Tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Omgeving, in het kader van de implementatie van Europese regelgeving over hernieuwbare energie, kritieke grondstoffen en nettonultechnologie #604
Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-1997-10-21vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 5 december 2025 1 checks vragen aandacht
23 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 5 mrt 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 3. In artikel 4.3.3 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002 en vervangen bij het decreet van 17 mei 2024, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
“§2. De volgende projecten vallen niet onder de werkingssfeer van deze titel:
1° de loutere hernieuwing van de vergunning, vermeld in artikel 70 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
2° de omzetting, vermeld in artikel 390 van het voormelde decreet;
3° projecten waarvoor specifieke bepalingen gelden in het kader van de Europese regelgeving, vermeld in hoofdstuk 10/1, afdeling 2, van het voormelde decreet. Die afwijking geldt niet voor de volgende projecten:
a) projecten met mogelijk aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten of als de bevoegde autoriteiten van de staten of gewesten in kwestie daarom verzoeken, op grond van artikel 4.4.3, §6, of artikel 4.4.7, §4, van dit decreet;
b) projecten waarbij er aanzienlijke onvoorziene negatieve milieueffecten kunnen zijn;
c) projecten die buiten gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie als vermeld in artikel 2.2.5, §2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, liggen.”.
Art. 4. In artikel 4.3.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002, vervangen bij het decreet van 17 mei 2024 en gewijzigd bij artikel 3 van dit decreet, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
“§2. De volgende projecten vallen niet onder de werkingssfeer van deze titel:
1° de loutere hernieuwing van de vergunning, vermeld in artikel 91 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
2° projecten waarvoor specifieke bepalingen gelden in het kader van de Europese regelgeving, vermeld in hoofdstuk 10/1, afdeling 2, van het voormelde decreet. Die afwijking geldt niet voor de volgende projecten:
a) projecten met mogelijk aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten of als de bevoegde autoriteiten van de staten of gewesten in kwestie daarom verzoeken, op grond van artikel 4.4.3, §6, of artikel 4.4.7, §4, van dit decreet;
b) projecten waarbij er aanzienlijke onvoorziene negatieve milieueffecten kunnen zijn;
c) projecten die buiten gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie als vermeld in artikel 2.2.5, §2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, liggen.”.
Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 5. Aan artikel 36ter van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2002 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2024, wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt:
“§8. In afwijking van paragraaf 3 en 4 worden de hernieuwbare-energieprojecten, nieuwe aanvragen voor installaties voor de productie van hernieuwbare energie, met inbegrip van installaties waarin verschillende soorten technologie voor hernieuwbare energie worden gecombineerd en de repowering van elektriciteitscentrales die gebruikmaken van hernieuwbare energie in aangewezen gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie voor die technologie en energieopslag op één locatie, alsook de aansluiting van die centrales en opslag op het net, niet onderworpen aan een passende beoordeling van hun gevolgen voor speciale beschermingszones, op voorwaarde dat die projecten voor hernieuwbare energie voldoen aan de regels en maatregelen die zijn vastgesteld conform artikel 2.2.5,
§2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
1° energieopslag op één locatie: een energieopslagvoorziening gecombineerd met een installatie voor de productie van hernieuwbare energie die zijn aangesloten op hetzelfde toegangspunt tot het net;
2° gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie: de gebieden aangewezen conform artikel 2.2.5, §2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
3° repowering: het vernieuwen van hernieuwbare energie producerende elektriciteitscentrales, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke vervanging van installaties of exploitatiesystemen en apparatuur, teneinde de capaciteit te vervangen of de efficiëntie of capaciteit van de installatie te verhogen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 2 | De procedure en de termijnen voor de opmaak van de effectbeoordelingen zijn geregeld in hoofdstuk II Ruimtelijke Uitvoeringsplannen van deze codex. Voor de overige aspecten van de effectbeoordelingen zijn artikel 4.1.4, tweede lid, artikel 4.3.2, 4.4.4 en 4.5.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid voor de planmilieueffectrapportage van toepassing, en titel IV/1, hoofdstuk 2, van het voormelde decreet voor de ruimtelijke veiligheidsrapportage. | 2 | De procedure en de termijnen voor de opmaak van de effectbeoordelingen zijn geregeld in hoofdstuk II Ruimtelijke Uitvoeringsplannen van deze codex. Voor de overige aspecten van de effectbeoordelingen zijn artikel 4.1.4, tweede lid, artikel 4.3.2, 4.4.4 en 4.5.1 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid voor de planmilieueffectrapportage van toepassing, en titel IV/1, hoofdstuk 2, van het voormelde decreet voor de ruimtelijke veiligheidsrapportage. |
