Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op194 (2019-2020) – Nr. 11
22 november 2022 (2022-2023)
verzendcode: LEE
Reflectienota
van Mieke Schauvliege
op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3 en 4: Amendementen
– Nr. 5: Advies van de Raad van State
– Nr. 6: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie
voor de verwerking van persoonsgegevens
– Nr. 7 t.e.m. 9: Amendementen
– Nr. 10: Verslag
1. Situering
Deze reflectienota onderzoekt of het ontwerp van decreet dat een realisatiegericht
instrumentarium voor het realiseren van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)
bevat, de vooropgestelde doelen kan bereiken.
2. Beleidsplan Ruimte Vlaanderen
Tijdens de vorige zittingsperiode was de betonstop de klimaatmaatregel bij uitstek
om uitstoot te voorkomen door een efficiëntere ruimtelijke ordening. Die klimaatregel houdt in dat iedereen zich aan de klimaatverandering aanpast, want meer
open ruimte betekent meer ruimte voor wateropvang en voor bos en natuur. Die
zijn broodnodig als bescherming tegen hitte, droogte en overstromingen.
Dat er maatregelen nodig zijn om de bouwshift te realiseren, is zeker. Uit de meest
recente cijfers van het Ruimterapport Vlaanderen blijkt dat de bouwshift niet vanzelf gaat. Er wordt elke dag 5,1 hectare bijkomende ruimte ingenomen. Hoewel de
doelstelling in het Krokusakkoord dat het ruimtebeslag tegen 2025 maar 3 hectare
per dag mag zijn en tegen 2040 tot 0 moet zijn gereduceerd, onverminderd blijft
bestaan, is die met het Instrumentendecreet verder weg dan ooit.
De bouwshift is een beleidsmaatregel in het BRV. Het BRV is een beleidsnota die
het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, dat ernstige beperkingen heeft, zou moeten vervangen. Dat plan is gelanceerd in 1997 en kreeg een levensduur van tien
jaar. Door het uitblijven van een grondige update werd het structuurplan al snel
als een te rigide last ervaren, met te weinig ruimte voor flexibiliteit en te veel
bureaucratie. Gemeenten kunnen met lokale structuurplannen niet afwijken van
Vlaamse of provinciale ruimtelijke structuurplannen. Beleidsplanning in plaats van
structuurplanning zou die mankementen oplossen. De beleidsplanning zou moeten leiden tot een nieuwe strategische visie voor de Vlaamse ruimte, die geldig is
tot in 2050. De visie heeft geen bindend karakter. Nog uit te werken thematische
en gebiedsgerichte beleidskaders moeten ervoor zorgen dat de visie in de praktijk
uitgevoerd kan worden.
Het BRV heeft een lange en moeizame voorgeschiedenis. Begin 2011 werd het
proces dat moest leiden tot een beleidsplan Ruimte opgestart met een startnota.
In mei 2012 volgde het groenboek Beleidsplan Ruimte, dat een nieuwe ruimtelijke
visie op Vlaanderen bevatte. In 2015 volgde de goedkeuring van de conceptnota
Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, met een geactualiseerde procesaanpak voor de
verdere aanpak van het traject naar een BRV. Eind 2016 volgde dan de goedkeuring van het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Op 20 juli 2018 volgde
uiteindelijk de goedkeuring van de strategische visie van het BRV.
3. Van betonstop naar bouwshift
Het meest in het oog springende voornemen van de strategische visie van het BRV
is zonder twijfel om vanaf 2040 niet meer op nieuwe stukken grond te bouwen,
maar alleen nog op de al ingenomen ruimte. Het bijkomende gemiddelde ruimtebeslag zou tegen 2040 dus moeten worden teruggedrongen tot 0 hectare. Volgens
het jongste Ruimterapport Vlaanderen bedraagt de toename van het ruimtebeslag
in de periode 2013-2019 gemiddeld nog steeds 5,1 ha/dag. Het verhogen van
het ruimtelijk rendement in het bestaande ruimtebeslag zou tegen 2040 dan aantrekkelijker moeten zijn dan ruimtelijk uitbreiden. Er werd ook een tussentijdse
doelstelling opgenomen: tegen 2025 zou de dagelijkse ruimte-inname beperkt
moeten zijn tot 3 ha/dag.
Aanvankelijk werd op dat voornemen de term ‘betonstop’ gekleefd. De huidige
regering verkoos de term ‘bouwshift’. De principes blijven dezelfde: een andere
Vlaams Parlement194 (2019-2020) – Nr. 11 3
manier van ruimtelijk ordenen, met kernversterking in dorpen en steden, en bij
knooppunten van openbaar vervoer. Een daling van het ruimtebeslag vraagt om
een hele resem aan maatregelen om dat doel te bereiken.
4. Neutralisatieopgave van de bouwshift
Het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit (DRUM) van
Hogeschool Gent becijferde dat de kern van het ruimtebeslagrisico bestaat uit
39.352 hectare aan harde, ontwikkelbare bestemmingen zoals wonen, industrieen havengebieden, gemeenschapsvoorzieningen en infrastructuur.1 Het voorstel
van decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei
2009, wat de woonreservegebieden betreft, dat onder meer een bevriezing van de
woonreservegebieden voorstelt, heeft maar een beperkt effect. De woonreservegebieden (verzamelnaam voor de woonuitbreidings- en andere reservegebieden)
zijn maar goed voor 15 procent van het ruimtebeslagrisico in de harde bestemmingen. Ook voor de overige 85 procent van de gebieden waarin nog bebouwing
en ander ruimtebeslag mogelijk is, zullen acties nodig zijn om de doelstelling van
de bouwshift te halen. Ook in zachte bestemmingen is er een hoog risico op ruimtebeslag. Meer dan 50 procent van nieuw ruimtebeslag bevindt zich in zachte
bestemmingen, vooral ten koste van landbouwgronden.
11.000 hectare gebied zou prioritaire neutralisatie door Vlaanderen moeten zijn:
het gaat om 2012 hectare watergevoelig gebied, 7123 hectare gebieden met hoge
natuurwaarden, 7945 hectare gebieden met een hoge ecosysteemdienstwaarde en
2204 hectare gebieden met een hoge landschapswaarde.
5. De lange weg van het Instrumentendecreet
Om het ruimtelijk instrumentarium te verbeteren en realisatiegerichter te maken
heeft de Vlaamse Regering een ontwerp van decreet bij het Vlaams Parlement ingediend: het decreet betreffende het realisatiegerichte instrumentarium, kortweg het
Instrumentendecreet. Dat ontwerp van decreet moet de …