Tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur #735
Gesloten 




Open Vld, N-VA, cd&v wou 10 artikels wijzigen in decreet-2017-12-22-1029017 · 20 april 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BIN
ingediend op 1 juni 2021 (2020-2021)
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Tom Ongena, Nadia Sminate, Brecht Warnez,
Paul Van Miert, Katrien Schryvers en Kris Van Dijck
tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2,
van het decreet van 22 december 2017
over het lokaal bestuur
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 69.351/3
van 1 juni 2021
over
een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap en het
Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1
en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal
bestuur’ (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 735/001)
Op 4 mei 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster van
het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over
een voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest ‘tot wijziging van
deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur’
(Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 735/001).
Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 25 mei 2021. De kamer was
samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en
Koen MUYLLE, staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Astrid TRUYENS,
griffier.
Het verslag is uitgebracht door Arne CARTON, adjunct-auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 1 juni 2021.
*
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of
aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORSTEL
2. Uit artikel 475 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ vloeit
voort dat een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna: OCMW) een
welzijnsvereniging kan oprichten ofwel met als enig lid het OCMW zelf, ofwel met een of meer
andere OCMW’s, met andere openbare besturen of met andere rechtspersonen dan rechtspersonen
die winstoogmerk hebben, en dit om een van de opdrachten uit te voeren die aan de centra voor
maatschappelijk welzijn zijn toevertrouwd of voor leidinggevende, staf-, expert- en
managementfuncties.
Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van de Vlaamse Gemeenschap en
het Vlaamse Gewest strekt ertoe om het voor welzijnsverenigingen met enkel OCWM’s of
gemeenten als deelgenoot, mogelijk te maken zelf een vzw (voorgesteld artikel 495/1 van het
decreet van 22 december 2017; artikel 5 van het voorstel) of een vennootschap (voorgesteld
artikel 495/2 van het decreet van 22 december 2017; artikel 6 van het voorstel) op te richten of er
deelgenoot van te worden. Voor zover de voorgestelde regeling er niet van afwijkt is het Wetboek
van vennootschappen en verenigingen van toepassing op die vzw’s en vennootschappen
(voorgesteld artikel 495/6 van het decreet van 22 december 2017; artikel 10 van het voorstel).
Het besluit van een welzijnsvereniging tot oprichting van of participatie in een vzw
of een vennootschap, en de statuten van die vereniging of vennootschap, zijn onderworpen aan de
goedkeuring van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW, deelgenoot van de
welzijnsvereniging, en aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering (voorgesteld artikel 495/3
van het decreet van 22 december 2017; artikel 7 van het voorstel).
De door een welzijnsvereniging opgerichte verenigingen en vennootschappen zijn
onderworpen aan dezelfde verplichtingen inzake formele motivering en openbaarheid van bestuur
als de welzijnsverenigingen zelf (voorgesteld artikel 495/4 van het decreet van 22 december 2017;
artikel 8 van het voorstel). De statuten van die verenigingen en vennootschappen bepalen de wijze
waarop de deelgenoten van de vzw of de vennootschap en de leden van de raad voor
maatschappelijk welzijn op de hoogte worden gebracht van de agenda en de beslissingen van de
organen van de vzw of de vennootschap, en van het jaarverslag, de begroting en de rekeningen
(voorgesteld artikel 495/5 van het decreet van 22 december 2017; artikel 9 van het voorstel). Voor
het overige zijn de in de artikelen 510 en 511, § 2, van het decreet van 22 december 2017 bepaalde
regels inzake de statuten van de vereniging voor sociale dienstverlening of de vennootschap voor
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
sociale dienstverlening van toepassing (voorgesteld artikel 495/7 van het decreet van 22 december
2017; artikel 11 van het voorstel).
Voorts worden de artikelen 474 en 477 van het decreet van 22 december 2017
aangepast aan de voorgestelde regeling (artikelen 2, 1°, en 3 van het voorstel).
Ten slotte wordt de regeling inzake de overdracht van het personeel in artikel 488
van het decreet van 22 december 2017 gewijzigd (artikel 4 van het voorstel) en wordt in een
technische verbetering voorzien (artikel 2, 2°, van het voorstel)
DRAAGWIJDTE VAN HET ONDERZOEK
3.1. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet is grotendeels identiek aan het
voorstel van decreet ‘tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur’ waarover de Raad van State, afdeling Wetgeving, op 31 december 2020 advies 68.452/3 heeft gegeven.2 Naast enkele vormelijke aanpassingen wijkt het
voorstel enkel op de volgende punten af van de tekst waarover de Raad van State dat advies heeft
gegeven:
- in het voorgestelde artikel 495/1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 (artikel 5 van
het voorstel) wordt bepaald dat de duur van de vereniging in overeenstemming moet zijn met de
vigerende wetgeving en dat de statuten het einde van de duur van de vzw moeten vermelden;
- in het voorgestelde artikel 495/1, vierde lid, van het decreet van 22 …