| 3 | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het aanvraagdossier, de procedure en de modaliteiten van het verzoek tot over-nameverplichtingen inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen zoals vermeld in artikel 4.1.1. en 4/1.1.1. van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | 3 | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het aanvraagdossier, de procedure en de modaliteiten van het verzoek tot over-nameverplichtingen inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen zoals vermeld in artikel 4.1.1. en 4/1.1.1. van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. |
| 4 | De effectrapporten bevatten de informatie zoals voorgeschreven in de toepasselijke regelgeving, met dien verstande dat naar de informatie die overeenkomstig de bepalingen van deze codex al in het ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, verwezen wordt in de effectrapporten. | 4 | De effectrapporten bevatten de informatie zoals voorgeschreven in de toepasselijke regelgeving, met dien verstande dat naar de informatie die overeenkomstig de bepalingen van deze codex al in het ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, verwezen wordt in de effectrapporten. In geval van een voorgenomen aanduiding van een gebied voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie als vermeld in artikel 2.2.5, §2/1, wordt de effectbeoordeling uitgevoerd op een detailleringsniveau dat rekening houdt met de hernieuwbare-energieprojecten waarvoor het gebied wordt aangeduid. |
| 5 | In functie van het geïntegreerde planningsproces wordt een procesnota opgesteld die het volledige verloop van het planningsproces beschrijft. Het is een informatief en evolutief document dat in de loop van het planningsproces kan worden aangevuld. De procesnota geeft aan hoe het proces zal verlopen en bevat informatie over : | 5 | In functie van het geïntegreerde planningsproces wordt een procesnota opgesteld die het volledige verloop van het planningsproces beschrijft. Het is een informatief en evolutief document dat in de loop van het planningsproces kan worden aangevuld. De procesnota geeft aan hoe het proces zal verlopen en bevat informatie over : |
| 6 | 1° welke actoren betrokken worden bij het planningsproces, op welke wijze de participatie georganiseerd zal worden en hoe omgegaan wordt met de resultaten van de participatie; | 6 | 1° welke actoren betrokken worden bij het planningsproces, op welke wijze de participatie georganiseerd zal worden en hoe omgegaan wordt met de resultaten van de participatie; |
| 28 | Een stedenbouwkundige verordening die vastgesteld wordt met het ruimtelijk uitvoeringsplan of een overeenkomst die afgesloten wordt voor of samen met de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan, kan worden gewijzigd op voorwaarde dat daarbij steeds de doelstelling van de stedenbouwkundige verordening of overeenkomst gerespecteerd blijft. De wijziging van een stedenbouwkundige verordening volgt dezelfde procedure als vermeld in artikel 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.3 van deze codex. | 28 | Een stedenbouwkundige verordening die vastgesteld wordt met het ruimtelijk uitvoeringsplan of een overeenkomst die afgesloten wordt voor of samen met de vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan, kan worden gewijzigd op voorwaarde dat daarbij steeds de doelstelling van de stedenbouwkundige verordening of overeenkomst gerespecteerd blijft. De wijziging van een stedenbouwkundige verordening volgt dezelfde procedure als vermeld in artikel 2.3.1, 2.3.2 en 2.3.3 van deze codex. |
| 29 | Alle aangelegenheden die krachtens artikel 2.3.1 geregeld kunnen worden in stedenbouwkundige verordeningen, met uitsluiting van artikel 2.3.1, §1, eerste lid, 11°, kunnen het voorwerp uitmaken van een stedenbouwkundig voorschrift van een ruimtelijk uitvoeringsplan. | 29 | Alle aangelegenheden die krachtens artikel 2.3.1 geregeld kunnen worden in stedenbouwkundige verordeningen, met uitsluiting van artikel 2.3.1, §1, eerste lid, 11°, kunnen het voorwerp uitmaken van een stedenbouwkundig voorschrift van een ruimtelijk uitvoeringsplan. |
| 30 | §2/1. In een ruimtelijk uitvoeringsplan kan een gebied voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie worden aangeduid als vermeld in artikel 15quater van Richtlijn (EU) 2018/2001 van 11 december 2018 van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. Als het ruimtelijk uitvoeringsplan een gebied voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie aanduidt, kunnen naast voorschriften van stedenbouwkundige aard ook voorschriften opgenomen worden die niet stedenbouwkundig van aard zijn en die de uitvoering garanderen van maatregelen of voorschriften over de naleving van voorwaarden die resulteren uit het planningsproces, in het bijzonder uit de effectbeoordelingen, vermeld in artikel 2.2.1, §1, van dit decreet. | ||
| 31 | In deze paragraaf wordt verstaan onder gebied voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie: een specifieke locatie of gebied, te land, ter zee of op binnenwateren, die de plannende overheid heeft aangewezen als bijzonder geschikt voor de installatie van installaties voor de productie van hernieuwbare energie. | ||
| 30 | § 3. Ruimtelijke uitvoeringsplannen blijven gelden tot ze worden vervangen. Ze kunnen op elk moment geheel of gedeeltelijk worden vervangen. | 32 | § 3. Ruimtelijke uitvoeringsplannen blijven gelden tot ze worden vervangen. Ze kunnen op elk moment geheel of gedeeltelijk worden vervangen. |
| 31 | De regels voor de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn ook van toepassing op de vervanging ervan. | 33 | De regels voor de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn ook van toepassing op de vervanging ervan. |
| 2 | Het geïntegreerde effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op strategisch niveau. | 2 | Het geïntegreerde effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op strategisch niveau. |
| 3 | Als het voorkeursbesluit, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, betekenisvolle effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. | 3 | Als het voorkeursbesluit, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, betekenisvolle effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. |
| 4 | In afwijking van het derde lid worden de hernieuwbare-energieprojecten, nieuwe aanvragen voor installaties voor de productie van hernieuwbare energie, met inbegrip van installaties waarin verschillende soorten technologie voor hernieuwbare energie worden gecombineerd en de repowering van elektriciteitscentrales die gebruikmaken van hernieuwbare energie in aangewezen gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie voor die technologie en energieopslag op één locatie, alsook de aansluiting van die centrales en opslag op het net, niet onderworpen aan een passende beoordeling van hun gevolgen voor speciale beschermingszones, op voorwaarde dat die projecten voor hernieuwbare energie voldoen aan de regels en maatregelen die zijn vastgesteld conform artikel 2.2.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. | ||
| 4 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op strategisch niveau betrokken worden. | 5 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op strategisch niveau betrokken worden. |
| 5 | De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. | 6 | De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. |
| 7 | In dit artikel wordt verstaan onder: | ||
| 8 | 1° energieopslag op één locatie: een energieopslagvoorziening gecombineerd met een installatie voor de productie van hernieuwbare energie die zijn aangesloten op hetzelfde toegangspunt tot het net; | ||
| 9 | 2° gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie: de gebieden aangewezen conform artikel 2.2.5, §2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; | ||
| 10 | 3° repowering: het vernieuwen van hernieuwbare energie producerende elektriciteitscentrales, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke vervanging van installaties of exploitatiesystemen en apparatuur, teneinde de capaciteit te vervangen of de efficiëntie of capaciteit van de installatie te verhogen. | ||
| 2 | Het geïntegreerd effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op uitvoeringsniveau. | 2 | Het geïntegreerd effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op uitvoeringsniveau. |
| 3 | Als het complexe project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten betekenisvolle effecten kan hebben voor een speciale beschermingszone wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. | 3 | Als het complexe project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten betekenisvolle effecten kan hebben voor een speciale beschermingszone wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. |
| 4 | In afwijking van het derde lid worden de hernieuwbare-energieprojecten, nieuwe aanvragen voor installaties voor de productie van hernieuwbare energie, met inbegrip van installaties waarin verschillende soorten technologie voor hernieuwbare energie worden gecombineerd en de repowering van elektriciteitscentrales die gebruikmaken van hernieuwbare energie in aangewezen gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie voor die technologie en energieopslag op één locatie, alsook de aansluiting van die centrales en opslag op het net, niet onderworpen aan een passende beoordeling van hun gevolgen voor speciale beschermingszones, op voorwaarde dat die projecten voor hernieuwbare energie voldoen aan de regels en maatregelen die zijn vastgesteld conform artikel 2.2.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. | ||
| 4 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op uitvoeringsniveau betrokken worden. | 5 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op uitvoeringsniveau betrokken worden. |
| 6 | In dit artikel wordt verstaan onder: | ||
| 7 | 1° energieopslag op één locatie: een energieopslagvoorziening gecombineerd met een installatie voor de productie van hernieuwbare energie die zijn aangesloten op hetzelfde toegangspunt tot het net; | ||
| 8 | 2° gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie: de gebieden aangewezen conform artikel 2.2.5, §2/1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; | ||
| 9 | 3° repowering: het vernieuwen van hernieuwbare energie producerende elektriciteitscentrales, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke vervanging van installaties of exploitatiesystemen en apparatuur, teneinde de capaciteit te vervangen of de efficiëntie of capaciteit van de installatie te verhogen. | ||
Art. 38. Artikel 4 en artikel 30 tot en met 36 treden in werking op de datum waarop artikel 27 van het decreet van 17 mei 2024 tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het omgevingsbesluit in werking treedt.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.