Bij de begroting 2020 #152
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in circusdecreet-van-1-maart-2019decreet-2016-05-20decreet-2003-07-18 · 15 november 2019 10 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
10 december 2019 (2019-2020)
Verslag
namens de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en
Justitie
uitgebracht door Philippe Muyters
over het ontwerp van programmadecreet
bij de begroting 2020
Hoofdstuk 1. Algemeen
Hoofdstuk 8. Financiën en Begroting
Hoofdstuk 10. Inwerkingtreding
ingediend op
— 1011 Brussel — 02/552.11.11 — www.vlaamsparlement.be
Samenstelling van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie:
Voorzitter: Jos Lantmeeters.
Vaste leden:
Arnout Coel, Maaike De Vreese, Jos Lantmeeters, Philippe Muyters, Sarah Smeyers;
Adeline Blancquaert, Anke Van dermeersch, Wim Verheyden;
Vincent Van Peteghem, Peter Van Rompuy;
Willem-Frederik Schiltz, Carina Van Cauter;
Stijn Bex, Björn Rzoska;
Conner Rousseau.
Plaatsvervangers:
Andries Gryffroy, Lorin Parys, Wilfried Vandaele, Steven Vandeput, Paul Van Miert;
Filip Brusselmans, Yves Buysse, Johan Deckmyn;
Jo Brouns, Koen Van den Heuvel;
Marino Keulen, Maurits Vande Reyde;
Imade Annouri, Celia Groothedde;
Bruno Tobback.
Toegevoegde leden:
Jos D’Haese.
Documenten in het dossier:
(2019-2020)
(2019-2020)
– Nr. 1: Ontwerp van programmadecreet
– Nr. 2 t.e.m. 5: Amendementen
– Nr. 1: Verslag van het Rekenhof over het onderzoek van de Vlaamse begroting
INHOUD
1. Toelichting door Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en
Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed ................................................. 4
1.1. Woonfiscaliteit/onroerendgoedfiscaliteit ......................................... 4
1.2. Dienstencheques ........................................................................ 5
1.3. Inperking belastingkrediet onroerende voorheffing rechtspersonen ... 5
1.4. Verkeersfiscaliteit – kilometerheffing ............................................. 5
2. Bespreking .......................................................................................... 5
2.1. Vragen en opmerkingen van de leden............................................ 5
2.1.1. Tussenkomst van Philippe Muyters ..................................... 5
2.1.2. Tussenkomst van Björn Rzoska.......................................... 5
2.2. Antwoorden van de minister ........................................................ 5
3. Artikelsgewijze bespreking en stemming ................................................. 6
Gebruikte afkortingen ........................................................................................... 10
Bijlage: bijkomend briefadvies van de MORA van 19 november 2019: zie dossierpagina
op www.vlaamsparlement.be
Het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020 maakte deel uit van
de geïntegreerde begrotingsbesprekingen die in de Commissie voor Algemeen
Beleid, Financiën, Begroting en Justitie zijn doorgegaan met minister Matthias
Diependaele op 12, 19 en 26 november en 10 december 2019. De meeste van de
hieronder vermelde elementen zijn daardoor ook terug te vinden in het algemene
verslag van de commissiewerkzaamheden over de uitgavenbegroting 2020
(Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 15/8). Op laatstgenoemde datum werd gestemd over de
aan de commissie toegewezen bepalingen van het ontwerp van programmadecreet
evenals over twee amendementen hierbij.
1. Toelichting door Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën
en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed
Minister Matthias Diependaele somt de belangrijkste bepalingen op. Het gaat
daarbij met name over de maatregelen inzake de woonfiscaliteit (woonbonus en
registratierechten), de hervorming van de verkeersfiscaliteit (kilometerheffing), de
dienstencheques en het belastingkrediet voor de rechtspersonen in de onroerende
voorheffing.
1.1. Woonfiscaliteit/onroerendgoedfiscaliteit
Vlaanderen is enkel bevoegd voor de eigen woning, waarbinnen de beslissing over
de woonbonus valt. De minister herhaalt de eerder geformuleerde argumentatie
om de maatregel door te voeren: de almaar toenemende budgettaire kostprijs voor
de Vlaamse overheid, de opwaartse druk op de prijzen die mee door de woonbonus
wordt veroorzaakt en het tijdstip van de historisch lage rente.
De minister haalt een cijfervoorbeeld aan bij de hervorming van de woonfiscaliteit. Terwijl de totale intrestlast voor een lening van 250.000 euro in 2005 over
een looptijd van twintig jaar aan een interestvoet van 5 procent nog 142.000 euro
bedroeg, is dat in 2019 nog 43.000 euro met een gelijke looptijd en een interestvoet van 1,65 procent.
Het effect van de verminderde interestvoet is veel groter dan dat van de woonbonus
ooit was. Daarbij komen de totale budgettaire kostprijs, die al 1,4 miljard euro per
jaar beloopt, en de eerder genoemde opwaartse druk op de woningprijzen.
Wat ook verandert is dat het vervangende fiscale voordeel voortaan direct bij de
aankoop wordt gegeven. De minister onderstreept nog dat het gaat om de stopzetting van de instroom van nieuwe contracten: de oude blijven behouden, zoals
de website van de Vlaamse Belastingdienst duidelijk uitlegt.
Met betrekking tot het verkooprecht wordt het tarief van de registratierechten bij
de aankoop van onroerend goed verlaagd met 1 procent vanaf 1 januari 2020. Het
gaat van 7 procent naar 6 procent of zelfs 5 procent in het geval van ingrijpende
energetische renovaties.
Qua financiële impact van de hervorming van de woonfiscaliteit, gaat het bij de
verlaagde registratierechten om een bedrag van 140 miljoen euro. De impact van
de afschaffing van de woonbonus, die hic et nunc moeilijk in te schatten is, zal
hiervoor later een tegengewicht bieden. Niemand kan echter exact voorspellen wat
precies het effect van de afschaffing van de woonbonus zal zijn op de aankopen in
2019, noch op een mogelijke marktvertraging in 2020, noch op de stijging van de
prijzen. Menselijk gedrag is moeilijk te voorspellen.
1.2. Dienstencheques
De prijs van de dienstencheques is niet meer geïndexeerd sinds 2014. In de plaats
wordt het fiscaal voordeel beperkt verminderd van 30 procent naar 20 procent,
wat concreet de prijs van een dienstencheque doet …