Artikel 59
Een mandaat bij een bestuur is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de inspectie, tenzij het gaat om een politiek mandaat. De inspecteur die een politiek mandaat opneemt, dient dit onmiddellijk te melden.
Een opdracht in een onderwijsinstelling, in een centrum voor leerlingenbegeleiding of in een leersteuncentrum, waarover de inspectie toezicht houdt, is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de inspectie.
De uitoefening van een ambt bij de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, is onverenigbaar met de uitoefening van een ambt als lid van de inspectie.