Tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft #577
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 11 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 9 december 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op577 (2020-2021) – Nr. 2
11 februari 2021 (2020-2021)
verzendcode: LEE
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Wilfried Vandaele, Koen Van den Heuvel, Steven Coenegrachts,
Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Andries Gryffroy
tot wijziging van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009,
wat de woonreservegebieden betreft
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
Vlaams
Parlement
Vlaams Parlement577 (2020-2021) – Nr. 2 3
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 68.579/1
van 11 februari 2021
over
een voorstel van decreet ‘tot wijziging van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de
woonreservegebieden betreft’
(Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 577/1)
‡LW-BBCVOCDDI-GIFHJVT‡
2/15 advies Raad van State 68.579/1
Op 22 december 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de
Voorzitter van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te
verstrekken over een voorstel van decreet ‘tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft’ (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21,
nr. 577/1).
Het voorstel is door de eerste kamer onderzocht op 4 februari 2021. De kamer was
samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Chantal BAMPS en Bert THYS,
staatsraden, Michel TISON, assessor, en Greet VERBERCKMOES, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Katrien DIDDEN, auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 februari 2021.
*
‡LW-BBCVOCDDI-GIFHJVT‡
Vlaams Parlement68.579/1 advies Raad van State 3/15
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag
of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORSTEL
2. Het om advies voorgelegde voorstel van decreet beoogt een duurzame oplossing te
creëren voor de resterende woonreservegebieden2 door de huidige regeling inzake de aansnijding
van deze gebieden, die wordt omschreven als complex en onduidelijk, grondig te hervormen.3
Luidens de toelichting bij het voorstel gaat de voorgestelde regeling uit van het
oorspronkelijke reservekarakter van deze gebieden en de strategische visie van het Beleidsplan
Ruimte Vlaanderen (BRV) tot het verminderen van bijkomend ruimtebeslag, “zonder voorbij te
gaan aan het feit dat sommige woonreservegebieden ontwikkeld kunnen worden en kunnen
bijdragen aan de realisatie van de lokale beleidsvisie rond ruimte”. De regie over het ontwikkelen
van de woonreservegebieden wordt bij de gemeentelijke overheid gelegd.
3. De huidige regeling, opgenomen in de artikelen 5.6.4 tot 5.6.6 van de Vlaamse
Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (hierna: VCRO), wordt opgeheven.4 Aan titel V,
hoofdstuk VI (“Raakvlakken met sectorregelgeving”), van deze codex wordt een nieuwe
afdeling 4 (“Woonreservegebieden”) toegevoegd, bestaande uit de artikelen 5.6.10 tot 5.6.17.
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
2 Onder “woonreservegebied” wordt in de voorgestelde regeling verstaan (artikel 2 – voorgesteld artikel 1.1.2, 19°,
VCRO): een gebied dat ressorteert onder:
a) de gebiedsbestemming woonuitbreidingsgebied, vermeld in artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van
28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen;
b) het bijzonder bestemmingsvoorschrift reservegebied voor woonwijken van een gewestplan;
c) het bijzonder bestemmingsvoorschrift woonreservegebied van een gewestplan;
d) het bijzonder bestemmingsvoorschrift woonaansnijdingsgebied van een gewestplan.”
3 Woonuitbreidingsgebieden kunnen onder de huidige regeling op de volgende manieren worden ontwikkeld:
1) na de opmaak van een RUP (artikel 5.6.5 VCRO);
2) door de aanvraag van een omgevingsvergunning voor ‘groepswoningbouw’ op basis van artikel 5.1.1 van het
koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen
en de gewestplannen;
3) na een principieel akkoord van de deputatie (artikel 5.6.6, § 2,VCRO);
4) door de aanvraag van een sociale woonorganisatie van een omgevingsvergunning voor de verwezenlijking van een
sociaal woonaanbod in de zin van artikel 1.2, eerste lid, 16°, van het decreet van 27 maart 2009 ‘betreffende het
grond- en pandenbeleid’ (artikel 5.6.6, § 1, VCRO).
4 Deze bepalingen (oorspronkelijk de artikelen 145/5 tot 145/7 van het decreet van 18 mei 1999 ‘houdende de
organisatie van de ruimtelijke ordening’) werden ingevoegd bij artikel 7.2.31 van het decreet van 27 maart 2009
‘betreffende het grond- en pandenbeleid’.
‡LW-BBCVOCDDI-GIFHJVT‡
4/15 advies Raad van State 68.579/1
3.1. De ontwikkelingsmogelijkheden voor woonreservegebieden worden opgesomd in
het voorgestelde artikel 5.6.10 VCRO.5
3.1.1. Als hoofdprincipe wordt vooropgesteld dat stedenbouwkundige handelingen of het
verkavelen van gronden in woonreservegebied pas mogelijk zijn na een voorafgaand
gemeenteraadsbesluit tot vrijgave van een woonreservegebied of een samenhangend deel ervan
(voorgestelde artikelen 5.6.10, § 1, eerste lid, 1°, en 5.6.11 tot 5.6.13 VCRO). Het initiatief voor
deze vrijgave gaat uit van het college van burgemeester en schepenen. De houder van zakelijke
rechten op een of meer gronden in een woonreservegebied, of zijn gevolmachtigde, kan het
college van burgemeester en schepenen ook verzoeken om over te gaan tot dergelijk initiatief.
Over de vrijgave van een woonreservegebied wordt een openbaar onderzoek gehouden en worden
adviezen ingewonnen. Het gemeenteraadsbesluit tot vrijgave is onderworpen aan een beperkt
schorsings- en vernietigingstoezicht door de Vlaamse Regering.
3.1.2. De bestaande bijzondere regeling voor de aansnijding van woonreservegebieden
door sociale …