§ flandrepo
  1. 1 september 2026 Decreet over het onderwijs XXXVI #844 2026005886
    +4 −4 art. 308/1
    1§ 1. Met behoud van de toepassing van het reglementair vastgelegde lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt een specifiek aantal lesuren toegekend aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs, die opleidingen aanbiedt die verwant zijn aan land- en tuinbouw. De Vlaamse Regering bepaalt welke opleidingen uit het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw daarvoor in aanmerking komen. Dit moeten opleidingen zijn waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of onderhouden, die van de instelling afhangen.1§ 1. Met behoud van de toepassing van het reglementair vastgelegde lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt een specifiek aantal lesuren toegekend aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs, die opleidingen aanbiedt die verwant zijn aan land- en tuinbouw. De Vlaamse Regering bepaalt welke opleidingen uit het studiedomein land- en tuinbouw daarvoor in aanmerking komen. Dit moeten opleidingen zijn waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of onderhouden, die van de instelling afhangen.
    2Het specifieke aantal lesuren, vermeld in het eerste lid, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, staat de instelling toe de volgende opdrachten uit te voeren:2Het specifieke aantal lesuren, vermeld in het eerste lid, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, staat de instelling toe de volgende opdrachten uit te voeren:
    31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uitbaten en onderhouden;31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uitbaten en onderhouden;
    42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw illustratieve demonstraties geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiedomein land- en tuinbouw illustratieve demonstraties geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
    5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met:5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met:
    61° voor opleidingsvorm 3: alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleidingen die de Vlaamse Regering bepaalt, die behoren tot het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw;61° voor opleidingsvorm 3: alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleidingen die de Vlaamse Regering bepaalt, die behoren tot het studiedomein land- en tuinbouw;
    72° voor opleidingsvorm 4: alle structuuronderdelen van het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw die zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekken, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.72° voor opleidingsvorm 4: alle structuuronderdelen van het studiedomein land- en tuinbouw, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.
  2. 1 september 2022 Decreet over het onderwijs XXXII #1278 2022015623
    +7 −5 art. 308/1
    1§ 1. Onverminderd het reglementair voorziene lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die de opleiding tuinbouwarbeider, de opleiding medewerker groen- en tuinbeheer duaal en de opleiding assistent plantaardige productie duaal organiseert of die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal lesuren toegekend.1§ 1. Met behoud van de toepassing van het reglementair vastgelegde lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt een specifiek aantal lesuren toegekend aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs, die opleidingen aanbiedt die verwant zijn aan land- en tuinbouw. De Vlaamse Regering bepaalt welke opleidingen uit het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw daarvoor in aanmerking komen. Dit moeten opleidingen zijn waarvoor er een noodzaak is om culturen, serres of veestapel uit te baten of onderhouden, die van de instelling afhangen.
    2Dat specifieke aantal lesuren, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 moet de instelling toestaan :2Het specifieke aantal lesuren, vermeld in het eerste lid, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3, staat de instelling toe de volgende opdrachten uit te voeren:
    31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uitbaten en onderhouden;
    42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw illustratieve demonstraties geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
    5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met:
    61° voor opleidingsvorm 3: alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleidingen die de Vlaamse Regering bepaalt, die behoren tot het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw;
    5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleiding tuinbouwarbeider, de opleiding medewerker groen- en tuinbeheer duaal en de opleiding assistent plantaardige productie duaal van opleidingsvorm 3 en alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw van opleidingsvorm 4, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.72° voor opleidingsvorm 4: alle structuuronderdelen van het studiegebied of studiedomein land- en tuinbouw die zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekken, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.
  3. 1 september 2019 Decreet betreffende het Onderwijs XXIX 2019041224
    +2 −2 art. 308/1
    1§ 1. Onverminderd het reglementair voorziene lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die de opleiding tuinbouwarbeiderorganiseert of die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal lesuren toegekend.1§ 1. Onverminderd het reglementair voorziene lesurenpakket dat wordt toegekend, wordt aan elke door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor buitengewoon secundair onderwijs die de opleiding tuinbouwarbeider, de opleiding medewerker groen- en tuinbeheer duaal en de opleiding assistent plantaardige productie duaal organiseert of die binnen het studiegebied land- en tuinbouw ten minste een van de structuuronderdelen landbouw, tuinbouw, landbouwtechnieken, tuinbouwtechnieken en paardrijden en -verzorgen organiseert, een specifiek aantal lesuren toegekend.
    2Dat specifieke aantal lesuren, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 moet de instelling toestaan :2Dat specifieke aantal lesuren, dat respectievelijk overeenstemt met één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs in opleidingsvorm 4 of één voltijdse betrekking in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met beroepsgerichte vorming in opleidingsvorm 3 moet de instelling toestaan :
    31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;31° de culturen, de serres en de veestapel die van de instelling afhangen, uit te baten en te onderhouden;
    42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.42° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied land- en tuinbouw illustratieve demonstraties te geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
    5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleiding tuinbouwarbeidervan opleidingsvorm 3 en alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw van opleidingsvorm 4, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.5§ 2. Voor de toepassing van dit artikel worden alle administratieve groepen uit de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase van de opleiding tuinbouwarbeider, de opleiding medewerker groen- en tuinbeheer duaal en de opleiding assistent plantaardige productie duaal van opleidingsvorm 3 en alle structuuronderdelen van het studiegebied land- en tuinbouw van opleidingsvorm 4, dat zich over de tweede en derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs uitstrekt, in aanmerking genomen, met uitzondering van die structuuronderdelen waarvan de wekelijkse lessentabel geen praktijkvakken bevat.
  4. 1 september 2011 Codificatie: Codex Secundair Onderwijs 2011035474
    +5 −0 art. 308/1 nieuw
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd