of programma : plan of programma, met inbegrip van die welke door de Europese Unie worden medegefinancierd, alsook de wijzigingen ervan, dat :54° plan of programma : plan of programma, met inbegrip van die welke door de Europese Unie worden medegefinancierd, alsook de wijzigingen ervan, dat :
6a) door een instantie op regionaal, provinciaal of lokaal niveau wordt opgesteld en/of vastgesteld of dat door een instantie wordt opgesteld om middels een wetgevingsprocedure door het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering te worden vastgesteld;6a) door een instantie op regionaal, provinciaal of gemeentelijk niveau wordt opgesteld en/of vastgesteld of dat door een instantie wordt opgesteld om middels een wetgevingsprocedure door het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering te worden vastgesteld;
7en7en
8b) op grond van decretale of van bestuursrechtelijke bepalingen is voorgeschreven.8b) op grond van decretale of van bestuursrechtelijke bepalingen is voorgeschreven.
+2 −2 decreet-1995-04-05/art. 5.1.1
1312° veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit:1312° veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit:
14a) het wijzigen: het verplaatsen binnen de vergunde of gemelde ingedeelde inrichting of activiteit, of het aanwenden van een andere exploitatiemethode;14a) het wijzigen: het verplaatsen binnen de vergunde of gemelde ingedeelde inrichting of activiteit, of het aanwenden van een andere exploitatiemethode;
15b) het uitbreiden: het vergroten in capaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of melding betrekking heeft;15b) het uitbreiden: het vergroten in capaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of meldingsakte betrekking heeft;
16c) het toevoegen: het vergroten in opslagcapaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of melding geen betrekking heeft;16c) het toevoegen: het vergroten in opslagcapaciteit, in drijfkracht of in oppervlakte op percelen waarop de geldende vergunning of meldingsakte geen betrekking heeft;
17d) het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit in meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de definitie van een ingedeelde inrichting of activiteit, vermeld in punt 8°.17d) het splitsen van een ingedeelde inrichting of activiteit in meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de definitie van een ingedeelde inrichting of activiteit, vermeld in punt 8°.
1813° verontreiniging: de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen, trillingen, warmte of geluid in lucht, water of bodem, die de gezondheid van de mens of de milieukwaliteit kan aantasten, schade kan toebrengen aan materiële goederen, of de belevingswaarde van het milieu of een ander rechtmatig milieugebruik kan aantasten of in de weg kan staan.1813° verontreiniging: de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen, trillingen, warmte of geluid in lucht, water of bodem, die de gezondheid van de mens of de milieukwaliteit kan aantasten, schade kan toebrengen aan materiële goederen, of de belevingswaarde van het milieu of een ander rechtmatig milieugebruik kan aantasten of in de weg kan staan.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 10.3.3
173° het sluiten van overeenkomsten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten ter bevordering of begeleiding van de organisatie van de selectieve ophaling of inzameling van huishoudelijke afvalstoffen als vermeld in artikel 27 van het Materialendecreet;173° het sluiten van overeenkomsten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten ter bevordering of begeleiding van de organisatie van de selectieve ophaling of inzameling van huishoudelijke afvalstoffen als vermeld in artikel 27 van het Materialendecreet;
184° het voorbereiden van de onderhandelingen met het oog op het sluiten van de milieubeleidsovereenkomsten, vermeld in het Materialendecreet;184° het voorbereiden van de onderhandelingen met het oog op het sluiten van de milieubeleidsovereenkomsten, vermeld in het Materialendecreet;
195° het behandelen van de aanvragen en het adviseren van de Vlaamse Regering over de erkenning, vermeld in artikel 7van het Materialendecreet;195° het behandelen van de aanvragen en het verlenen, schorsen en opheffen van de erkenningen, vermeld in artikel 7, 9, 32/1 en 33 van het Materialendecreet;
206° het leveren van een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in titel V;206° het leveren van een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in titel V;
217° het uitvoeren van de taken in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 21 van het Materialendecreet, en de terugnameplicht, vermeld in het samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval;217° het uitvoeren van de taken in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 21 van het Materialendecreet, en de terugnameplicht, vermeld in het samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval;
+1 −0 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1
54° de Jachtwet van 28 februari 1882;54° de Jachtwet van 28 februari 1882;
65° de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;65° de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;
75°/1 de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
76° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;86° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;
86°/1 ...;96°/1 ...;
+19 −0 decreet-1997-10-21/art. 16sedecies
1§ 1. Om de ontwikkeling en uitvoering van het natuurbeheer te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie verlenen voor:
21° de opmaak van een natuurbeheerplan, als vermeld in artikel 16bis, voor terreinen van type twee, drie of vier;
32° de uitvoering van de beheer- en inrichtingsmaatregelen voor de realisatie van een natuurstreefbeeld en de opvolging van de beheerdoelstellingen, vermeld in artikel 16bis;
43° de aankoop van of het verwerven van een zakelijk of persoonlijk recht op gronden, met als doel ze te laten erkennen als natuurreservaat;
54° de openstelling van een terrein met een goedgekeurd natuurbeheerplan en de aanleg van de infrastructuurwerken om deze openstelling mogelijk te maken, alsook het onthaal van de bezoekers in een erkend natuurreservaat.
6De Vlaamse Regering bepaalt telkens voor een periode van drie jaar nadere regels met betrekking tot het aandeel van het verleende budget voor de aankoop en subsidie voor aankoop van gronden vermeld in het eerste lid, 3°, in functie van de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Aankopen die niet gericht zijn op instandhoudingsdoelstellingen, door de Vlaamse overheid of met subsidie van de Vlaamse overheid, zijn niet gericht op percelen in beroepslandbouwgebruik. De regels worden geëvalueerd voor het verstrijken van een periode van drie jaar.
7§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden om voor de subsidies, vermeld in paragraaf 1, in aanmerking te komen. Daarbij houdt de Vlaamse Regering onder meer rekening met de volgende criteria:
81° de goedkeuring van het natuurbeheerplan. Voorafgaand aan de goedkeuring van een natuurbeheerplan kan de subsidie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, toegekend worden, en er kan een voorschot uitbetaald worden. De volledige uitbetaling van de subsidie is pas mogelijk na de goedkeuring van een natuurbeheerplan;
92° in eerste instantie de mate waarin de beoogde natuurstreefbeelden worden bereikt en vervolgens de mate waarin de beheer- en inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd;
103° de mate waarin de beoogde openstelling van het terrein wordt bereikt en de mate waarin het onthaal van de bezoekers in erkende natuurreservaten wordt gerealiseerd.
11Met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot terugvordering van subsidies, vermeld in artikel 16decies, § 1 en § 2, en artikel 16quaterdecies, § 3, voorziet de Vlaamse Regering nog in andere mogelijkheden om subsidies geheel of gedeeltelijk terug te vorderen, namelijk in de volgende gevallen:
121° als blijkt dat een begunstigde van subsidies, verleend op basis van dit artikel, andere subsidies voor dezelfde activiteit heeft verkregen, waardoor de totale subsidies 100% van de totale aangetoonde kostprijs van de gesubsidieerde activiteit overschrijden;
132° als blijkt dat een begunstigde van subsidies, verleend op basis van dit artikel, niet langer voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor die subsidies.
14De terugvordering van de subsidie staat in verhouding tot de mate waarin de beheermaatregelen, opgenomen in het goedgekeurde natuurbeheerplan, niet zijn uitgevoerd, de verbintenissen niet zijn nageleefd, en de beheerdoelstellingen niet zijn bereikt.
15De Vlaamse Regering bepaalt ook:
161° de wijze van berekening van de subsidie;
172° de procedures voor de aanvraag, de beoordeling, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en de evaluatie van de bereikte resultaten;
183° de procedure voor de terugvordering van de subsidies.
19De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen inzake de cumulatie van de subsidies toegekend op basis van deze bepaling met subsidies die zijn toegekend op basis van alle andere regelgeving.
+2 −2 decreet-1997-10-21/art. 25
10§ 2. ...10§ 2. ...
11§ 3. In de GEN en de GENO gelden de volgende voorschriften:11§ 3. In de GEN en de GENO gelden de volgende voorschriften:
121° het gebruik van meststoffen wordt geregeld overeenkomstig het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen;121° het gebruik van meststoffen wordt geregeld overeenkomstig het Mestdecreet;
132° behoudens individuele ontheffing, verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos of algemene ontheffing, is het verboden:132° behoudens individuele ontheffing, verleend door het Agentschap voor Natuur en Bos of algemene ontheffing, is het verboden:
141) pesticiden te gebruiken. Dit verbod geldt niet voor de percelen van de landbouwbedrijven waar in het kader van artikel 15, § 5, lid twee en vier, van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, een ontheffing geldt; noch voor de percelen van landbouwbedrijven die onder de bepalingen van artikel 14 of artikel 15, §§ 1 tot 4 en § 6 van bovengenoemd decreet vallen; noch voor gronden die louter om de reden dat deze verworven zijn in de periode tussen de aangifte 95 en de inwerkingtreding van het mestdecreet niet onder de toepassing van hogervermelde ontheffing vallen, behalve in bepaalde gevallen aangeduid door de Vlaamse regering, waarbij de modaliteiten of middelen nader kunnen worden gespecificeerd zonder nochtans tot een volledig verbod te kunnen overgaan;
141) pesticiden te gebruiken op percelen waar de bemesting conform artikel 41bis en 41ter van het Mestdecreet beperkt is tot rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, tot twee grootvee-eenheden per hectare op jaarbasis, in voorkomend geval vermeerderd met een supplementaire bemesting van maximaal 100 kg stikstof uit kunstmest per hectare per jaar. De Vlaamse Regering kan, voor bepaalde gevallen van percelen die niet onder dit verbod vallen, de modaliteiten of de middelen voor het gebruik van pesticiden nader specificeren, zonder dat ze echter tot een volledig verbod kan overgaan;
152) behoudens in toepassing van een goedgekeurd beheersplan conform het bosdecreet van 13 juni 1990 of met toepassing van een natuurbeheerplan conform dit decreet, de vegetatie, met inbegrip van meerjarige cultuurgewassen of van kleine landschapselementen te wijzigen;152) behoudens in toepassing van een goedgekeurd beheersplan conform het bosdecreet van 13 juni 1990 of met toepassing van een natuurbeheerplan conform dit decreet, de vegetatie, met inbegrip van meerjarige cultuurgewassen of van kleine landschapselementen te wijzigen;
163) het reliëf van de bodem te wijzigen;163) het reliëf van de bodem te wijzigen;
+6 −0 decreet-1997-10-21/art. 51
17§ 2. De Vlaamse regering kan, onverminderd de bepalingen van het voormelde Jachtdecreet, maatregelen nemen om de volgende activiteiten tijdelijk of permanent, plaatselijk of over het hele grondgebied te regelen of te verbieden: het in het bezit houden voor persoonlijke of commerciële doeleinden, vangen, doden, onttrekken, het gebruik van bepaalde middelen voor het vangen en doden, verzamelen, wegnemen of vernielen, het in de handel brengen, het ruilen, het te koop of in ruil aanbieden, het te koop vragen, het vervoeren en het in- of uitvoeren van elk organisme, levend of dood, of van gemakkelijk herkenbare delen of elk daaruit verkregen product.17§ 2. De Vlaamse regering kan, onverminderd de bepalingen van het voormelde Jachtdecreet, maatregelen nemen om de volgende activiteiten tijdelijk of permanent, plaatselijk of over het hele grondgebied te regelen of te verbieden: het in het bezit houden voor persoonlijke of commerciële doeleinden, vangen, doden, onttrekken, het gebruik van bepaalde middelen voor het vangen en doden, verzamelen, wegnemen of vernielen, het in de handel brengen, het ruilen, het te koop of in ruil aanbieden, het te koop vragen, het vervoeren en het in- of uitvoeren van elk organisme, levend of dood, of van gemakkelijk herkenbare delen of elk daaruit verkregen product.
18§ 3. De Vlaamse regering kan maatregelen nemen om het uitzetten van diersoorten of van plantensoorten of organismen te regelen of te verbieden voorzover deze uitzetting een bedreiging vormt voor de natuur of het natuurlijk milieu en om het vervoeren van diersoorten of hun krengen of plantensoorten te regelen of te verbieden.18§ 3. De Vlaamse regering kan maatregelen nemen om het uitzetten van diersoorten of van plantensoorten of organismen te regelen of te verbieden voorzover deze uitzetting een bedreiging vormt voor de natuur of het natuurlijk milieu en om het vervoeren van diersoorten of hun krengen of plantensoorten te regelen of te verbieden.
19Met behoud van de bevoegdheden van de toezichthoudende ambtenaren krachtens andere wetten of decreten, kunnen ambtshalve op private terreinen door het agentschap of personen in opdracht van het agentschap maatregelen worden uitgevoerd inzake beheer en bestrijding van:
201° in het wild voorkomende, voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Dat zijn uitheemse soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn dat conform artikel 4, lid 3, van verordening nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten, gezamenlijk optreden op het niveau van de Unie vereist is;
212° in het wild voorkomende, voor het Vlaamse Gewest zorgwekkende invasieve soorten. Dat zijn soorten die in het Vlaamse Gewest op een lijst zijn geplaatst als vermeld in artikel 12 van de voormelde verordening;
223° in het wild voorkomende, voor België zorgwekkende invasieve soorten. Dat zijn soorten die op een nationale lijst zijn geplaatst.
23De maatregelen, vermeld in het tweede lid, kunnen alleen maatregelen zijn die zijn opgenomen in een beheerregeling die de Vlaamse Regering vaststelt.
24De maatregelen, vermeld in het tweede lid, kunnen alleen ambtshalve worden uitgevoerd indien de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker van een privaat terrein na schriftelijk verzoek niet zelf in beheer of bestrijding voorziet. Voor de ambtshalve uitvoering moet schriftelijke toestemming door de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker zijn bekomen. Ingeval geen toestemming wordt bekomen, kan de eigenaar, de huurder, de exploitant of de grondgebruiker aansprakelijk worden gesteld voor de beheerkosten of herstelkosten die voortkomen uit de populatie van de betreffende soort op zijn terrein.
+0 −0 decreet-1997-10-21/art. 57ter nieuw
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 50
1Met uitzondering van de kappingen bedoeld in artikel 55, § 2, punt 3 mag een kapping in andere dan domeinbossen die niet is opgenomen in het beheersplan slechts worden uitgevoerd en mag de verkoop of de exploitatie van het hout boven de door het beheersplan bepaalde gewone of bijkomende kappingen alleen plaatshebben met de machtiging van het Agentschap.1Met uitzondering van de kappingen bedoeld in artikel 55, § 2, punt 3 mag een kapping in andere dan domeinbossen die niet is opgenomen in het beheersplan slechts worden uitgevoerd en mag de verkoop of de exploitatie van het hout boven de door het beheersplan bepaalde gewone of bijkomende kappingen alleen plaatshebben met de machtiging van het Agentschap.
2Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.2Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het eerste lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.
3Beroep tegen de beslissing van het Agentschap kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43.
4Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid, is de verkoop nietig. De kopers hebben een recht van verhaal tegen diegenen die zonder toestemming van het Agentschap, de kappingen bevolen of toegelaten hebben.3Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid, is de verkoop nietig. De kopers hebben een recht van verhaal tegen diegenen die zonder toestemming van het Agentschap, de kappingen bevolen of toegelaten hebben.
5De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.4De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.
+1 −3 decreet-1990-06-13/art. 52
1Het merk van de hamers waarvan de door het hoofd van het Agentschap aangewezen personen gebruik maken voor het merken van delicthout en windworp enerzijds, en voor het hameren of merken van te sparen of te kappen hout anderzijds, wordt neergelegd bij de rechtbanken van het ambtsgebied.
2Het merk van de hamers, waarvan de aangestelden voorzien zijn, wordt neergelegd op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg in het rechtsgebied waarin zij hun bediening uitoefenen.
3Het merk van de bijzondere hamer, waarvan de aangewezen ambtenaar houder is, wordt neergelegd op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg en van de Hoven van Beroep van het ambtsgebied.
1De Vlaamse Regering bepaalt de mogelijke manieren om bomen te merken als ze gekapt of verkocht worden of als ze voorbehouden zijn.
+1 −0 decreet-1990-06-13/art. 53
1De eigenaar beslist of het hout bestemd is voor eigen gebruik, dan wel of het verkocht wordt volgens de bepalingen vervat in artikel 55.
+5 −0 decreet-1990-06-13/art. 53bis nieuw
1Om beroepsmatig als koper of exploitant te kunnen optreden in de openbare bossen, is een erkenning nodig. De Vlaamse Regering stelt de procedure en de voorwaarden vast voor die erkenning.
2De Vlaamse Regering kan bepalen dat de erkenning, vermeld in het eerste lid, niet nodig is in de volgende gevallen:
31° voor kopers of exploitanten die jaarlijks maximaal een beperkte hoeveelheid hout kopen of exploiteren. De Vlaamse Regering bepaalt die hoeveelheid;
42° om hout te kopen waarvoor geen bosexploitatiewerkzaamheden uitgevoerd hoeven te worden;
53° om resthout te versnipperen dat bestemd is voor de afvoer als biomassa, als het resthout versnipperd wordt op de wegen die bestemd zijn voor het houttransport of op een houtstapelplaats die daarvoor ingericht is, en er bij het proces geen bosexploitatiewerkzaamheden meer uitgevoerd hoeven te worden.
+1 −1 decreet-1990-06-13/art. 54
1De Vlaamse regering bepaalt de werkwijze en de voorwaarden die moeten gevolgd worden bij de openbare verkopingen van hout en van andere bosprodukten waarbij eigenaars van openbaar bos betrokken zijn.1De Vlaamse regering bepaalt de werkwijze en de voorwaarden die moeten gevolgd worden als hout en andere bosproducten worden verkocht.
+5 −7 decreet-1990-06-13/art. 55
1§ 1. Het hout bestemd voor de verkoop wordt openbaar verkocht .1§ 1. Het hout wordt verkocht volgens de principes van openbaarheid, transparantie en mededinging.
2Dag, uur en plaats worden tenminste veertien dagen tevoren aangekondigd via publikatie in vakbladen en door andere gebruikelijke vormen van bekendmaking.
3Elke verkoop die niet aan de gestelde voorwaarden voldoet is nietig.
4§ 2. De Vlaamse regering bepaalt bij besluit de voorwaarden waarin, in de hierna opgesomde gevallen, uitzonderlijk een verkoop uit de hand toegelaten is:2§ 2. De Vlaamse regering bepaalt bij besluit de voorwaarden waarin, in de hierna opgesomde gevallen, uitzonderlijk een verkoop uit de hand toegelaten is:
51. voor de loten waarvoor geen voldoende aanbod werd verkregen bij twee openbare verkopingen, die georganiseerd werden volgens de in § 1 hiervoor voorgeschreven procedure;31. voor de loten waarvoor geen voldoende aanbod werd verkregen bij verkoop volgens de principes van openbaarheid, transparantie en mededinging;
62. voor de windworp in de reeds toegewezen kappen; deze windworp wordt in de eerste plaats aangeboden aan de kopers van de loten;42. voor de windworp van niet-toegewezen bomen in de al toegewezen loten; deze windworp wordt in de eerste plaats aangeboden aan de kopers van de loten;
73. voor de bomen die dringend geëxploiteerd moeten worden om sanitaire of veiligheidsredenen;53. voor de bomen die dringend geëxploiteerd moeten worden om sanitaire of veiligheidsredenen;
84. voor het delicthout;
64. voor het hout dat op onrechtmatige wijze is gekapt;
95. voor de bosprodukten andere dan het hout;75. voor de bosprodukten andere dan het hout;
106. voor de loten van gering belang.86. voor de loten van gering belang.
11De prijzen van de verkoop uit de hand in de domeinbossen worden vastgesteld door de Vlaamse regering of haar afgevaardigde. Voor de andere openbare bossen worden deze prijzen vastgesteld door de eigenaar, op voorstel van het Agentschap.9De Vlaamse Regering bepaalt bij besluit de wijze waarop de marktconforme prijzen van onderhandse verkoop in domeinbossen worden vastgesteld. Voor de andere openbare bossen worden deze prijzen vastgesteld door de eigenaar, op voorstel van het Agentschap.
+0 −3 decreet-1990-06-13/art. 56 opgeheven
1De openbare verkoping van hout en andere bosproducten uit de domeinbossen wordt georganiseerd en voorgezeten door het Agentschap. Op vraag van het openbaar bestuur of van een erkende bosgroep, overeenkomstig artikel 41ter, kan een afgevaardigde van het Agentschap als voorzitter optreden van de openbare verkoping van hout en andere bosproducten uit bossen van deze openbare boseigenaars of van bosbeheerders die lid zijn van deze erkende bosgroep.
2Op vraag van het Agentschap of van andere openbare boseigenaars, kan de medewerking van de erkende bosgroep ingeroepen worden voor de organisatie van de houtverkoping, wat het hout uit deze openbare bossen betreft.
3Alle in de loop van de openbare verkoping gerezen geschillen over de geldigheid van een op- of afbod of van de inschrijvingen, alsmede over de solvabiliteit van de kandidaat-koper en borgen worden onmiddellijk beslecht door de Voorzitter van de openbare verkoping.
+0 −3 decreet-1990-06-13/art. 57 opgeheven
1Iedere koper moet, op het ogenblik van de koop, de in de verkoopsvoorwaarden voorgeschreven borgen en betalingsvoorwaarden stellen. Met uitzondering van kopen van gering belang, waarvan het maximumbedrag door de Vlaamse regering wordt vastgesteld, stelt de koper vóór de sluiting van de zitting een betalingswaarborg die de gehele aankoopsom dekt, wat ook de betalingswijze is, om aan de financiële en contractuele verplichtingen te voldoen.
2De koper die aan de verplichting van borg en betalingswaarborg niet voldoet, verliest zijn recht op het gekochte; er wordt onmiddellijk tot een nieuwe verkoop overgegaan.
3De koper die aldus zijn recht heeft verloren, is verplicht het verschil te betalen tussen zijn prijs en de eventuele lagere prijs van het nieuwe bod; als de nieuwe prijs hoger is dan zijn prijs; kan hij het verschil niet opeisen.
+0 −0 decreet-1990-06-13/art. 58 opgeheven
+0 −0 decreet-1990-06-13/art. 59 opgeheven
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 61 opgeheven
1De verkopen in de openbare bossen, andere dan de domeinbossen, geschieden door de zorg van de eigenaar, in aanwezigheid van het Agentschap en met inachtneming van artikel 54.
+3 −2 decreet-1990-06-13/art. 62
1De koper mag het kappen niet beginnen zonder een voorafgaandelijke schriftelijke kapvergunning van de aangewezen ambtenaar.
2De Vlaamse regering bepaalt de vorm van de kapvergunning en de wijze waarop ze wordt afgeleverd.
1Voor de loten die verkocht zijn bij een verkoop die het Agentschap georganiseerd heeft, mag niet begonnen worden met de kapping zonder een voorafgaande betalingsbevestiging van het Agentschap.
2Voor de loten die verkocht zijn bij een verkoop die een ander openbaar bestuur of zijn aangestelde georganiseerd heeft, mag niet begonnen worden met de kapping zonder een voorafgaande betalingsbevestiging van het betrokken openbaar bestuur of de betrokken aangestelde.
3De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor de betalingsbevestiging, vermeld in het eerste lid.
+0 −6 decreet-1990-06-13/art. 63 opgeheven
1De koper moet alle te sparen bomen kunnen aanwijzen en is verplicht alle voorbehouden bomen, op welke manier ook aangewezen, onaangeroerd te laten.
2Onverminderd de bepalingen van artikel 184 van het Strafwetboek mogen de kopers geen merken aanbrengen op voorbehouden bomen.
3Wederrechtelijk gekapte bomen kunnen door de koper niet gecompenseerd worden door voor kapping gemerkte bomen te laten staan.
4De waarde van de wederrechtelijke gekapte bomen dient vergoed te worden, alsmede de eventuele schade die hierdoor is ontstaan.
5Wanneer te sparen bomen gebroken of omgeworpen zijn, moet de koper ze ter plaatse laten liggen en onmiddellijk de aangestelde waarschuwen.
6Het merkteken van de hamer op de stam of op de stronk aangebracht is het enige middel waarmee de koper de exploitatie van de bomen kan rechtvaardigen.
+7 −5 decreet-1990-06-13/art. 64
1De koper dient de nodige voorzorgen te nemen om de te sparen bomen en het bosbestand niet te beschadigen.
2Wanneer een gevelde boom is blijven hangen op een voorbehouden of te sparen boom, mag de koper de voorbehouden of te sparen boom alleen kappen mits machtiging van de aangewezen ambtenaar en na vaststelling op tegenspraak van de schade die voortspruit uit de noodzakelijkheid om de voorbehouden of te sparen boom te vellen.
3Indien de schadeloosstelling in natura mogelijk is, kan men ter vervanging van de beschadigde bomen, gemerkte bomen van minstens gelijke waarde aanduiden, rekening houdend met de toekomstwaarde, of bomen van mindere waarde mits betaling van het verschil.
4Indien de koper niet akkoord gaat met deze vervanging schat men de waarde van de beschadigde bomen; daaraan wordt de schade aan het bestand toegevoegd.
5Indien de koper niet bewijst dat hij alle voorzorgen heeft genomen om beschadiging van de te sparen bomen te voorkomen, worden deze als delicthout beschouwd en overeenkomstig artikel 55 verkocht onverminderd de door de koper te betalen schadeloosstelling en in voorkomend geval, de krachtens de verkoopsvoorwaarden verschuldigde boeten.
1De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de volgende aspecten van de exploitatie:
21° de omgang met bomen die tijdens de exploitatie ten onrechte gekapt zijn;
32° het vermijden van schade bij de uitvoering van de exploitatie;
43° het tijdstip van de exploitatie;
54° de termijn voor de uitvoering van de exploitatie;
65° het transport van hout en andere bosproducten;
76° de controle van de exploitatie.
+0 −2 decreet-1990-06-13/art. 65 opgeheven
1De koper mag geen hout hakken of weghalen op zon- en feestdagen, noch voor de officiële zonsopgang of na de officiële zonsondergang.
2Alleen in bijzondere gevallen kan hem door de aangewezen ambtenaar machtiging gegeven worden om hiervan af te wijken.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 66 opgeheven
1Het is de koper verboden hout van zijn koop op stam te schillen of te ontschorsen, tenzij de verkoopsvoorwaarden dit uitdrukkelijk toestaan.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 67 opgeheven
1Elke overtreding van de verkoopsvoorwaarden is verboden.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 68 opgeheven
1Ten behoeve van de exploitatie mag geen put of oven voor houtschool worden gemaakt; geen werkplaats of keet, woonwagen, caravan of tent worden geplaatst, behalve op de plaatsen aangewezen door de aangewezen ambtenaar of zijn afgevaardigde.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 69 opgeheven
1Het is de koper en zijn arbeiders verboden elders vuur te maken dan op de in verkoopsvoorwaarden of door de aangestelde toegelaten plaatsen.
+0 −2 decreet-1990-06-13/art. 70 opgeheven
1Het hout wordt vervoerd langs de wegen, die daarvoor gewoonlijk gebruikt worden of op de wijze, die door de aangewezen ambtenaar of zijn gemachtigde wordt aangewezen.
2In geen geval mag de koper nieuwe doorgangen of wegen aanleggen.
+0 −3 decreet-1990-06-13/art. 71 opgeheven
1Alle voor kapping gemerkte bomen dienen gekapt en opgeruimd te worden binnen de door de verkoopsvoorwaarden gestelde termijn.
2Voor zover in de verkoopsvoorwaarden een afwijkingsmogelijkheid wordt voorzien, kan alleen om gemotiveerde redenen aan de kopers een verlenging van deze termijn worden toegestaan.
3Indien de kopers de door de verkoopsvoorwaarden opgelegde werkzaamheden niet verrichten binnen de gestelde termijn, komen de niet-gekapte en de niet-opgeruimde bomen, onverminderd de schadevergoeding opnieuw toe aan de eigenaar.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 72 opgeheven
1De kopers mogen in hun kavels alleen hout leggen dat daarvan afkomstig is.
+0 −2 decreet-1990-06-13/art. 73 opgeheven
1De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door elk bosmisdrijf dat in hun kavels gepleegd wordt, tenzij zij binnen acht dagen na kennisname van het misdrijf hiervan aangifte doen aan de aangewezen ambtenaar of aangestelde.
2Deze mededeling ontslaat de koper geenszins van zijn aansprakelijkheid, tenzij hij de schuldige kan aanwijzen of bij ontstentenis daarvan kan bewijzen dat hij voldoende pogingen heeft gedaan om de schuldige te ontdekken.
+2 −0 decreet-1990-06-13/art. 74
1De kopers en hun borgen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de schadevergoedingen en teruggaven voor bosmisdrijven die in het lot gepleegd zijn door de houthakkers, vervoerders en alle personen die voor rekening van de kopers werken.
2In voorkomend geval zijn aannemers van een exploitatie, bij bosmisdrijven als vermeld in het eerste lid, hoofdelijk aansprakelijk, samen met de koper.
+0 −3 decreet-1990-06-13/art. 75 opgeheven
1De kopers en hun borgen zijn vanaf de uitreiking van de kapvergunning tot de schouwing aansprakelijk voor de bomen die gekapt of beschadigd worden op minder dan honderd meter van de grenzen van de kavel. Zij betalen als teruggave een som die gelijk is aan tweemaal de waarde van die bomen en van de aangerichte schade.
2Wanneer een koper geen mededeling doet aan de aangewezen ambtenaar of de aangestelde binnen acht dagen na de datum van kennisneming van het misdrijf, wordt dat als bedrog beschouwd.
3De aangewezen ambtenaar of aangestelde verleent in geen geval een machtiging voor deze feiten.
+0 −2 decreet-1990-06-13/art. 76 opgeheven
1Na de volledige kapping van de gemerkte bomen in een kavel en voor het begin van de ruiming van het hout, kan het Agentschap schouwing doen ter controle. Elke kap wordt door het Agentschap geschouwd binnen twee maanden te rekenen van de dag waarop de termijn voor de opruiming verstreken is.
2Indien het Agentschap geen schouwing gedaan heeft binnen deze twee maanden na de betekening van de ingebrekestelling, is de koper bevrijd.
+0 −5 decreet-1990-06-13/art. 77 opgeheven
1Van de dag en het uur van de schouwing wordt aan de koper kennis gegeven bij een akte, die ten- minste tien dagen tevoren aan de gekozen woonplaats betekend wordt.
2Indien hij niet verschijnt en de aangewezen ambtenaar misdrijven vaststelt, wordt een tweede schouwing gehouden, waartoe hij wordt opgeroepen bij een akte, die hem tien dagen tevoren op zijn kosten betekend wordt aan de gekozen woonplaats en die dag en uur van de nieuwe schouwing vermeldt.
3Indien hij niet verschijnt wordt het proces-verbaal van de tweede schouwing geacht op tegenspraak te zijn opgemaakt.
4Indien er geen wetsovertreding vastgesteld wordt, ontslaat het Agentschap de koper ten aanzien van de exploitatie.
5Wordt dit ontslag niet verleend binnen een maand na het proces-verbaal, dan is de koper van rechtswege bevrijd.
+0 −0 decreet-1990-06-13/art. 78 opgeheven
+0 −3 decreet-1990-06-13/art. 79 opgeheven
1Niemand kan zonder voorafgaande, schriftelijke erkenning beroepsmatig als koper of exploitant optreden in de openbare bossen.
2De Vlaamse regering stelt de voorwaarden en de procedure van de erkenning vast.
3De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op natuurlijke personen of rechtspersonen van wie de zetel of de domicilie in het buitenland is gevestigd, ongeacht de nationaliteit en de verblijfplaats van het tewerkgestelde personeel.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 81
5Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het vierde lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.5Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in het vierde lid, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.
6Het Agentschap beslist binnen de zestig dagen na de datum van indiening van het verzoek of de kapping kan worden uitgevoerd, waarvan onverwijld mededeling wordt gegeven aan de betrokken gemeentebesturen. Na verloop van deze termijn wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.6Het Agentschap beslist binnen de zestig dagen na de datum van indiening van het verzoek of de kapping kan worden uitgevoerd, waarvan onverwijld mededeling wordt gegeven aan de betrokken gemeentebesturen. Na verloop van deze termijn wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.
7Beroep tegen de beslissing van het Agentschap vermeld in het vorige lid kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43.
8De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.7De Vlaamse Regering kan de kappingen bepalen die door hun geringe impact vrijgesteld worden van machtiging.
+2 −2 decreet-1990-06-13/art. 87
42° op percelen gelegen in een speciale beschermingszone zoals vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor zover de bebossing nodig is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.42° op percelen gelegen in een speciale beschermingszone zoals vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor zover de bebossing nodig is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.
5Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Prevente en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur dat is ingeschreven in de begroting van het Vlaamse Gewest overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.5Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Prevente en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur dat is ingeschreven in de begroting van het Vlaamse Gewest overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.
6Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.6Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
7Voor de rooiing binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of na spontane bebossing , is in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, enkel een voorafgaande eenvoudige melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en de ambtenaar vereist. In het geval van exploitatie van de houtachtige gewassen, vermeld in het vierde lid, bedraagt deze termijn evenwel drie jaar na de laatste exploitatie. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en het Departement Omgeving in kennis. De hiervoor bedoelde termijnen kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast.7Voor de rooiing binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of na spontane bebossing met als bedoeling terug te keren naar gebruik als landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, is in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, enkel een voorafgaande eenvoudige melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en de ambtenaar vereist. In het geval van exploitatie van de houtachtige gewassen, vermeld in het vierde lid, bedraagt deze termijn evenwel drie jaar na de laatste exploitatie. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en het Departement Omgeving in kennis. De hiervoor bedoelde termijnen kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast.
8De Vlaamse regering bepaalt criteria voor ecologisch verantwoorde bebossing en bosuitbreiding.8De Vlaamse regering bepaalt criteria voor ecologisch verantwoorde bebossing en bosuitbreiding.
+0 −1 decreet-1990-06-13/art. 90
3De Vlaamse Regering kan in een algemeen besluit de samenstelling van het aanvraagdossier, de behandelingstermijn, de procedure en de mogelijk op te leggen voorwaarden regelen.3De Vlaamse Regering kan in een algemeen besluit de samenstelling van het aanvraagdossier, de behandelingstermijn, de procedure en de mogelijk op te leggen voorwaarden regelen.
4De Vlaamse regering kan in een algemeen besluit de uitvoering van deze werkzaamheden, handelingen of wijzigingen van de fysische toestand regelen alsook de wijzigingen van de fysische toestand bepalen die door hun geringe omvang vrijgesteld worden van een machtiging.4De Vlaamse regering kan in een algemeen besluit de uitvoering van deze werkzaamheden, handelingen of wijzigingen van de fysische toestand regelen alsook de wijzigingen van de fysische toestand bepalen die door hun geringe omvang vrijgesteld worden van een machtiging.
5Beroep tegen de beslissingen van het Agentschap kan worden ingesteld overeenkomstig artikel 43.
+3 −0 decreet-1990-06-13/art. 90bis
20Voor ontbossingen groter dan drie hectare is steeds een volledige compensatie in natura vereist.20Voor ontbossingen groter dan drie hectare is steeds een volledige compensatie in natura vereist.
21De integrale compensatie in natura betreft ten minste een gelijke oppervlakte. Voor bossen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, als vermeld in artikel 2, punt 65°, van het decreet Natuurbehoud, bedraagt de compensatie een drievoud van de ontboste oppervlakte. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de wijze en de omvang van de compensatie waarbij differentiatie mogelijk is, bepaalt de gebieden die in aanmerking komen voor compensatie in natura en stelt een lijst vast van bostypes die een bijdrage leveren aan de realisatie van de vermelde instandhoudingsdoelstellingen.21De integrale compensatie in natura betreft ten minste een gelijke oppervlakte. Voor bossen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen, als vermeld in artikel 2, punt 65°, van het decreet Natuurbehoud, bedraagt de compensatie een drievoud van de ontboste oppervlakte. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de wijze en de omvang van de compensatie waarbij differentiatie mogelijk is, bepaalt de gebieden die in aanmerking komen voor compensatie in natura en stelt een lijst vast van bostypes die een bijdrage leveren aan de realisatie van de vermelde instandhoudingsdoelstellingen.
