Decreet Scheepvaartdecreet
11 artikels gewijzigd
| 1 | § 1. Het bedrag verschuldigd voor het bekomen van een vergunning van een watervang, wordt bepaald door het totale volume water dat door middel van pompen, hevels of andere goedgekeurde installaties uit de waterweg gecapteerd wordt. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 2 | § 2. Het bedrag verschuldigd voor het capteren van water wordt vastgesteld als volgt : | ||
| 3 | water afname in m3/jaar : EUR/m3 | ||
| 4 | 1. voor de schijf van minder dan 1.000.000 m3 : | ||
| 5 | 0,043381 | ||
| 6 | 2. voor de schijf van 1.000.000 tot 9.999.999 m3 : | ||
| 7 | 0,025161 | ||
| 8 | 3. voor de schijf van 10.000.000 tot 99.999.999 m3 : | ||
| 9 | 0,013283 | ||
| 10 | 4. voor de schijf boven 99.999.999 m3 : 0,002624 | ||
| 11 | De captatie van minder dan 500 m3 per jaar is gratis. | ||
| 12 | § 3. ... | ||
| 13 | § 4. Aan de vergunninghouders die het gecapteerde water na gebruik terugstorten in de waterweg waar het gecapteerd werd kan een vermindering van het verschuldigde bedrag worden toegekend in functie van het volume dat effectief teruggestort wordt. | ||
| 14 | Het verschuldigde bedrag is in dit geval gelijk aan het bedrag conform § 2, vermenigvuldigd met een correctiefactor gelijk aan: | ||
| 15 | 1 - T/2, | ||
| 16 | waarin T= de verhouding tussen het volume teruggestort water en het totaal volume gecapteerd water. | ||
| 17 | Het bewijs van de hoeveelheid teruggestort gecapteerd water dient geleverd te worden door de vergunninghouder conform artikel 85, § 2. | ||
| 18 | De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 19 | § 5. Onverminderd de bepalingen van § 2 en 4 wordt het minimum verschuldigd bedrag vastgesteld op 125 EUR per jaar. | ||
| 20 | § 6. Voor het aftappen van water door de vergunninghouders die onder de toepassing van de wet van 20 juni 1855 inzake de irrigaties in de Kempen vallen, wordt het verschuldigde bedrag vastgesteld op 5000 frank per jaar. |
| 1 | De in artikel 83, § 2, vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van consumptieprijzen en worden berekend aan de hand van de volgende formule : | ||
| 2 | verschuldigd bedrag x nieuw indexcijfer/basisindexcijfer | ||
| 3 | Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de heffing slaat. | ||
| 4 | Het basisindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december 1990. |
| 1 | § 1. De beheerder van de waterweg is belast met de inning en de invordering van de verschuldigde bedragen en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang. | ||
| 2 | § 2. De vergunninghouder is verplicht aan de ambtenaren belast met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang, alsmede aan de in artikel 87 bedoelde ambtenaren en deskundigen, toegang te verschaffen tot de debietmetingssystemen bedoeld in artikel 85. | ||
| 3 | § 3. De vergunninghouder moet jaarlijks en binnen de dertig dagen na ontvangst van de rekening het te betalen bedrag storten op het rekeningnummer van de beheerder van de waterweg. | ||
| 4 | § 4. De wettelijke verwijlintrest is van rechtswege verschuldigd wanneer het verschuldigde bedrag niet werd betaald binnen de termijn van twee maanden na de verzending van de rekening. | ||
| 5 | § 5. Voor iedere overtreding van de verplichtingen van de vergunninghouder wordt een administratieve geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet betaalde bedragen. De vordering tot voldoening van de verschuldigde bedragen, van de intresten en van de administratieve geldboete verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. | ||
| 6 | § 6. Bij niet betaling van het verschuldigd bedrag vermeerderd met de opgelegde geldboete wordt de vergunning voor een watervang binnen de twee maanden na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief ingetrokken. De indiening van een beroep overeenkomstig § 7 schorst evenwel de uitvoering hiervan. | ||
| 7 | § 7. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de verzending van de rekening, kan de vergunninghouder per aangetekend schrijven beroep doen instellen bij de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister die uitspraak doet binnen drie maanden vanaf de datum van verzending van dit beroepschrift. Bij met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan de vergunninghouder, kan de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister deze termijn eenmalig verlengen met een periode van drie maanden. | ||
| 8 | Bij gebrek aan een uitspraak van de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister binnen de in het eerste lid gestelde termijn, wordt het beroep van de vergunningsplichtige als ingewilligd beschouwd. | ||
| 9 | De door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister beslist over de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de administratieve geldboete. | ||
| 10 | § 8. De Vlaamse regering regelt de uitvoering van dit artikel. Zij bepaalt de vergoeding die aan de in § 1 van dit artikel genoemde beheerders toekomt, onverminderd de bevoegdheid terzake van het Agentschap De Scheepvaart en het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal om die inningen en vorderingen in de door hen beheerde kanalen en waterwegen voor eigen rekening uit te voeren. |
| 1 | De vennootschap is bevoegd binnen zijn gebiedsomschrijving zoals bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, tot het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van een waterweg, van zijn infrastructuur en van zijn aanhorigheden, alsmede van de watervangen, van de watergebonden gronden en van de infrastructuur daarop. | 1 | De vennootschap is bevoegd binnen zijn gebiedsomschrijving zoals bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, tot het innen van rechten van welke aard ook, wegens het gebruik van een waterweg, van zijn infrastructuur en van zijn aanhorigheden, alsmede van de watervangen, van de watergebonden gronden en van de infrastructuur daarop. |
| 2 | De vennootschap is bevoegd om de volgende retributies te innen: | 2 | De vennootschap is bevoegd om de volgende retributies te innen: |
| 3 | 1° retributies voor prestaties om vaartuigen voor de binnenvaart te certificeren en te meten; | 3 | 1° retributies voor prestaties inzake het certificeren en meten van vaartuigen voor de binnenvaart; |
| 4 | 2° retributies voor de bemanningsvoorschriften en de bekwaamheidsbewijzen; | 4 | 2° retributies voor prestaties inzake de bemanningsvoorschriften en de bekwaamheidsbewijzen, met inbegrip van het afnemen van examens; |
| 5 | 3° retributies voor de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart. | 5 | 3° retributies voor prestaties inzake de verzameling, de afgifte en de inname van afval in de Rijn- en binnenvaart. |
| 6 | De rechten, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden bij uitsluiting van alle andere overheden geïnd door de vennootschap en ze komen ten goede aan de vennootschap. | 6 | De rechten, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden bij uitsluiting van alle andere overheden geïnd door de vennootschap en ze komen ten goede aan de vennootschap. |
| 7 | De raad van bestuur stelt de tarieven vast. | 7 | De raad van bestuur stelt de tarieven vast. |
| 1 | Onder de vennootschap ressorteert een examencommissie. | ||
| 2 | De examencommissie is onder meer belast met de volgende taken: | ||
| 3 | 1° het afnemen van examens waarmee deelnemers hun bekwaamheden kunnen aantonen met het oog op het verkrijgen van bekwaamheidsbewijzen in de binnenvaart, met inbegrip van bekwaamheidsbewijzen voor bemanningsleden in verband met het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren; | ||
| 4 | 2° het nemen van alle bestuurlijke beslissingen in verband met de examens, vermeld in punt 1°, in overeenstemming met de regelgeving over de bekwaamheidsbewijzen in de binnenvaart. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan, ter uitvoering van internationale of Unierechtelijke regels die met de hierboven vermelde taken samenhangen, de taken, vermeld in het tweede lid, nader omschrijven en bijkomende taken aan de examencommissie opdragen. | ||
| 6 | De examencommissie telt onder haar leden personen met een bijzondere deskundigheid in verband met de in het tweede lid bedoelde bekwaamheden. De Vlaamse Regering kan nadere voorschriften vaststellen betreffende de samenstelling van de examencommissie en de aanstelling van de leden ervan. |