Artikel 8.3.6bis
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- 1°aanvullende sectoren: alle emissies uit verbranding en evaporatie van brandstoffen in de bewerkende en verwerkende industrie, in de bouw en in de energie-industrieën, met uitzondering van warmte-krachtkoppelingen en warmtecentrales die behoren tot de gebouwensector, in overeenstemming met de IPCC-richtsnoeren, meer bepaald broncategoriecodes 1A2 en 1A1;
- 2°brandstof: elk energieproduct als vermeld in artikel 415, §1, van de programmawet van 27 december 2004, met uitzondering van elektriciteit en met inbegrip van de brandstoffen, vermeld in tabel A en tabel C van bijlage I bij richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit, en elk ander product dat voor gebruik bedoeld is, dat te koop wordt aangeboden of dat wordt gebruikt als motor- of verwarmingsbrandstof als vermeld in artikel 416 en 417 van de voormelde wet, ook voor de productie van elektriciteit;
- 3°eindverbruiker: elke natuurlijke of rechtspersoon die de eindverbruiker is van brandstof, en van wie het jaarlijkse brandstofverbruik niet meer dan 1 ton CO2 bedraagt;
- 4°gebouwensector: alle emissies uit verbranding en evaporatie van brandstoffen in commerciële en institutionele gebouwen, in voor bewoning bestemde gebouwen en uit warmte-krachtkoppelingen en warmtecentrales, op voorwaarde dat ze rechtstreeks of via stadsverwarmingsnetten warmte produceren voor commerciële en institutionele gebouwen en voor bewoning bestemde gebouwen, in overeenstemming met de IPCC-richtsnoeren, meer bepaald broncategoriecodes 1A4a, 1A4b, 1A1a ii en 1A1a iii;
- 5°gereglementeerde entiteit: elk van de volgende natuurlijke of rechtspersonen die worden geïdentificeerd aan de hand van de maatschappelijke zetel of de gewoonlijke verblijfplaats, met uitzondering van de eindverbruiker van de brandstoffen, die de activiteiten, vermeld in artikel 8.3.6ter, §1, eerste lid, uitoefent:
- a)als de brandstof door een belastingentrepot als vermeld in artikel 5, §1, 9°, van de wet van 22 december 2009 passeert: de erkende entrepothouder, vermeld in artikel 5, §1, 8°, van de voormelde wet, die de accijns moet betalen op grond van artikel 7 van de voormelde wet;
- b)als punt a) niet van toepassing is, elke andere natuurlijke of rechtspersoon die de accijns moet betalen voor de brandstoffen op grond van artikel 7 van de wet van 22 december 2009 of artikel 421, 422, 424, §1 en §2, en artikel 425 van de programmawet van 27 december 2004;
- c)als punt a) en b) niet van toepassing zijn, elke andere natuurlijk of rechtspersoon die door de relevante bevoegde Belgische autoriteiten moet worden geregistreerd om de accijns te betalen, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die vrijgesteld zijn van de betaling van de accijns, vermeld in artikel 425, eerste lid, van de programmawet van 27 december 2004;
- d)als punt a), b) en c) niet van toepassing zijn of als meerdere natuurlijke of rechtspersonen hoofdelijk gehouden zijn tot de betaling van dezelfde accijns: elke andere natuurlijke of rechtspersoon die door de bevoegde autoriteit is aangewezen;
- 6°uitslag tot verbruik: uitslag tot verbruik als vermeld in artikel 6, §2, van de wet van 22 december 2009;
- 7°wegvervoerssector: alle emissies uit verbranding en evaporatie van brandstoffen in voertuigen, met uitzondering van het gebruik van landbouwvoertuigen op verharde wegen en op onverhard terrein, in overeenstemming met de IPCC-richtsnoeren, meer bepaald broncategoriecode 1A3b;
- 8°wet van 22 december 2009: de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen.