Tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft #577
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld voegde 11 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 9 december 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
19 april 2021 (2020-2021)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Wilfried Vandaele, Koen Van den Heuvel, Steven Coenegrachts,
Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Andries Gryffroy
tot wijziging van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009,
wat de woonreservegebieden betreft
ingediend op
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Mieke Schauvliege
Artikel 7
In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.10, §1, punt 1° schrappen.
VERANTWOORDING
Het vrijgavebesluit is een volledig nieuw instrument in de ruimtelijke ordening. Artikel 9 van voorliggend
voorstel van decreet bepaalt dat het vrijgavebesluit op “verordenende wijze de ordening van het gebied
op het vlak van toegestane functies, inrichting en beheer bepaalt”. Daarmee heeft het vrijgavebesluit in
principe dezelfde rechtsgevolgen als een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Dit roept wel wat onduidelijkheden op inzake de relatie met de omgevingsvergunning en met bestaande
verordenende instrumenten, wat nefast is voor de rechtszekerheid. Het instrument wordt immers
niet gedefinieerd onder de beoordelingsgronden in artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke
Ordening (VCRO) voor de omgevingsvergunning. Het is niet duidelijk of de verordenende bepalingen
ook bestemmingsvoorschriften kunnen inhouden, bijvoorbeeld om een deel van het woonreservegebied
te vrijwaren van bebouwing. Omdat een vrijgavebesluit net als een uitvoeringsplan een verordenend
instrument wil zijn, wordt ook niet gemotiveerd waarom de procedure en de vormvereisten
verschillen van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Er zijn immers wezenlijke verschillen op vlak van
de vormvereisten (moet bijvoorbeeld een vrijgavebesluit een bestaande toestand bevatten?), als op
vlak van de procedure (zo wordt bijvoorbeeld voor een vrijgavebesluit een openbaar onderzoek van 30
dagen georganiseerd, terwijl het openbaar onderzoek van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
(RUP) 60 dagen in beslag neemt). Voor de woonreservegebieden geldt bovendien dat zowel de piste via
het vrijgavebesluit als de piste via het gemeentelijk uitvoeringsplan kan gekozen worden om het gebied
in ontwikkeling te brengen. Bij ontstentenis aan duidelijke criteria waarom voor één van beide dient
gekozen te worden, kan dit leiden tot ongelijke behandeling en bestuurlijke willekeur. Het is daarom
beter om het vrijgavebesluit te modelleren naar het planologisch attest, waarbij een gunstig besluit de
overheid verplicht een planningsinitiatief te nemen.
Dit amendement dient te worden gelezen in samenhang met amendement nr. 3.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Mieke Schauvliege
Artikel 7
In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.10, §1, punt 2° schrappen.
VERANTWOORDING
Als sociale huisvestigingsmaatschappijen (SHM’s) zonder vrijgavebesluit woonreservegebieden kunnen
ontwikkelen bestaat het risico dat woonreservegebieden die omwille van beleidsmatige bepalingen
niet ontwikkeld kunnen worden door private eigenaars net in handen zullen komen van SHM’s. Er
is dus een gevaar dat er vele nieuwe sociale woningen en kavels zullen komen, op locaties waar
ontwikkeling beleidsmatig net het minst gewenst is. De meest kwetsbare groepen zijn bovendien het
meest afhankelijk van goede voorzieningen in de nabijheid en openbaar vervoer. Dit zou zowel vanuit
sociaal oogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt onwenselijk zijn. De toets voor de vrijgave wordt daarom
best verplicht voor alle woonreservegebieden, ongeacht de aard van de aanvrager.
Er kan wel overwogen worden om het voorstel om elk vrijgavebesluit te laten resulteren in een
uitvoeringsplan (en de planbaten) achterwege te laten voor SHM’s. Voor woonreservegebieden in
eigendom van SHM’s dient een planologisch initiatief gestimuleerd te worden om deze gronden te ruilen
met ruimtelijk geschikte bouwmogelijkheden voor deze doelgroep.
Zie ook de amendementen nr. 7 en 8.
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Mieke Schauvliege
Artikel 9
In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.11, §1, het tweede lid vervangen
door wat volgt:
“Het gemeenteraadsbesluit verbindt de gemeente tot opmaak van een ruimtelijk
uitvoeringsplan binnen een termijn van één jaar.”.
VERANTWOORDING
Dit amendement dient te worden gelezen in samenhang met amendement nr. 1.
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Mieke Schauvliege
Artikel 9
In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.11, §1, derde lid, de zinsnede “,of
een voldoende publiek bekendgemaakte beleidsmatige gewenste ontwikkeling als
vermeld in artikel 4.3.1, §2, eerste lid, 2°, a)” schrappen.
VERANTWOORDING
Het instrument ‘beleidsmatig gewenste ontwikkeling’ (BGO) was tot op heden enkel van toepassing
op de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening in het kader van een omgevingsvergunning en
duidelijk niet voor het beoordelen van plannen. Het is daarmee niet duidelijk of een lokaal bestuur een
beleidsmatig gewenste ontwikkeling kan afkondigen, die indruist tegen bepalingen van een bestaand
structuurplan om zodoende een gebied te kunnen vrijgeven. Dat zou voor rechtsonzekerheid kunnen
zorgen.
Daarnaast maakt het gebruik van de BGO als motivatie het gemakkelijker voor lokale besturen om
een woonreservegebied aan te snijden. Dit laat veel marge voor ontwikkelingen die niet passen
binnen de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Zonder beperkende maatregelen
van bovenlokale besturen en duidelijke criteria en voorwaarden kunnen we verwachten dat er
meer woonuitbreidingsgebied zal worden aangesneden dan wenselijk. De ontwikkelingsdruk op
woonreservegebieden is overigens net het grootste in landelijke regio’s, waar het aanbieden van
goedkopere bouwgronden als instrument wordt gezien voor het aantrekken of behouden van jonge
gezinnen, en vaak op plaatsen die minder goed ontsloten zijn door openbaar vervoer en voorzieningen.
De huidige schorsingsmogelijkheden van zowel de provincie als het …