Artikel V.59
Het universiteitsbestuur kan in het kader van het bevorderen van een evenwichtige verdeling van de werkgelegenheid tussen generaties de benoeming beëindigen van een personeelslid vanaf het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. Het einde van de tewerkstelling gaat in op een van de volgende momenten:
- 1°de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het personeelslid de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft;
- 2°op de eerste dag van de maand na het einde van het academiejaar waarin het personeelslid de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft;
- 3°op een door het universiteitsbestuur en het personeelslid overeengekomen mo-ment dat tussen de momenten, vermeld in punt 1° en 2°, ligt.
Het universiteitsbestuur dat de benoeming beëindigt, neemt daarbij een opzeggingstermijn in acht die gelijk is aan 26 weken. Het universiteitsbestuur en het personeelslid kunnen een kortere opzeggingstermijn overeenkomen. De opzeggingstermijn gaat in de maandag volgend op de week waarin het personeelslid op de hoogte gebracht is van de opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn kan niet geschorst worden. De start- en einddatum van de opzeggingstermijn worden opgenomen in het geschrift, vermeld in het derde lid, dat aan het personeelslid bezorgd wordt.
Het universiteitsbestuur brengt het personeelslid op een van de volgende manieren op de hoogte van de opzegging:
- 1°door afgifte van een geschrift aan het personeelslid, dat tekent voor ontvangst;
- 2°bij aangetekend schrijven;
- 3°bij deurwaardersexploot.
Het in het derde lid vermelde aangetekend schrijven heeft uitwerking op de derde werkdag na de datum van de verzending.