Houdende de instemming met het samenwerkingsakkoord van 18 februari 2020 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie #438
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 17 juli 2020 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: WEL
ingediend op 16 oktober 2020 (2020-2021)
Verslag
namens de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en
Armoedebestrijding
uitgebracht door Tine van der Vloet
over het ontwerp van decreet
houdende de instemming
met het samenwerkingsakkoord van 18 februari 2020
tot wijziging van het samenwerkingsakkoord
van 12 december 2005 tussen de Federale Staat,
de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap,
de Duitstalige Gemeenschap
en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
inzake de tenuitvoerlegging van de wet
van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie
Samenstelling van de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding:
Voorzitter: Stefaan Sintobin.
Vaste leden:
Koen Daniëls, Lorin Parys, Elke Sleurs, Tine van der Vloet, Katja Verheyen;
Immanuel De Reuse, Stefaan Sintobin, Suzy Wouters;
Maaike De Rudder, Katrien Schryvers;
Freya Saeys, Maurits Vande Reyde;
Ann De Martelaer, Celia Groothedde;
Freya Van den Bossche.
Plaatsvervangers:
Allessia Claes, Piet De Bruyn, Freya Perdaens, Sarah Smeyers, Annabel Tavernier;
Yves Buysse, Ilse Malfroot, Frieda Verougstraete-Deschacht;
Vera Jans, Kurt Vanryckeghem;
Gwenny De Vroe, Sihame El Kaouakibi;
Johan Danen, Jeremie Vaneeckhout;
Conner Rousseau.
Toegevoegde leden:
Lise Vandecasteele.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
De Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding besprak op 13 oktober 2020 het ontwerp van decreet houdende de instemming met
het samenwerkingsakkoord van 18 februari 2020 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse
Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de
wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.
(Tijdens de vergadering waren alleen de commissievoorzitter en commissiesecretaris fysiek in de commissiezaal aanwezig. De vaste leden, plaatsvervangende
leden en de toegevoegde leden van de commissie kregen de mogelijkheid om
online aan de vergadering deel te nemen via het platform Zoom. Andere volksvertegenwoordigers konden alleen na motivering online aan de vergadering deelnemen.)
1. Toelichting door de minister
Wouter Beke, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, licht toe dat adoptie een gemengde bevoegdheid is, waarvan bepaalde
aspecten behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid en andere aspecten
tot de bevoegdheid van de gemeenschappen. De federale overheid bepaalt de
voorwaarden voor adoptie, de vormen, de gevolgen en de herroeping van de adoptie; de gemeenschappen zorgen voor de voorbereiding, de bemiddeling en de nazorg.
Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de
adoptie, werd een eerste maal een samenwerkingsakkoord gesloten tussen de
federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (samenwerkingsakkoord van 12 december
2005 inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van
de adoptie).
De bedoeling was te zorgen voor een evenwichtige uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid en de gemeenschappen inzake adoptie en het regelen
van de samenwerking tussen de federale overheid en de gemeenschappen. Zo
werd onder meer het concrete verloop van bepaalde procedures verduidelijkt. Ook
werd het overleg tussen de federale overheid en de gemeenschappen gewaarborgd
en vormgegeven door de oprichting van een Commissie van opvolging en overleg.
Het originele samenwerkingsakkoord bevatte vijf hoofdstukken.
Hoofdstuk I heeft betrekking op de voorbereiding. Dit bepaalt onder meer dat de
gemeenschappen een attest afgeven waaruit blijkt dat de adoptanten de voorbereiding zoals voorgeschreven in het Burgerlijk Wetboek hebben gevolgd. Deze informatie is bedoeld voor de rechtbank in het kader van de geschiktheidsprocedure.
Ook is voorzien dat de gemeenschappen voorafgaand aan de adoptie, de nodige
informatie verstrekken aan de oorspronkelijke ouders van het kind, zodat zij geïnformeerde toestemming kunnen geven.
Hoofdstuk II bepaalt dat het maatschappelijk onderzoek in het kader van een adoptieprocedure dat krachtens het Gerechtelijk Wetboek door de familierechtbank
wordt bevolen, gevoerd wordt door een dienst aangewezen door de gemeenschappen. Het bepaalt de inhoud van het onderzoek en de financiering ervan.
Hoofdstuk III bevat bepalingen in verband met het bewaren van adoptiedossiers,
het meedelen en overzenden van gegevens, documenten, verslagen en beslissingen tussen de federale centrale autoriteit en de centrale autoriteiten van de
gemeenschappen en de centrale autoriteit van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
Hoofdstuk IV voorziet in de oprichting van een Commissie van overleg en opvolging, en bepaalt de opdrachten en de samenstelling ervan.
Hoofdstuk V bepaalt dat de gemeenschappen aan de federale centrale autoriteit de
lijst meedelen van de erkende adoptiediensten, alsmede elke wijziging, zodat de
federale centrale autoriteit deze lijst kan bezorgen aan het Permanent Bureau van
de Haagse Conferentie.
De Potpourriwet 5 bracht recent een aantal wijzigingen aan in de federale adoptiewetgeving (titel 2 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en
van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie).
De belangrijkste vernieuwing is dat de procedures voor binnenlandse en interlandelijke adoptie sterker op elkaar worden afgestemd, met name op het vlak van de
beoordeling van de geschiktheid van de kandidaat-adoptant. Voortaan is het ook
voor kandidaten voor een binnenlandse adoptie verplicht om een geschiktheidsvonnis te verkrijgen, vooraleer zij een overeenkomst kunnen afsluiten met een
adoptiedienst.
Het bestaande samenwerkingsakkoord moet op dat punt dus aangepast worden, …