Tot wijziging van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, wat de taalkennisvereisten voor werkgevers en werknemers van ondernemingen betreft #819
Open 




Vlaams Belang wil 4 artikels wijzigen in decreet-1973-07-19 · 28 april 2026 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 17 augustus 2026 (2025-2026)
Verslag
namens de Commissie voor Economie, Werk,
Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie
uitgebracht door Nawal Maghroud
over het voorstel van decreet
van Klaas Slootmans, Kristof Slagmulder, Michiel Awouters,
Tom Lamont, Ilse Malfroot en Chris Janssens
tot wijziging van het decreet van 19 juli 1973
tot regeling van het gebruik van de talen
voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers
en de werknemers, alsmede van de door de wet
en de verordeningen voorgeschreven akten
en bescheiden van de ondernemingen,
wat de taalkennisvereisten voor werkgevers
en werknemers van ondernemingen betreft
Samenstelling van de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie:
Voorzitter: Andy Pieters.
Vaste leden:
Andries Gryffroy, Katrien Houtmeyers, Andy Pieters, Ine Tombeur;
Michiel Awouters, Tom Lamont, Ilse Malfroot, Kristof Slagmulder;
Hiba Faraji, Nawal Maghroud;
Robrecht Bothuyne, Stijn De Roo;
Gaby Colebunders;
Eva Platteau;
Tom Ongena.
Plaatsvervangers:
Inge Brocken, Koen Dillen, An Hermans, Liesbeth Homans;
Yves Buysse, Johan Deckmyn, Immanuel De Reuse, Freija Van den Driessche;
Stephanie Vanden Eede, Bieke Verlinden;
Kris Declercq, Toon Vandeurzen;
Raf Van Gestel;
Mieke Schauvliege;
Eva De Bleeker.
Toegevoegde leden:
M'Hamed Kasmi.
Op 28 april 2026 dienden Klaas Slootmans, Kristof Slagmulder, Michiel Awouters,
Tom Lamont, Ilse Malfroot en Chris Janssens een voorstel van decreet in tot wijziging van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen
voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede
van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van
de ondernemingen, wat de taalkennisvereisten voor werkgevers en werknemers
van ondernemingen betreft. Het voorstel van decreet werd verwezen naar de Commissie voor Economie, Werk, Sociale Economie, Wetenschap en Innovatie en er
behandeld op donderdag 9 juli 2026.
1. Toelichting door Klaas Slootmans
Klaas Slootmans omschrijft het opschrift van het voorstel van decreet als een hele
boterham, maar wijst erop dat het een zeer eenvoudige vraag centraal stelt, met
name of een Vlaming die in Vlaanderen een winkel, horecazaak of dienstverlener
bezoekt, mag verwachten dat hij in het Nederlands wordt bediend. Voor de Vlaams
Belangfractie is het antwoord evident positief. Desondanks stelt de indiener vast
dat burgers in Vlaanderen hoe langer hoe minder in de eigen taal geholpen worden.
Dat zou onder andere blijken uit een bevraging van de provincie Vlaams-Brabant
bij 39 Vlaams-Brabantse gemeenten. Meer dan de helft ontvangt klachten van burgers over het ontbreken van Nederlandstalige dienstverlening of zelfs over “pure
onwil van handelaars om Nederlands te spreken”. Ook uit een studie van het interuniversitaire onderzoekscentrum BRIO van de Vrije Universiteit Brussel (VUB)
die specifiek het taalgebruik tijdens het winkelen in de Vlaamse Rand onderzocht,
blijkt toenemende frustratie bij Nederlandstalige inwoners in Vlaanderen.
De soms zeer creatieve pogingen van gemeentebesturen om die problematiek aan
te pakken met sensibiliseringsacties, babbeltafels, weken van het Nederlands, taalpromotie-initiatieven enzovoort, blijken weinig zoden aan de dijk te zetten. De lokale besturen vragen de decreetgever instrumenten om een antwoord te bieden
op die Babylonische spraakverwarring. Dit voorstel van decreet is zo’n instrument.
Het voorstel regelt trouwens niet het taalgebruik, maar de taalkennis. Het gaat dus
alvast niet om een schending van artikel 30 van de Grondwet over de taalvrijheid.
Het gaat om een belangrijk juridisch onderscheid, dat ook expliciet en veelvuldig
wordt erkend in rechtspraak en in adviezen van de Raad van State. Ook professor
Jan Velaers verwijst naar de vele taalkennisvereisten die nu al worden opgelegd
voor zorgbeoefenaars, dierenartsen, en recent zelfs sociale huurders. Het Vlaams
Belang wil die nu ook toepassen op ondernemingen die in Vlaanderen actief zijn.
De maatregel is ook proportioneel, want geldt alleen wanneer iemand daadwerkelijk of potentieel contact heeft met Nederlandstalige klanten. Bovendien wordt de
vereiste taalkennis ook afgestemd op de concrete functie: wie enkel mondeling
contact heeft, moet geen schriftelijke vaardigheden tonen en wie enkel schriftelijk
communiceert, moet geen mondeling attest voorleggen.
Daarnaast zijn de indieners van mening dat het voorstel verenigbaar is met het
Europese recht, aangezien de Europese verordening over het vrije verkeer van
werknemers de lidstaten expliciet toestaat taalvereisten op te leggen wanneer dat
verantwoord is door de aard van de functie en ook evenredig is met het nagestreefde doel. Het Hof van Justitie heeft meermaals erkend dat lidstaten hun officiële taal mogen beschermen en bevorderen.
De Raad van State heeft in adviezen al verscheidene malen verduidelijkt dat de
bevoegdheid om taalgebruik te regelen ook de bevoegdheid omvat om taalkennisvereisten op te leggen wanneer die verbonden zijn met een materiële bevoegdheid
van de betrokken overheid. Aangezien de gemeenschap exclusief bevoegd is voor
de taalregeling in ondernemingen, kan Vlaanderen die vastleggen, zoals dat trouwens vandaag al gebeurt in het decreet van 19 juli 1973, ook wel het Taaldecreet
of het Septemberdecreet genoemd.
Klaas Slootmans anticipeert ook op de mogelijke kritiek over de handhaving. Het
is niet de bedoeling een heksenjacht of een taalpolitie te organiseren, maar wel
om een wettelijk kader te creëren voor lokale en provinciale besturen en burgers
om deze problematiek aan te pakken, een vraag die niet enkel in Vlaams-Brabant,
maar ook in de Denderstreek en enkele grootsteden leeft. Het voorstel creëert de
ontbrekende rechtsgrond om naar te verwijzen in de communicatie of klacht in te
dienen bij de sociale inspectie. Er komt dus geen nieuw inspectieapparaat.
De indiener laat tot slot nog weten een overgangstermijn van …