22Gronden die via eenvoudige melding als vermeld in artikel 87, vijfde lid, worden gerooid na inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw, komen niet in aanmerking voor compensatie in natura in de volgende gevallen:
231° gedurende 20 jaar na de melding indien de grond gelegen is in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied;
242° tot aan de datum van inwerkingtreding van de bestemmingswijziging van de grond naar een bestemming die ressorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding `bos', `overig groen' of `reservaat en natuur' of tot aan de datum van inwerkingtreding van de aanduiding van de grond als `watergevoelig openruimtegebied' conform artikel 5.6.8, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
22§ 5. De aanvrager van de vergunning tot ontbossing of van de in § 2, 2°, bedoelde verkavelingsvergunning stelt de compensatie voor overeenkomstig de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit en dient het voorstel in bij de vergunningverlenende overheid, die het ter goedkeuring voorlegt aan het Agentschap.25§ 5. De aanvrager van de vergunning tot ontbossing of van de in § 2, 2°, bedoelde verkavelingsvergunning stelt de compensatie voor overeenkomstig de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit en dient het voorstel in bij de vergunningverlenende overheid, die het ter goedkeuring voorlegt aan het Agentschap.
23Indien het voorstel niet voldoet aan de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit of wanneer het voorstel om bosbouwkundige redenen niet aanvaardbaar is, past het Agentschap het voorstel aan aan de eisen van dat besluit of, wanneer het een compensatie in natura betreft, aan de eisen van wat bosbouwkundig aanvaardbaar is.26Indien het voorstel niet voldoet aan de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit of wanneer het voorstel om bosbouwkundige redenen niet aanvaardbaar is, past het Agentschap het voorstel aan aan de eisen van dat besluit of, wanneer het een compensatie in natura betreft, aan de eisen van wat bosbouwkundig aanvaardbaar is.
+4 −3 decreet-1990-06-13/art. 97
1§ 1. Onverminderd de verbodsbepalingen in wetten, decreten en reglementen is het, zonder toestemming van de eigenaar en machtiging van het Agentschap of zonder dat het bepaald is in het goedgekeurd beheersplan, in alle openbare bossen en voor wat de bosreservaten betreft, de commissie gehoord, verboden:1§ 1. Onverminderd de verbodsbepalingen in wetten, decreten en reglementen is het, zonder toestemming van de eigenaar en machtiging van het Agentschap of zonder dat het bepaald is in het goedgekeurd beheersplan, in alle openbare bossen verboden:
21. het strooisel te verwijderen;21. het strooisel te verwijderen;
32. het dode hout, op de grond liggend of nog aan de stam bevestigd, te verwijderen tenzij het behoort tot een partij verkochte bomen;32. het dode hout, op de grond liggend of nog aan de stam bevestigd, te verwijderen tenzij het behoort tot een partij verkochte bomen;
43. knoppen, scheuten, twijgen, bloeiwijzen, kegels, vruchten, zaden te verzamelen en te verwijderen;43. knoppen, scheuten, twijgen, bloeiwijzen, kegels, vruchten, zaden te verzamelen en te verwijderen;
54. bomen op te snoeien, behoudens wanneer deze maatregel werd opgenomen in het goedgekeurd beheersplan;54. bomen op te snoeien, behoudens wanneer deze maatregel werd opgenomen in het goedgekeurd beheersplan;
65. keten, loodsen en alle andere constructies en verblijfsgelegenheden op te richten , en tenten en woonwagens, al dan niet op wielen, te plaatsen, met uitzondering van die welke vereist zijn voor het beheer en de bewaking van de bossen en voor de veiligheid en het welzijn van de personen die op rechtmatige wijze in het bos aanwezig zijn;65. keten, loodsen en alle andere constructies en verblijfsgelegenheden op te richten en in stand te houden, en tenten en woonwagens, al dan niet op wielen, te plaatsen, met uitzondering van die welke vereist zijn voor het beheer en de bewaking van de bossen en voor de veiligheid en het welzijn van de personen die op rechtmatige wijze in het bos aanwezig zijn;
76. reclame aan de bomen te bevestigen, reclameborden te plaatsen en onverschillig welk ander middel van commerciële reclame te gebruiken;76. reclame aan de bomen te bevestigen, reclameborden te plaatsen en onverschillig welk ander middel van commerciële reclame te gebruiken;
87. de rust in het bos en van de bezoekers op welke wijze ook te verstoren;87. de rust in het bos en van de bezoekers op welke wijze ook te verstoren;
1312. prikkeldraad aan te brengen en/of in stand te houden in en om de bossen, tenzij anders voorzien in het beheersplan.1312. prikkeldraad aan te brengen en/of in stand te houden in en om de bossen, tenzij anders voorzien in het beheersplan.
14§ 2. Onverminderd de verbodsbepalingen opgenomen in wetten, decreten en reglementen is het, zonder toestemming van de bosbeheerder en machtiging van het Agentschap of zonder dat het voorzien is in het goedgekeurd beheersplan, in alle privé-bossen verboden:14§ 2. Onverminderd de verbodsbepalingen opgenomen in wetten, decreten en reglementen is het, zonder toestemming van de bosbeheerder en machtiging van het Agentschap of zonder dat het voorzien is in het goedgekeurd beheersplan, in alle privé-bossen verboden:
151. keten, loodsen en alle andere constructies en verblijfsgelegenheden op te richten , en tenten en woonwagens, al dan niet op wielen, te plaatsen, met uitzondering van die welke vereist zijn voor het beheer en de bewaking van de bossen en voor de veiligheid en het welzijn van de personen die op rechtmatige wijze in het bos aanwezig zijn;151. keten, loodsen en alle andere constructies en verblijfsgelegenheden op te richten en in stand te houden, en tenten en woonwagens, al dan niet op wielen, te plaatsen, met uitzondering van die welke vereist zijn voor het beheer en de bewaking van de bossen en voor de veiligheid en het welzijn van de personen die op rechtmatige wijze in het bos aanwezig zijn;
162. reclame aan de bomen te bevestigen, reclameborden te plaatsen en onverschillig welk ander middel van commerciële reclame te gebruiken;162. reclame aan de bomen te bevestigen, reclameborden te plaatsen en onverschillig welk ander middel van commerciële reclame te gebruiken;
173. de rust in het bos en van de bezoekers op welke wijze ook te verstoren;173. de rust in het bos en van de bezoekers op welke wijze ook te verstoren;
239. dieren te houden binnen omheiningen. Omvorming van bestaande bossen tot graasweide, wordt gelijkgesteld met ontbossing.239. dieren te houden binnen omheiningen. Omvorming van bestaande bossen tot graasweide, wordt gelijkgesteld met ontbossing.
24§ 3. Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in de paragrafen 1 en 2, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.24§ 3. Overeenkomstig artikel 6.4.4, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed wordt voor het verlenen van een machtiging zoals vermeld in de paragrafen 1 en 2, die betrekking heeft op een handeling aan of in beschermde goederen zoals bedoeld in dat decreet, advies gevraagd aan de entiteit die door de Vlaamse Regering is belast met de beleidsuitvoering inzake onroerend erfgoed.
25§ 4. De verboden, vermeld in paragraaf 1 en 2, gelden niet in de natuurreservaten, vermeld in artikel 16ter decies van het decreet Natuurbehoud.
+11 −1 decreet-2013-06-28/art. 4
1De Vlaamse Regering kan, binnen de bevoegdheden, vermeld in artikel 6, § 1, V, en artikel 6, § 1, VI, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ten aanzien van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en van de producten die het resultaat zijn van die activiteiten :1De Vlaamse Regering kan, binnen de bevoegdheden, vermeld in artikel 6, § 1, V, en artikel 6, § 1, VI, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ten aanzien van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en van de producten die het resultaat zijn van die activiteiten :
21° alle maatregelen nemen voor de uitvoering van de Europese en andere internationale akten;21° alle maatregelen nemen voor de uitvoering van de Europese en andere internationale akten die het Europese en internationale landbouw- en visserijbeleid vorm geven, en die:
3a) de garantie en de verdeling regelen van het inkomen van de actoren die actief zijn in de landbouwsector;
4b) het beheer van de vissersvloot en de visbestanden regelen, en die de voorwaarden daarvoor bepalen;
5c) de productie van aquacultuurproducten, zowel op land als op zee, regelen, en die de voorwaarden daarvoor bepalen;
6d) de werking van de markt van landbouw-, visserij- en aquacultuurproducten ondersteunen of stabiliseren;
7e) de ontwikkeling van het Europese platteland stimuleren en leefbare plattelandsgemeenschappen ondersteunen, en die de voorwaarden daarvoor bepalen;
8f) een dynamische visserijsector bevorderen en leefbare visserijgemeenschappen waarborgen;
9g) het kader vormen waarin de landbouw-, aquacultuur- en visserijsector ondersteund kan worden door de toekenning van staatssteun;
10h) toelaten reclame te voeren en de afzet te bevorderen voor landbouw-, visserij- en aquacultuurproducten binnen de Europese markt;
11i) de kwaliteit en de diversiteit van de Europese landbouw-, visserij- en aquacultuurproducten garanderen;
12j) het financierings- en toezichtskader daarbij vormen;
32° de voorwaarden bepalen voor :132° de voorwaarden bepalen voor :
4a) alle handelingen die verricht zijn in het kader van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en die handelingen of de steller van die handelingen onderwerpen aan een voorafgaande keuring, erkenning of machtiging, en de voorwaarden tot verlening, wijziging, behoud, verlenging, inperking, uitbreiding, schorsing, opheffing en intrekking van de erkenning of machtiging bepalen;14a) alle handelingen die verricht zijn in het kader van de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, en die handelingen of de steller van die handelingen onderwerpen aan een voorafgaande keuring, erkenning of machtiging, en de voorwaarden tot verlening, wijziging, behoud, verlenging, inperking, uitbreiding, schorsing, opheffing en intrekking van de erkenning of machtiging bepalen;
+1 −3 decreet-2013-06-28/art. 6
1De Vlaamse Regering is belast met de uitbouw en het beheer van een databank voor de-minimissteun, verleend met toepassing van Verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector.
2De uitbouw van deze databank impliceert geen verplichting voor de verstrekkers of ontvangers van steun tot aanlevering van de gegevens die opgenomen worden in de databank.
3De Vlaamse Regering kan de procedure en voorwaarden bepalen voor de aanlevering van de gegevens die in de databank, vermeld in het eerste lid, zullen worden opgenomen.
1De Vlaamse Regering kan alle verplichtingen uitvoeren die voortvloeien uit de toepassing van het Europese staatssteunkader.
+1 −1 decreet-2013-06-28/art. 14
1Een vereniging kan als centrum voor landbouwvorming erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :1Een vereniging kan als centrum voor landbouwvorming erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten als vermeld in artikel 12;21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van naschoolse vormingsactiviteiten als vermeld in artikel 12;
32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor de controle op en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
43° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de verschillende types vormingsactiviteiten, bepaald door de Vlaamse Regering;43° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de verschillende types vormingsactiviteiten, bepaald door de Vlaamse Regering;
54° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.54° ze aanvaardt de administratieve en financiële controle van de Vlaamse overheid en de Europese Unie.
+1 −1 decreet-2013-06-28/art. 17
1Een vereniging kan als centrum voor sensibilisering van duurzame landbouw worden erkend als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :1Een vereniging kan als centrum voor sensibilisering van duurzame landbouw worden erkend als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van sensibiliseringsacties als vermeld in artikel 16;21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van sensibiliseringsacties als vermeld in artikel 16;
32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor de controle op en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
43° ze heeft de nodige ervaring met de organisatie en uitvoering van sensibiliseringsactiviteiten als vermeld in artikel 16, of van sensibiliseringsactiviteiten in sectoren die verwant zijn met landbouw;43° ze heeft de nodige ervaring met de organisatie en uitvoering van sensibiliseringsactiviteiten als vermeld in artikel 16, of van sensibiliseringsactiviteiten in sectoren die verwant zijn met landbouw;
54° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de sensibiliseringsacties, vermeld in artikel 16;54° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de sensibiliseringsacties, vermeld in artikel 16;
+1 −1 decreet-2013-06-28/art. 20
1Een vereniging kan als centrum voor landbouweducatie erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :1Een vereniging kan als centrum voor landbouweducatie erkend worden als ze aan de volgende voorwaarden voldoet :
21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van landbouweducatieve activiteiten als vermeld in artikel 19;21° ze is opgericht in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk met als statutair doel de organisatie van landbouweducatieve activiteiten als vermeld in artikel 19;
32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking, die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;32° ze stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens ter beschikking die nodig zijn voor de controle op en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is;
43° ze heeft de nodige ervaring met educatieve initiatieven, al dan niet in de landbouwsfeer;43° ze heeft de nodige ervaring met educatieve initiatieven, al dan niet in de landbouwsfeer;
54° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19;54° ze biedt alle waarborgen voor een adequate organisatie en planning van de landbouweducatieve activiteiten, vermeld in artikel 19;
+1 −0 decreet-2013-06-28/art. 44/1 nieuw
1De statutaire en contractuele personeelsleden die de Vlaamse Regering aanwijst, kunnen in het kader van een onderzoek door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, zoals opgericht bij het besluit van de Europese Commissie van 28 april 1999 houdende oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), bijstand verlenen aan de toezichthouders van het OLAF. De toezichthouders van het OLAF kunnen bij hun onderzoeken de toezichtsmogelijkheden vermeld in artikel 43 tot 54 en artikel 64 en 65 toepassen.
+1 −2 decreet-2013-06-28/art. 53
1Bij vermoeden van inbreuk op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, maakt de toezichthouder daarvan melding in het controleverslag.
2Bij de vaststelling van inbreuken die aanleiding geven tot een zwaardere sanctie dan het geven van een waarschuwing, maakt de toezichthouder een proces-verbaal op.1Bij de vaststelling van inbreuken die aanleiding geven tot een zwaardere sanctie dan het geven van een waarschuwing, maakt de toezichthouder een proces-verbaal op.
3De processen-verbaal die de toezichthouders opmaken, hebben bewijswaarde tot het tegenbewijs is geleverd. Een kopie ervan wordt door de toezichthouder binnen een termijn van twintig dagen na de datum van verbalisering aangetekend verstuurd naar de persoon of de personen ten laste van wie het proces-verbaal is opgesteld, als de persoon van de overtreder bekend is. Als er ook nader onderzoek nodig is om de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats te achterhalen, wordt een kopie van het proces-verbaal binnen een termijn van twintig dagen na de datum waarop de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats bekend zijn, verstuurd naar die persoon.2De processen-verbaal die de toezichthouders opmaken, hebben bewijswaarde tot het tegenbewijs is geleverd. Een kopie ervan wordt door de toezichthouder binnen een termijn van twintig dagen na de datum van verbalisering aangetekend verstuurd naar de persoon of de personen ten laste van wie het proces-verbaal is opgesteld, als de persoon van de overtreder bekend is. Als er ook nader onderzoek nodig is om de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats te achterhalen, wordt een kopie van het proces-verbaal binnen een termijn van twintig dagen na de datum waarop de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats bekend zijn, verstuurd naar die persoon.
4Indien de termijnen, vermeld in het derde lid niet nageleefd worden, verliest het procesverbaal zijn bijzondere bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.3Indien de termijnen, vermeld in het tweede lid niet nageleefd worden, verliest het procesverbaal zijn bijzondere bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel.
5De uitbetaling van steun kan worden opgeschort tijdens het onderzoek naar de naleving van dit decreet, en de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid.4De uitbetaling van steun kan worden opgeschort tijdens het onderzoek naar de naleving van dit decreet, en de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid.
+2 −2 decreet-2013-06-28/art. 54
1De toezichthouders kunnen, bij administratieve maatregel, bewarend beslag leggen op producten, grondstoffen en productiemiddelen die het resultaat zijn van of gebruikt worden voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, waarvan ze vermoeden dat het gebruik of de productie niet beantwoordt aan de bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de bepalingen van het Europese landbouw- of zeevisserijbeleid.1De toezichthouders kunnen, bij administratieve maatregel, bewarend beslag leggen op producten, grondstoffen en productiemiddelen die het resultaat zijn van of gebruikt worden voor de activiteiten, vermeld in artikel 3, § 1, waarvan ze vermoeden dat het gebruik of de productie niet beantwoordt aan de bepalingen van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de bepalingen van het Europese landbouw- of zeevisserijbeleid, als dat noodzakelijk is voor de opsporing, voor het onderzoek, voor het leveren van het bewijs voor de inbreuken of als het gevaar bestaat dat met die zaken de inbreuken worden voortgezet of nieuwe inbreuken zullen worden gepleegd.
2De duur van het bewarend beslag mag niet meer bedragen dan dertig dagen, tenzij een langere periode noodzakelijk is voor de analyse van het monster. Het bewarend beslag wordt gelicht bij beslissing van de persoon die het heeft gelegd, door het verstrijken van de termijn of door het beslag, vermeld in artikel 62.2De duur van het bewarend beslag mag niet meer bedragen dan dertig dagen, tenzij een langere periode noodzakelijk is om het monster te analyseren. De toezichthouders geven de beslagene een kopie van het schriftelijke bewijs van inbeslagname met een inventaris van de in beslag genomen goederen. Het bewarend beslag wordt gelicht bij beslissing van de persoon die het heeft gelegd, door het verstrijken van de termijn of door het beslag, vermeld in artikel 62.
+2 −2 decreet-2013-06-28/art. 56
1§ 1. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 25 euro en maximaal 1.000 euro :1§ 1. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 25 euro en maximaal 1.000 euro :
21° inbreuken op administratieve verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ;21° inbreuken op administratieve verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Gemeenschappelijk Visserijbeleid;
32° het oneigenlijk indienen van steunaanvragen;32° het oneigenlijk indienen van steunaanvragen;
43° het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie, zonder het oogmerk om ten onrechte een vergoeding of steun te verkrijgen of te behouden, die geheel of gedeeltelijk ten laste is van de Vlaamse overheid, van de Europese Unie of een andere internationale instelling.43° het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie, zonder het oogmerk om ten onrechte een vergoeding of steun te verkrijgen of te behouden, die geheel of gedeeltelijk ten laste is van de Vlaamse overheid, van de Europese Unie of een andere internationale instelling.
5§ 2. Personen die binnen een termijn van dertig dagen na aanmaning de verplichte bijdragen en retributies opgelegd in uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij en de uitvoeringsbesluiten ervan niet betalen, kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro en maximaal 5.000 euro.5§ 2. Personen die binnen een termijn van dertig dagen na aanmaning de verplichte bijdragen en retributies opgelegd in uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij en de uitvoeringsbesluiten ervan niet betalen, kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro en maximaal 5.000 euro.
6§ 3. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro tot maximaal 15.000 euro :6§ 3. Kunnen het voorwerp uitmaken van een exclusieve bestuurlijke geldboete van minimaal 100 euro tot maximaal 250.000 euro :
71° inbreuken op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;71° inbreuken op dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
82° het verhinderen van of niet-meewerken aan een controle ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;82° het verhinderen van of niet-meewerken aan een controle ter uitvoering van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, of het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid;
+11 −0 decreet-2013-06-28/art. 58/1 nieuw
1§ 1. Het personeelslid, vermeld in artikel 58, kan besluiten dat de beslissing tot oplegging van een exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, niet of maar gedeeltelijk zal worden uitgevoerd als tijdens de periode van vijf jaar die aan de nieuwe inbreuk voorafgaat:
21° aan de overtreder geen administratieve geldboete als vermeld in artikel 56, is opgelegd;
32° de overtreder niet veroordeeld is tot een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, van 100 tot 1000 euro, van 600 tot 6000 euro, of een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
4Een strafrechtelijke sanctie of exclusieve bestuurlijke geldboete die vroeger uitgesproken is of opgelegd is voor feiten die voortvloeien uit hetzelfde misdadige opzet, vormt geen beletsel om uitstel te verlenen.
5§ 2. Het personeelslid, vermeld in artikel 58, verleent het uitstel bij dezelfde beslissing als de beslissing waarbij hij de exclusieve bestuurlijke geldboete oplegt.
6§ 3. De referteperiode mag niet korter dan een jaar en niet langer dan drie jaar zijn vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de exclusieve bestuurlijke geldboete.
7§ 4. Het uitstel wordt van rechtswege herroepen als gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan wordt waarvoor een hogere exclusieve bestuurlijke geldboete geldt dan de exclusieve bestuurlijke geldboete waarvoor uitstel is verleend.
8§ 5. Het uitstel kan herroepen worden als gedurende de referteperiode een nieuwe inbreuk begaan wordt waarvoor dezelfde of een lagere exclusieve bestuurlijke geldboete geldt dan de exclusieve bestuurlijke geldboete waarvoor uitstel is verleend.
9§ 6. Het uitstel wordt herroepen bij dezelfde beslissing als die waarbij de exclusieve bestuurlijke geldboete voor de nieuwe inbreuk die begaan is tijdens de referteperiode, wordt opgelegd.
10De herroeping van het uitstel in de beslissing wordt zowel vermeld als de herroeping van rechtswege gebeurt, als wanneer de bevoegde administratie de herroeping beoordeelt.
11§ 7. De exclusieve bestuurlijke geldboete die uitvoerbaar wordt als gevolg van de herroeping van het uitstel, wordt zonder beperking samengevoegd met de exclusieve bestuurlijke geldboete die opgelegd is wegens de nieuwe inbreuk.
+1 −2 decreet-2013-06-28/art. 59
1Diegene aan wie een exclusief bestuurlijke geldboete, als vermeld in artikel 56is opgelegd, kan tegen de beslissing, vermeld in artikel 58, beroep instellen bij de door de Vlaamse Regering aan te duiden beroepsinstantie binnen een termijn van dertig dagen die aanvangt op de dag van kennisgeving van de bestreden beslissing.1Degene aan wie een exclusief bestuurlijke geldboete als vermeld in artikel 56, is opgelegd, kan op straffe van verval binnen zestig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing beroep aantekenen bij de Raad van State, die oordeelt met volle rechtsmacht. Dat beroep schorst de beslissing
2De Vlaamse Regering zal de beroepsprocedure, vermeld in het eerste lid, uitwerken.
+1 −1 decreet-1991-07-24/art. 22
1Het is verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse regering bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten.1Het is verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse regering bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten.
2Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren:2Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren:
3- door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse regering tot het verkrijgen van een jachtverlof of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof ;3- door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse Regering tot het verkrijgen van een jachtverlof of, in geval dat het doden gebeurt met vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een jachtverlof of bijzondere veldwachters;
4- met vuurwapens en andere door de Vlaamse regering te bepalen middelen;4- met vuurwapens en andere door de Vlaamse regering te bepalen middelen;
5- tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang;5- tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang;
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd