§ flandrepo
11 regels · van kracht sinds 8 sep 2026

Artikel 71

§1. De ambtshalve uitvoering van gerechtelijk of bestuurlijk opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen gebeurt onder toezicht van de herstelinstantie of een gerechtsdeurwaarder. In geval van een mondeling beveiligingsbevel dat is uitgesproken door een toezichthouder, gebeurt de ambtshalve uitvoering onder toezicht van die toezichthouder tot aan de bekrachtiging van het bevel door de herstelinstantie, waarna die laatste het toezicht op de uitvoering overneemt.

De gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder kunnen overgaan tot verzegeling van gebouwen, terreinen en wat zich daarin of daarop bevindt, of het meevoeren en opslaan van ter plaatse aanwezige zaken, als de ambtshalve uitvoering dat vereist. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de bewaring, teruggave en, indien noodzakelijk, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van de meegevoerde zaken aan de rechthebbenden.

Naar aanleiding van een ambtshalve uitvoering hebben personen die daarvoor zijn aangewezen door, naargelang het geval, de gerechtsdeurwaarder, de herstelinstantie of de toezichthouder, toegang tot elke plaats als dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de vervulling van hun taak.

§2. Iedereen is gehouden om de regelmatige uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen die conform dit decreet zijn opgelegd in bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen, herstelschikkingen en gerechtelijke beslissingen, door de herstelplichtige of de bevoegde herstelinstantie te gedogen, onverminderd het recht tot het instellen van derdenverzet of een beroep als vermeld in artikel 55, 68 of 74.

De kosten verbonden aan de uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen kunnen ook worden verhaald op de houders van rechten op het goed waarop de maatregelen betrekking hebben, ten belope van de verrijking die de uitvoering van de maatregelen hen rechtstreeks heeft opgeleverd.

De uitvoering van uitvoerbare publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen is vrijgesteld van die vergunningen, toelatingen of machtigingen die zijn ingesteld door Vlaamse regelgeving waarvan de miskenning aanleiding heeft gegeven tot het opleggen van die maatregelen.

§3. In geld te waarderen verplichtingen die voortvloeien uit bestuurlijke sanctiebeslissingen of door de rechter of het bestuur opgelegde publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen, met inbegrip van de kosten die verbonden zijn aan de invordering en de hypothecaire formaliteiten, worden voor de volledige waarde of tegenwaarde gewaarborgd door een wettelijke hypotheek, die zich uitstrekt tot alle zakelijke rechten van de schuldenaars van die verplichtingen, met inbegrip van de houders van rechten, vermeld in artikel 71, §2, tweede lid, en de nieuwe titularis, vermeld in artikel 85, §4. De voormelde wettelijke hypotheek wordt ingeschreven, vernieuwd, verminderd of volledig of gedeeltelijk doorgehaald conform hoofdstuk IV en V van de Hypotheekwet van 16 december 1851. De inschrijving van de wettelijke hypotheek gebeurt op voorlegging van een afschrift van de bestuurlijke of rechterlijke beslissing waarin de maatregelen zijn opgelegd, niettegenstaande beroep of verzet.

Het eerste lid is ook van toepassing op herstelschikkingen, onverminderd artikel 61, eerste lid, 5°.

§4. Bestuurlijke sancties verjaren door verloop van twee jaren vanaf de dag waarop ze gedwongen kunnen worden uitgevoerd.

Het recht om de uitvoering van de gerechtelijke of bestuurlijke herstel- of beveiligingsmaatregelen te eisen, verjaart na tien jaar vanaf het einde van de verleende termijnen voor vrijwillige uitvoering.

Artikel 2242 tot en met 2259 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op deze paragraaf.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd