§ flandrepo

Decreet tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad

Vlaamse Regering #759 Staatsblad 26 juni 2026 NUMAC 2026004818
23 artikels gewijzigd
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. I.3
42a) een graad of een diploma van een opleiding, of42a) een graad of een diploma van een opleiding, of
43b) een creditbewijs voor 1 of meer opleidingsonderdelen;43b) een creditbewijs voor 1 of meer opleidingsonderdelen;
4426° financieringsboni : het extra puntengewicht voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking, werkstudenten en voor opleidingen die stopgezet of afgebouwd worden;4426° financieringsboni : het extra puntengewicht voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking, werkstudenten en voor opleidingen die stopgezet of afgebouwd worden;
4527° financieringspunten : het financieringsvolume, uitgedrukt in een aantal punten en berekend op basis van het aantal opgenomen studiepunten, het aantal verworven studiepunten en het aantal diploma’s, en rekening houdend met het puntengewicht en de financieringsboni;4527° financieringspunten : het financieringsvolume, uitgedrukt in een aantal punten en berekend op basis van het aantal opgenomen studiepunten, het aantal verworven studiepunten en het aantal diploma’s, en rekening houdend met het puntengewicht en de financieringsboni;
4628° gedelibereerde studiepunten : studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat de bijbehorende opleidingsonderdelen niet hervat hoeven te worden. De examencommissie heeft verklaard dat de student geslaagd is voor het geheel van de opleidingsonderdelen in kwestie die hij tijdens de periode in kwestie heeft gevolgd;4628° gedelibereerde studiepunten : studiepunten waarvoor een student op basis van examens geen creditbewijs verworven heeft, maar waarvoor een examencommissie beslist heeft dat de bijbehorende opleidingsonderdelen niet hervat hoeven te worden. De examencommissie heeft verklaard dat de student geslaagd is voor het geheel van de opleidingsonderdelen in kwestie die hij tijdens de periode in kwestie heeft gevolgd;
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. III.12
92° het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel.92° het aantal studiepunten waarvoor de student in de desbetreffende graduaatsopleiding of bacheloropleiding een vrijstelling heeft gekregen voor een opleidingsonderdeel.
10§3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar.10§3. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in artikel III.4 behoudt een instelling het aantal opgenomen studiepunten door een generatiestudent als die student zich heroriënteert door in de loop van hetzelfde academiejaar te veranderen van opleiding en instelling, tenzij de uitschrijving plaatsvindt voor de start van het academiejaar.
11§4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.11§4. Het aantal opgenomen studiepunten, berekend overeenkomstig paragraaf 2, door een beurstariefstudent, door een student met een functiebeperking en door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.
12In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal opgenomen studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal opgenomen studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.12In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal opgenomen studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal opgenomen studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. III.13
25d) in een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële master-opleiding;25d) in een voorbereidingsprogramma voorafgaand aan een initiële master-opleiding;
262° voor de berekening van FPi-output-banaba : in een bachelor-na-bachelor-opleiding, vermenigvuldigd met een factor 0,5.262° voor de berekening van FPi-output-banaba : in een bachelor-na-bachelor-opleiding, vermenigvuldigd met een factor 0,5.
27§5. Het aantal verworven studiepunten FPi-output-initieel berekend zoals bepaald in paragraaf 4, door een beursstudent, door een student met een functiebeperking of door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.27§5. Het aantal verworven studiepunten FPi-output-initieel berekend zoals bepaald in paragraaf 4, door een beurstariefstudent, door een student met een functiebeperking of door een werkstudent wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.
28In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal verworven studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal verworven studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.28In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt het aantal verworven studiepunten van de student verhoogd met de helft van het aantal verworven studiepunten van die student voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.
29§6. ....29§6. ....
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. III.14
36In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de doorstroombonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel.36In afwijking van de bepaling in het eerste lid komen diploma's van professioneel gerichte bacheloropleidingen, uitgereikt aan studenten die reeds een diploma behaald hebben in het hoger beroepsonderwijs, in aanmerking voor de doorstroombonus van 30 studiepunten, zoals bedoeld in paragraaf 3 van dit artikel.
37De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding, een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma.37De diploma's uitgereikt aan studenten die zich een tweede maal ingeschreven hebben voor een graduaatsopleiding, een bachelor- of masteropleiding en die al in het bezit zijn van een diploma voor die opleiding, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma.
38§7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beursstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.38§7. Het aantal uitgereikte diploma's FPi-diploma-initieel, berekend zoals bepaald in paragraaf 5, aan beurstariefstudenten, aan studenten met een functiebeperking en aan werkstudenten wordt vermenigvuldigd met een factor 1,5.
39In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt de diplomabonus van de student verhoogd met de helft van die diplomabonus voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.39In het geval dat een student beantwoordt aan meer dan 1 categorie van studentenkenmerken, vermeld in het eerste lid, dan wordt de diplomabonus van de student verhoogd met de helft van die diplomabonus voor elke categorie van studentenkenmerken van toepassing op de betreffende student.
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. III.18
1De totale omvang van de middelen die gegenereerd worden door de toepassing van de voorschriften inzake financieringsboni voor beursstudenten, werkstudenten en studenten met een functiebeperking kan:1De totale omvang van de middelen die gegenereerd worden door de toepassing van de voorschriften inzake financieringsboni voor beurstariefstudenten, werkstudenten en studenten met een functiebeperking kan:
21° in het onderwijsvariabel deel voor de professionele opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 15% van het totaal VOWprof;21° in het onderwijsvariabel deel voor de professionele opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 15% van het totaal VOWprof;
32° in het onderwijsvariabel deel voor de academische opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 10% van het totaal VOWac;32° in het onderwijsvariabel deel voor de academische opleidingen aan de hogescholen niet meer bedragen dan 10% van het totaal VOWac;
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. III.19
306f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.306f) voor de organisatie van de masteropleiding “master in musical” wordt de som van het aantal opgenomen studiepunten, zoals bepaald in artikel III.12, §2, en het aantal verworven studiepunten, zoals bepaald in artikel III.13, §4, 1°, a) en b), in een hogeschool, met een maximum van 900 studiepunten, vermenigvuldigd met een puntengewicht 3.
307Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.307Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-diploma-initieel, vermeld in artikel III.14, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
308Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beursstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.308Voor de berekening van het aantal financieringspunten FPi-input, vermeld in artikel III.12, en het aantal financieringspunten FPi-output, vermeld in artikel III.13, is voor de opleidingen vermeld in het eerste lid, het puntengewicht voor de berekening van de bijkomende financieringspunten gegenereerd door de financieringsboni voor beurstariefstudenten, studenten met een functiebeperking en werkstudenten gelijk aan de som van het puntengewicht van het studiegebied waaronder deze opleiding ressorteert, vermeld in paragraaf 1, en het bijkomende puntengewicht voor deze opleiding, vermeld in het eerste lid.
309Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats.309Bij een herstructurering, vermeld in artikel I.3, 34°, kan de Vlaamse Regering de aantallen wijzigen die zijn vastgelegd in deze paragraaf. In voorkomend geval kan de Vlaamse Regering bepalen dat de maximale aantallen gelden per vestigingsplaats.
310§ 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding.310§ 4/1. In afwijking van paragraaf 4 worden bij het vaststellen van het aantal opgenomen en verworven studiepunten, vermeld in punt 1°, de opgenomen en verworven studiepunten voor een educatieve masteropleiding voor kunstvakken in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst beperkt tot zestig studiepunten voor de gehele masteropleiding.
+2 −2 codex-hoger-onderwijs/art. III.41bis
1Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt in een bijkomende financiering voorzien voor de ingeschreven beursstudenten aan de hogescholen. Die bijkomende financiering bedraagt 1.161.000 euro. Dit bedrag is op indexniveau 2015 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.1Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt in een bijkomende financiering voorzien voor de ingeschreven beurstariefstudenten aan de hogescholen. Die bijkomende financiering bedraagt 1.161.000 euro. Dit bedrag is op indexniveau 2015 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2016 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.
2Het bedrag, vermeld in deze paragraaf, wordt verdeeld over de hogescholen naar rato van het aantal financieringspunten gegeneerd door beursstudenten, berekend overeenkomstig artikel III.11.2Het bedrag, vermeld in deze paragraaf, wordt verdeeld over de hogescholen naar rato van het aantal financieringspunten gegeneerd door beurstariefstudenten, berekend overeenkomstig artikel III.11.
+8 −8 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.1
1De specifieke projecten of instellingen die in dit deel IV worden behandeld zijn :1De specifieke projecten of instellingen die in dit deel IV worden behandeld zijn :
21° diensten met onderwijsbehoeften,21° diensten met onderwijsbehoeften;
32° kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel,32° kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel;
43° voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in tweetalige gebied Brussel-hoofdstad,
43° ...;
54° cultuureducatie54° cultuureducatie;
65° leerlingenvervoer,65° leerlingenvervoer;
76° schoolboekhouding,76° schoolboekhouding;
87° speciale onderwijsleermiddelen in het volwassenen- en hoger onderwijs,87° speciale onderwijsleermiddelen in het volwassenen- en hoger onderwijs;
98° Europese en internationale programma’s,98° Europese en internationale programma’s;
109° tijdelijke projecten kunstinitiatie;109° tijdelijke projecten kunstinitiatie;
1110° centrale organisatie synchroon internet onderwijs.1110° centrale organisatie synchroon internet onderwijs.
+0 −6 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.19 opgeheven
1Vanaf 2 januari 2003 kunnen in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad enkel personeelsleden worden aangeworven binnen de geldende normen die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen.
2Vanaf 1 januari 2017 wordt de op 1 juni 2016 door de Vlaamse onderwijsbegroting gefinancierde personeelsformatie van 811 uren in het ambt van verpleger en 5832 uren in het ambt van kinderverzorger als vast benoemd of contractueel titularis in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige hoofdstedelijk gebied Brussel geleidelijk afgebouwd.
3Telkens wanneer een vast benoemde of contractueel aangestelde titularis uit dienst treedt, vermindert het toegestane volume financierbare uren met het aantal financierbare uren dat betrokkene presteerde.
4Deze afbouwregeling geldt totdat het aantal uren dat gefinancierd wordt binnen de begroting Onderwijs nog 2880 uren, voor de totaliteit van de beide ambten van verpleger en kinderverzorger, bedraagt.
5Telkens een vast benoemde of contractueel aangestelde titularis voltijds of deeltijds afwezig is voor een periode en het totaal aantal gefinancierde uren niet gedaald is tot onder de 2880 uren, voor de totaliteit van de beide ambten van verpleger en kinderverzorger, kan geen vervanger worden aangesteld die een salaris ontvangt van het agentschap onderwijsdiensten.
6De middelen die jaarlijks vrijkomen door toepassing van het derde en het vijfde lid worden geherinvesteerd in de onderwijsbegroting.
+10 −22 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.20
1§1. De personeelsleden die aan- of tewerkgesteld zijn als titularis van een betrekking van verpleger of kinderverzorger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad kunnen op 1 september 2002 vast benoemd worden onder volgende voorwaarden :
21° Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, de EVA (Europese Vrijhandelsassociatie) of in het bezit zijn van een vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering;
32° burgerlijke en politieke rechten of een vrijstelling van de Vlaamse Regering genieten en in het bezit zijn van een attest van goed gedrag en zeden dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven.
4De vrijstelling van burgerlijke en politieke rechten gaat steeds samen met de vrijstelling bedoeld in 1° hiervoor;
53° voldoen aan de taalwetten;
64° op 31 augustus 2002 720 dagen dienstanciënniteit bezitten. De berekening van de dienstanciënniteit gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. In afwijking van artikel 4, §1, b), van hetzelfde decreet wordt het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties, niet met de helft verminderd. De diensten gepresteerd in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad worden beschouwd als diensten gepresteerd zoals bepaald in artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
75° de betrekking in hoofdambt uitoefenen;
86° op 31 december 2001 aan- of tewerkgesteld zijn.
9De vaste benoeming op 1 september 2002 is beperkt tot het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid als titularis was aan- of tewerkgesteld.
10Onder titularis van een betrekking wordt verstaan: het personeelslid dat als eerste in een concrete betrekking een aanstelling of tewerkstelling heeft gekregen.
11Deze betrekking wordt niet vacant verklaard.
12§2. Na toepassing van §1 worden de personeelsleden, aan- of tewerkgesteld in een kinderdagverblijf van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die voldoen aan de voorwaarden van 1° tot en met 6° van §1, eerste lid, op hun verzoek op 1 januari 2003 vast benoemd in een vacante betrekking. Deze vaste benoeming is beperkt tot het volume van de opdracht waarvoor het personeelslid op 31 december 2001 is aan- of tewerkgesteld als verpleger of kinderverzorger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
13De personeelsleden moeten aan de voorwaarde van 4° van §1, eerste lid, voldoen op 31 december 2002.
14De vacante betrekkingen worden vastgesteld in functie van de op 1 september 2002 geldende normen die de Vlaamse regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. De betrekkingen die tussen 1 september 2002 en 1 januari 2003 vacant worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis kunnen eveneens vacant worden verklaard.
15De raad van bestuur deelt vóór 15 oktober 2002, aan de personeelsleden die de voorwaarden voor vaste benoeming vervullen, de vacante betrekkingen mee, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor vaste benoeming moeten worden ingediend.
16§3. Voor de vaste benoemingen zoals bedoeld in §2 heeft het personeelslid dat op 31 augustus 2002 over de grootste dienstanciënniteit beschikt, voorrang. De dienstanciënniteit wordt berekend zoals bepaald in §1, 4°.
17§4. Met ingang van de datum van vaste benoeming zijn de bepalingen van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en de uitvoeringsbesluiten op bedoelde personeelsleden van toepassing.1§1. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op de vastbenoemde personeelsleden in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
18In afwijking van het eerste lid zijn, voor de vaste benoemingen zoals bedoeld in §2, de bepalingen van artikel 36ter, §2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, niet van toepassing.
19§5. Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk zijn alle bepalingen van toepassing die gelden voor de personeelsleden die vast benoemd zijn in het ambt van kinderverzorger in het gewoon basisonderwijs en in het ambt van verpleger in het buitengewoon basisonderwijs. Voor de toepassing van de regelgeving met betrekking tot vaste benoeming, affectatie en mutatie wordt :
201° het ambt van kinderverzorger zoals bedoeld in deze afdeling niet beschouwd als hetzelfde ambt van kinderverzorger in het gewoon en buitengewoon onderwijs;
212° het ambt van verpleger zoals bedoeld in deze afdeling niet beschouwd als hetzelfde ambt van verpleger in het buitengewoon onderwijs.
22§6. Voor de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking , de reaffectatie en de wedertewerkstelling , gelden de normen die de Vlaamse Regering heeft vastgelegd houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. De personeelsleden bedoeld in §1 die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking zijn gesteld voor minder dan de helft van een volledige betrekking, zijn niet verplicht om een reaffectatie of wedertewerkstelling te aanvaarden. Het ambt van kinderverzorger of verpleger zoals bedoeld in deze afdeling wordt, voor de toepassing van de regelgeving inzake reaffectatie en tewerkstelling, beschouwd als hetzelfde ambtvan kinderverzorger in het gewoon en buitengewoon onderwijs, respectievelijk het hetzelfde ambtvan verpleger in het buitengewoon onderwijs.2§2. Voor de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, die wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking zijn gesteld, gelden de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling voor het gewoon basisonderwijs en het buitengewoon onderwijs, zoals vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage. Voor de toepassing van het voormelde besluit wordt het ambt van kinderverzorger beschouwd als “hetzelfde ambt” van kinderverzorger in het gewoon basisonderwijs en in het buitengewoon onderwijs en wordt het ambt van verpleger beschouwd als “hetzelfde ambt” van verpleger in het buitengewoon onderwijs.
3§3. Aan de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, worden de volgende salarisschalen toegekend:
41° salarisschaal 143 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs;
52° salarisschaal 229 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een ander bekwaamheidsbewijs;
63° salarisschaal 337 voor wie in het ambt van verpleger is aangesteld.
7Als het aldus vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid genoot op 1 september 2002, blijft het dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris verkrijgt overeenkomstig de salarisschalen, vermeld in het eerste lid.
8De salarisschalen, vermeld in het eerste lid, zijn vastgesteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs.
9De bekwaamheidsbewijzen, vermeld in het eerste lid, zijn deze die de Vlaamse Regering vastlegt voor het overeenkomstige ambt in het gewoon of buitengewoon onderwijs.
10§4. De prestatieregeling van de vastbenoemde personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, bedraagt voor een volledige betrekking 36 uren per week.
+0 −2 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.21 opgeheven
1Onverminderd de in artikel IV.19 bedoelde normen worden de personeelsleden die in de Brusselse peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs tewerkgesteld zijn als verpleger of kinderverzorger en die niet benoemd zijn bij toepassing van het voorgaande artikel, §1 en §2, door de scholengroep 8-Brussel aangeworven als contractuele personeelsleden waarop de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.
2De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om bijkomende ambten vast te leggen. De personeelsleden die in deze ambten worden tewerkgesteld, worden eveneens aangeworven als contractuele personeelsleden waarop de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.
+0 −10 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.23 opgeheven
1§1.Tot een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum betaalt de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks het salaris uit aan de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk, overeenkomstig volgende bepalingen :
21° aan de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk worden de volgende salarisschalen toegekend :
3a) salarisschaal 143 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs;
4b) salarisschaal 229 voor wie in het ambt van kinderverzorger is aangesteld op basis van een ander bekwaamheidsbewijs;
5c) salarisschaal 337 voor wie in het ambt van verpleger is aangesteld.
6Indien het aldus vastgestelde salaris lager is dan het salaris dat het personeelslid genoot op 1 september 2002, blijft het dit laatste salaris genieten totdat het een ten minste gelijk salaris bekomt overeenkomstig bovenvermelde salarisschalen.
7De bovenvermelde bekwaamheidsbewijzen zijn deze die de Vlaamse Regering vastlegt voor het overeenkomstige ambt in het gewoon - of buitengewoon onderwijs.
8Met behoud van de toepassing van artikel IV.21, wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om de bekwaamheidsbewijzen voor alle ambten vast te leggen of te wijzigen. Zij wordt eveneens gemachtigd om de salarisschalen hiervoor vast te leggen of te wijzigen.
92° De prestatieregeling van de personeelsleden bedoeld in dit hoofdstuk bedraagt voor een volledige betrekking 36 uren per week.
10§2. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot bezoldiging van de personeelsleden bedoeld in artikel IV.21 en IV.22.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.24 opgeheven
1In hoofde van de personeelsleden, tewerkgesteld als kinderverzorger of verpleger in de peutertuinen en kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, wordt de geldelijke en administratieve toestand gedurende de periode van hun tewerkstelling tot en met 31 december 2002 als definitief verworven beschouwd. Uit deze periode kunnen geen gevolgen voortvloeien voor de personeelsleden en schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.25 opgeheven
1De kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad worden in voorkomend geval verbonden aan de basisscholen van de scholengroep 8 - Brussel.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.26 opgeheven
1In de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kunnen personeelsleden worden tewerkgesteld als opvoeder voor- en nabewaking. Deze personeelsleden worden aangesteld bij en door de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs die bevoegd is voor voormelde scholen. De personeelsleden worden aangeworven als contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.27 opgeheven
1De Vlaamse Gemeenschap kent jaarlijks aan de in artikel IV.26 vermelde scholengroep maximaal 27 voltijdse betrekkingen toe van opvoeder voor- en nabewaking. De Vlaamse Regering is gemachtigd het aantal voltijdse betrekkingen te wijzigen.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.28 opgeheven
1De prestatieregeling van de hier bedoelde personeelsleden bedraagt 36 uren per week voor een voltijdse betrekking.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.29 opgeheven
1De personeelsleden bedoeld in artikel IV.26 kunnen vervangen worden onder dezelfde voorwaarden als deze vastgelegd voor de personeelsleden van het onderwijs. De vervangers worden eveneens aangeworven als contractuele personeelsleden op wie de wet van 3 juli 1978 van toepassing is.
+0 −5 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.30 opgeheven
1§1. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming betaalt rechtstreeks het salaris uit aan de personeelsleden bedoeld in artikel IV.26. Aan de personeelsleden worden de volgende salarisschalen toegekend :
2- salarisschaal 143 voor de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;
3- salarisschaal 158 voor de houders van een bekwaamheidsbewijs van ten minste bachelor zoals vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
4De personeelsleden die sinds 1 januari 1997 ononderbroken aangesteld geweest zijn op basis van een diploma van ten minste lager secundair onderwijs en de salarisschaal 143 toegekend kregen, behouden die salarisschaal.
5§2. De Vlaamse Regering is gemachtigd om de voormelde salarisschalen te vervangen of te wijzigen.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.31 opgeheven
1De Vlaamse Regering is gemachtigd de vakantieregeling voor de personeelsleden bedoeld in artikel IV.26 vast te leggen. In afwachting blijft de huidige regeling van kracht.
+0 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. IV.32 opgeheven
1In hoofde van de personeelsleden aangesteld als opvoeder voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, wordt de geldelijke en administratieve toestand gedurende hun periode van tewerkstelling tot en met 31 december 2013 als definitief verworven beschouwd. Uit deze periode kunnen geen gevolgen voortvloeien voor de personeelsleden en schoolbesturen met betrekking tot bezoldiging.
+3 −0 decreet-2007-06-08/art. 6
1Om in aanmerking te komen voor een toelage, moet tegelijkertijd worden voldaan aan de nationaliteits-voorwaarde, de pedagogische voorwaarden, de financiële voorwaarden en de procedurele voorwaarden, bepaald in dit decreet.1Om in aanmerking te komen voor een toelage, moet tegelijkertijd worden voldaan aan de nationaliteits-voorwaarde, de pedagogische voorwaarden, de financiële voorwaarden en de procedurele voorwaarden, bepaald in dit decreet.
2Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft de student die op 31 december van het kalenderjaar waarin het academiejaar start, de leeftijd van 30 jaar heeft bereikt, geen recht op een studietoelage.
3Studenten die niet voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde, vermeld in het tweede lid, maar die kunnen aantonen dat het voor hen om bijzondere omstandigheden of overmacht onmogelijk was om een opleiding in het hoger onderwijs aan te vatten en af te ronden voor de leeftijdsgrens, vermeld in het tweede lid, kunnen bij de afdeling Studietoelagen een uitzondering op deze leeftijdsgrens aanvragen. Hiervoor dient de student de nodige bewijsstukken in.
4In afwijking van het tweede lid komen studenten die een opleiding volgen in het kader van een VDAB-overeenkomst als vermeld in artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding niet in aanmerking voor een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde als vermeld in het derde lid.
+20 −4 decreet-2007-06-08/art. 24
1§ 1. Bij de berekening van het bedrag van de studietoelage wordt het aantal opgenomen studiepunten in het academiejaar in kwestie in rekening gebracht, voor zover en in de mate dat het studietoelagekrediet toereikend is.1§ 1. Bij de berekening van het bedrag van de studietoelage wordt het aantal opgenomen studiepunten in het academiejaar in kwestie in rekening gebracht, voor zover en in de mate dat het studietoelagekrediet toereikend is.
2§ 2. Om in aanmerking te komen voor een studietoelage, moet de student minstens 27 studiepunten opnemen, waarbij de studiepunten tegelijkertijd kunnen betrekking hebben op verschillende opleidingen, zoals bedoeld in artikel 21, §1.2§ 2. Om in aanmerking te komen voor een studietoelage, neemt de student minstens 54 studiepunten op, waarbij de studiepunten tegelijkertijd betrekking kunnen hebben op verschillende opleidingen als vermeld in artikel 21, §1.
3In afwijking van het eerste lid komt de student die minder dan 27 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als hij in zijn diplomajaar zit.3In afwijking van het eerste lid komt de student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als hij in zijn diplomajaar zit.
4In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 27 studiepunten opneemt, in aanmerking voor een studietoelage als het voor die student om medische redenen onmogelijk is om in te schrijven voor 27 studiepunten of meer.4In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als die student een erkend statuut verkrijgt om één of meer van de volgende redenen:
51° functiebeperking;
62° topsport;
73° professionele kunstbeoefening;
84° uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden;
95° werkende student.
10In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als:
111° de regels van volgtijdelijkheid van opleidingsonderdelen als vermeld in artikel II.201, §1, 3°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, of de opbouw van het curriculum van de opleiding, of de organisatie van het academiejaar ertoe leiden dat een student niet kan inschrijven voor een traject met een omvang van minimum 54 studiepunten in een academiejaar;
122° een student zich inschrijft voor een voorbereidingsprogramma of een schakelprogramma waarvan de omvang van het modeltraject kleiner is dan 54 studiepunten in een academiejaar;
133° een student zich inschrijft voor opleidingsonderdelen die starten in het tweede semester van een academiejaar en de student minstens 27 studiepunten opneemt in één opleiding, tenzij de opbouw van het curriculum van de opleiding, of de organisatie van het academiejaar ertoe leiden dat een student niet kan inschrijven voor een traject met een omvang van minimum 27 studiepunten.
14De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van de goedkeuring voor het opnemen van minder dan 54 studiepunten. Het attest wordt bezorgd aan de afdeling Studietoelagen.
5De ziekte van de student wordt aangetoond aan de hand van doktersattesten waarbij een arts attesteert dat de student wegens ziekte niet in staat is meer studiepunten op te nemen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waarop deze gegevens worden meegedeeld.15In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als het voor die student om medische redenen onmogelijk is om in te schrijven voor 54 studiepunten of meer. De medische redenen worden aangetoond aan de hand van doktersattesten waarbij een arts attesteert dat de student wegens ziekte niet in staat is meer studiepunten op te nemen. De student bezorgt dit attest aan de afdeling Studietoelagen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor het mededelen van deze gegevens.
16Uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden als vermeld in het derde lid, 4°, kunnen alleen omwille van de volgende redenen in aanmerking komen om een statuut te verkrijgen van de hogeronderwijsinstelling voor de afwijking op het inschrijven voor minimum 54 studiepunten voor een studietoelage:
171° de student is mantelzorger;
182° de student heeft geen diploma secundair onderwijs behaald in het Nederlandstalig secundair onderwijs en schrijft zich in het academiejaar in kwestie voor een eerste maal in een opleiding van het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap in;
193° de sociale of individuele omstandigheid waarin de student zich bevindt, is zo specifiek van aard dat de rector of algemeen directeur van de hogeronderwijsinstelling oordeelt dat het niet mogelijk is om 54 studiepunten op te nemen.
20De hogeronderwijsinstelling waar de student is ingeschreven in een opleiding als vermeld in artikel 20 kent het statuut toe. De hogeronderwijsinstelling neemt in het onderwijsreglement, vermeld in artikel II.221 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, de voorwaarden voor de toekenning van een erkend statuut op. De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van de toekenning van het erkende statuut. Het attest wordt bezorgd aan de afdeling Studietoelagen.
21In afwijking van het achtste lid kan de afdeling Studietoelagen een statuut omwille van uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden als vermeld in het derde lid, 4°, toekennen aan een student die zijn studie combineert met de zorg voor een minderjarig kind en daardoor niet in staat is om minstens 54 studiepunten op te nemen. De student dient hiervoor een aanvraag in bij de afdeling Studietoelagen. De afdeling Studietoelagen onderzoekt de aanvraag van de student op basis van de gegevens opgenomen in het Rijksregister.
6§ 3. Als de studieomvang van de opleiding niet wordt uitgedrukt in studiepunten, wordt de studieomvang voor een academiejaar vastgesteld op zestig studiepunten.22§ 3. Als de studieomvang van de opleiding niet wordt uitgedrukt in studiepunten, wordt de studieomvang voor een academiejaar vastgesteld op zestig studiepunten.
7Als de student kan aantonen dat de door hem gevolgde opleiding, die niet uitgedrukt wordt in studiepunten, niet voltijds is, wordt de studieomvang bepaald op dertig studiepunten.23Als de student kan aantonen dat de door hem gevolgde opleiding, die niet uitgedrukt wordt in studiepunten, niet voltijds is, wordt de studieomvang bepaald op dertig studiepunten.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd