Artikel 2.6.2
§ 1. Alleen de waardevermindering die voortvloeit uit het plan, vermeld in artikel 2.6.1, § 2, kan in aanmerking komen voor planschadevergoeding.
Het recht op planschadevergoeding wordt geregeld in het Instrumentendecreet van 26 mei 2023.
§ 2. De planschadevergoeding wordt geweigerd voor zover voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
- 1°de percelen waarvoor de planschadevergoeding wordt aangevraagd zijn betrokken in een gebiedsgericht project dat mogelijk wordt gemaakt door het ruimtelijk uitvoeringsplan dat aanleiding geeft tot de aanvraag;
- 2°het bouw- of verkavelingsverbod voor de percelen in kwestie is het gevolg van een in het ruimtelijke uitvoeringsplan vastgelegde gedetailleerde ordening die op het niveau van het gebiedsgericht project een waardevermeerdering met zich mee brengt ten opzichte van de toestand voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
In dit artikel wordt verstaan onder gebiedsgericht project: een project dat voor een samenhangend deel van het grondgebied een nieuw of gewijzigd ruimtegebruik beoogt door een samenhangend geheel van ingrepen met name verbouwingen, nieuwbouw, het verwijderen van constructies, terreinaanleg en infrastructuurwerken, en de inrichting van groene ruimtes of het faciliteren van natuurontwikkeling.
§ 3. ...
§ 4. Wanneer krachtens een definitief vastgesteld ruimtelijk uitvoeringsplan een bouwverbod kan worden tegengeworpen aan degene die een perceel in een verkaveling heeft aangekocht, kan het gewest, de provincie of de gemeente zich aan de verplichting tot planschadevergoeding onttrekken door dat perceel, in onderling akkoord, van de betrokkene terug te kopen, op voorwaarde dat hem de betaalde koopprijs, verhoogd met de lasten en kosten, en geactualiseerd aan de hand van het indexcijfer van de consumptieprijzen, wordt terugbetaald. De betrokkene, het gewest, de provincie of de gemeente kan voor de toepassing van het eerste lid een beroep doen op de Vlaamse Grondenbank. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de behandeling van een vraag of aanbod tot koop.
Als het perceel, vermeld in het eerste lid, het enige onroerende goed is waarvan de betrokkene eigenaar is, kan hij de terugkoop door het gewest, de provincie of de gemeente eisen. De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn van toepassing op die koopplicht. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die koopplicht.