§ flandrepo

Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013

Vlaamse Regering #1440 Staatsblad 20 december 2022 NUMAC 2022034677
37 artikels gewijzigd
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 1.1.0.0.2
3828° Wetboek van Successierechten : het wetboek van 31 maart 1936 der Successierechten.3828° Wetboek van Successierechten : het wetboek van 31 maart 1936 der Successierechten.
39In titel 2, hoofdstuk 1, wordt verstaan onder :39In titel 2, hoofdstuk 1, wordt verstaan onder :
401° gehandicapte persoon : de als gehandicapt aangemerkte personen, vermeld in artikel 135, eerste lid, 1°, van het federale WIB 92;401° persoon met een handicap : de als gehandicapt aangemerkte personen, vermeld in artikel 135, eerste lid, 1°, van het federale WIB 92;
412° gehandicapt kind : een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 3, § 1, 39°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of een kind dat door de gezinsbijslagregelgeving van andere gefedereerde deelentiteiten beschouwd wordt als een kind met een handicap, een kind met een beperking of een kind dat op basis van de zelfredzaamheidsgraad of de ernst van de gevolgen van de aandoening recht heeft op een toeslag van de basiskinderbijslag of een kind dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 47, artikel 56septies of artikel 63 van de Algemene Kinderbijslagwet, en de koninklijke besluiten, genomen ter uitvoering van die bepalingen;412° gehandicapt kind : een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 3, § 1, 39°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of een kind dat door de gezinsbijslagregelgeving van andere gefedereerde deelentiteiten beschouwd wordt als een kind met een handicap, een kind met een beperking of een kind dat op basis van de zelfredzaamheidsgraad of de ernst van de gevolgen van de aandoening recht heeft op een toeslag van de basiskinderbijslag of een kind dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 47, artikel 56septies of artikel 63 van de Algemene Kinderbijslagwet, en de koninklijke besluiten, genomen ter uitvoering van die bepalingen;
423° grensarbeider : de persoon die in de grensstreek van een buurland werkt en die volgens het bevolkingsregister op 1 januari van het aanslagjaar zijn woonplaats heeft in de grensstreek van België, waarnaar hij gewoonlijk dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert.423° grensarbeider : de persoon die in de grensstreek van een buurland werkt en die volgens het bevolkingsregister op 1 januari van het aanslagjaar zijn woonplaats heeft in de grensstreek van België, waarnaar hij gewoonlijk dagelijks of ten minste eenmaal per week terugkeert.
741°/1 bouwgrond: een perceel grond dat stedenbouwkundig bestemd is tot woningbouw of een onroerend goed dat ermee wordt gelijkgesteld. Het geheel of het gedeelte van een gebouw dat, pas na de uitvoering van andere werken dan normale herstellings- of onderhoudswerken, kan dienen tot huisvesting van een gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het gebouw worden verkregen, wordt met een bouwgrond gelijkgesteld;741°/1 bouwgrond: een perceel grond dat stedenbouwkundig bestemd is tot woningbouw of een onroerend goed dat ermee wordt gelijkgesteld. Het geheel of het gedeelte van een gebouw dat, pas na de uitvoering van andere werken dan normale herstellings- of onderhoudswerken, kan dienen tot huisvesting van een gezin of een persoon, met in voorkomend geval de aanhorigheden die tegelijk met het gebouw worden verkregen, wordt met een bouwgrond gelijkgesteld;
752° gehandicapt kind : een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 3, § 1, 39°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of een kind dat door de gezinsbijslagregelgeving van andere gefedereerde deelentiteiten beschouwd wordt als een kind met een handicap, een kind met een beperking of een kind dat op basis van de zelfredzaamheidsgraad of de ernst van de gevolgen van de aandoening recht heeft op een toeslag van de basiskinderbijslag of een kind dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 47, artikel 56septies of artikel 63 van de Algemene Kinderbijslagwet, en de koninklijke besluiten, genomen ter uitvoering van die bepalingen;752° gehandicapt kind : een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte als vermeld in artikel 3, § 1, 39°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of een kind dat door de gezinsbijslagregelgeving van andere gefedereerde deelentiteiten beschouwd wordt als een kind met een handicap, een kind met een beperking of een kind dat op basis van de zelfredzaamheidsgraad of de ernst van de gevolgen van de aandoening recht heeft op een toeslag van de basiskinderbijslag of een kind dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 47, artikel 56septies of artikel 63 van de Algemene Kinderbijslagwet, en de koninklijke besluiten, genomen ter uitvoering van die bepalingen;
763° gehandicapte persoon : de als gehandicapt aangemerkte personen, vermeld in artikel 135, eerste lid, 1°, van het federale WIB 92;763° persoon met een handicap : de als gehandicapt aangemerkte personen, vermeld in artikel 135, eerste lid, 1°, van het federale WIB 92;
774° partner :774° partner :
78a) de persoon die op dag van het openvallen van de nalatenschap met de erflater of op de dag van de schenking met de schenker gehuwd is;78a) de persoon die op dag van het openvallen van de nalatenschap met de erflater of op de dag van de schenking met de schenker gehuwd is;
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.1.5.0.1
2361,302361,30
24Eenheden boven het tiende geven recht op een verhoging van de vermindering met 8,58 euro. De totale bedragen, vermeld in de tabel, en het bedrag van de voormelde verhoging van de vermindering met 8,58 euro worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. Die aanpassing gebeurt op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de inkomsten, te delen door het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers van het jaar 1996. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond door weglating van de centgedeelten na de tweede decimaal;24Eenheden boven het tiende geven recht op een verhoging van de vermindering met 8,58 euro. De totale bedragen, vermeld in de tabel, en het bedrag van de voormelde verhoging van de vermindering met 8,58 euro worden jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. Die aanpassing gebeurt op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de inkomsten, te delen door het gemiddelde van de maandelijkse indexcijfers van het jaar 1996. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond door weglating van de centgedeelten na de tweede decimaal;
253° de onroerende voorheffing per gehandicapte persoon , met uitsluiting van de gehandicapte kinderen, vermeld in punt 2°, voor de woning waar de gehandicapte persoon volgens het bevolkingsregister op 1 januari van het aanslagjaar zijn woonplaats heeft. Deze vermindering wordt berekend alsof het een gehandicapt kind betreft.253° de onroerende voorheffing per persoon met een handicap, met uitsluiting van de gehandicapte kinderen, vermeld in punt 2°, voor de woning waar de persoon met een handicap volgens het bevolkingsregister op 1 januari van het aanslagjaar zijn woonplaats heeft. Deze vermindering wordt berekend alsof het een gehandicapt kind betreft.
26§ 2. Er wordt een vermindering verleend van :26§ 2. Er wordt een vermindering verleend van :
271° 20 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor woningen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E60;271° 20 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor woningen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E60;
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.1.5.0.4
1De verminderingen, vermeld in artikel 2.1.5.0.1, § 1, 2° en 3°, en artikel 2.1.5.0.2, § 1, 2°, zijn van de huur aftrekbaar, niettegenstaande elk beding dat strijdig is daarmee. De verminderingen zijn niet van toepassing op het gedeelte van de woning of van het onroerend goed dat wordt bewoond door personen die geen deel uitmaken van hetzelfde gezin of die niet tot het gezin van de betrokken oorlogsverminkte of van het gehandicapt kind of de gehandicapte persoon behoren.1De verminderingen, vermeld in artikel 2.1.5.0.1, § 1, 2° en 3°, en artikel 2.1.5.0.2, § 1, 2°, zijn van de huur aftrekbaar, niettegenstaande elk beding dat strijdig is daarmee. De verminderingen zijn niet van toepassing op het gedeelte van de woning of van het onroerend goed dat wordt bewoond door personen die geen deel uitmaken van hetzelfde gezin of die niet tot het gezin van de betrokken oorlogsverminkte of van het gehandicapt kind of de persoon met een handicap behoren.
+45 −5 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.2.4.0.1
2962° voor de samengestelde voertuigen is het in aanmerking te nemen maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) voor de toepassing van onderstaande tabel de som van het eigen maximaal toegestane totaalgewicht van de voertuigen die deel uitmaken van het samenstel.2962° voor de samengestelde voertuigen is het in aanmerking te nemen maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) voor de toepassing van onderstaande tabel de som van het eigen maximaal toegestane totaalgewicht van de voertuigen die deel uitmaken van het samenstel.
297COMBINATIES (GELEDE VOERTUIGEN EN SAMENSTELLEN)297COMBINATIES (GELEDE VOERTUIGEN EN SAMENSTELLEN)
298aantal assen en MTT (in ton)298aantal assen en MMT (in ton)
299tarief (in euro/jaar)299tarief (in euro/jaar)
300Gelijk aan of meer dan300gelijk aan of meer dan
301minder dan301minder dan
302luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering (*) van de aangedreven as(sen)302Luchtvering of als gelijkwaardig erk- ende verig (*) van de aangedreven as(sen)
303andere ophangsystemen van de aangedreven as(sen)303andere ophang- systemen van de aangedreven as(sen)
3042 + 1 assen3042 + 1 assen
3051230512
398336398336
399535399535
400andere combinaties dan bovenstaande combinaties aantal assen en MTT
4010
40216
4030
4040
40516
40618
4070
40814
40918
41020
41114
41232
41320
41422
41532
41675
41722
41823
41975
42097
42123
42225
42397
424175
42525
42629
427175
428307
42929
43031
431204
432335
43331
43433
435335
436465
43733
438465
439706
400(*) Als gelijkwaardig erkende vering volgens de definitie in bijlage II bij richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).440(*) Als gelijkwaardig erkende vering volgens de definitie in bijlage II bij richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeen- schap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).
401De bedragen, vermeld in de tabellen in het tweede lid, omvatten reeds de opdeciem, vermeld in artikel 2.2.4.0.5, § 2, eerste lid.441De bedragen, vermeld in de tabellen in het tweede lid, omvatten reeds de opdeciem, vermeld in artikel 2.2.4.0.5, § 2, eerste lid.
402§ 7. De aanhangwagens en de opleggers zijn onderworpen aan een belasting van respectievelijk 32,64 euro of 67,80 euro, naargelang het maximaal toegestane totaalgewicht niet hoger is dan 500 kg, of 501 kg bereikt zonder 3500 kg te overschrijden.442§ 7. De aanhangwagens en de opleggers zijn onderworpen aan een belasting van respectievelijk 32,64 euro of 67,80 euro, naargelang het maximaal toegestane totaalgewicht niet hoger is dan 500 kg, of 501 kg bereikt zonder 3500 kg te overschrijden.
+4 −4 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.2.4.0.2
1§ 1.In afwijking van artikel 2.2.4.0.1bedraagt de belasting 31,61 euro voor :1§ 1.In afwijking van artikel 2.2.4.0.1, §1, §2, §2/1, §2/2, §3, §3/1, §3/2, §3/3, §5, §6, §7 en §8, bedraagt de belasting:
21° de voertuigen die bij het ontstaan van de belastingplicht sedert meer dan dertig jaar in het verkeer zijn gebracht;21° 90,90 euro voor de voertuigen die bij het ontstaan van de belastingplicht sinds meer dan dertig jaar in het verkeer zijn gebracht;
31/1° de voertuigen die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:31/1° 90,90 euro voor de voertuigen die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
4a) in aanslagjaar 2017 sedert meer dan vijfentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;4a) in aanslagjaar 2017 sedert meer dan vijfentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;
5b) in aanslagjaar 2018 sedert meer dan zesentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;5b) in aanslagjaar 2018 sedert meer dan zesentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;
8e) in aanslagjaar 2021 sedert meer dan negenentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;8e) in aanslagjaar 2021 sedert meer dan negenentwintig jaar in het verkeer zijn gebracht;
9f) in aanslagjaar 2022 sedert meer dan dertig jaar in het verkeer zijn gebracht;9f) in aanslagjaar 2022 sedert meer dan dertig jaar in het verkeer zijn gebracht;
102° de kampeeraanhangwagens en de aanhangwagens die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van één boot.102° 31,61 euro voor de kampeeraanhangwagens en de aanhangwagens die speciaal zijn ontworpen voor het vervoer van één boot.
11Artikel 2.2.6.0.3, eerste lid, artikel 2.2.6.0.4, artikel 3.3.2.0.1 en artikel 3.4.7.0.3 zijn niet van toepassing op de belasting, vermeld in het eerste lid.11Artikel 2.2.6.0.3, eerste lid, artikel 2.2.6.0.4, artikel 3.3.2.0.1 en artikel 3.4.7.0.3 zijn niet van toepassing op de belasting, vermeld in het eerste lid.
12§ 2. Als de belastingplichtige belasting voor een voertuig is verschuldigd, mag de belasting voor dat voertuig niet minder dan 31,61 euro bedragen.12§ 2. Als de belastingplichtige belasting voor een voertuig is verschuldigd, mag de belasting voor dat voertuig niet minder dan 31,61 euro bedragen.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.2.4.0.3
1De belasting, vastgesteld volgens artikel 2.2.4.0.1, § 2, § 3 voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1, eerste lid, § 3/2, eerste lid, en § 4, de minimumbelastingen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 2/1, tweede lid, artikel 2.2.4.0.1, § 3/1, tweede lid, artikel 2.2.4.0.1, § 3/2, derde lid, en artikel 2.2.4.0.1, § 5, de belastingen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 7, alsook de belasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 1, en de minimumbelasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 2, alsook het bedrag, vermeld in artikel 2.2.5.0.4, zijn gekoppeld aan de schommelingen van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. De belastingbedragen worden aangepast op 1 juli van elk jaar op grond van de schommelingen van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, vastgesteld tussen de maand mei van het vorige jaar en de maand mei van het lopende jaar. De belastingbedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, met uitzondering van paragraaf 2/1, § 3 voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1 en § 3/2, en artikel 2.2.4.0.2, zijn de bedragen die van toepassing waren op 1 juli 2013. Voor de toepassing van de indexatie zijn de bedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 2/1, tweede lid, en artikel 2.2.5.0.4, de bedragen die gelden alsof ze van toepassing waren op 1 juli 2015. Voor de toepassing van de indexatie zijn de bedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 3, voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1, eerste en tweede lid, en § 3/2, eerste en derde lid, de bedragen die gelden alsof ze van toepassing waren op 1 juli 2017. 1De belasting, vastgesteld volgens artikel 2.2.4.0.1, § 2, § 3 voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1, eerste lid, § 3/2, eerste lid, en § 4, de minimumbelastingen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 2/1, tweede lid, artikel 2.2.4.0.1, § 3/1, tweede lid, artikel 2.2.4.0.1, § 3/2, derde lid, en artikel 2.2.4.0.1, § 5, de belastingen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 7, alsook de belasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 1, en de minimumbelasting, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, § 2, alsook het bedrag, vermeld in artikel 2.2.5.0.4, zijn gekoppeld aan de schommelingen van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk. De belastingbedragen worden aangepast op 1 juli van elk jaar op grond van de schommelingen van het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, vastgesteld tussen de maand mei van het vorige jaar en de maand mei van het lopende jaar. De belastingbedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, met uitzondering van paragraaf 2/1, § 3 voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1 en § 3/2, en artikel 2.2.4.0.2, §1, eerste lid, 2°, en §2, zijn de bedragen die van toepassing waren op 1 juli 2013. Voor de toepassing van de indexatie zijn de bedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 2/1, tweede lid, en artikel 2.2.5.0.4, de bedragen die gelden alsof ze van toepassing waren op 1 juli 2015. Voor de toepassing van de indexatie zijn de bedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.1, § 3, voor zover het voertuigen betreft van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten, § 3/1, eerste en tweede lid, en § 3/2, eerste en derde lid, de bedragen die gelden alsof ze van toepassing waren op 1 juli 2017. Voor de toepassing van de indexatie zijn de bedragen, vermeld in artikel 2.2.4.0.2, §1, eerste lid, 1° en 1/1°, de bedragen die gelden alsof ze van toepassing waren op 1 juli 2023.
2De aangepaste belastingbedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen met maximaal 0,11 euro worden verlaagd om een veelvoud van twaalf te vormen.2De aangepaste belastingbedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen met maximaal 0,11 euro worden verlaagd om een veelvoud van twaalf te vormen.
+5 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.3.6.0.1
6b) de personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of van wie de bovenste ledematen geamputeerd zijn, en de personen die aangetast zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt;6b) de personen die volledig blind zijn, volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of van wie de bovenste ledematen geamputeerd zijn, en de personen die aangetast zijn door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt;
74° de voertuigen voorzien van een beroepsplaat;74° de voertuigen voorzien van een beroepsplaat;
85° de voertuigen voorzien van een nationale plaat.85° de voertuigen voorzien van een nationale plaat;
96° de voertuigen die specifiek worden omgebouwd voor het gemeenschappelijk vervoer van rolstoelgebruikers.
9De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 3°, is beperkt tot één personenauto per begunstigde en is afhankelijk van de voorlegging aan het bevoegde personeelslid van :10De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 3°, is beperkt tot één personenauto per begunstigde en is afhankelijk van de voorlegging aan het bevoegde personeelslid van :
101° een getuigschrift, uitgereikt door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend, met de vermelding dat de betrokkene de hoedanigheid van grootoorlogsinvalide heeft en een invaliditeitspensioen van ten minste 60 % geniet;111° een getuigschrift, uitgereikt door de overheid die het invaliditeitspensioen heeft toegekend, met de vermelding dat de betrokkene de hoedanigheid van grootoorlogsinvalide heeft en een invaliditeitspensioen van ten minste 60 % geniet;
112° een invaliditeitsattest, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, met de vermelding dat de betrokkene recht heeft op vrijstelling van de verkeersbelasting, of dat hij is getroffen door volledige blindheid of volledige verlamming van de bovenste ledematen, of dat die ledematen geamputeerd zijn, of dat hij is aangetast door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt.122° een invaliditeitsattest, uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, met de vermelding dat de betrokkene recht heeft op vrijstelling van de verkeersbelasting, of dat hij is getroffen door volledige blindheid of volledige verlamming van de bovenste ledematen, of dat die ledematen geamputeerd zijn, of dat hij is aangetast door een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt.
13De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verleend op voorwaarde dat de volgende documenten worden voorgelegd aan het bevoegde personeelslid:
141° een geldig certificaat van individuele nationale goedkeuring van een voer- tuig dat is afgeleverd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse adminis- tratie of een gelijkwaardig certificaat dat is afgeleverd door de bevoegde entiteit van een staat binnen de Europese Economische Ruimte. Uit dat certificaat blijkt dat het voertuig twee of meer voor rolstoelgebruikers toegankelijke plaatsen heeft en omgebouwd is met een bodemverlaging of rolstoelplateaulift;
152° een schriftelijke verklaring waarin de houder van het voertuig bevestigt dat de verbouwing specifiek heeft plaatsgevonden om rolstoelgebruikers te vervoeren.
