Houdende de machtiging van de Vlaamse deelnemers aan en de regeling van de modaliteiten van deelname aan de lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme #700
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 19 maart 2021 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: RAD
ingediend op 29 april 2021 (2020-2021)
Verslag
namens de Commissie voor de bestrijding
van gewelddadige radicalisering
uitgebracht door Jo Brouns
over het ontwerp van decreet
houdende de machtiging
van de Vlaamse deelnemers aan
en de regeling van de modaliteiten van deelname
aan de lokale integrale veiligheidscellen
inzake radicalisme, extremisme en terrorisme
Samenstelling van de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering:
Voorzitter: Chris Janssens.
Vaste leden:
Koen Daniëls, Maaike De Vreese, Kathleen Krekels, Nadia Sminate, Katja Verheyen;
Filip Dewinter, Chris Janssens, Kristof Slagmulder;
Katrien Partyka, Orry Van de Wauwer;
Marino Keulen, Tom Ongena;
Imade Annouri, Celia Groothedde;
Hannelore Goeman.
Plaatsvervangers:
Marius Meremans, Annabel Tavernier, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Paul Van Miert;
Roosmarijn Beckers, Adeline Blancquaert, Sam Van Rooy;
Jo Brouns, Peter Van Rompuy;
Mercedes Van Volcem;
Elisabeth Meuleman, Jeremie Vaneeckhout;
Annick Lambrecht.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
INHOUD
I. Toelichtingen ....................................................................................... 4
1. Toelichting door Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme ............................................. 4
1.1. Situering ................................................................................. 4
1.2. Doelstellingen .......................................................................... 4
1.3. Ingewonnen adviezen................................................................ 5
2. Toelichting door Bart Somers, viceminister-president van de Vlaamse
Regering en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken,
Inburgering en Gelijke Kansen ........................................................... 6
2.1. Inleiding .................................................................................. 6
2.2. Toelichting van de artikelen ....................................................... 6
2.3. Vervolgtraject .......................................................................... 8
II. Algemene bespreking ............................................................................ 8
1. Vragen en opmerkingen van de commissieleden .................................. 8
1.1. Tussenkomst van Maaike De Vreese ............................................ 8
1.2. Tussenkomst van Jo Brouns ....................................................... 9
1.3. Tussenkomst van Marino Keulen ............................................... 11
1.4. Tussenkomst van Imade Annouri .............................................. 11
1.5. Tussenkomst van Annick Lambrecht .......................................... 12
1.6. Tussenkomst van Koen Daniëls ................................................ 12
1.7. Tussenkomst van Tom Ongena ................................................. 13
1.8. Tussenkomst van Chris Janssens .............................................. 13
2. Antwoorden van de ministers .......................................................... 14
2.1. Antwoorden van minister Bart Somers....................................... 14
2.2. Antwoorden van minister Zuhal Demir ....................................... 16
3. Aanvullende vragen, opmerkingen en antwoorden.............................. 16
III. Stemmingen ...................................................................................... 18
Gebruikte afkortingen ................................................................................ 19
De Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering besprak op
21 april 2021 het ontwerp van decreet houdende de machtiging van de Vlaamse
deelnemers aan en de regeling van de modaliteiten van deelname aan de lokale
integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme.
(Deze vergadering werd als videoconferentie georganiseerd.)
I. Toelichtingen
1. Toelichting door Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
1.1. Situering
Minister Zuhal Demir zegt dat aan dit ontwerp van decreet twee federale wettelijke
kaders voorafgaan. Het gaat enerzijds over artikel 458ter van het Strafwetboek,
dat toelaat het beroepsgeheim tijdens een casusoverleg te doorbreken. Dit is enkel
mogelijk in uitzonderlijke gevallen, namelijk in het kader van terroristische misdrijven en in het kader van intrafamiliaal geweld. Anderzijds gaat het om de federale LIVC R-wet die elke gemeente verplicht om een lokale integrale veiligheidscel
op te richten. De wet zelf houdt geen machtiging in voor de Vlaamse deelnemers
en spreekt zich slechts beperkt uit over de modaliteiten. Daarom is dit ontwerp van
decreet zo belangrijk.
In de praktijk nemen heel wat Vlaamse diensten al deel aan de LIVC’s, maar ze
zijn juridisch eigenlijk niet beschermd om hun beroepsgeheim te doorbreken. Met
dit ontwerp van decreet wil men de deelnemers juridische bescherming bieden.
Vlaanderen is de eerste deelstaat die dit doet.
Heel belangrijk is dat het Grondwettelijk Hof onlangs, op 1 april 2021, de LIVC R-
wet bevestigd heeft. Een aantal jeugdorganisaties, waaronder de vzw Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, stelde een beroep tot vernietiging in tegen de federale
LIVC-wet. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de wet het recht op eerbiediging van het privé- en gezinsleven niet schendt. Vermits de uitzondering op het
beroepsgeheim tot doel heeft terrorisme en radicalisering te bestrijden, beantwoordt de bestreden bepaling aan een dwingende maatschappelijke behoefte.
De maatregel wordt overigens omringd door verschillende waarborgen, waardoor
de evenredigheid kan worden verzekerd. Verder oordeelt het Hof dat de bestreden
bepaling artikel 23 van de Grondwet niet schendt en dat zij niet discriminerend is.
Het Hof heeft het beroep om die redenen verworpen. Daardoor kan de finaliteit van
de LIVC’s juridisch niet meer in vraag worden gesteld. …