Decreet tot wijziging van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004, het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding” en het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
Staatsblad 9 juli 2026 NUMAC 2026005170
10 artikels gewijzigd
| 11 | 10° de verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad; | 11 | 10° de verordening (EU) Nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad; |
| 12 | 11° de verordening (EU) Nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad; | 12 | 11° de verordening (EU) Nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad; |
| 13 | 12° de verordening (EU) Nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006; | 13 | 12° verordening (EU) 2021/1147 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie; |
| 14 | 13° de Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van de Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; | 14 | 13° de Verordening (EG) nr. 1828/2006 van de Commissie van 8 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds, en van de Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; |
| 15 | 14° het decreet van 17 januari 2003 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 7 december 2001 tussen de federale staat, de gewesten en de Duitstalige gemeenschap betreffende de ontwikkeling van buurtdiensten en -banen; | 15 | 14° het decreet van 17 januari 2003 houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 7 december 2001 tussen de federale staat, de gewesten en de Duitstalige gemeenschap betreffende de ontwikkeling van buurtdiensten en -banen; |
| 22 | 21° het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, hoofdstukken XXVII Opleidingscheques en XXXVII Beroepsopleiding; | 22 | 21° het decreet van 19 december 2003 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, hoofdstukken XXVII Opleidingscheques en XXXVII Beroepsopleiding; |
| 23 | 22° het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid; | 23 | 22° het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid; |
| 24 | 23° ... | ||
| 25 | 24° ... | ||
| 24 | 23° verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013; | ||
| 25 | 24° verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid; | ||
| 26 | 25° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; | 26 | 25° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; |
| 27 | 26° het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités; | 27 | 26° het decreet van 7 mei 2004 betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités; |
| 10 | 8° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en in artikel 10sexies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; | 10 | 8° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en in artikel 10sexies van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; |
| 11 | 9° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer of klant niet behandelen op een respectvolle en niet-discriminerende wijze als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, i en j, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; | 11 | 9° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer of klant niet behandelen op een respectvolle en niet-discriminerende wijze als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, i en j, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen; |
| 12 | 10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, §2, eerste lid, en artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigen om de diensten- cheques te ondertekenen; | 12 | 10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, §2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of die de gebruiker of werknemer onrechtmatig vertegenwoordigen bij de validatie van geleverde prestaties; |
| 13 | 11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen; | 13 | 11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen; |
| 14 | 12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. | 14 | 12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. |
| 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. | 1 | § 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is de VDAB gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. |
| 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. | 2 | § 2. Als rechtspersoon is de VDAB algemeen rechts-, handelings- en procesbekwaam, zulks binnen de perken van zijn missie en takenstelling als bedoeld in respectievelijk de artikelen 4 en 5 en binnen de perken van het Bestuursdecreet. |
| 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet en in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan : | 3 | Onverminderd het bepaalde in het Bestuursdecreet, in dit decreet, in andere decreten en in hun uitvoeringsbesluiten, beschikt de VDAB, met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken, tevens over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die de VDAB uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het Bestuursdecreet, dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en de beheersovereenkomst die de VDAB verbindt: |
| 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; | 4 | 1° rekening houdende met het bepaalde in artikel 5, § 4, het bepalen en opleggen van een vergoeding voor de dienstverlening van VDAB, de universele dienstverlening uitgezonderd; |
| 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: | 5 | 2° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met één of meer van de hierna vermelde instellingen of personen, indien zulks nodig is voor de vervulling van zijn missie en taakstelling: |
| 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; | 8 | 4° het bepalen van de regels op grond waarvan de VDAB samenwerkingsovereenkomsten met private arbeidsmarktactoren kan sluiten; |
| 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; | 9 | 5° het beslissen over de deelname van de VDAB aan de oprichting van of de deelname in, alsmede het bestuur of de leiding en de financiering van publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; |
| 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van het jaarlijkse ondernemingsplan ; | 10 | 6° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse Regering over de uitvoering van het jaarlijkse ondernemingsplan en de beheersovereenkomst, vermeld in paragraaf 3; |
| 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; | 11 | 7° het rapporteren over de uitvoering van de begroting; |
| 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. | 12 | 8° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 5, § 4, tweede lid. |
| 13 | §3. De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met VDAB. De raad van bestuur stelt in samenspraak met de Vlaamse Regering een beheersovereenkomst op. De raad van bestuur en de gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigen samen VDAB bij het sluiten van de beheersovereenkomst. | ||
| 14 | De beheersovereenkomst bevat de strategische doelstellingen en de bijbehorende meetbare kritische kern-prestatie-indicatoren. Op basis van de strategische doelstellingen worden operationele doelstellingen bepaald in het jaarlijkse ondernemingsplan met afgeleide kern-prestatie-indicatoren om de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. | ||
| 15 | Het jaarlijkse ondernemingsplan voorziet ook in een rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst gedurende het afgelopen kalenderjaar. | ||
| 16 | De beheersovereenkomst wordt gesloten voor een periode van vijf jaar en treedt in werking op de datum die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 17 | De beheersovereenkomst en elke substantiële wijziging en verlenging van de beheersovereenkomst worden onmiddellijk meegedeeld aan het Vlaams Parlement. Elke wijziging van de beheersovereenkomst wordt geformaliseerd via een addendum bij de beheersovereenkomst. | ||
| 1 | § 1. Onverminderd andere wettelijke en/of decretale bepalingen en hun uitvoeringsbesluiten is de gedelegeerd bestuurder, binnen de perken van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16, belast met het dagelijks bestuur van de VDAB. | 1 | § 1. Onverminderd andere wettelijke en/of decretale bepalingen en hun uitvoeringsbesluiten is de gedelegeerd bestuurder, binnen de perken van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16, belast met het dagelijks bestuur van de VDAB. |
| 2 | De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16 en omvat in elk geval: | 2 | De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 16 en omvat in elk geval: |
| 3 | 1° inzake het management van de dienstverlening: de voorbereiding en de uitvoering van de strategische meerjarenplannen en jaarlijkse ondernemingsplannen, voortvloeiende uit de beleidscyclus en goedgekeurd door de raad van bestuur; | 3 | 1° voor het management van de dienstverlening: de voorbereiding en de uitvoering van de strategische meerjarenplannen en jaarlijkse ondernemingsplannen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst, vermeld in artikel 12, §3, en die worden goedgekeurd door de raad van bestuur; |
| 4 | 2° over de productontwikkeling: | 4 | 2° over de productontwikkeling: |
| 5 | a) nieuwe diensten, producten en processen ontwikkelen, na goedkeuring | ||
| 6 | door de raad van bestuur als er een strategische impact is; | 5 | a) nieuwe diensten, producten en processen ontwikkelen, na goedkeuring door de raad van bestuur als er een strategische impact is; |
| 7 | b) bestaande diensten, producten en processen verbeteren; | 6 | b) bestaande diensten, producten en processen verbeteren; |
| 8 | 3° inzake het personeelsbeleid: het voeren van een coherent personeelsbeleid, afgestemd op de strategische evolutie van het agentschap en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel alsmede met de richtlijnen van de raad van bestuur dienaangaande; | 7 | 3° inzake het personeelsbeleid: het voeren van een coherent personeelsbeleid, afgestemd op de strategische evolutie van het agentschap en de omgevingsfactoren waarbinnen de dienstverlening plaatsvindt overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel alsmede met de richtlijnen van de raad van bestuur dienaangaande; |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° Agentschap voor Onderwijsdiensten: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten; | 2 | 1° Agentschap voor Onderwijsdiensten: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten; |
| 3 | 2° alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid en elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd; | 3 | 2° alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd; |
| 4 | 2° bis Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | 4 | 2° bis Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; |
| 5 | 2° ter Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | 5 | 2° ter Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; |
| 14 | 12° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs namens het volwassenenonderwijs; | 14 | 12° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs namens het volwassenenonderwijs; |
| 15 | 13° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs namens het volwassenenonderwijs; | 15 | 13° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs namens het volwassenenonderwijs; |
| 16 | 14° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming namens het volwassenenonderwijs. | 16 | 14° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming namens het volwassenenonderwijs; |
| 17 | 15° een vertegenwoordiger van de regionale technologische centra. | ||
| 18 | In het eerste lid wordt verstaan onder: | ||
| 17 | In het eerste lid wordt onder het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen verstaan: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. | 19 | 1° Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen; |
| 20 | 2° regionale technologische centra: de verenigingen zonder winstoogmerk, vermeld in artikel 2 van het decreet van 14 december 2007 houdende de organisatie en werking van de regionale technologische centra. | ||
| 18 | Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werk en Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming. | 21 | Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werk en Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming. |
| 19 | De Vlaamse Regering regelt op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de werking van het secretariaat. | 22 | De Vlaamse Regering regelt op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de werking van het secretariaat. |
| 20 | De instanties, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 14°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan. | 23 | De instanties, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 15°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan. |
| 21 | Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 12°, 13° en 14°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen. | 24 | Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 12°, 13° en 14°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen. |
| 22 | Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 4°, 5°, 6° en 9° , hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen. | 25 | Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 4°, 5°, 6°, 9° en 15°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen. |
| 23 | Met uitzondering van het lid, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen. | 26 | Met uitzondering van het lid, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen. |
| 24 | § 3. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren heeft de volgende opdrachten: | 27 | § 3. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren heeft de volgende opdrachten: |
| 20 | Met uitzondering van de secretaris en de leden, vermeld in het tweede lid, 3°, 4°, 5° en 7°, hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen. | 20 | Met uitzondering van de secretaris en de leden, vermeld in het tweede lid, 3°, 4°, 5° en 7°, hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen. |
| 21 | Met uitzondering van de secretaris hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen. | 21 | Met uitzondering van de secretaris hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen. |
| 22 | Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook de bevoegdheden, vermeld in artikel 2bis, § 3, eerste lid, 1°, 2° en 3°, omvat, hebben, in afwijking van het zevendelid, voor die bevoegdheden alleen de leden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, stemrecht. | 22 | Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook de bevoegdheden, vermeld in artikel 2bis, § 3, eerste lid, 1°, 2° en 3°, omvat, hebben, in afwijking van het zevende, achtste en negende lid, voor die bevoegdheden alleen de leden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, stemrecht. |
| 23 | Het sectoraal partnerschap stelt een huishoudelijk reglement op. | 23 | Het sectoraal partnerschap stelt een huishoudelijk reglement op. |
| 7 | 1° als de onderneming valt onder het toepassingsgebied van artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; | 7 | 1° als de onderneming valt onder het toepassingsgebied van artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; |
| 8 | 2° als de onderneming ressorteert onder het paritair comité 143 voor de zeevisserij; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser. | 8 | 2° als de onderneming ressorteert onder het paritair comité 143 voor de zeevisserij; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser. |
| 9 | In afwijking van het eerste lid sluit een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding een deeltijdse arbeidsovereenkomst waarvoor de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten gelden, als het een opleiding betreft van het deeltijds beroepssecundair onderwijs die niet door de Vlaamse Regering als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen, en uiterlijk tot een datum bepaald door de Vlaamse Regering. | ||
| 10 | In afwijking van het eerste lid kan een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding, met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap een overeenkomst sluiten die volgens de aldaar toepasselijke regelgeving in aanmerking komt voor een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Voor deze overeenkomst gelden de bepalingen van de aldaar toepasselijke regelgeving. | 9 | In afwijking van het eerste lid kan een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding, met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap een overeenkomst sluiten die volgens de aldaar toepasselijke regelgeving in aanmerking komt voor een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Voor deze overeenkomst gelden de bepalingen van de aldaar toepasselijke regelgeving. |
| 2 | 1° kan het sectoraal partnerschap in de betrokken sector, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, omwille van seizoensgebonden activiteiten een structurele afwijking op de schoolvakantieregeling vastleggen die door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd; | 2 | 1° kan het sectoraal partnerschap in de betrokken sector, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, omwille van seizoensgebonden activiteiten een structurele afwijking op de schoolvakantieregeling vastleggen die door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd; |
| 3 | 2° kunnen de partijen overeenkomen dat de leerling omwille van een leeropportuniteit wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie; | 3 | 2° kunnen de partijen overeenkomen dat de leerling omwille van een leeropportuniteit wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie; |
| 4 | 3° kan het sectoraal partnerschap, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, in consensus de schoolvakantieregeling in een opleiding van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd, de kwalificatiefase en integratiefase van het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3, in het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs verminderen tot twaalf schoolvakantieweken. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor criteria op voorstel van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. In sectoren waar er een sectoraal partnerschap is, doet het Vlaams Partnerschap Duaal Leren het voorstel na advies van dit Sectoraal partnerschap; | 4 | 3° kan het sectoraal partnerschap, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, in consensus de schoolvakantieregeling in de kwalificatiefase en integratiefase van het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3, in het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs verminderen tot twaalf schoolvakantieweken. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor criteria op voorstel van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. In sectoren waar er een sectoraal partnerschap is, doet het Vlaams Partnerschap Duaal Leren het voorstel na advies van dit Sectoraal partnerschap; |
| 5 | 4° wordt de schoolvakantie gereduceerd tot acht schoolvakantieweken op schooljaarbasis voor leerlingen in een duaal structuuronderdeel ingericht op niveau van Se-n-Se of het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs, al dan niet ingericht in de vorm van een specialisatie. | 5 | 4° wordt de schoolvakantie gereduceerd tot acht schoolvakantieweken op schooljaarbasis voor leerlingen in een duaal structuuronderdeel dat is georganiseerd op het niveau van een zevende leerjaar. |
| 6 | De leerling die met toepassing van het eerste lid, 1° of 2°, wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie, moet deze opleidingsdagen recupereren tijdens de lesweken op dagen waarop hij volgens het uurrooster in de onderneming moet worden opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar. | 6 | De leerling die met toepassing van het eerste lid, 1° of 2°, wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie, moet deze opleidingsdagen recupereren tijdens de lesweken op dagen waarop hij volgens het uurrooster in de onderneming moet worden opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar. |
| 7 | De vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de vakantiedagen die de leerling opbouwt conform de regelgeving inzake betaalde vakantie die op hem van toepassing is. | 7 | De vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de vakantiedagen die de leerling opbouwt conform de regelgeving inzake betaalde vakantie die op hem van toepassing is. |