12§ 2. Er wordt ook een vrijstelling van de belasting verleend voor de wegvoertuigen, luchtvaartuigen en boten die binnen zes maanden na de inschrijving conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, tweede en derde lid, of na de uitreiking van een vlaggenbrief conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, vierde lid, worden overgebracht naar een andere staat van de Europese Economische Ruimte en daar onder een definitieve regeling worden ingeschreven of van een vlaggenbrief worden voorzien.16§ 2. Er wordt ook een vrijstelling van de belasting verleend voor de wegvoertuigen, luchtvaartuigen en boten die binnen zes maanden na de inschrijving conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, tweede en derde lid, of na de uitreiking van een vlaggenbrief conform artikel 2.3.2.0.1, § 1, vierde lid, worden overgebracht naar een andere staat van de Europese Economische Ruimte en daar onder een definitieve regeling worden ingeschreven of van een vlaggenbrief worden voorzien.
13De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van de voorlegging van de volgende documenten :17De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van de voorlegging van de volgende documenten :
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.5.3.0.1
1De heffing wordt vastgesteld op een basisbedrag van 1100 euro.1De heffing wordt vastgesteld op een basisbedrag van 1100 euro.
2Het basisbedrag, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks aangepast op 1 januari op grond van de schommelingen van het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, vastgesteld tussen de maand november van het jaar voorafgaand aan het vorige jaar en de maand november van het vorige jaar .2Het basisbedrag, vermeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari 2022 jaarlijks geïndexeerd op 1 januari met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk voor de maand november van het vorige jaar te delen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk voor de maand november van het jaar 2020.
3Het aangepast basisbedrag, vermeld in het tweede lid, wordt afgerond op de lagere vijftig euro.3Het aangepast basisbedrag, vermeld in het tweede lid, wordt afgerond op de lagere vijftig euro.
+2 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.6.7.2.1
1Er kan een opschorting van de heffing worden verleend op verzoek van de eigenaar(s) voor de bedrijfsruimten die het voorwerp uitmaken van een brownfieldconvenant , definitief gesloten conform hoofdstuk III van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, voor zover de eigenaar actor is bij het brownfieldconvenant.1Er kan een opschorting van de heffing worden verleend op verzoek van de eigenaar of eigenaars voor de bedrijfsruimten die gevat zijn in een brownfieldproject waarvoor het ontwerp van brownfieldconvenant is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, conform hoofdstuk III van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, voor zover de eigenaar actor is bij het brownfieldconvenant.
2De opschorting wordt ongedaan gemaakt als de Vlaamse Regering beslist tot stopzetting van de onderhandelingen, vermeld in artikel 8, §3, eerste lid, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant. De opgeschorte heffingen zijn in die gevallen alsnog verschuldigd.
2De opschorting kan worden toegekend voor een termijn die loopt vanaf de datum van de aanvraag van de opschorting tot aan de beëindiging van het brownfieldconvenant, met toepassing van artikel 10, § 3, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten. Op het einde van die periode moet de verwaarlozing en/of de leegstand zijn beëindigd.3De opschorting kan worden toegekend voor een termijn die loopt vanaf de datum van de aanvraag van de opschorting tot aan de beëindiging van het brownfieldconvenant, met toepassing van artikel 10, § 3, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten. Op het einde van die periode moet de verwaarlozing en/of de leegstand zijn beëindigd.
3De opschorting wordt verleend voor de bedrijfsruimten waarvoor uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het aanslagjaar, een aanvraag tot opschorting met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt ingediend die leidt tot een aanvaarding van het verzoek tot opschorting.4De opschorting wordt verleend voor de bedrijfsruimten waarvoor uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het aanslagjaar, een aanvraag tot opschorting met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt ingediend die leidt tot een aanvaarding van het verzoek tot opschorting.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.7.1.0.6
101° de sommen, renten of waarden die verkregen zijn ingevolge een beding dat aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen;101° de sommen, renten of waarden die verkregen zijn ingevolge een beding dat aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen;
112° de renten en kapitalen die gevestigd zijn ter uitvoering van een wettelijke verplichting;112° de renten en kapitalen die gevestigd zijn ter uitvoering van een wettelijke verplichting;
123° de renten en kapitalen die door tussenkomst van de werkgever van de erflatergevestigd zijn in het voordeel van de langstlevende echtgenoot van de erflater of zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaar niet hebben bereikt, tot uitvoering van hetzij een groepsverzekeringscontract, onderschreven ingevolge een bindend reglement van de onderneming dat beantwoordt aan de voorwaarden, gesteld door de reglementering betreffende de controle van dergelijke contracten, hetzij het bindend reglement van een voorzorgsfonds, opgericht in het voordeel van het personeel van de onderneming;123° de renten en kapitalen die door tussenkomst van de werkgever van de erflater, of door tussenkomst van de werkgever van de langstlevende echtgenoot van de erflater die met de erflater gehuwd was onder een stelsel van gemeenschap, gevestigd zijn in het voordeel van de langstlevende echtgenoot van de erflater of zijn kinderen die de leeftijd van eenentwintig jaar niet hebben bereikt, tot uitvoering van hetzij een groepsverzekeringscontract, onderschreven ingevolge een bindend reglement van de onderneming dat beantwoordt aan de voorwaarden, gesteld door de reglementering betreffende de controle van dergelijke contracten, hetzij het bindend reglement van een voorzorgsfonds, opgericht in het voordeel van het personeel van de onderneming;
134° de sommen, renten of waarden die bij het overlijden van de erflater worden verkregen ingevolge een contract dat een door een derde in het voordeel van de verkrijger gemaakt beding bevat, als er bewezen wordt dat die derde kosteloos in het voordeel van de verkrijger heeft bedongen.134° de sommen, renten of waarden die bij het overlijden van de erflater worden verkregen ingevolge een contract dat een door een derde in het voordeel van de verkrijger gemaakt beding bevat, als er bewezen wordt dat die derde kosteloos in het voordeel van de verkrijger heeft bedongen.
+3 −3 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.7.3.2.12
1§ 1. Op hetgeen een gehandicapte persoon of een gehandicapt kind verkrijgt, wordt een abattement toegepast voor de som die verkregen is door toepassing van de volgende formule :1§ 1. Op hetgeen een persoon met een handicap of een gehandicapt kind verkrijgt, wordt een abattement toegepast voor de som die verkregen is door toepassing van de volgende formule :
21° (3000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de verkrijging onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1;21° (3000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de verkrijging onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1;
32° (1000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de verkrijging onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1.32° (1000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de verkrijging onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1.
4§ 2. Als een gehandicapte persoon of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend.4§ 2. Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend.
5Als een gehandicapte persoon of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de gehandicapte persoon of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de gehandicapte persoon of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft.5Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de persoon met een handicap of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de persoon met een handicap of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.7.5.0.4
1Als het actief van de nalatenschap van een rijksinwoner onroerende goederen bevat die in het buitenland liggen en die in dat land aanleiding geven tot het heffen van een erfbelasting, wordt het verschuldigde successierecht, in de mate waarin het de belastbare waarde van die goederen treft, verminderd met het bedrag van de in dat land geheven belasting, omgerekend in euro, op de datum van de betaling van die belasting.1Als het actief van de nalatenschap van een rijksinwoner buitenlandse goederen bevat die in het buitenland aanleiding geven tot het heffen van een erfbelasting, wordt het verschuldigde successierecht, in de mate waarin het de belastbare waarde van die goederen treft, verminderd met het bedrag van de in het buitenland geheven belasting, omgerekend in euro, op de datum van de betaling van die belasting.
2De vermindering, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegekend als aan het bevoegde personeelslid een behoorlijk gedateerd betalingsbewijs van een in het buitenland betaalde erfbelasting wordt voorgelegd, samen met een door de bevoegde overheden eensluidend verklaard afschrift van de aangifte die ze hebben ontvangen en de berekening van de belasting die ze hebben vastgesteld.2De vermindering, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegekend als aan het bevoegde personeelslid een behoorlijk gedateerd betalingsbewijs van een in het buitenland betaalde erfbelasting wordt voorgelegd, samen met een door de bevoegde overheden eensluidend verklaard afschrift van de aangifte die ze hebben ontvangen en de berekening van de belasting die ze hebben vastgesteld.
3Als voor dezelfde nalatenschap zowel de vermindering, vermeld in het eerste lid, als het abattement, vermeld in artikel 2.7.3.2.12, genoten kan worden, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, eerst toegepast.3Als voor dezelfde nalatenschap zowel de vermindering, vermeld in het eerste lid, als het abattement, vermeld in artikel 2.7.3.2.12, genoten kan worden, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, eerst toegepast.
+10 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.7.5.0.6
1De erfbelasting, verschuldigd door natuurlijke personen van wie de verkrijging onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, en die voldoen aan de hierna gestelde voorwaarden, wordt verminderd met een bedrag dat verkregen wordt door toepassing van de volgende formule: X = a x (b - c).
2De parameters, vermeld in het eerste lid, worden gedefinieerd als volgt:
31° a = de som van de nettoverkrijgingen tot een totaal maximumbedrag van 15.000 euro, aan de natuurlijke personen, vermeld in het eerste lid, die belast zijn volgens het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1;
42° b = het laagste tarief, vermeld in tabel II van het voormelde artikel;
53° c = het laagste tarief, vermeld in tabel I van het voormelde artikel.
6De vermindering, vermeld in het eerste lid, wordt alleen toegekend aan de natuurlijke personen die de erflater in een niet-herroepen testament op ondubbelzinnige wijze heeft aangewezen als diegenen die de toepassing van de vermindering, vermeld in het eerste lid, mogen vragen.
7De vermindering, vermeld in het eerste lid, wordt toegepast op de erfbelasting, verschuldigd door de verkrijgers die zijn aangewezen overeenkomstig het derde lid, na de toepassing van alle andere vrijstellingen en verminderingen waarop de voormelde verkrijgers aanspraak kunnen maken.
8Als er slechts één natuurlijke persoon is aangewezen overeenkomstig het derde lid, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, exclusief toegekend aan deze persoon.
9Als er meer dan één natuurlijke persoon is aangewezen overeenkomstig het derde lid, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, onder deze personen verdeeld naar verhouding van hun persoonlijke nettoverkrijging ten opzichte van de samengenomen nettoverkrijgingen van al deze personen, tenzij de erflater een andere verdeling heeft bepaald.
10De vermindering die conform dit artikel wordt toegepast, levert in geen geval grond voor een teruggave op.
+2 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.3.0.3
2Het eerste lid is niet van toepassing op:2Het eerste lid is niet van toepassing op:
31° de onroerende goederen die deel uitmaken van een vrijgestelde schenking van activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, 1° ;31° de onroerende goederen die deel uitmaken van een vrijgestelde schenking van activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, 1° ;
42° de onbebouwde onroerende goederen waarop de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.8, is toegepast.42° de onbebouwde onroerende goederen waarop de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.8, is toegepast;
53° de onroerende goederen waarop de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.1, is toegepast.
5§ 2. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast de grond die volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd is voor woningbouw, nog andere onroerende goederen worden geschonken, wordt voor de toepassing van paragraaf 1 de schenking van de bouwgrond geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.6§ 2. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast de grond die volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd is voor woningbouw, nog andere onroerende goederen worden geschonken, wordt voor de toepassing van paragraaf 1 de schenking van de bouwgrond geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
6§ 3. In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van paragraaf 1 en paragraaf 2 de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.7§ 3. In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van paragraaf 1 en paragraaf 2 de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.3.0.4
1Op hetgeen aan een gehandicapte persoon of een gehandicapt kind geschonken wordt, wordt een abattement toegepast aan de voet van de belastbare grondslag, voor de som die verkregen is door toepassing van de volgende formule :1Op hetgeen aan een persoon met een handicap of een gehandicapt kind geschonken wordt, wordt een abattement toegepast aan de voet van de belastbare grondslag, voor de som die verkregen is door toepassing van de volgende formule :
21° (3000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen in de rechte lijn en tussen partners, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1;21° (3000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen in de rechte lijn en tussen partners, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1;
32° (1000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen tussen alle andere personen, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1.32° (1000 euro) x (cijfer, aangeduid in artikel 2.7.3.3.2, eerste lid, 5°, volgens de leeftijd van de verkrijger) als de schenking onderworpen is aan het tarief voor verkrijgingen tussen alle andere personen, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, of artikel 2.8.4.2.1.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.4.1.1
6411° openbare centra voor maatschappelijk welzijn.6411° openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
65In afwijking van paragraaf 1 en 2 bedraagt het tarief van de schenkbelasting 5,5% voor schenkingen, inclusief inbrengen om niet, aan beroepsverenigingen en private stichtingen.65In afwijking van paragraaf 1 en 2 bedraagt het tarief van de schenkbelasting 5,5% voor schenkingen, inclusief inbrengen om niet, aan beroepsverenigingen en private stichtingen.
66In afwijking van het eerste lid wordt de schenkbelasting, vermeld in paragraaf 1 en 2, gebracht op 100 euro voor de schenkingen, inclusief inbrengen om niet, gedaan aan rechtspersonen als vermeld in het tweede lid, als de schenker zelf een rechtspersoon als vermeld in het tweede lid, is.66In afwijking van het tweede lid wordt de schenkbelasting, vermeld in paragraaf 1 en 2, gebracht op 100 euro voor de schenkingen, inclusief inbrengen om niet, gedaan aan rechtspersonen als vermeld in het tweede lid, als de schenker zelf een rechtspersoon als vermeld in het eerste lid, 10°, of het tweede lid, is.
67Het tarief, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, is ook van toepassing op gelijksoortige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een andere staat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.67Het tarief, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, is ook van toepassing op gelijksoortige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een andere staat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.4.3.1
53Het teruggegeven bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt teruggevorderd als de begiftigden geen effectieve verhuring van negen jaar kunnen aantonen. De begiftigden moeten de voortijdige beëindiging van de geregistreerde huurovereenkomst melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie binnen een termijn van vier maanden vanaf de beëindiging. Om de terugvordering te vermijden, moeten de begiftigden bovendien binnen een termijn van zes maanden na deze beëindiging een nieuwe geregistreerde huurovereenkomst, alsmede een conformiteitsattest, voor het geschonken goed voorleggen.53Het teruggegeven bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt teruggevorderd als de begiftigden geen effectieve verhuring van negen jaar kunnen aantonen. De begiftigden moeten de voortijdige beëindiging van de geregistreerde huurovereenkomst melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie binnen een termijn van vier maanden vanaf de beëindiging. Om de terugvordering te vermijden, moeten de begiftigden bovendien binnen een termijn van zes maanden na deze beëindiging een nieuwe geregistreerde huurovereenkomst, alsmede een conformiteitsattest, voor het geschonken goed voorleggen.
54Bij niet-nakoming van de verbintenissen, vermeld in het derde lid, zijn de begiftigden elk gehouden tot betaling van de teruggegeven schenkbelasting over hun eigen aandeel in de schenking. De teruggegeven schenkbelasting is niet verschuldigd als de niet-nakoming van de aangegane verbintenis het gevolg is van overmacht.54Bij niet-nakoming van de verbintenissen, vermeld in het derde lid, zijn de begiftigden elk gehouden tot betaling van de teruggegeven schenkbelasting over hun eigen aandeel in de schenking. De teruggegeven schenkbelasting is niet verschuldigd als de niet-nakoming van de aangegane verbintenis het gevolg is van overmacht.
55§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed gelegen in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid van hetzij paragraaf 1, hetzij paragraaf 2.55§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, tweede lid, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed gelegen in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid van hetzij paragraaf 1, hetzij paragraaf 2.
56Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1, of § 1/2.56Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het artikel 2.8.4.1.1, § 3, tweede lid, en de schenkbelasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, wordt teruggegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/1, of § 1/2.
57§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen werden geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.57§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen werden geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
58§ 5. In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.58§ 5. In geval van een aan een opschortende voorwaarde onderworpen schenking wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.4.4.1
4Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend conform de tabellen, vermeld in het eerste lid, wordt teruggegeven conform artikel 3.6.0.0.6, § 1/3. Het abattement, toegepast conform artikel 2.8.3.0.4, en de vermindering, verleend conform artikel 2.8.5.0.1, blijven in dat geval behouden.4Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform de tabellen van artikel 2.8.4.1.1, § 1, en de schenkbelasting, berekend conform de tabellen, vermeld in het eerste lid, wordt teruggegeven conform artikel 3.6.0.0.6, § 1/3. Het abattement, toegepast conform artikel 2.8.3.0.4, en de vermindering, verleend conform artikel 2.8.5.0.1, blijven in dat geval behouden.
5§ 2. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, is exclusief btw.5§ 2. Het bedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, is exclusief btw.
6§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.6§ 3. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 3, tweede lid, bedraagt het tarief van de schenkbelasting 3% voor een schenking van een onroerend goed in het Vlaamse Gewest als de begiftigde voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
7Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform artikel 2.8.4.1.1, § 3, en de schenkbelasting, berekend conform het eerste lid, wordt teruggegeven conform de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/3.7Het verschil tussen de schenkbelasting, berekend conform artikel 2.8.4.1.1, § 3, tweede lid, en de schenkbelasting, berekend conform het eerste lid, wordt teruggegeven conform de bepalingen van artikel 3.6.0.0.6, § 1/3.
8§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave, vermeld in paragraaf 1, wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen zijn geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.8§ 4. Als in dezelfde akte of in een andere akte van dezelfde datum naast het goed waarvoor de teruggave, vermeld in paragraaf 1, wordt gevraagd, nog andere onroerende goederen zijn geschonken, wordt de schenking van het goed waarop de teruggave betrekking heeft, geacht vóór de schenking van de andere goederen geregistreerd te zijn of verplicht registreerbaar te zijn geworden.
9§ 5. Bij een schenking die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.9§ 5. Bij een schenking die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van de vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de akte.
+1 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.1.0.4
42° onroerende goederen die door de vennootschap met betaling van het verkooprecht verkregen zijn, als het vaststaat dat de vennoot die eigenaar van die onroerende goederen wordt, deel uitmaakte van de vennootschap toen laatstgenoemde de goederen verkreeg.42° onroerende goederen die door de vennootschap met betaling van het verkooprecht verkregen zijn, als het vaststaat dat de vennoot die eigenaar van die onroerende goederen wordt, deel uitmaakte van de vennootschap toen laatstgenoemde de goederen verkreeg.
5In geval van verkrijging van maatschappelijke onroerende goederen door al de vennoten door een gehele of gedeeltelijke vereffening conform boek 2, titel 8, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, is, naargelang van het geval, de registratiebelasting die met toepassing van het eerste of het tweede lid is gevestigd, van toepassing op de latere toebedeling van de goederen aan een of meer vennoten.5In geval van verkrijging van maatschappelijke onroerende goederen door al de vennoten door een gehele of gedeeltelijke vereffening conform boek 2, titel 8, hoofdstuk 1, afdeling 2, van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, is, naargelang van het geval, de registratiebelasting die met toepassing van het eerste of het tweede lid is gevestigd, van toepassing op de latere toebedeling van de goederen aan een of meer vennoten.
6Als al de vennoten maatschappelijke onroerende goederen verkrijgen naar verhouding van hun participatie in de vennootschap zonder enige tegenprestatie, waarbij die verkrijging boekhoudkundig wordt aangerekend op de beschikbare of onbeschikbare inbreng, is, naargelang van het geval, de registratiebelasting die met toepassing van het eerste of het tweede lid is gevestigd, van toepassing op de latere toebedeling van de goederen aan een of meer vennoten.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.4.2.11
11De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.11De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.
12§ 4. In geval van een overdracht, die aan een opschortende voorwaarde is onderworpen die nog niet is vervuld op datum van de authentieke akte, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de authentieke akte.12§ 4. In geval van een overdracht, die aan een opschortende voorwaarde is onderworpen die nog niet is vervuld op datum van de authentieke akte, wordt voor de toepassing van dit artikel de datum van vervulling van de voorwaarde in de plaats gesteld van de datum van de authentieke akte.
13§ 5. Het tarief, vermeld in paragraaf 1, kan niet worden toegepast als voor de overdracht van het gebouw of gedeelten van het gebouw de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, is genoten.13§ 5. Het tarief, vermeld in paragraaf 1, kan niet voor het bijbehorende terrein worden toegepast als voor de overdracht van het gebouw of gedeelten van het gebouw de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, is genoten.
14§ 6. Het tarief, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan niet gecombineerd worden met de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.14§ 6. Het tarief, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan niet gecombineerd worden met de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.4.2.12
10In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 5% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.10In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 5% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.
11§ 2. In afwijking van paragraaf 1, 3°, wordt geen rekening gehouden met de woning of de bouwgrond als:11§ 2. In afwijking van paragraaf 1, 3°, wordt geen rekening gehouden met de woning of de bouwgrond als:
121° de verkrijger zich ertoe verbindt om dit onroerend goed uiterlijk twee jaar na de datum van de authentieke akte volledig en ten bezwarende titel te vervreemden en aantoont dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging tegen het verlaagd tarief, vermeld in paragraaf 1, en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, achtste lid;121° de verkrijger zich ertoe verbindt om dit onroerend goed uiterlijk drie jaar na de datum van de authentieke akte volledig en ten bezwarende titel te vervreemden en aantoont dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging tegen het verlaagd tarief, vermeld in paragraaf 1, en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, achtste lid;
132° het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, wordt onteigend en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, negende lid.132° het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, wordt onteigend en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, negende lid.
14De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.14De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.4.2.14
8Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering, vermeld in paragraaf 1, kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, noch met de vermindering van de personenbelasting, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, als de voormelde premies of de belastingvermindering betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 1°.8Het voordeel van de toepassing van de tariefvermindering, vermeld in paragraaf 1, kan niet gecombineerd worden met de premies, vermeld in artikel 10.2.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, noch met de vermindering van de personenbelasting, vermeld in artikel 14536 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, als de voormelde premies of de belastingvermindering betrekking hebben op dezelfde beheersmaatregelen, werkzaamheden of diensten als de beheersmaatregelen, de werkzaamheden of de diensten, vermeld in artikel 2.9.4.2.10, § 2, 1°.
9§ 5. In afwijking van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 1°, wordt er geen rekening gehouden met de woning of de bouwgrond als:9§ 5. In afwijking van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 1°, wordt er geen rekening gehouden met de woning of de bouwgrond als:
101° de verkrijger zich ertoe verbindt om dit onroerend goed uiterlijk één jaar na de datum van de authentieke akte volledig en ten bezwarende titel te vervreemden en aantoont dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging tegen het verlaagd tarief, vermeld in paragraaf 1, en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, tiende lid;101° de verkrijger zich ertoe verbindt om dit onroerend goed uiterlijk drie jaar na de datum van de authentieke akte volledig en ten bezwarende titel te vervreemden en aantoont dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging tegen het verlaagd tarief, vermeld in paragraaf 1, en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, tiende lid;
112° het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, wordt onteigend en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, elfde lid.112° het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, wordt onteigend en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, elfde lid.
12De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.12De koper die de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd.
+3 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.1.0.0.4
1§ 1. Als er met toepassing van de bepalingen van deze codex opcentiemen of een opdeciem worden geheven, worden die, samen met de belasting zelf, geïnd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.1§ 1. Als er met toepassing van de bepalingen van deze codex opcentiemen of een opdeciem worden geheven, worden die, samen met de belasting zelf, geïnd door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
2§ 2. Als de provincies, de agglomeraties en de gemeenten ertoe besluiten opcentiemen te heffen met toepassing van de bepalingen van deze codex, stellen de provincieraad, respectievelijk de agglomeratieraad of de gemeenteraad daarvan uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de opcentiemen voor het aanslagjaar in kwestie vast en delen ze die opcentiemen uiterlijk op 1 maart van hetzelfde jaar per aangetekende brief mee aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. 2§ 2. Als de provincies, de agglomeraties en de gemeenten ertoe besluiten opcentiemen te heffen met toepassing van de bepalingen van deze codex, stellen de provincieraad, respectievelijk de agglomeratieraad of de gemeenteraad daarvan uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar de opcentiemen voor het aanslagjaar in kwestie vast en delen ze die opcentiemen uiterlijk op 1 maart van hetzelfde jaar met een elektronische zending mee aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. De overeenstemmende belasting waarop de opcentiemen geheven worden, wordt aangeduid op het ter beschikking gestelde digitale loket.
3In het eerste lid wordt verstaan onder elektronische zending: een beveiligde zending via het digitale loket, vermeld in artikel 1, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 tot vaststelling van de wijze van communicatie tussen het lokaal bestuur, de indiener van de klacht en de toezichthoudende overheid in het kader van het bestuurlijk toezicht op het lokaal bestuur en artikel 1, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2018 tot vaststelling van de wijze van communicatie tussen de provincieoverheid, de indiener van de klacht en de toezichthoudende overheid in het kader van het bestuurlijk toezicht op de provincieoverheid.
3Als de provincie-, agglomeratie- of gemeenteraad de opcentiemen op de onroerende voorheffing niet heeft vastgesteld of als een van de data of beide data, vermeld in het eerste lid, werden overschreden, zal de onroerende voorheffing worden gevestigd met toepassing van de opcentiemen die voor de provincie, gemeente of agglomeratie in kwestie van toepassing waren voor het voorafgaande aanslagjaar.4Als de provincie-, agglomeratie- of gemeenteraad de opcentiemen op de onroerende voorheffing niet heeft vastgesteld of als een van de data of beide data, vermeld in het eerste lid, werden overschreden, zal de onroerende voorheffing worden gevestigd met toepassing van de opcentiemen die voor de provincie, gemeente of agglomeratie in kwestie van toepassing waren voor het voorafgaande aanslagjaar.
4Voor de toepassing van het tweede lid wordt uitgegaan van de naleving van de verplichtingen, vermeld in artikel 2.1.4.0.2, § 2 en § 3.5Voor de toepassing van het derde lid wordt uitgegaan van de naleving van de verplichtingen, vermeld in artikel 2.1.4.0.2, § 2 en § 3.
5§ 3. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie stort aan de provincies, de agglomeraties en de gemeenten de ontvangsten die ze voor hun rekening verwezenlijkt hebben, door in de maand die volgt op de maand van de ontvangsten, verminderd met de ontheffingen van betaalde vorderingen die doorgevoerd zijn tijdens de maand van de inning van die ontvangsten.6§ 3. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie stort aan de provincies, de agglomeraties en de gemeenten de ontvangsten die ze voor hun rekening verwezenlijkt hebben, door in de maand die volgt op de maand van de ontvangsten, verminderd met de ontheffingen van betaalde vorderingen die doorgevoerd zijn tijdens de maand van de inning van die ontvangsten.
6Als de ontheffingen van betaalde vorderingen die in de loop van een maand zijn doorgevoerd ten laste van respectievelijk een provincie, een agglomeratie of een gemeente, meer bedragen dan de ontvangsten die door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gedurende diezelfde maand voor rekening van die overheid zijn geïnd, vormt dat excedent voor de genoemde entiteit van de Vlaamse administratie een schuldvordering die terugvorderbaar is bij respectievelijk de provincie, de agglomeratie of de gemeente.7Als de ontheffingen van betaalde vorderingen die in de loop van een maand zijn doorgevoerd ten laste van respectievelijk een provincie, een agglomeratie of een gemeente, meer bedragen dan de ontvangsten die door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie gedurende diezelfde maand voor rekening van die overheid zijn geïnd, vormt dat excedent voor de genoemde entiteit van de Vlaamse administratie een schuldvordering die terugvorderbaar is bij respectievelijk de provincie, de agglomeratie of de gemeente.
+2 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.3.3.0.3
1§ 1. Als wordt vastgesteld dat de aangegeven waarde van de aangegeven goederen voor de berekening van de erfbelasting te laag is, wordt de belastingplichtige schriftelijk in kennis gesteld van de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie om aanvullende rechten en de belastingverhoging, vermeld in artikel 3.18.0.0.8, eerste lid, te vestigen. Die kennisgeving gebeurt binnen de 2 jaar na het indienen van de aangifte, vermeld in artikel 3.3.1.0.5 en 3.3.1.0.6.1§ 1. Als wordt vastgesteld dat de aangegeven waarde van de aangegeven goederen voor de berekening van de erfbelasting te laag is, wordt de belastingplichtige schriftelijk in kennis gesteld van de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie om aanvullende rechten en de belastingverhoging, vermeld in artikel 3.18.0.0.8, eerste lid, te vestigen. Die kennisgeving gebeurt binnen de 2 jaar na het indienen van de aangifte, vermeld in artikel 3.3.1.0.5 en 3.3.1.0.6.
2Als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.7.4.2.2, is toegepast om de erfbelasting te berekenen, gebeurt de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, binnen twee jaar nadat de termijn, vermeld in artikel 2.7.4.2.4, §1, eerste lid, is verstreken.
2Als wordt vastgesteld dat de waarde die aangegeven is of de prijs die opgegeven is voor de berekening van de registratiebelasting te laag is, wordt de belastingplichtige schriftelijk in kennis gesteld van de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie om aanvullende rechten en de belastingverhoging, vermeld in artikel 3.18.0.0.13, te vestigen. Die kennisgeving gebeurt binnen de 2 jaar vanaf de dag van de registratie van de akte die of het geschrift dat aanleiding geeft tot de heffing van de registratiebelasting.3Als wordt vastgesteld dat de waarde die aangegeven is of de prijs die opgegeven is voor de berekening van de registratiebelasting te laag is, wordt de belastingplichtige schriftelijk in kennis gesteld van de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie om aanvullende rechten en de belastingverhoging, vermeld in artikel 3.18.0.0.13, te vestigen. Die kennisgeving gebeurt binnen de 2 jaar vanaf de dag van de registratie van de akte die of het geschrift dat aanleiding geeft tot de heffing van de registratiebelasting.
4Als de vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, is toegepast op de akte, gebeurt de kennisgeving, vermeld in het derde lid, binnen twee jaar nadat de termijn, vermeld in artikel 2.8.6.0.7, §1, eerste lid, is verstreken.
3§ 2. De kennisgevingen, vermeld in paragraaf 1, vermelden de redenen die de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie rechtvaardigen.5§ 2. De kennisgevingen, vermeld in paragraaf 1, vermelden de redenen die de intentie van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie rechtvaardigen.
4§ 3. De toepassing van paragraaf 1 heeft geen invloed op de aanslagtermijnen, vermeld in artikel 3.3.3.0.1, § 4/1 en § 4/2.6§ 3. De toepassing van paragraaf 1 heeft geen invloed op de aanslagtermijnen, vermeld in artikel 3.3.3.0.1, § 4/1 en § 4/2.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.3.5.0.1
1De aanslagbiljetten worden in gesloten omslag aan de belastingschuldigen toegezonden.1De aanslagbiljetten worden in gesloten omslag aan de belastingschuldigen toegezonden.
2Zodra de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie voor een bepaalde belasting en voor een bepaald documenttype het daarvoor vereiste elektronische platform ter beschikking stelt, kunnen de belastingschuldigen of hun vertegenwoordigers er evenwel voor opteren om de aan hen verzonden aanslagbiljetten en de andere documenten over die belasting te ontvangen door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt. De aanbieding via een dergelijke procedure geldt als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet of van het document in kwestie. 2De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan voor een bepaalde belasting en voor een bepaald documenttype het elektronische platform dat daarvoor vereist is, ter beschikking stellen om de aanslagbiljetten en de andere documenten over die belasting uit te wisselen via een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt. Als de belastingschuldige een natuurlijke persoon is, niet in zijn hoedanigheid van ondernemer, of zijn vertegenwoordiger, geeft deze zijn instemming. De instemming geldt voor alle belastingen waarvoor de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het elektronische platform gebruikt. De aanbieding via die procedure geldt als rechtsgeldige kennisgeving van het aanslagbiljet of van het document in kwestie. De natuurlijke personen die niet in hun hoedanigheid van ondernemer zijn, kunnen de instemming op elk moment intrekken.
3De Vlaamse Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de procedure, vermeld in het tweede lid.3De Vlaamse Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de procedure, vermeld in het tweede lid.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.6.0.0.1
1Het bevoegde personeelslid verleent ambtshalve ontheffing van de overmatige belastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting, alsook van die welke blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen en op voorwaarde dat :1Het bevoegde personeelslid verleent in afwijking van artikel 3.5.9.0.1 ambtshalve ontheffing van de overmatige belastingen die voortvloeien uit materiële vergissingen, uit dubbele belasting, alsook van die welke blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten waarvan het laattijdig overleggen of inroepen door de belastingschuldige wordt verantwoord door gewettigde redenen en op voorwaarde dat :
21° die overmatige belastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd;21° die overmatige belastingen door de administratie zijn vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie zijn bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd;
32° de aanslag nog niet het voorwerp is geweest van een bezwaarschrift dat aanleiding heeft gegeven tot een definitieve beslissing over de grond.
32° ...
4Een nieuw rechtsmiddel of een wijziging van jurisprudentie wordt niet beschouwd als nieuw gegeven.4Een nieuw rechtsmiddel of een wijziging van jurisprudentie wordt niet beschouwd als nieuw gegeven.
5Het bevoegde personeelslid verleent ook ambtshalve ontheffing van de verminderingen en vrijstellingen met toepassing van artikel 2.1.6.0.2, eerste lid, 1° en 2°, en artikel 2.1.5.0.1, § 1, 1° tot en met 3°, en § 2, eerste lid, 1° tot en met 3°, en artikel 2.1.5.0.2, § 1, 1°, 2° en 4°, als het feit dat aanleiding geeft tot die verminderingen of vrijstellingen, door de administratie is vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie is bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar waartoe de belasting behoort waarop die verminderingen moeten worden verleend.5Het bevoegde personeelslid verleent ook ambtshalve ontheffing van de verminderingen en vrijstellingen met toepassing van artikel 2.1.6.0.2, eerste lid, 1° en 2°, en artikel 2.1.5.0.1, § 1, 1° tot en met 3°, en § 2, eerste lid, 1° tot en met 3°, en artikel 2.1.5.0.2, § 1, 1°, 2° en 4°, als het feit dat aanleiding geeft tot die verminderingen of vrijstellingen, door de administratie is vastgesteld of door de belastingschuldige aan de administratie is bekendgemaakt binnen vijf jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar waartoe de belasting behoort waarop die verminderingen moeten worden verleend.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.6.0.0.6
18De registratiebelasting die betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan de conform artikel 2.9.3.0.1 bepaalde heffingsgrondslag van de akte van wederverkoop, wordt niet teruggegeven.18De registratiebelasting die betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan de conform artikel 2.9.3.0.1 bepaalde heffingsgrondslag van de akte van wederverkoop, wordt niet teruggegeven.
19In geval van gedeeltelijke wederverkoop wordt in het verzoek tot teruggave het deel van de aanschaffingsprijs dat betrekking heeft op het wederverkochte gedeelte, nader aangegeven onder controle van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.19In geval van gedeeltelijke wederverkoop wordt in het verzoek tot teruggave het deel van de aanschaffingsprijs dat betrekking heeft op het wederverkochte gedeelte, nader aangegeven onder controle van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.
20§ 2/1. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het bedrag aan registratiebelasting dat meer bedraagt dan het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, artikel 2.9.4.2.12 en artikel 2.9.4.2.14, op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht tot teruggave is ontstaan. In het verzoek tot teruggave moet worden aangetoond dat de woning of bouwgrond die de toepassing van het verlaagde tarief van artikel 2.9.4.2.11, § 1, artikel 2.9.4.2.12 en artikel 2.9.4.2.14, heeft verhinderd, uiterlijk twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging van de andere woning volledig en ten bezwarende titel is vervreemd, en dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging. Bovendien moet in het verzoek tot teruggave worden voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3.20§ 2/1. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van het bedrag aan registratiebelasting dat meer bedraagt dan het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, artikel 2.9.4.2.12 en artikel 2.9.4.2.14, op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht tot teruggave is ontstaan. In het verzoek tot teruggave moet worden aangetoond dat de woning of bouwgrond die de toepassing van het verlaagde tarief van artikel 2.9.4.2.11, § 1, artikel 2.9.4.2.12 en artikel 2.9.4.2.14, heeft verhinderd, uiterlijk twee jaar of uiterlijk drie jaar, in geval van toepassing van het verlaagd tarief van artikel 2.9.4.2.12 en 2.9.4.2.14, na de datum van de authentieke akte van verkrijging van de andere woning volledig en ten bezwarende titel is vervreemd, en dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging. Bovendien moet in het verzoek tot teruggave worden voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3.
21§ 3. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van de registratiebelasting op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht tot teruggave is ontstaan, waarin wordt aangetoond dat een zuivere verkoop heeft plaatsgevonden door een natuurlijke persoon van een woning in het Vlaamse Gewest, waarvan de authentieke aankoopakte voor 1 januari 2022 werd verleden, en waarin hij op een ogenblik zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de zuivere aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt waarvan de akte uiterlijk op 31 december 2023 werd verleden, en, in geval van verdeling van een dergelijke woning, waarbij de natuurlijke persoon al zijn rechten erin heeft afgestaan. De ontheffing wordt verleend voor het wettelijk aandeel in de registratiebelasting die geheven is op de aankoop van het onroerend goed dat de natuurlijke persoon als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, op voorwaarde dat de authentieke akte van de verkoop of de verdeling is verleden binnen twee jaar, of vijf jaar in geval van de aankoop van een bouwgrond, na de datum van het verlijden van de authentieke akte van de nieuwe aankoop.21§ 3. Wat de registratiebelasting betreft, verleent het bevoegde personeelslid ook ontheffing van de registratiebelasting op voorwaarde dat een verzoek is ingediend binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin het recht tot teruggave is ontstaan, waarin wordt aangetoond dat een zuivere verkoop heeft plaatsgevonden door een natuurlijke persoon van een woning in het Vlaamse Gewest, waarvan de authentieke aankoopakte voor 1 januari 2022 werd verleden, en waarin hij op een ogenblik zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de zuivere aankoop van het onroerend goed dat hij als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt waarvan de akte uiterlijk op 31 december 2023 werd verleden, en, in geval van verdeling van een dergelijke woning, waarbij de natuurlijke persoon al zijn rechten erin heeft afgestaan. De ontheffing wordt verleend voor het wettelijk aandeel in de registratiebelasting die geheven is op de aankoop van het onroerend goed dat de natuurlijke persoon als zijn nieuwe hoofdverblijfplaats aanwendt of bestemt, op voorwaarde dat de authentieke akte van de verkoop of de verdeling is verleden binnen twee jaar, of vijf jaar in geval van de aankoop van een bouwgrond, na de datum van het verlijden van de authentieke akte van de nieuwe aankoop.
22De registratiebelasting, betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest ligt, alsook de aanvullende rechten die om om het even welke reden op een aankoop zijn geheven, zijn uitgesloten van de teruggave, overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.22De registratiebelasting, betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest ligt, alsook de aanvullende rechten die om om het even welke reden op een aankoop zijn geheven, zijn uitgesloten van de teruggave, overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.12.3.0.1
26Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:26Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
271° melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, verhinderen;271° melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, verhinderen;
282° wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;282° wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen drie jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;
293° wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid.293° wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid.
30Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:30Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, vijfde lid, de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
33Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:33Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 1°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
341° melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, verhinderen;341° melding wordt gemaakt van de onroerende goederen die de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, verhinderen;
352° wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;352° wordt gesteld dat de verkrijger de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, binnen drie jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging volledig en onder bezwarende titel zal vervreemden;
363° wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1.363° wordt aangetoond door de verkrijger dat er een causaal verband bestaat tussen de vervreemding, vermeld in punt 2°, en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1.
37Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:37Als partijen voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.14, § 1, de toepassing van artikel 2.9.4.2.14, § 5, 2°, inroepen, is ook vereist dat in de verklaring, vermeld in paragraaf 1:
+2 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.1.2.2
1De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de documenten waarvan de voorlegging is voorgeschreven met toepassing van artikel 3.13.1.2.1, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn ook verplicht, op verzoek van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, ter plaatse, de dossiers over de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die ze bevatten, ter inzage voor te leggen.1De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een informaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat om de documenten waarvan de voorlegging is voorgeschreven met toepassing van artikel 3.13.1.2.1, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn ook verplicht, op verzoek van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, ter plaatse, de dossiers over de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die ze bevatten, ter inzage voor te leggen.
2De gegevens die geplaatst zijn op de informatiedragers, moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.2De gegevens die geplaatst zijn op de informatiedragers, moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd.
3Als de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie hen erom verzoekt, zijn de personen, vermeld in het eerste lid, verplicht met hun materiaal en in het bijzijn van de personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kopieën te maken van het geheel of een deel van de voormelde gegevens in de vorm die de personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie vragen, alsook om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig zijn om het bedrag van de belastingen te bepalen.3Als de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie hen erom verzoekt, zijn de personen, vermeld in het eerste lid, verplicht met hun materiaal en in het bijzijn van de personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kopieën te maken van het geheel of een deel van de voormelde gegevens in de vorm die de personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie vragen, alsook om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig zijn om het bedrag van de belastingen te bepalen.
4De bepalingen van artikel 3.13.1.2.1, tweede lid, zijn van toepassing op de bewaring van de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook van de gegevens die ze bevatten.4De bepalingen van artikel 3.13.1.2.1, tweede lid, zijn van toepassing op de bewaring van de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook van de gegevens die ze bevatten.
5De verplichtingen, vermeld in het eerste en derde lid, gelden ook als de gegevens waar de bevoegde entiteit van de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.
+2 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.1.2.2/1 nieuw
1De personeelsleden van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kunnen de documenten die voorgelegd moeten worden met toepassing van artikel 3.13.1.2.1, voor de duur van het onderzoek behouden telkens als ze menen dat die documenten nodig zijn om het bedrag van de belastingen van de belastingplichtige of van derden te bepalen.
2De retentie, vermeld in het eerste lid, maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal van retentie dat bewijs oplevert zolang het tegendeel niet is bewezen. Een afschrift van dat proces-verbaal wordt binnen vijf werkdagen na de dag waarop de retentie is gebeurd, aan de belastingplichtige, vermeld in het eerste lid, verzonden.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.1.2.4
1De verificaties en vragen om inlichtingen, vermeld in artikel 3.13.1.2.1, eerste lid, artikel 3.13.1.2.2, eerste tot en met derde lid, en artikel 3.13.1.2.3, mogen slaan op alle verrichtingen waaraan de belastingplichtige heeft deelgenomen. De aldus ingewonnen inlichtingen kunnen ook worden ingeroepen met het oog op het belasten van derden.1De verificaties en vragen om inlichtingen, vermeld in artikel 3.13.1.2.1, eerste lid, artikel 3.13.1.2.2, eerste tot en met derde lid, artikel 3.13.1.2.2/1, eerste lid, en artikel 3.13.1.2.3, mogen slaan op alle verrichtingen waaraan de belastingplichtige heeft deelgenomen. De aldus ingewonnen inlichtingen kunnen ook worden ingeroepen met het oog op het belasten van derden.
+2 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.1.3.1
51° nadat het personeelslid dat het onderzoek voert, de inlichtingen en gegevens over de rekeningen tijdens het onderzoek met een verzoek om inlichtingen als vermeld in artikel 3.13.1.2.3, heeft gevraagd en bij die vraag duidelijk heeft aangegeven dat hij de toepassing van paragraaf 2 van dit artikel kan vragen als de belastingplichtige de gevraagde gegevens verborgen houdt of weigert te verschaffen. De opdracht, vermeld in het tweede lid, kan pas aanvangen als de termijn, vermeld in artikel 3.13.1.2.3, is verlopen;51° nadat het personeelslid dat het onderzoek voert, de inlichtingen en gegevens over de rekeningen tijdens het onderzoek met een verzoek om inlichtingen als vermeld in artikel 3.13.1.2.3, heeft gevraagd en bij die vraag duidelijk heeft aangegeven dat hij de toepassing van paragraaf 2 van dit artikel kan vragen als de belastingplichtige de gevraagde gegevens verborgen houdt of weigert te verschaffen. De opdracht, vermeld in het tweede lid, kan pas aanvangen als de termijn, vermeld in artikel 3.13.1.2.3, is verlopen;
62° nadat hij heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd en dat er vermoedens zijn dat de belastingplichtige gegevens daarover bij een instelling als vermeld in het tweede lid, verborgen houdt of dat de belastingplichtige weigert om die gegevens zelf te verschaffen.62° nadat hij heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd en dat er vermoedens zijn dat de belastingplichtige gegevens daarover bij een instelling als vermeld in het tweede lid, verborgen houdt of dat de belastingplichtige weigert om die gegevens zelf te verschaffen.
7§ 3. Als het personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek, vermeld in paragraaf 2, een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, kan hij de beschikbare gegevens over die belastingplichtige opvragen bij het centrale aanspreekpunt, vermeld in artikel 322 van het federale WIB 92.7§ 3. Als het personeelslid met minstens de graad van directeur heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek, vermeld in paragraaf 2, een of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, kan hij de beschikbare gegevens over die belastingplichtige opvragen bij het centrale aanspreekpunt, vermeld in de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.
8§ 4. Paragraaf 2 en 3 zijn ook van toepassing als een inlichting wordt gevraagd door een buitenlandse staat in een van de volgende gevallen :8§ 4. Paragraaf 2 en 3 zijn ook van toepassing als een inlichting wordt gevraagd door een buitenlandse staat in een van de volgende gevallen :
91° in het geval, vermeld in artikel 9 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen;91° in het geval, vermeld in artikel 9 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen;
16Met betrekking tot de registratiebelasting moet de machtiging een nauwkeurige aanduiding bevatten van het rechtsfeit waarvoor het onderzoek noodzakelijk wordt geacht.16Met betrekking tot de registratiebelasting moet de machtiging een nauwkeurige aanduiding bevatten van het rechtsfeit waarvoor het onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
17Met betrekking tot de erfbelasting moet de machtiging de aanduiding van de overleden persoon bevatten en, als het onderzoek betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar voor het openvallen van de nalatenschap hebben plaatsgevonden, of op verrichtingen die gedaan zijn door een andere persoon dan de overledene of zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, de nauwkeurige aanduiding van de feiten die het voorwerp van de opzoeking uitmaken.17Met betrekking tot de erfbelasting moet de machtiging de aanduiding van de overleden persoon bevatten en, als het onderzoek betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar voor het openvallen van de nalatenschap hebben plaatsgevonden, of op verrichtingen die gedaan zijn door een andere persoon dan de overledene of zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende, de nauwkeurige aanduiding van de feiten die het voorwerp van de opzoeking uitmaken.
18Als voor de registratiebelasting of de erfbelasting blijkt dat er een of meer aanwijzingen zijn van belastingontduiking, kan het bevoegde personeelslid met minstens de graad van directeur de beschikbare gegevens over die belastingplichtige of de erflater, in geval van erfbelasting, opvragen bij het centrale aanspreekpunt, vermeld in de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.
18§ 7. De inlichtingen, vermeld in dit artikel, moeten worden verschaft binnen drie maanden na de datum waarop ze zijn gevraagd. Die termijn kan worden verlengd door het bevoegde personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd.19§ 7. De inlichtingen, vermeld in dit artikel, moeten worden verschaft binnen drie maanden na de datum waarop ze zijn gevraagd. Die termijn kan worden verlengd door het bevoegde personeelslid met minstens de graad van afdelingshoofd.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.1.4.1
1§ 1. De bestuursdiensten van de staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de besturen van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten, alsook de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, als ze daarvoor worden aangezocht door een personeelslid, belast met de vestiging of de invordering van de belastingen, hem alle inlichtingen die ze in hun bezit hebben, te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, in alle akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden die ze in hun bezit hebben, inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen die het bedoelde personeelslid nodig acht voor de vestiging of de invordering van de belastingen, vermeld in deze codex.1§ 1. De bestuursdiensten van de staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de besturen van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten, alsook de openbare instellingen en inrichtingen, zijn gehouden, als ze daarvoor worden aangezocht door een personeelslid, belast met de vestiging of de invordering van de belastingen, hem alle inlichtingen die ze in hun bezit hebben, te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, in alle akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden die ze in hun bezit hebben, inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen die het bedoelde personeelslid nodig acht voor de vestiging of de invordering van de belastingen, vermeld in deze codex.
2In de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen over de rechtspleging mag evenwel geen inzage worden verleend zonder uitdrukkelijk verlof van de federale procureur, de procureur-generaal of de auditeur-generaal.2In de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen over de rechtspleging mag evenwel geen inzage worden verleend zonder uitdrukkelijk verlof van het openbaar ministerie.
3De originelen van de ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp, uitgereikt door de geneesheren, de tandheelkundigen en de paramedische medewerkers, mogen echter niet worden meegedeeld zonder dat de nationale raad van de Orde van Geneesheren of de provinciale geneeskundige commissies de gelegenheid hebben gehad zich ervan te vergewissen dat de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie daardoor geen inlichtingen krijgt over de identiteit van de zieken en van de verzekerden.3De originelen van de ontvangstbewijzen-getuigschriften voor verstrekte hulp, uitgereikt door de geneesheren, de tandheelkundigen en de paramedische medewerkers, mogen echter niet worden meegedeeld zonder dat de nationale raad van de Orde van Geneesheren of de provinciale geneeskundige commissies de gelegenheid hebben gehad zich ervan te vergewissen dat de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie daardoor geen inlichtingen krijgt over de identiteit van de zieken en van de verzekerden.
4§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) wat de individueel verkregen inlichtingen betreft.4§ 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) wat de individueel verkregen inlichtingen betreft.
+3 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.13.2.0.4
1§ 1. Als de niet-betaling van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling, het eurovignet of de administratieve geldboetes die worden opgelegd ingevolge overtredingen van de regelgeving inzake de kilometerheffingwordt vastgesteld op de openbare weg, moet de bestuurder van het voertuig dat aan een van die belastingen onderhevig is, de niet-betaalde belastingen en toebehoren die voor het gecontroleerde voertuig verschuldigd zijn op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding dadelijk betalen aan het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3.1§ 1. Als de niet-betaling van de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling, het eurovignet of de administratieve geldboetes die worden opgelegd ingevolge overtredingen van de regelgeving inzake de kilometerheffing, met inbegrip van de administratieve geldboetes inzake kilometerheffing die worden opgelegd voor overtredingen die eerder zijn begaan, maar die niet vroeger ter kennis konden worden gebracht aan de overtreder ingevolge de niet-naleving van zijn verplichtingen, wordt vastgesteld op de openbare weg, moet de bestuurder van het voertuig dat aan een van die belastingen onderhevig is, de niet-betaalde belastingen en toebehoren die voor het gecontroleerde voertuig verschuldigd zijn op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding dadelijk betalen aan het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3.
2Als het gecontroleerde voertuig ingeschreven staat op naam van de bestuurder of op naam van zijn echtgenoot, wettelijk samenwonende partnerof kind, betaalt de bestuurder alle openstaande belastingen en toebehoren inzake de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling, het eurovignet of de administratieve geldboetes kilometerheffing, die de houder van de nummerplaat verschuldigd is op het ogenblik dat de overtreding wordt vastgesteld, dadelijk aan het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3.2Als het gecontroleerde voertuig of de gecontroleerde nummerplaat ingeschreven staat op naam van de bestuurder of op naam van zijn echtgenoot, wettelijk samenwonende partner, een van zijn ouders of kind, betaalt de bestuurder alle openstaande belastingen en toebehoren inzake de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling, het eurovignet of de administratieve geldboetes kilometerheffing, die de houder van de nummerplaat verschuldigd is op het ogenblik dat de overtreding wordt vastgesteld, dadelijk aan het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3.
3§ 2. In geval van niet-betaling van de sommen, vermeld in paragraaf 1, op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding, wordt het voertuig door het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3, aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn.3§ 2. In geval van niet-betaling van de sommen, vermeld in paragraaf 1, op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding, wordt het voertuig door het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3, aangehaald tot de verschuldigde sommen betaald zijn.
4Het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3, stelt in het geval, vermeld in het eerste lid, een verslag van vaststelling van aanhaling op.4Het bevoegde personeelslid, vermeld in artikel 3.13.2.0.3, stelt in het geval, vermeld in het eerste lid, een verslag van vaststelling van aanhaling op.
9De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan in het geval, vermeld in het eerste lid, een dwangschrift opstellen en laten overgaan tot betekening van een dwangbevel en eventueel tot uitvoerend roerend beslag op het voertuig.9De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan in het geval, vermeld in het eerste lid, een dwangschrift opstellen en laten overgaan tot betekening van een dwangbevel en eventueel tot uitvoerend roerend beslag op het voertuig.
10In het dwangschrift en het dwangbevel kunnen naast de sommen, vermeld in paragraaf 1, andere openstaande schulden worden opgenomen die betrekking hebben op de belastingen, opcentiemen, opdeciem, interesten en kosten die door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie worden geïnd.10In het dwangschrift en het dwangbevel kunnen naast de sommen, vermeld in paragraaf 1, andere openstaande schulden worden opgenomen die betrekking hebben op de belastingen, opcentiemen, opdeciem, interesten en kosten die door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie worden geïnd.
11Als de belastingschuldige niet de eigenaar is van het voertuig dat het voorwerp uitmaakt van het uitvoerend roerend beslag, en over de eigendom een geschil ontstaat, kan er over de betwisting uitspraak gedaan worden, zoals in kortgeding door de beslagrechter van de plaats waar de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie die de belasting moet innen is gevestigd.
11§ 4. Het risico en de eventuele kosten die voortvloeien uit de aanhaling en het beslag, zijn ten laste van de belastingschuldige.12§ 4. Het risico en de eventuele kosten die voortvloeien uit de aanhaling en het beslag, zijn ten laste van de belastingschuldige.
12Het beslag wordt na betaling van alle sommen en bijbehorende kosten die opgenomen zijn in het dwangbevel, opgeheven.13Het beslag wordt na betaling van alle sommen en bijbehorende kosten die opgenomen zijn in het dwangbevel, opgeheven.
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.18.0.0.11
97° de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11 of artikel 2.9.4.2.12, vervalt bij gebrek aan inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister op het adres van het aangekochte goed binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 2°, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 4° ;97° de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11 of artikel 2.9.4.2.12, vervalt bij gebrek aan inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister op het adres van het aangekochte goed binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 2°, of artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 4° ;
107°/1 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, vervalt bij gebrek aan vervreemding van de woning of de bouwgrond en waarmee voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 1°, geen rekening is gehouden binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 3, 1°;107°/1 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 1, vervalt bij gebrek aan vervreemding van de woning of de bouwgrond en waarmee voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.11, § 2, eerste lid, 1°, geen rekening is gehouden binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.11, § 3, 1°;
117°/2 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, vervalt bij gebrek aan tijdige uitvoering van de renovatie, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 1°, of bij gebrek aan naleving van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 2° ;117°/2 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, vervalt bij gebrek aan tijdige uitvoering van de renovatie, gedeeltelijke herbouw of herbouw, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 1°, of bij gebrek aan naleving van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, eerste lid, 2° ;
127°/3 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, vervalt bij gebrek aan vervreemding van de woning of de bouwgrond en waarmee voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1°, geen rekening is gehouden binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1° ;127°/3 de verkrijger, als het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 1, vervalt bij gebrek aan vervreemding van de woning of de bouwgrond en waarmee voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1°, geen rekening is gehouden binnen de termijn, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, § 2, 1° ;
137°/4 de verkrijger, als het verlaagd tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, vervalt bij gebrek aan tijdige verhuring als vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, eerste lid, 1°, of bij gebrek aan tijdige indiening van de bewijsstukken, vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, eerste lid, 2°, of bij vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst of bij gebrek aan tijdige kennisgeving hiervan als vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 4;137°/4 de verkrijger, als het verlaagd tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, vervalt bij gebrek aan tijdige verhuring als vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, eerste lid, 1°, of bij gebrek aan tijdige indiening van de bewijsstukken, vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 1, eerste lid, 2°, of bij vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst of bij gebrek aan tijdige kennisgeving hiervan als vermeld in artikel 2.9.4.2.13, § 4;
+1 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 5.0.0.0.17 nieuw
1Artikel 3.6.0.0.1, zoals gewijzigd bij het decreet van [...], is van toepassing op de aanslagen, waarvoor de termijn, vermeld in artikel 3.6.0.0.1, eerste lid, 1°, nog niet is verstreken.
+1 −0 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 5.0.0.0.18 nieuw
1De termijn van drie jaar, vermeld in artikel 2.9.4.2.12, §2, eerste lid, 1°, en artikel 2.9.4.2.14, §5, eerste lid, 1°, geldt van rechtswege ook voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop die gesloten zijn vanaf 1 januari 2022, of, in afwijking daarvan, op authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2022, wanneer de overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarop de akten betrekking hebben, gesloten zijn voor 1 januari 2022 en waarvoor het tarief, vermeld in respectievelijk artikel 2.9.4.2.12 en 2.9.4.2.14, werd toegepast.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd